Pleegzorg

Beleid

Een nieuw decreet

Op 1 januari 2014 trad het decreet Pleegzorg in werking. Dat hertekent het pleegzorglandschap in Vlaanderen volledig. Het belang van pleegkind of pleeggast staat centraal. Alle partijen worden maximaal betrokken bij de hulpverlening.

Het decreet is vernieuwend in tal van opzichten:

  • Pleegzorg wordt niet meer opgedeeld tussen Kind en Gezin, Jongerenwelzijn en het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. Jongerenwelzijn staat als enige agentschap in voor de organisatie van de pleegzorg in Vlaanderen. Voor psychiatrische gezinsverpleging wordt intensief samengewerkt met het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum in Geel.
  • Er is één dienst voor pleegzorg per provincie. Die moet alle vier vormen van pleegzorg aanbieden.
  • Maatwerk wordt makkelijker met vier vormen van pleegzorg: ondersteunende, perspectiefzoekende, perspectiefbiedende en behandelingspleegzorg.
  • Bij uithuisplaatsing van minderjarigen is pleegzorg de eerste te overwegen optie. Niet alleen voor kleine kinderen, maar ook voor jongeren. De jeugdrechter die bij uithuisplaatsing toch niet voor pleegzorg kiest, is verplicht dit te verantwoorden.
  • Combineren met hulp buiten de pleegzorg kan.
  • Pleegzorg betrekt intens alle belanghebbenden: het pleegkind, de pleeggast en diens persoonlijk netwerk, de pleeggezinnen en de gezinnen van oorsprong.
  • Er is een duidelijke screeningsprocedure.
  • Pleegzorgers genieten van een uniform vergoedingssysteem en andere voordelen.

Op 8 november 2013 keurde de Vlaamse regering het uitvoeringsbesluit houdende de organisatie van pleegzorg definitief goed. Dit regelt onder meer:

  • de modulering van het aanbod,
  • de diensten voor pleegzorg,
  • de pleeggezinnen,
  • de partnerorganisatie.

Krijtlijnen

1. Er zijn vier vormen van pleegzorg

2. Rechtstreeks of niet-rechtstreeks toegankelijk

Niet-rechtstreeks toegankelijk

De meeste vormen van pleegzorg zijn ingrijpend en intensief. Daarom zijn die niet rechtstreeks toegankelijk. De toewijzing gebeurt door de jeugdrechter of via de toegangspoort.

Rechtstreeks toegankelijk

Volgende pleegzorgtypes zijn rechtstreeks toegankelijk:

  • de ondersteunende pleegzorg (inclusief de crisispleegzorg) voor pleegkinderen,
  • behandelingspleegzorg,
  • alle pleegzorg voor volwassenen.

Dit betekent dat de dienst voor pleegzorg zelf over de inzet van dit aanbod beslist.

3. Combineren met extern hulpaanbod biedt extra flexibiliteit

Is er behoefte aan specifieke of intensieve hulp die de dienst voor pleegzorg niet zelf kan aanbieden? Ook dit soort externe hulp kan worden ingezet. Dit zorgt voor de noodzakelijke flexibiliteit. Een goed voorbeeld is een kind dat context mist en de meeste tijd in een residentiële voorziening verblijft. Dan kan een ondersteunend of in sommige situaties een perspectiefbiedend pleeggezin een zeer zinvolle aanvulling zijn. Maar ook de combinatie van contextbegeleiding met perspectiefzoekende pleegzorg kan bijvoorbeeld een optie zijn.

Welke instantie beslist over de combinatie van hulp bij het niet-rechtstreeks toegankelijke aanbod? Dit ligt in handen van de jeugdrechter of de toegangspoort. Bij pleegzorg voor volwassen personen met een handicap blijft de provinciale evaluatiecommissie van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap verantwoordelijk voor het indiceren van het aanbod waarmee gecombineerd wordt.

4. Eerste te overwegen zorgvorm bij uithuisplaatsing minderjarigen

Internationale richtlijnen benadrukken dat een kind best bij zijn ouder(s) of verzorger woont. Is dit niet mogelijk? Dan zoekt men bij voorkeur een oplossing in een gezinsvervangende omgeving. Deze richtlijn wordt onderbouwd door wetenschappelijk onderzoek. Ze geldt als principe voor heel de integrale jeugdhulp.

“Met het oog op hun gehechtheidsontwikkeling heeft bij jonge kinderen plaatsing in een gezinsomgeving altijd de absolute voorrang.”

— F. Juffer

Ook het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind onderstreept dit: “een kind dat (tijdelijk) het verblijf in het eigen gezin moet missen of dat men in zijn of haar belang uit dit gezin moet verwijderen, heeft recht op bijzondere bescherming en bijstand van staatswege.” Het IVRK schrijft voor dat “deze zorg […], onder andere, plaatsing in een pleeggezin (kan) omvatten, kafalah volgens het islamitisch recht, adoptie, of indien noodzakelijk, plaatsing in geschikte instellingen voor kinderzorg”. Verder geldt ook dat bij “het overwegen van oplossingen […] op passende wijze rekening [moet worden] gehouden met de wenselijkheid van continuïteit in de opvoeding van het kind”.

Daarom is pleegzorg de prioritaire oplossing bij de uithuisplaatsing van een minderjarige. Het team indicatiestelling binnen de toegangspoort en de gemandateerde voorzieningen moeten bij de beslissing van uithuisplaatsing altijd eerst pleegzorg in overweging nemen. Een jeugdrechter heeft verantwoordingsplicht als hij niet kiest voor pleegzorg.

5. Participatie

Alle belanghebbenden worden nauw betrokken bij het pleegzorgproces: het pleeggezin, het pleegkind en het gezin van oorsprong, de pleeggast en zijn persoonlijk netwerk.

Pleegzorgers zijn volwaardige opvoedingsverantwoordelijken. Daarom hebben ze inspraak bij beslissingen. Ze worden onder meer gehoord over wat er met een pleegkind zal gebeuren na de pleegzorg. Het statuut van pleegouders is evenwel een federale bevoegdheid: hun rechten en plichten, inspraakmogelijkheid en het contactrecht als de pleegzorgsituatie stopt. Dit wordt dus niet geregeld met het decreet Pleegzorg.

Een participatieraad maakt deel uit van elke dienst voor pleegzorg. Hierin zijn de pleegkinderen, pleeggasten, de gezinnen van oorsprong en de pleegzorgers evenwichtig vertegenwoordigd. De raad brengt advies uit over o.a. de werking van de dienst.

Ook de partnerorganisatie pleegzorg verzekert inspraak voor alle betrokkenen. Alle belanghebbenden zijn erin vertegenwoordigd: de pleegkinderen, de pleeggasten, de pleeggezinnen, de gezinnen van oorsprong en de diensten voor pleegzorg.