Portaalsite Vlaamse overheid > welzijn, volksgezondheid en gezin > beleid en regelgeving > JURIWEL:welzijns-  gezondheids- en gezinsregelgeving

U bekijkt momenteel de oude versie van Juriwel. Deze versie werd actueel gehouden tot 5 december 2008. De vernieuwde en actuele site vindt u op http://www.juriwel.be

| Home | Zoeken | Links | Contact

 

J U R I W E L

.Algemene Bepalingen

.Algemeen Welzijnswerk

.Armoedebestrijding

.Bestuurszaken

.Diversiteitsbeleid

.Gelijke Kansen

.Gezondheidszorg

.Inburgering

.Infrastructuursubsidies

.Integrale Jeugdhulp

.Jeugd- en Kinderrechten

.Jongerenwelzijn

.Kind en Gezin

.Kwaliteitszorg

.Lokaal Sociaal Beleid

.Ouderenzorg

.Personen met Handicap

.Samenlevingsopbouw

.Thuiszorg

.Vrijwilligerswerk

.Welzijn en Justitie

.Zorgverzekering
 


NIEUWSBRIEF

De actualiteit over
de regelgeving
in uw mailbox ?

 

Schrijf u in
op de nieuwsbrief


 

 

 

 


 Gezondheidszorg



.Algemeen Overzicht  regelgeving Gezondheidszorg             .Links

U bent hier : Gezondheidszorg > Preventieve Gezondheidszorg > Info

iva zorg en gezondheidToelichting bij het  besluit van de Vlaamse Regering van 14 november 2008 over Vlaamse werkgroepen binnen het preventieve gezondheidsbeleid. Het formaliseert de mogelijkheid om werkgroepen op te richten ter ondersteuning van de voorbereiding en/of uitvoering van het gezondheidsbeleid. Hun belangrijkste opdracht bestaat in de creatie van wetenschappelijk onderbouwde en gedragen beleidsaanbevelingen .

 

1. Bevoegdheid van de Vlaamse Regering

In artikel 15, 16 en 20 van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid, verder in deze nota het decreet te noemen, wordt de mogelijkheid vermeld om werkgroepen op te richten ter ondersteuning van de voorbereiding of ter uitvoering van dit gezondheidsbeleid.
In deze artikelen zijn algemene bepalingen opgenomen over het oprichten van werkgroepen, enerzijds in het kader van een gezondheidsconferentie, anderzijds in het kader van een welbepaald aspect van het preventieve gezondheidsbeleid.
Om uitvoerbaar te zijn, vergen deze artikelen concretisering.

 

2. Context

Het Agentschap Zorg en Gezondheid telt nu al een aantal werkgroepen en commissies die onder de noemer 'Vlaamse werkgroep' vallen, maar een grote variatie vertonen wat betreft opdracht, samenstelling, werking en financiering. Ook in de (nabije) toekomst is de oprichting van nieuwe werkgroepen gepland (bijvoorbeeld bij het organiseren van een gezondheidsconferentie).
Het is niet de bedoeling deze variatie in te perken. Wel kan stroomlijning van de mogelijke opdrachten van de Vlaamse werkgroepen en de wijze waarop ze worden samengesteld en vergoed de transparantie verhogen. Ook wordt in dit besluit de relatie van deze werkgroepen tot de Vlaamse Regering, de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, en het Agentschap Zorg en Gezondheid geregeld.

 

3. Doelstelling

Het decreet reikt een aantal concrete instrumenten aan om een integraal beleid te voeren met aandacht voor een facettenbeleid. Gerelateerd aan de inhoud van dit  besluit betreft het onder meer de partnerorganisaties, de organisaties met terreinwerking en werkgroepen.
In het decreet wordt namelijk de mogelijkheid voorzien om partnerorganisaties te erkennen, die onder meer als opdracht hebben netwerken van expertise op te zetten en deskundigen samen te brengen. Deze partnerorganisaties staan dan onder andere in voor het opvolgen van wetenschappelijke evidentie in binnen- en buitenland en voor het uitwerken van onderbouwde methodieken.
De Vlaamse overheid kan, ook op basis van het decreet, organisaties met terreinwerking erkennen, die sterk doelgroep- of sectorgericht zijn, voor het opzetten en uitvoeren van concrete beleidsacties. Organisaties met terreinwerking ontwikkelen hiervoor een specifieke kennis over en vertrouwdheid met de Vlaamse samenleving en met lokale omstandigheden. In Vlaanderen zijn al heel wat voorzieningen actief die de rol van partnerorganisaties en organisaties met terreinwerking vervullen. Voor partnerorganisaties en organisaties met terreinwerking is specifieke regelgeving in voorbereiding.

