Studies en onderzoeken

Belevingsonderzoek pleegzorg: 'Een onderzoek naar de beleving en de begeleidingsnoden van pleegkinderen'

Pleegkinderen zijn over het algemeen heel tevreden over pleegzorg als hulpverleningsvorm en ook het specifieke pleeggezin als nieuwe ‘thuis’ krijgt goede punten. Dat blijkt een kwalitatief belevingsonderzoek van de VUB in opdracht van Jongerenwelzijn. Samen met Pleegzorg Vlaanderen hoopt Jongerenwelzijn dat er zich nog meer ouders kandidaat stellen om pleegouder te worden. Bij uithuisplaatsing van (jonge) kinderen in de jeugdhulp, is pleegzorg de eerste optie. Het beleid zet er volop op in.

Wanneer het onvoorspelbare onvoorstelbaar reëel wordt -
Analyse van ervaringen met gezinsdrama’s

Het rapport wil op een overzichtelijke manier de thema’s bespreken die in gesprek met professionals en nabestaande familieleden aan bod kwamen. In deze bespreking nemen we geen oordelende houding aan maar trachten we respectvol en nauwgezet de stem en woorden van alle betrokkenen een plaats te geven.

Het vermoorden van een kind is ontoelaatbaar. Er zijn lessen te leren en initiatieven te nemen om ouders die op de rand van een drama staan voldoende te sturen, steunen en stimuleren om andere wegen te kiezen dan het doden van een eigen kind. Het rapport wil een aanzet zijn naar verdere preventieve initiatieven in het omgaan met verregaande verontrusting ten aanzien van en in gezinnen.

Rapport ‘After care guarantee’

Op 14 maart 2016 organiseerde Jongerenwelzijn het internationaal congres ‘After care guarantee’. Dat congres was een initiatief binnen het Europees project ‘Accelerate to independence: After Care Guarantee in Youth Care via personal budget’. Het project beoogt om best practices te delen en de EU-lidstaten te sensibiliseren over het belang van een degelijk ‘after care’ beleid, om zo te komen tot beleidsaanbevelingen. Tijdens het congres werd het bijhorende onderzoeksrapport voorgesteld. Meer weten? Lees het volledige bericht.

Op weg naar zelfstandig wonen: een vergelijkende studie tussen CBAW-diensten en BZW-diensten

Om te komen tot een betere afstemming tussen het aanbod Contextbegeleiding in functie van Autonoom Wonen (CBAW) erkend binnen Jongerenwelzijn en het aanbod Begeleid Zelfstandig Wonen (BZW) erkend binnen het Algemeen Welzijnswerk, werd in 2014-2015 een onderzoek gedaan door het Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Na een grondige vergelijking tussen beide aanbodsvormen naar kenmerken van instromers, vorm en inhoud van de begeleiding en naar werkzame factoren vanuit het perspectief van de jongere, stellen de onderzoekers drie beleidssporen voor om te komen tot betere afstemming. De resultaten kan u lezen in het rapport. Kort samengevat:

  • Piste 1: situatie grotendeels behouden maar inspelend op de vraag van de jongere om de maximumleeftijd van de CBAW-diensten te verhogen.
  • Piste 2: CBAW-diensten onderbrengen bij de CAW (meest radicale piste die door CBAW-diensten en de stuurgroep minste steun kende).
  • Piste 3: huidige situatie behouden mits versterking van de brug tussen beide sectoren. Op de stuurgroep van het project werd ook nog een 4de piste geschetst –in lijn met de 3de piste: jongeren onder 18 jaar stromen in in een CBAW-module omwille van hun voortraject in de jeugdhulp en indien het niet gaat om een kortdurende begeleiding, wordt met een snelle opstart van co-begeleiding met en een warme overdracht naar het CAW gerealiseerd omwille van hun expertise met gezinnen en volwassenenhulpverlening.

