Opdracht, missie en visie

Opdracht

De gemeenschapsinstellingen en het Vlaams detentiecentrum hebben de wettelijke opdracht:

  • Om hulpverlening te bieden aan jongeren in een verontrustende leefsituatie die door de jeugdrechter worden toevertrouwd aan een open inrichting of een gesloten instelling[1].
  • Om opdrachten inzake opvang, oriëntatie, observatie en residentiële begeleiding uit te voeren van personen tot de leeftijd van maximaal 20 jaar voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd[2].

Voor jongeren in een problematische opvoedingssituatie ligt de focus op de bescherming van de jongere (of van zijn directe omgeving). Bij jongeren die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd, ligt de nadruk op de beveiliging van de maatschappij.

Naast de beschermende en beveiligende functie hebben de gemeenschapsinstellingen en het Vlaams detentiecentrum de hulpverlenende taak om bij te dragen aan de re-integratie van de geplaatste jongeren. Anderzijds zorgt het gestructureerde kader (regels, afspraken, toezicht …) voor de nodige rust zodat de hulpverlening niet verstoord wordt door een voortdurende vrees voor allerlei risico’s en bedreigingen (ontvluchtingen, gevaarlijke situaties …).

Bij jongeren die geplaatst worden wegens criminele feiten gelden ook andere motieven:

  • Een beveiligde plaatsing (in het kader van het geheim van het onderzoek);
  • Een plaatsing wegens de ernst van de feiten of de verontwaardiging van de publieke opinie. Hierbij komt vooral het bestraffende aspect naar voor.

Een plaatsing in een gemeenschapsinstelling of het Vlaams detentiecentrum is een middel om door opvang, begeleiding of behandeling de jongere terug op het rechte pad te krijgen en recidive te voorkomen. Vrijheidsbeperking is hierbij enkel een instrument om de hulpverlening (effectiever) te kunnen uitvoeren. Opsluiting of vrijheidsberoving als straf is immers onaanvaardbaar vanuit kinderrechtenperspectief en ook wettelijk verboden[3]. De wetswijziging betreffende de jeugdbescherming (2006) heeft gekozen voor een alternatieve afhandeling[4] van de door minderjarigen gepleegde delicten.

  1. Decreet van 7 maart 2008 inzake de Bijzondere Jeugdbijstand [context]
  2. Wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming zoals gewijzigd door de wetten van 15 mei en 13 juni 2006 [context]
  3. Artikel 52 van de wet betreffende de jeugdbescherming [context]
  4. Vorming, gemeenschapsdienst, herstelbemiddeling, groepsoverleg… [context]

Missie

De gemeenschapsinstellingen en het Vlaams detentiecentrum zijn regionaal georganiseerd. Ze bieden pedagogische hulpverlening aan jongeren bij wie beveiligde opvang binnen een structurerend en vrijheidsbeperkend kader tijdelijk noodzakelijk is. Deze hulpverlening maakt deel uit van een breder hulptraject dat erop gericht is jongeren terug te integreren in de samenleving met haar geldende waarden en normen. De hulpverlening in de gemeenschapsinstellingen en het Vlaams detentiecentrum moet er uiteindelijk toe leiden dat de jongere en zijn context een beter toekomstperspectief ontwikkelen.

Visie

De gemeenschapsinstellingen en het Vlaams detentiecentrum benaderen de hulpverlening aan de jongere met een brede blik. Zij vinden het belangrijk om niet enkel de jongere maar ook zijn context (gezin, vrienden, school …) in beeld te brengen en ouders of opvoedingsverantwoordelijken actief te betrekken bij het hulpverleningsproces.

Een contextgerichte aanpak betekent dat de gemeenschapsinstellingen en het Vlaams detentiecentrum haalbare doelstellingen uitwerken die de gezinsrelaties terug kunnen versterken. Het is van belang om haalbare doelen te creëren. Kleine successen kunnen vaak al een belangrijke bijdrage betekenen voor het groeiproces. Daarbij is het niet steeds de bedoeling om zaken te veranderen maar wel om iets terug in beweging te brengen (bv. herstel gezinsrelaties).

Binnen de contextgerichte werking wordt gekeken naar de verschillende problemen en gebreken en hoe deze te vermijden. Daarnaast wordt gefocust op krachten en mogelijkheden van het milieu en hoe deze te activeren en te versterken.

Een goede nazorg is essentieel. Ook na de plaatsing moet er voldoende aandacht en opvolging zijn om na te gaan of de jongere en zijn context voldoende draagkracht hebben om de negatieve spiraal om te buigen.

Visietekst"Het waarborgen van de rechten van de jongeren in de gemeenschapsinstellingen".

De jeugdhulp in Vlaanderen heeft veel aandacht voor de rechtsbescherming van kinderen en jongeren. Dat is niet anders voor de gemeenschapsinstellingen die een context kennen van vrijheidsbeneming en beveiliging. Dat vraagt dan ook een verhoogde aandacht voor de rechtspositie van jongeren in deze instellingen, terwijl ze werken rond opvoeding, verantwoordelijkheidszin, resocialisatie en bescherming van de maatschappij.

De gemeenschapsinstellingen moeten de rechtspositie van jongeren verzoenen met een traject dat, zeker bij aanvang, sterk inzet op het herstellen van de veiligheid rond de jongere, het inperken van deviante omgevingsinvloeden en het opnieuw beheersbaar maken van gedrag waarbij de rechten van anderen of de sociale normen en waarden worden geschonden. Dat gebeurt door een doorgedreven en institutioneel omkaderde begrenzing. Deze doorbreekt veelal de negatieve spiraal waarin de jongere en zijn context verwikkeld zaten.

Anderzijds kan de dynamiek van de cliënt stagneren wanneer de instelling alles overneemt en de cliënt machteloos moet toezien. Daarom zijn betrokkenheid en zeggingskracht van jongeren en hun ouders belangrijk, bv. door actief in dialoog te gaan en door te luisteren naar hun bezorgdheden, naar hun visie op de eigen leefsituatie enz. Dat moet ertoe leiden dat jongeren en hun ouders hun verantwoordelijkheid terug opnemen, de kans krijgen nieuwe keuzes te maken en hiermee vanuit de begrensde en veilige residentie stapsgewijs kunnen experimenteren.

Rond het waarborgen van de rechten van jongeren in de gemeenschapsinstellingen is een visietekst uitgeschreven.