Pleegzorg

Pleegouder worden?

Vele getuigenissen van pleegouders bevestigen het: je thuis delen, verrijkt je leven. Overweeg jij om een pleegkind of -gast op te vangen in je gezin? Dan kan je contact opnemen met de dienst voor pleegzorg in jouw regio.

Je krijgt er meer informatie over:

  • wat pleegzorg inhoudt,
  • hoe de voorbereiding en screening verloopt,
  • de begeleiding die je krijgt, enz.
Antwerpen
Dienst pleegzorg provincie Antwerpen
Telefoon
0491 04 00 45
Limburg
Dienst pleegzorg provincie Limburg
Telefoon
0499 69 93 00
Oost-Vlaanderen
Dienst pleegzorg provincie Oost-Vlaanderen
Telefoon
0471 91 91 02
Vlaams-Brabant en Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Dienst pleegzorg provincie Vlaams-Brabant & Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Telefoon
0491 56 76 76
West-Vlaanderen
Dienst pleegzorg provincie West-Vlaanderen
Telefoon
051 20 02 22

Netwerk- of bestandspleegzorg?

Pleeggezinnen komen uit twee warme nesten:

  • Ze worden gevonden in de familie of het sociale netwerk van het gezin van oorsprong. Dan spreken we van netwerkpleegzorg.
  • Of ze engageren zich om een heel nieuwe band op te bouwen, zonder het gezin van oorsprong te kennen. Dit heet dan bestandspleegzorg.

Beide types pleeggezinnen worden gescreend en begeleid door een dienst voor pleegzorg.

Elke pleegzorger moet aan drie voorwaarden voldoen:

  • Alle meerderjarige leden van het (kandidaat)pleeggezin leggen een uittreksel uit het strafregister volgens model 2 voor. Daaruit moet blijken dat ze niet strafrechtelijk veroordeeld zijn voor feiten die onverzoenbaar zijn met pleegzorg;
  • Het (kandidaat)pleeggezin beschikt over voldoende draagkracht om het pleegkind of de pleeggast een stabiel leefklimaat te bieden. Hierbij wordt rekening gehouden met de:
    • persoonlijkheid,
    • competenties om pleegzorgsituaties goed aan te pakken,
    • materiële mogelijkheden,
    • gezinssituatie,
    • sociale context.
  • De pleegzorg wordt gedragen door het hele gezin. Dus alle gezinsleden van de (kandidaat)pleegzorger moeten worden betrokken bij de kandidaatstelling.

Screening, attestering en matching

De screening van (kandidaat)pleeggezinnen gebeurt door een dienst voor pleegzorg. Via een grondige procedure gaat de dienst na of aan alle voorwaarden voldaan is. Daarbij toetst de dienst de specifieke capaciteiten van de pleegzorger aan de specifieke noden van het pleegkind of de pleeggast. Dit garandeert dat die wordt opgevangen in een kwaliteitsvol pleeggezin dat inspeelt op zijn behoeften.

Bij het zoeken van het meest geschikte pleeggezin voor een pleegkind of pleeggast (de zogenaamde matching) houdt de dienst voor pleegzorg rekening met:

  • de bevindingen uit eventuele voorgaande hulp,
  • de ideologische, filosofische en godsdienstige overtuigingen van het pleegkind of de pleeggast en zijn gezin van oorsprong.

Elke positieve screening leidt tot een attest. Voor elk pleegkind of pleeggast moet de pleegzorger over een apart attest beschikken.

Kan een attest worden ingetrokken?

Inderdaad. De dienst voor pleegzorg neemt die maatregel zodra het pleeggezin niet meer voldoet aan één van de voorwaarden. De pleegzorger moet wel eerst worden gehoord. De dienst moet de beslissing tot intrekking meedelen aan de pleegzorger. Daarbij moet ze de mogelijkheid vermelden om binnen de maand een herscreening te vragen.

De dienst voor pleegzorg deelt elke weigering en elke intrekking van een attest mee aan Jongerenwelzijn. Het agentschap bewaart die gegevens gedurende tien jaar in een register.

De volledige procedure rond de screening en attestering van (kandidaat)pleegzorgers is te vinden in het decreet Pleegzorg, artikels 14 tot en met 15, en het uitvoeringsbesluit houdende de organisatie van pleegzorg, artikels 55 tot en met 61.

Ook is er een stappenplan ‘Attestering, intrekking attest, herscreening, bezwaar bij de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin uitgewerkt.

Naar aanleiding van het register voor de gegevens van (kandidaat-)pleegouders van wie het attest werd geweigerd of ingetrokken, is er een document opgemaakt met veel gestelde vragen en antwoorden.