Actieplan voor een betere bescherming van slachtoffers van tienerpooiers

Jongerenwelzijn werkt dit jaar enkele nieuwe initiatieven uit voor de opvang van slachtoffers van tienerpooiers, dit volgens de aanbeveling van het rapport van Child Focus. Er komt een nieuwe en extra leefgroep in de gemeenschapsinstelling De Zande in Beernem, met een aangepast hulpprogramma. Daarnaast wordt de private sector ingeschakeld voor specifieke trajecten op maat. In eerste instantie worden daarvoor 15 plaatsen omgebouwd. Op jaarbasis zullen zo’n 60 slachtoffers opgevangen worden. Meer details kan u vinden in het persbericht.

Netwerkonderzoek en familienetwerkberaad in pleegzorg

Methodieken in het kader van krachtgericht werken zijn ook relevant in het kader van uithuisplaatsing en/of pleegzorg. Vanuit de provinciale pleegzorgdienst Limburg werd op basis van praktijkervaringen in kaart gebracht wat methodieken inzake netwerkonderzoek of -strategieën kunnen betekenen voor pleegzorg. Meer bepaald werd de vraag gesteld of deze methodieken ertoe kunnen bijdragen dat pleegzorgmogelijkheden worden uitgebreid en wat de voordelen ervan zijn bij de verdere matching en begeleiding van pleeggezinnen. Meer informatie is te lezen in het rapport ‘Netwerkonderzoek en familienetwerkberaad in pleegzorg’.

Een vergelijking tussen methoden van krachtgericht werken, ingezet in de Integrale Jeugdhulp

Vermaatschappelijking van de zorg is een speerpunt in het beleid van de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. De laatste jaren wordt in de jeugdhulpverlening steeds vaker ingezoomd op krachtgerichte methodieken. Op basis van contextgerichte interventies werkt men aan de versterking van een ondersteunend netwerk en aan autonomieverhoging van jongeren en hun context.

Dit onderzoek, in opdracht van het departement WVG en uitgevoerd door de Karel de Grote Hogeschool, biedt een oplijsting en vergelijking van krachtgerichte methoden die ingezet worden in voorzieningen voor minderjarigen en jongvolwassenen.

Evaluatie van de Ondersteuningsteams Allochtonen (OTA’s) in de Bijzondere Jeugdbijstand

Tussen juni en oktober 2012 voerde de onderzoekslijn Jeugdcriminologie binnen het Leuvens Instituut voor Criminologie van de KU Leuven en het departement Klinische en levenslooppsychologie van de VUB een onderzoek uit naar de Ondersteuningsteams Allochtonen (OTA). Het onderzoek peilde naar de mate waarin de doelstellingen zijn verwezenlijkt, naar de plaats van de OTA binnen de bijzondere jeugdbijstand en naar de toekomst van de OTA in het licht van de integrale jeugdhulp. In oktober 2012 verscheen het onderzoeksrapport ‘Evaluatie van de Ondersteuningsteams Allochtonen (OTA’s) in de Bijzondere Jeugdbijstand’.

Onderzoeksnota HERGO

Eind 2012 is een onderzoeksnota HERGO gepubliceerd. Dat brengt de knelpunten en hinderpalen in de huidige (doorverwijzings)praktijk in kaart en maakt deze bespreekbaar. De nota bestaat uit twee luiken. Het eerste luik maakt een analyse van alle HERGO-dossiers tussen 1 januari 2007 en 31 december 2010 om zicht te krijgen op de feitelijke praktijk in Vlaanderen. Het tweede luik vormt een neerslag van gesprekken met diverse actoren die een rol spelen binnen de praktijk van HERGO, meer bepaald jeugdrechters, parketmagistraten, advocatuur, consulenten en parketcriminologen.

Lees verder

Onderzoek naar de beslissingen van jeugdrechters en jeugdrechtbanken ten aanzien van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd

Het Nationaal Instituut voor Criminologie en Criminalistiek (NICC) maakt de resultaten bekend van een onderzoek naar de beslissingen van jeugdrechters en jeugdrechtbanken ten aanzien van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd. Hiervan is ook een samenvatting geschreven. Jongerenwelzijn formuleert een aantal concrete actiepunten als antwoord. Zo wil het agentschap – in nauwe dialoog met de jeugdmagistratuur – komen tot nieuwe antwoorden op jeugddelinquentie, zoals het herstelgericht aanbod en het contextgericht en flexibel samenwerken op het terrein. Ook de evolutie naar integrale jeugdhulp zou de samenwerking tussen sectoren en magistratuur kunnen versterken.