Voor bepaalde aspecten van het preventieve gezondheidsbeleid zijn geen partnerorganisaties of organisaties met terreinwerking nodig of beschikbaar, en is het toch relevant een beroep te kunnen doen op de deskundigheid beschikbaar in de sector. Daarnaast kan er ook, om uiteenlopende redenen, nood zijn aan het samenbrengen van verschillende voorzieningen waaronder partnerorganisaties en organisaties met terreinwerking, andere experts, terreindeskundigen en maatschappelijke groepen, met het oog op een goede afstemming van beleidsinitiatieven. De oprichting van een Vlaamse werkgroep kan het Vlaamse preventieve gezondheidsbeleid ondersteunen en zorgen voor afstemming waar de bestaande voorzieningen en instrumenten niet volstaan.
In het decreet is daarom ook het oprichten van Vlaamse werkgroepen voorzien. Dit kan gebeuren enerzijds in het kader van een gezondheidsconferentie (cfr. artikel 15 en 16 van het decreet), en anderzijds met betrekking tot een welbepaald aspect van het preventieve gezondheidsbeleid buiten de context van een gezondheidsconferentie (cfr. artikel 20 van het decreet).
In dit besluit is er voor gekozen om het oprichten, het bepalen van de opdracht en aansturen van werkgroepen in het kader van het decreet te delegeren aan de minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid. Deze delegatie wordt, samen met een aantal basisregels voor het oprichten van Vlaamse werkgroepen (de samenstelling, de werking en de financiering), geregeld in dit besluit. Het besluit moet eenvormigheid en eenduidigheid garanderen, maar voldoende ruimte laten voor dynamisme en diversiteit. Dit is nodig omdat binnen het Vlaamse preventieve gezondheidsbeleid een beroep wordt gedaan op een brede waaier van permanente of tijdelijke werkgroepen waarin de vele vertegenwoordigers van het werkveld en andere deskundigen hun rol kunnen opnemen.

 

4. Strategische Adviesraad en Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin

Bij de uitvoering van de artikelen 15, 16 en 20 van het decreet, is rekening gehouden met het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van de Strategische Adviesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid en van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Er is vooral naar afstemming gezocht met bepalingen die handelen over werking en financiering.
De opdrachten van de SAR, waarover er een vermoeden van overlap kan zijn met de opdrachten van Vlaamse werkgroepen, zijn hoofdzakelijk gericht op 4 functies:
- beleidsgericht en reactief advies geven: bijvoorbeeld wanneer een problematiek nog onvoldoende duidelijk is, of wanneer de beleidsontwikkeling nood heeft aan duiding vanuit verschillend beleidsperspectief;
- proactief en anticiperend advies geven: adviseren over een thema dat nog niet wordt gevat door de beleidsdoelstellingen;
- klankbordfunctie: ter toetsing van onuitgewerkte ideeën;
- bemiddelende functie: als een beleidsproces om welke reden dan ook niet vordert, kan de Strategische Adviesraad met eigen analyses, met creatieve oplossingsrichtingen dat proces stimuleren vanuit een multidisciplinaire invalshoek.
De SAR spreekt zich uit over de hoofdlijnen van het Vlaamse beleid voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin in een fase die een beleidsbeslissing voorafgaat met aandacht voor de intersectorale aspecten van de zorg. De Vlaamse werkgroepen die worden gevat door dit besluit zijn, in uitvoering van het decreet betreffende het preventieve gezondheidsbeleid, specifiek gericht op het preventieve gezondheidsbeleid. Hun opdracht situeert zich in het tijdspad dat volgt op een beleidsbeslissing.
Een Vlaamse werkgroep is dus een specifiek instrument om de sectoren van de preventieve zorg nauw te betrekken bij de uitvoering van het preventieve gezondheidsbeleid, zoals het uitvoeren van actieplannen of preventieprogramma's en bij het organiseren van de gezondheidsconferenties. De expertise vanuit het veld die in deze Vlaamse werkgroepen zal worden aangewend, is heel divers en doorgaans sterk gespecialiseerd op het operationele niveau.
Zo zal de voorontwerpbeleidsnota van de minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, waarin onder meer wordt aangekondigd dat actieplannen, preventieprogramma's en gezondheidsconferenties die in de legislatuur worden georganiseerd, vooraf aan de SAR voor advies worden overgelegd. Zodra de minister in zijn beleidsbrief heeft aangekondigd dat actieplannen, preventieprogramma's (zoals een bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker) of een gezondheidsconferentie worden georganiseerd, doet hij desgevallend beroep op Vlaamse werkgroepen die worden opgericht krachtens dit besluit.
Het is ook belangrijk aan te stippen dat het decreet over de Strategische Adviesraden goedgekeurd is na het decreet betreffende het preventieve gezondheidsbeleid. Ter gelegenheid van de goedkeuring van het decreet over de Strategische Adviesraden werd het decreet betreffende het preventieve gezondheidsbeleid niet aangepast. Hieruit kan worden afgeleid dat de decreetgever niet de bedoeling had de rol van de werkgroepen in het kader van het preventieve gezondheidsbeleid, zoals geregeld in het decreet betreffende het preventieve gezondheidsbeleid, te laten overnemen door de SAR.

> meer info over het preventief gezondheidbeleid