Kostenvergoeding

Er geldt een uniform systeem van vergoeding voor pleegzorgers. De uitbetaling gebeurt door de dienst voor pleegzorg. De vergoeding dient om de reguliere kosten te dekken. Ze is afhankelijk van:

  • de leeftijd van het pleegkind of de pleeggast,
  • de eventuele gezinsbijslag,
  • het eventuele inkomen van de pleeggast,
  • de zorgzwaarte.
Leeftijd Bedrag vergoeding
0-6 jaar, met gezinsbijslag 13
6-12 jaar, met gezinsbijslag 13,4
12-15 jaar, met gezinsbijslag 15,2
15-18 jaar, met gezinsbijslag 16,6
18+ jaar, met gezinsbijslag 18
0-12 jaar, zonder gezinsbijslag 19,4
12-18 jaar, zonder gezinsbijslag 20,95
18+ jaar, zonder gezinsbijslag 7

Pleegouders krijgen de volledige school- en studietoelage als het pleegkind minstens één jaar bij hen verblijft. Ook genieten ze voorrang in de inkomensgerelateerde voorschoolse kinderopvang voor baby’s en peuters (opgelet, dat geldt niet voor de buitenschoolse kinderopvang!). Daar betalen ze bovendien de laagste bijdrage, ongeacht hun inkomen.

Wat te doen om de laagste bijdrage te verkrijgen?

  • De pleegouder meldt zich aan via de website kinderopvang van Kind &Gezin (http://www.kindengezin.be/kinderopvang) en berekent via de vooropgestelde procedure het tarief dat men normaal gezien zou betalen.
  • De pleegouder contacteert Kind en Gezin (via K&G-lijn) met de vraag tot minimumtarief omwille van pleegkind. 

  • Kind en Gezin informeert de ouder over de in te dienen bewijsstukken. De pleegouder zal moeten bewijzen dat hij/zij pleegouder is door het aanleveren van het attest van pleegzorger voor de opvang van het pleegkind waarvoor men het laagste tarief in de opvang vraagt.

  • Kind en Gezin maakt een herberekening op basis van de eerdere kindcode met de minimale bijdrage.

  • De ouder krijgt een attest inkomenstarief en bezorgt dit aan de opvang.

Vangt een pleegzorger een pleeggast op die eigen inkomsten heeft? Dan draagt de pleeggast 513 euro per maand bij in de kosten van het pleeggezin. Is het eigen maandinkomen van de pleeggast, na vrijstelling voor een bedrag van 344 euro, lager dan 513 euro? Dan wordt het verschil bijkomend gesubsidieerd.

Alle vermelde bedragen zijn gekoppeld aan de spilindex van 1 januari 2013.

De diensten voor pleegzorg krijgen een bijkomende forfaitaire subsidie van 0,7 euro per opvangdag. Met die extra middelen mag de dienst zelf een bedrag toekennen aan een pleegzorger. Dit kan bij een aantoonbare verhoogde zorgzwaartesituatie, af te bakenen in de tijd. Die middelen worden door de dienst voor pleegzorg beheerd en jaarlijks verantwoord. Daarvoor worden afspraken gemaakt tussen de verschillende diensten, in overleg met de participatieraden van de verschillende diensten.

Tot slot is er een tegemoetkoming voor bijzondere kosten. Dat zijn eenmalige kosten die:

  • te hoog zijn voor de forfaitaire kostenvergoeding,
  • niet gedekt worden door andere financieringsbronnen (bv. RIZIV),
  • het bedrag van 1.000 euro overschrijden.

Voor deze kosten moet een dossier worden ingediend bij Jongerenwelzijn.

Pleegzorg versus adoptie

Pleegouders worden nooit ‘ouders’ in de volledige zin van het woord. Bij adoptie is dat wel zo. Adoptie schept een juridische band tussen de adoptieouders en het kind. Bovendien wordt de band met de oorspronkelijke ouder geheel of gedeeltelijk verbroken. Wie adopteert, wordt dus echt ‘ouder’ van een kind of van een volwassene.

In pleegzorg blijven de oorspronkelijke ouders de ‘ouders’. De pleegouder zorgt voor hun kind zolang zij dat niet kunnen. De pleegzorger krijgt daarbij begeleiding en ondersteuning van een dienst voor pleegzorg. De oorspronkelijke ouders van minderjarigen blijven normaal gezien betrokken bij de opvoeding van hun kind. De eerste bedoeling is dat het pleegkind zo mogelijk terugkeert naar zijn ouders van oorsprong. Die terugkeer wordt goed voorbereid. Een pleegkind keert nooit van de ene dag op de andere terug naar zijn ouders. Bij pleeggasten is de situatie anders. Daar is de einddoelstelling zelfstandig wonen of de verwijzing naar een ander stabiel verblijf.