Onderzoek naar werkzame factoren en methodieken in residentiële voorzieningen

Het onderzoek rond werkzame factoren in residentiele werkvormen wordt uitgevoerd door het Steunpunt Jeugdhulp in opdracht van het Expertiseplatform Jeugdzorg en heeft een looptijd van zes maanden.

Op 23 oktober 2012 organiseerde het Expertiseplatform Jeugdzorg de studiedag ‘Efficiëntie en effectiviteit in de bijzondere jeugdzorg: bruggen bouwen tussen wetenschap, praktijk, gebruikers en overheid’. Daarbij werden de (tussentijdse) resultaten voorgesteld van de onderzoeken naar werkzame factoren en methodieken in het omgaan met agressie, naar kortdurende thuisbegeleiding en naar werkzame factoren en methodieken in de residentiële voorzieningen.

Beschrijvend onderzoek naar kortdurende thuisbegeleiding

In juli 2013 is een rapport gepubliceerd met de resultaten van een beschrijvend onderzoek naar kortdurende thuisbegeleiding. Dat onderzoek is uitgevoerd door de Vrije Universiteit Brussel in opdracht van het Expertiseplatform Jeugdzorg, in navolging van een overeenkomst met Jongerenwelzijn rond de onderzoeksopdracht ‘Beschrijvend en praktijkgericht effectonderzoek van het traject inzake de kortdurende thuisbegeleiding binnen de Bijzondere Jeugdbijstand’. De doelstelling van het beschrijvend onderzoek was het in kaart brengen van de variëteit aan methodieken binnen de kortdurende thuisbegeleiding, met bijzondere aandacht voor de omschrijving van de doelgroep, het doel van de interventie, de aanpak en de randvoorwaarden voor de uitvoering en eventuele knelpunten bij het implementeren van methodieken. Het onderzoek omvat ook nog een tweede luik: een praktijkgericht effectonderzoek. De resultaten van dat onderzoek worden in het voorjaar van 2014 verwacht.

Onderzoeksrapport agressiepraktijken

In opdracht van het Expertiseplatform Jeugdzorg loopt een onderzoek naar werkzame methodieken binnen de bijzondere jeugdbijstand ter continuering van de hulpverlening die door agressie bedreigd wordt. Op 31 mei 2012 zijn de resultaten van het onderzoek voorgesteld op een studiedag in Brussel. De resultaten van het onderzoek zijn te lezen in het eindrapport, waarin tevens heel wat inspiratie te vinden is voor de uitwerking van een agressiebeleid en voor het toepassen van methodieken.

BINC-rapport 2012

Op 19 maart vindt een BINC-dag plaats met een stand van zaken en een kritische reflectie over het nut van cijfers. Daarbij is het BINC-rapport voorgesteld dat een evaluatie maakt van één jaar registratie in BINC en een beeld van de toekomst schetst. De grote lijnen vinden hun neerslag in een presentatie.

HCA-rapport: de schade hersteld?

Het onderzoeksrapport ‘De schade hersteld?’ focust op de herstelbemiddeling bij jeugdige delinquenten in Vlaanderen. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het departement WVG, in samenwerking met Jongerenwelzijn. Het rapport brengt in kaart hoe herstelbemiddeling in de praktijk verloopt en wat de opbrengsten ervan zijn. Ook is gekeken naar de tevredenheid van de betrokken slachtoffers en verdachten over het herstelbemiddelingstraject. De brochure Vlot Bekeken geeft een korte samenvatting.

Evaluatie flexibele norm

Midden 2010 is het eindrapport over de evaluatie van de flexibele norm voorgesteld. Het ministeriële besluit ter zake stelt dat in begeleidings- of gezinstehuizen afwezigheden met overnachting bij ouders, opvoedingsverantwoordelijken of personen uit de leefomgeving tot 50% van het totaal aantal gerealiseerde begeleidingsdagen van de voorziening op jaarbasis, gelijk kunnen worden gesteld aan aanwezigheidsdagen. Daardoor kunnen meer flexibele trajecten voor jongeren worden georganiseerd, waarbij ouders, familie en het ruimere sociale netwerk van de minderjarige maximaal in de begeleiding worden betrokken, zonder negatieve financiële gevolgen voor de voorziening.

