


|
 |
U bent hier : Gezondheidszorg >
Preventieve Gezondheidszorg > Info
Toelichting
bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 november
2008 over Vlaamse
werkgroepen binnen het preventieve gezondheidsbeleid. Het formaliseert
de mogelijkheid om werkgroepen op te richten ter ondersteuning van de
voorbereiding en/of uitvoering van het gezondheidsbeleid. Hun
belangrijkste opdracht bestaat in de creatie van wetenschappelijk
onderbouwde en gedragen beleidsaanbevelingen .
1. Bevoegdheid van de Vlaamse Regering
In artikel 15, 16 en 20 van het decreet van 21 november 2003
betreffende het preventieve gezondheidsbeleid, verder in deze nota het
decreet te noemen, wordt de mogelijkheid vermeld om werkgroepen op te
richten ter ondersteuning van de voorbereiding of ter uitvoering van dit
gezondheidsbeleid.
In deze artikelen zijn algemene bepalingen opgenomen over het oprichten
van werkgroepen, enerzijds in het kader van een gezondheidsconferentie,
anderzijds in het kader van een welbepaald aspect van het preventieve
gezondheidsbeleid.
Om uitvoerbaar te zijn, vergen deze artikelen concretisering.
2. Context
Het Agentschap Zorg en Gezondheid telt nu al een aantal werkgroepen
en commissies die onder de noemer 'Vlaamse werkgroep' vallen, maar een
grote variatie vertonen wat betreft opdracht, samenstelling, werking en
financiering. Ook in de (nabije) toekomst is de oprichting van nieuwe
werkgroepen gepland (bijvoorbeeld bij het organiseren van een
gezondheidsconferentie).
Het is niet de bedoeling deze variatie in te perken. Wel kan
stroomlijning van de mogelijke opdrachten van de Vlaamse werkgroepen en
de wijze waarop ze worden samengesteld en vergoed de transparantie
verhogen. Ook wordt in dit besluit de relatie van deze
werkgroepen tot de Vlaamse Regering, de Vlaamse minister, bevoegd voor
het gezondheidsbeleid, en het Agentschap Zorg en Gezondheid geregeld.
3. Doelstelling
Het decreet reikt een aantal concrete instrumenten aan om een
integraal beleid te voeren met aandacht voor een facettenbeleid.
Gerelateerd aan de inhoud van dit besluit betreft het
onder meer de partnerorganisaties, de organisaties met terreinwerking en
werkgroepen.
In het decreet wordt namelijk de mogelijkheid voorzien om
partnerorganisaties te erkennen, die onder meer als opdracht hebben
netwerken van expertise op te zetten en deskundigen samen te brengen.
Deze partnerorganisaties staan dan onder andere in voor het opvolgen van
wetenschappelijke evidentie in binnen- en buitenland en voor het
uitwerken van onderbouwde methodieken.
De Vlaamse overheid kan, ook op basis van het decreet, organisaties met
terreinwerking erkennen, die sterk doelgroep- of sectorgericht zijn,
voor het opzetten en uitvoeren van concrete beleidsacties. Organisaties
met terreinwerking ontwikkelen hiervoor een specifieke kennis over en
vertrouwdheid met de Vlaamse samenleving en met lokale omstandigheden.
In Vlaanderen zijn al heel wat voorzieningen actief die de rol van
partnerorganisaties en organisaties met terreinwerking vervullen. Voor
partnerorganisaties en organisaties met terreinwerking is specifieke
regelgeving in voorbereiding.
Voor bepaalde aspecten van het preventieve gezondheidsbeleid zijn
geen partnerorganisaties of organisaties met terreinwerking nodig of
beschikbaar, en is het toch relevant een beroep te kunnen doen op de
deskundigheid beschikbaar in de sector. Daarnaast kan er ook, om
uiteenlopende redenen, nood zijn aan het samenbrengen van verschillende
voorzieningen waaronder partnerorganisaties en organisaties met
terreinwerking, andere experts, terreindeskundigen en maatschappelijke
groepen, met het oog op een goede afstemming van beleidsinitiatieven. De
oprichting van een Vlaamse werkgroep kan het Vlaamse preventieve
gezondheidsbeleid ondersteunen en zorgen voor afstemming waar de
bestaande voorzieningen en instrumenten niet volstaan.
In het decreet is daarom ook het oprichten van Vlaamse werkgroepen
voorzien. Dit kan gebeuren enerzijds in het kader van een
gezondheidsconferentie (cfr. artikel 15 en 16 van het decreet), en
anderzijds met betrekking tot een welbepaald aspect van het preventieve
gezondheidsbeleid buiten de context van een gezondheidsconferentie (cfr.
artikel 20 van het decreet).
