wegwijzer
lijst van veel gestelde vragen aan jo-lijn
Iedereen heeft recht op een vertrouwenspersoon. Wie komt er in aanmerking?
Soms wil je als jongere je hart luchten, of worstel je met vragen of moeilijkheden. Daarom heeft elke jongere die hulp ontvangt van Jongerenwelzijn (via een comité, een bemiddelings-commissie, de sociale dienst van de jeugdrechtbank, een voorziening of instelling) of van andere jeugdhulp, recht op bijstand van een vertrouwenspersoon. Een vertrouwenspersoon is niet zomaar iemand. Er zijn twee belangrijke vereisten. Enkel mensen die aan het beroepsgeheim gebonden zijn, mogen vertrouwenspersoon zijn. Dit betekent dat ze niemand iets vertellen van wat ze horen.
Bovendien mag een vertrouwenspersoon niets te maken hebben met de hulp die de jongere op dat moment krijgt. Ouders of huidige begeleiders kunnen dus geen vertrouwenspersoon zijn.
Voorbeelden van vertrouwenspersonen zijn hulpverleners (maatschappelijk assistenten, CLB-medewerkers, OCMW-medewerkers, personeelsleden van jeugdhulpvoorzieningen, straat-hoekwerkers, psychologen) huisartsen of advocaten. Maar ook een leerkracht mag optreden als vertrouwenspersoon.
Soms komt een jongere niet overeen met zijn of haar ouders: ze hebben andere plannen of andere wensen. In dat geval is een vertrouwenspersoon heel belangrijk. Als je er dan zelf geen hebt, zal je consulent er één voor je aanduiden.
In deze rubriek proberen we vaak gestelde vragen te beantwoorden. Maar omdat elke situatie anders is, zal het antwoord dat je hier vindt misschien te algemeen zijn. Dan kan je altijd contact opnemen met jo-lijn.
Je vindt ook meer in de volgende brochures:
JIJ en het comité voor Bijzondere Jeugdzorg(pdf-formaat 330kB)
JIJ en de jeugdrechtbank (pdf-formaat 389kB)
JIJ en de bemiddelingscommissie (pdf-formaat 185kB).