Kenniscentrum KEKI

Het Kenniscentrum Kinderrechten vzw (KeKi) wil de wetenschappelijke kennis over de rechten van het kind samenbrengen, toegankelijk maken, verspreiden en stimuleren. KeKi wordt gedragen door een interuniversitair platform van onderzoekers verbonden aan Universiteit Antwerpen, Vrije Universiteit Brussel, Universiteit Gent, Hogeschool Gent en KU Leuven.

Kenniscentrum WVG

Het Kenniscentrum Welzijn, Volksgezondheid en Gezin levert inhoudelijke ondersteuning bij de beleidsvoorbereiding en beheersmonitoring van het beleidsdomein.

Onderzoek naar de doorstroom van jonge kinderen naar pleegzorg in Limburg

Naar aanleiding van de vaststelling dat de wachtlijst voor pleegzorg in Limburg korter was voor kinderen jonger dan zes jaar in vergelijking met de andere provincies, kreeg de Vrije Universiteit Brussel de opdracht om praktijkinitiatieven te onderzoeken die bijdragen tot de doorstroom van jonge kinderen naar pleegzorg in Limburg. Dat onderzoeksrapport toont aan welke factoren hier een rol spelen en formuleert aanbevelingen voor de praktijk.

Pleegouders versterken in opvoeden (PVO)

In 2009 dienden de dienst voor pleegzorg Opvang en de Vrije Universiteit Brussel een projectaanvraag in voor de ontwikkeling en implementatie van evidence-based trainingsprogramma’s voor pleegouders, Pleegouders Versterken in Opvoeden (PVO). Op 1 december 2009 werd een overeenkomst afgesloten tussen Jongerenwelzijn en de initiatiefnemers voor de realisatie van het project. Het project kende een looptijd tot eind 2013.

De aanleiding van het project was de vaststelling dat gedragsproblemen van pleegkinderen een belangrijke factor zijn voor het vroegtijdig beëindigen van een pleegzorgplaatsing (breakdown). Het project bestond uit de ontwikkeling van twee begeleidingsmethodieken voor de ondersteuning van pleegouders bij de opvang van pleegkinderen met externaliserende gedragsproblemen. Het doel is pleegouders te leren op een positieve manier met het probleemgedrag van hun kinderen om te gaan, waardoor er een afname is van gedragsproblemen bij de pleegkinderen en er een vermindering van gezinsbelasting en een verhoging van het effectief opvoedgedrag bij pleegouders optreedt. Uiteindelijk leidt dit dan tot minder breakdowns bij langdurige pleegzorg. Hiervoor werden twee in het buitenland effectief bevonden interventies vertaald naar de Vlaamse pleegzorgcontext, toegepast bij pleeggezinnen, getoetst op hun effectiviteit en geconsolideerd in trainingshandboeken die ter beschikking gesteld werden aan alle diensten voor pleegzorg.

Meer informatie over de methodieken, het onderzoek en de veelbelovende resultaten leest u in het onderzoeksrapport.

Onderzoek kortdurende thuisbegeleiding

Na vrijgave van het beschrijvende deel van het onderzoek naar kortdurende thuisbegeleiding, is nu ook het onderzoeksrapport voor het praktijkgericht effectonderzoek vrijgegeven. De doelstelling van het praktijkgericht effectonderzoek was een antwoord bieden op de effectiviteitsvraag: wordt met kortdurende thuisbegeleiding bereikt wat men wilde bereiken? Er vond een doorgedreven samenwerking plaats tussen onderzoekers en hulpverleners met als doel het werk van de voorzieningen te verbeteren en te legitimeren. Er vonden meerdere onderzoeksactiviteiten plaats, zoals focusgroepen, opleiding van hulpverleners in het gebruik van onderzoeksinstrumenten en hun uitkomst in het hulpverleningsproces, en een onderzoeksdesign met voor-, na- en follow-upmetingen. Er werden effecten geanalyseerd met betrekking tot de begeleiding, waarneembare veranderingen, doelrealisatie en cliënttevredenheid.