instellingen
- Inleiding
- Pedagogische werking
- Engagementsverklaring onderwijs-welzijn
- Time-outovereen-komsten
- De Zande (Ruiselede/Beernem)
- De Kempen (Mol)
- De Grubbe (Everberg)
Gemeenschapsinstellingen
Wat gebeurt er in de gemeenschapsinstellingen?
In een gemeenschapsinstelling zorgen
begeleiders, leerkrachten, psychologen en maatschappelijk
werkers voor een goede pedagogische begeleiding. Dit betekent
dat zij de hulp bieden die de jongere nodig heeft. Samen met de
jongere, de ouders, consulent en jeugdrechter zoeken we uit hoe
we het best kunnen helpen. Soms doen we daarbij ook beroep op
partners buiten de instelling.
Leefgroepen
Om iedereen zo goed moegelijk te kunnen begeleiden, zijn er verschillende groepen waarin je terecht kan komen. Deze groepen noemen we leefgroepen. Per leefgroep zitten maximum 10 jongeren en zijn steeds 2 begeleiders aanwezig. In elke leefgroep wordt gewerkt aan een bepaald programma. De verschillende programma’s zijn: kortdurende oriëntatie, time-out, begeleiding, behandeling en het geïndividualiseerd residentieel traject (GRT).
Hoe zit het met de school?
Elke gemeenschapsinstelling heeft een eigen school. Er bestaan verschillende schoolprogramma’s. We proberen elke jongere een programma te laten volgen dat het meest aansluit op zijn of haar kennis, vaardigheden en achtergrond. Deze trajecten worden opgebouwd uit sport, theorielessen en praktijklessen.
In speciale gevallen kan een jongere ook buiten de instelling naar school, bijvoorbeeld om zijn opleiding af te maken. Dit moet altijd een goede reden hebben en kan enkel onder bepaalde voorwaarden.
Hoe in contact blijven met familie en vrienden?
De jongeren hebben recht om contact te houden met hun familie. Daaronder verstaan wij de ouders, grootouders, broers en zussen, ooms en tantes, de voogd en provoogd.
Ze kunnen
brieven schrijven en ontvangen, hen soms bellen en ze kunnen op
bezoek komen, tenzij de jeugdrechter contact met bepaalde
familieleden verbiedt. Contact met vrienden en kennissen kan
ook, als de jeugdrechter daar toelating voor geeft. Uiteraard
zijn de consulent, jeugdrechter en advocaat ook steeds ter
beschikking.
Vooral ouders worden heel erg betrokken bij het verblijf van hun kind in een instelling. Bij de plaatsing informeert de maatschappelijk assistent hen over wat er gaat gebeuren en hoe zij daarbij betrokken worden. Tijdens en soms na de plaatsing wordt ouderondersteuning en ouderbegeleiding aangeboden.
Na een tijdje kunnen geplaatste jongeren ook op begeleid dagbezoek bij hun ouders. Wanneer dit goed verloopt, kunnen ze ook op thuisverlof. Begeleiders en ouders overleggen dan samen over de plannen tijdens het verlof en gaan nadien ook na of alles goed is verlopen.