In dit besluit is er voor gekozen om het oprichten, het bepalen van de
opdracht en aansturen van werkgroepen in het kader van het decreet te
delegeren aan de minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid. Deze
delegatie wordt, samen met een aantal basisregels voor het oprichten van
Vlaamse werkgroepen (de samenstelling, de werking en de financiering),
geregeld in dit besluit. Het besluit moet
eenvormigheid en eenduidigheid garanderen, maar voldoende ruimte laten
voor dynamisme en diversiteit. Dit is nodig omdat binnen het Vlaamse
preventieve gezondheidsbeleid een beroep wordt gedaan op een brede
waaier van permanente of tijdelijke werkgroepen waarin de vele
vertegenwoordigers van het werkveld en andere deskundigen hun rol kunnen
opnemen.
4. Strategische Adviesraad en Adviescommissie voor Voorzieningen van
Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
Bij de uitvoering van de artikelen 15, 16 en 20 van het decreet, is
rekening gehouden met het decreet van 7 december 2007 houdende de
oprichting van de Strategische Adviesraad voor het Vlaamse Welzijns-,
Gezondheids- en Gezinsbeleid en van een Adviescommissie voor
Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Er is vooral naar
afstemming gezocht met bepalingen die handelen over werking en
financiering.
De opdrachten van de SAR, waarover er een vermoeden van overlap kan zijn
met de opdrachten van Vlaamse werkgroepen, zijn hoofdzakelijk gericht op
4 functies:
- beleidsgericht en reactief advies geven: bijvoorbeeld wanneer een
problematiek nog onvoldoende duidelijk is, of wanneer de
beleidsontwikkeling nood heeft aan duiding vanuit verschillend
beleidsperspectief;
- proactief en anticiperend advies geven: adviseren over een thema dat
nog niet wordt gevat door de beleidsdoelstellingen;
- klankbordfunctie: ter toetsing van onuitgewerkte ideeën;
- bemiddelende functie: als een beleidsproces om welke reden dan ook
niet vordert, kan de Strategische Adviesraad met eigen analyses, met
creatieve oplossingsrichtingen dat proces stimuleren vanuit een
multidisciplinaire invalshoek.
De SAR spreekt zich uit over de hoofdlijnen van het Vlaamse beleid voor
Welzijn, Volksgezondheid en Gezin in een fase die een beleidsbeslissing
voorafgaat met aandacht voor de intersectorale aspecten van de zorg. De
Vlaamse werkgroepen die worden gevat door dit besluit zijn,
in uitvoering van het decreet betreffende het preventieve
gezondheidsbeleid, specifiek gericht op het preventieve
gezondheidsbeleid. Hun opdracht situeert zich in het tijdspad dat volgt
op een beleidsbeslissing.
Een Vlaamse werkgroep is dus een specifiek instrument om de sectoren van
de preventieve zorg nauw te betrekken bij de uitvoering van het
preventieve gezondheidsbeleid, zoals het uitvoeren van actieplannen of
preventieprogramma's en bij het organiseren van de
gezondheidsconferenties. De expertise vanuit het veld die in deze
Vlaamse werkgroepen zal worden aangewend, is heel divers en doorgaans
sterk gespecialiseerd op het operationele niveau.
Zo zal de voorontwerpbeleidsnota van de minister, bevoegd voor het
gezondheidsbeleid, waarin onder meer wordt aangekondigd dat
actieplannen, preventieprogramma's en gezondheidsconferenties die in de
legislatuur worden georganiseerd, vooraf aan de SAR voor advies worden
overgelegd. Zodra de minister in zijn beleidsbrief heeft aangekondigd
dat actieplannen, preventieprogramma's (zoals een bevolkingsonderzoek
naar baarmoederhalskanker) of een gezondheidsconferentie worden
georganiseerd, doet hij desgevallend beroep op Vlaamse werkgroepen die
worden opgericht krachtens dit besluit.
Het is ook belangrijk aan te stippen dat het decreet over de
Strategische Adviesraden goedgekeurd is na het decreet betreffende het
preventieve gezondheidsbeleid. Ter gelegenheid van de goedkeuring van
het decreet over de Strategische Adviesraden werd het decreet
betreffende het preventieve gezondheidsbeleid niet aangepast. Hieruit
kan worden afgeleid dat de decreetgever niet de bedoeling had de rol van
de werkgroepen in het kader van het preventieve gezondheidsbeleid, zoals
geregeld in het decreet betreffende het preventieve gezondheidsbeleid,
te laten overnemen door de SAR.
> meer info
over het preventief gezondheidbeleid
|