Dossier: Spelen als kinderrecht

Het recht op spelen is verankerd in het internationale kinderrechtenverdrag, artikel 31[1]. Dat roept alle lidstaten op om elk kind kansen te bieden voor culturele, artistieke en recreatieve bezigheden en vrijetijdsbesteding.

Cartoon waarbij kinderen de mond worden afgeplakt. Een ouder zegt tegen een andere ouder: “De buren hadden last van lawaai op het speelplein...”

Maar is het echt voor elk kind vanzelfsprekend? Denken we bijvoorbeeld aan minderjarigen in detentie, kinderen in (kans)armoede, kinderen met een beperking, de persberichten over overlast door spelende jongeren, het inzetten van Mosquitos om rondhangende jongeren te verdrijven, gemeentelijke administratieve boetes voor minderjarigen die met hun schoenen op een bank in het park zitten …

Hoe kijkt onze samenleving naar het recht op spel? Welke ruimte geven we kinderen in onze samenleving? Wat zijn tendensen? Hoe beleven kinderen en jongeren ruimte en de mogelijkheden om te spelen? Wat zijn dé uitdagingen voor de toekomst? Als teaser neemt de film ‘Babies’ je mee naar vier verschillende werelddelen en volgt het eerste levensjaar van een baby in Namibië, Mongolië, Tokyo en San Francisco. De verschillen komen duidelijk naar voor, zoals de omgeving en ruimte waarin ze leven, de relatie met de natuur, familie en gemeenschap, … Tegelijk zijn de ‘grote dingen’ heel herkenbaar.

100 jaar kinderrechten

Sfeerbeeld uit de oude doos

De wet op de jeugdbescherming bestaat honderd jaar in 2012. Om dat te gedenken, diepten we beelden op uit de oude doos – van de beginjaren van de gemeenschapsinstellingen – én uit de jonge doos. Jongeren die anno 2012 in een gemeenschapsinstelling zitten, geven daarenboven hun kijk op het reilen en zeilen in de instelling. Hoe ziet hun dag er uit in een gemeenschapsinstelling? Is er voor hen ruimte voor spel en ontspanning? Hun mening hierover kan je nalezen op de blog van de jongeren.

Vlaams actieplan kinderrechten

Het Vlaams actieplan kinderrechten 2011-2014 waarborgt dat de Vlaamse Regering haar verbintenissen op het vlak van kinderrechten nakomt, aansluitend bij het Vlaamse jeugdbeleidsplan 2010‐2014. Eén van de operationele doelstellingen is het opzetten van informatie‐ en sensibiliseringscampagnes om de tolerantie ten aanzien van kinderen en jongeren in de publieke ruimte te verhogen (operationele doelstelling 6.5).

Uit het middenveld

Kinderrechtencoalitie

De Kinderrechtencoalitie is een netwerk van niet-gouvernementele organisaties dat toeziet op de naleving van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind, actief wil bijdragen aan de promotie van de rechten van het kind en actief en constructief wil bijdragen tot het rapportageproces inzake de naleving van het internationale kinderrechtenverdrag. Zo staat op de website achtergrondinformatie bij het memorandum ‘Kinderen in de stad’. Dat is het gevolg van discussies over het thema ‘kinderen in de stad’ die werden gevoerd in de aanloop naar de lokale verkiezingen van 2012 door professionals uit verschillende domeinen en door kinderen, ouders en lokale politici.

Kind en Samenleving

Kind & Samenleving wil, via onderzoek en ontwikkeling, bereiken dat kinderen en jongeren volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. Zij ondersteunen de participatie van kinderen én willen die meer zichtbaar en vanzelfsprekend maken voor volwassenen. Kind & Samenleving is actief op twee werkdomeinen: ‘Belevingsonderzoek bij kinderen en jongeren’ en ‘Kindvriendelijke publieke ruimte en ruimtelijke planning’.

Het project ‘groen speelweefsel’ is één van de concrete projecten. Het omvat allerlei instrumenten om lokaal werk te maken van meer groen speelweefsel in gemeenten en een interactieve speelweefselkaart met leuke plekjes, uitgestippelde tochten, speelbossen, speelpleinen, sportpleinen … Verder heeft Kind & Samenleving een Ruimtecel, een expertenbureau op het vlak van ruimte en jeugd. Zij bieden producten en diensten aan m.b.t. kindgerichte planning en stedenbouwkundig ontwerp, kindgericht ruimtelijk ontwerp, kindgerichte mobiliteit en speel- en jeugdruimtebeleid. Ze verrichten ook onderzoek naar kinderen en ruimte.

Onderzoek en studiedagen

Is er ruimte om te spelen voor kinderen in armoede? Hoe beleven zij hun vrije tijd en hoe spelen ze? Een aantal studies tonen aan dat de weg naar de jeugdbeweging of naar de sportclub vaak een hobbelig parcours is. Bovendien wonen ze doorgaans in buurten waar het ontbreekt aan veilige en aangename ruimtes om te spelen en om andere jongeren te ontmoeten.

KeKiheeft samen met het Jeugdonderzoeksplatform (JOP) en het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC) een studiedag ingericht over ‘Jongeren ‘buiten’? Een criminologisch debat over jongeren in de publieke ruimte’. De presentaties ‘Opgepast: rondhangende jongeren! Het verband tussen levensstijlrisico’s en jeugddelinquentie uitgediept’ en ‘Recht op veiligheid!? De autonome aanwezigheid van jongeren in de publieke ruimte en de impact op hun onveiligheidsgevoelens’ vormden de basis van de studievoormiddag. Daarnaast kan u het verslag van het paneldebat (door Laura Jacobs en Evi Verdonck) en het fotoverslag (© Sofie Troonbeeckx) consulteren.

Campagnes en interessante praktijkvoorbeelden

De buitenspeeldag is stilaan een traditie. Het is een initiatief van Nickelodeon en de Vlaamse overheid om zoveel mogelijk jongeren aan te zetten om (weer) buiten te gaan spelen.

Ook boeiend is de campagne “Goe gespeeld!” Het is een pleidooi voor écht spelen. Want spelende kinderen zijn geen bedreigde soort: ze mogen wél lawaai maken, wél iets gevaarlijks doen, wél vuil worden… ook al maken sommigen het hen knap lastig! Goe Gespeeld! zorgt voor een pak tips en informatie over ruimte om te spelen, het belang van beweging, spelen in georganiseerd en niet-georganiseerd verband, avontuur, spelen in ’t groen, risico’s, tolerantie en vuile speelkleren…

  1. Artikel 31 Vrije tijd, cultuur en recreatie: [context]
    1. De Staten die partij zijn, erkennen het recht van het kind op rust en vrije tijd, op deelneming aan spel en recreatieve bezigheden passend bij de leeftijd van het kind, en op vrije deelneming aan het culturele en artistieke leven.
    2. De Staten die partij zijn, eerbiedigen het recht van het kind volledig deel te nemen aan het culturele en artistieke leven, bevorderen de verwezenlijking van dit recht, en stimuleren het bieden van passende en voor ieder gelijke kansen op culturele, artistieke en recreatieve bezigheden en vrijetijdsbesteding.