Inspectiebezoeken

Zorginspectie

Zorginspectie

In het voorjaar van 2012 voerde het agentschap Zorginspectie voor het eerst inspecties uit in de gemeenschapsinstellingen. Daarbij is de situatie van de jongeren getoetst aan het Decreet Rechtspositie van de Minderjarige en aan het Klachtdecreet van 1 juni 2001. De inspecteurs interviewden directieleden, stafmedewerkers, begeleiders en geplaatste jongeren en vroeg hen in welke mate rechten van de jongeren werden gegarandeerd tijdens hun verblijf in de voorziening. Het betrof specifiek een bevraging over recht op informatie en duidelijke communicatie, recht op inspraak en participatie, klachtrecht, recht op contact en recht op privacy en menswaardige behandeling.

De resultaten zijn te lezen in het inspectierapport. Jongeren in de gemeenschapsinstellingen blijken over het algemeen tevreden over de informatie die ze krijgen bij hun opname en tijdens hun verblijf. Ook geven ze aan dat de begeleiders steeds aanspreekbaar zijn bij vragen of problemen. Een belangrijk werkpunt is de vorming van personeel rond de rechten van jongeren, zeker in een context van beveiliging en dwang. Verder zijn inspanningen nodig om jongeren en hun ouders actief te betrekken bij de hulpverlening door goede communicatie- en contactmogelijkheden en door effectieve instrumenten voor inspraak en participatie. Tot slot is er nood aan een duidelijk pedagogisch kader rond afzondering en isolatie bij opname en aan een procedure voor een neutrale, interne klachtbehandeling.

Jongerenwelzijn heeft de aanbevelingen uit het rapport intussen vertaald naar een concreet plan van aanpak. Zo worden acties gepland rond de opleiding van het personeel in het geweldloos omgaan met agressie en conflicten, een verantwoord gebruik van afzondering en isolatie, het op punt stellen van de interne klachtmogelijkheden, effectieve inspraak van jongeren en ouders in het hulpverleningsproces en het samenstellen van een kwaliteitshandboek. Een panel van externe experten in kinderrechten zal deze acties regelmatig toetsen. Voor de concrete toepassing van deze rechten zou een externe toezichtcommissie op zijn plaats zijn.

Met zijn acties hoopt Jongerenwelzijn beter tegemoet te komen aan de rechten van minderjarigen, ook als het gaat om jongeren in een gemeenschapsinstelling. Om hierop toe te zien, zullen in de toekomst nog inspectiebezoeken plaats vinden.

Onderwijsinspectie

Onderwijsinspectie

In het BVR van 27 juni 1990 krijgt de onderwijsinspectie de opdracht om na te gaan of de gemeenschapsinstellingen voor de aanwezige jongeren voldoen aan de leerplicht. Het onderwijs dat deze gemeenschapsinstellingen verschaffen, valt juridisch onder de noemer huisonderwijs. In september 2011 onderzocht een inspectieteam
‘De Grubbe’ in Everberg / ‘De Kempen’ in Mol / ‘De Zande’ in Beernem en Ruiselede en engageerde zich om opvolgingscontroles uit te voeren. Deze opvolgingscontroles vonden plaats in juni 2014. Ze bouwden verder op de vaststellingen van de eerste controles in september 2011.

De onderwijsinspectie stelt vast dat de instellingen rekening hielden met de opmerkingen en aanbevelingen uit de eerste controles. De teams van de instellingen leverden ten opzichte van de vorige controles merkbare inspanningen om de onderwijskwaliteit te verhogen. Een sterkere coördinatie vanuit het departement welzijn beïnvloedde dit op positieve wijze. Hieronder volgt een overzicht van de vaststellingen tijdens de controle.

  • De instellingen engageren zich om haalbare onderwijsdoelen na te streven en te bereiken. Het zijn doelen die een algemene en praktische vorming nastreven. In de federale instelling ‘De Grubbe’ in Everberg is een praktische vorming onmogelijk omwille van de infrastructurele beperkingen. De eindtermen van de Vlaamse overheid vormen in alle instellingen het referentiekader voor de leerdoelen en –inhouden. De doelen zijn gekozen in functie van maatschappelijke relevantie, zelfredzaamheid, actualiteit en persoonlijkheidsontwikkeling.
  • De instellingen stemmen het onderwijs af op de leerbehoeften van de leerlingen. Ze overleggen met de scholen van de jongeren om het leertraject in de instelling te laten aansluiten op het schoolprogramma. Ze volgen de methodiek van handelingsplanning waardoor er voor elke jongere een specifieke selectie is van na te streven doelen. In elke instelling zijn er specifieke initiatieven voor de taalactivering van anderstaligen.
  • Het onderwijs is gepland en gestructureerd. Elke instelling heeft een beleidsteam dat instaat voor de organisatie en begeleiding van het onderwijs. Alle jongeren worden intensief begeleid; er is prioritair aandacht voor de ontwikkeling van communicatieve en sociale vaardigheden en positieve motivering. Verschillende werkgroepen helpen mee het onderwijskundig proces verder te optimaliseren. Elke instelling besteedt gerichte aandacht aan zowel de onderwijskundige als de algemeen pedagogische professionalisering van haar personeel.
  • De leermiddelen zijn geschikt voor het bereiken van de leerdoelen. Het onderwijs vindt plaats in mooie leslokalen en de praktijklokalen zijn goed uitgerust. Met uitzondering van ‘De Grubbe’ in Everberg waar de infrastructuur te beperkt is om een optimaal leerklimaat te creëren.
  • De instellingen besteden voldoende tijd aan het onderwijs. Het onderwijskundig regime maakt deel uit van het verplicht dagprogramma en wordt gepland volgens een vast ritme en tijdsrooster.
  • De instellingen evalueren geregeld de individuele leerdoelen van de jongeren. Er is frequent overleg tijdens de structurele klassenraden. De informatie wordt geregistreerd in een elektronisch dossier dat ook door de andere gemeenschapsinstellingen kan worden geraadpleegd. De instellingen zetten ook sterk in op de doorstromingsmogelijkheden van de jongeren.

De onderwijsinspectie sluit deze controle af met een gunstig advies en waardeert de inspanningen van de centra om de aanbevelingen uit de vorige controle constructief aan te wenden en zo de onderwijskwaliteit voor de jongeren te blijven optimaliseren.

Verslagen

2014

2011