Portaalsite Vlaamse overheid > welzijn, volksgezondheid en gezin > beleid en regelgeving > JURIWEL:welzijns-  gezondheids- en gezinsregelgeving

U bekijkt momenteel de oude versie van Juriwel. Deze versie werd actueel gehouden tot 5 december 2008. De vernieuwde en actuele site vindt u op http://www.juriwel.be

| Home | Zoeken | Links | Contact

 

> Overzicht  Gezondheidszorg > Preventieve Gezondheidszorg > Basisregelgeving

Vorige paginaEerste pagina Volgende pagina

Decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid (B.S. 3.II.2004)

TITEL III. - Organisatie

HOOFDSTUK I. - Gezondheidsconferentie
HOOFDSTUK II. - Vlaamse gezondheidsdoelstellingen
HOOFDSTUK III. - Ondersteunende werkgroepen
HOOFDSTUK IV. - Partnerorganisaties
HOOFDSTUK V. - Organisaties met terreinwerking
HOOFDSTUK VI. - Individuele zorgaanbieders
HOOFDSTUK VII. - Andere besturen
HOOFDSTUK VIII. - Logo's
HOOFDSTUK IX. - Bevolkingsonderzoek
HOOFDSTUK X. - Gegevensuitwisseling
HOOFDSTUK XI. - Collectieve gezondheidsovereenkomst

HOOFDSTUK I. - Gezondheidsconferentie

Art. 13.
§ 1. Voor de ontwikkeling van een voorstel van een nieuwe of te herziene Vlaamse gezondheidsdoelstelling roept de Vlaamse regering een gezondheidsconferentie samen.
§ 2. De Vlaamse regering kan ook een gezondheidsconferentie samenroepen en belasten met andere dan de in § 1 bedoelde opdrachten. Deze opdrachten hebben betrekking op het preventieve gezondheidsbeleid.
Art. 14. § 1. Elke gezondheidsconferentie wordt samengesteld door de Vlaamse regering.
§ 2. Een gezondheidsconferentie bestaat onder meer uit vertegenwoordigers van de Vlaamse regering, uit inhoudelijke deskundigen, uit vertegenwoordigers van de doelgroepen en uit vertegenwoordigers van de Logo's. Vertegenwoordigers van partnerorganisaties, organisaties met terreinwerking, individuele zorgaanbieders en instanties die gestalte kunnen geven aan het facettenbeleid kunnen deel uitmaken van een gezondheidsconferentie in functie van hun betrokkenheid bij het onderwerp en op basis van hun competenties.

Art. 15.
Ter voorbereiding van een gezondheidsconferentie en voor de verdere uitwerking van de voorstellen of conclusies van een gezondheidsconferentie kan de Vlaamse regering werkgroepen oprichten.

Art. 16.
De Vlaamse regering bepaalt de werkingsmodaliteiten en de eventuele financiering voor de ondersteuning van de gezondheidsconferenties en de werkgroepen, bedoeld in artikel 15.

Art. 17.
§ 1. De gezondheidsconferentie, bedoeld in artikel 13, § 1, formuleert een voorstel van een nieuwe of te herziene Vlaamse gezondheidsdoelstelling. Dit voorstel bevat :
a) de formulering van de Vlaamse gezondheidsdoelstelling zelf;
b) de nodig geachte preventiestrategieėn om de voorgestelde Vlaamse gezondheidsdoelstelling te kunnen realiseren binnen de gestelde termijn en op een zo doelmatig mogelijke wijze;
c) een onderbouwde simulatie van de voor b) nodig geachte middelen, rekening houdend met de al ter beschikking gestelde middelen.
§ 2. De voorstellen van nieuwe of te herziene Vlaamse gezondheidsdoelstellingen, bedoeld in artikel 13, § 1, en de conclusies van de gezondheidsconferentie, bedoeld in artikel 13, § 2, worden voor advies voorgelegd aan de Vlaamse Gezondheidsraad.

HOOFDSTUK II. - Vlaamse gezondheidsdoelstellingen

Art. 18.
§ 1. De voorstellen van nieuwe of te herziene Vlaamse gezondheidsdoelstellingen worden, na advies door de Vlaamse Gezondheidsraad, voorgelegd aan de Vlaamse regering.
§ 2. De door de Vlaamse regering aanvaarde voorstellen van nieuwe of te herziene Vlaamse gezondheidsdoelstellingen worden ter goedkeuring voorgelegd aan het Vlaams Parlement.

Art. 19.
§ 1. Alle organisaties die gesubsidieerd worden door de Vlaamse regering voor taken van preventieve gezondheidszorg, zijn ertoe gehouden hun medewerking te verlenen aan de realisatie van de Vlaamse gezondheidsdoelstellingen.
§ 2. De Vlaamse regering kan instanties die gestalte kunnen geven aan het facettenbeleid betrekken bij de realisatie van de Vlaamse gezondheidsdoelstellingen.

HOOFDSTUK III. - Ondersteunende werkgroepen

Art. 20.
§ 1. De Vlaamse regering kan ondersteunende werkgroepen oprichten buiten het kader van een gezondheidsconferentie. De taak van een ondersteunende werkgroep heeft betrekking op een welbepaald aspect van het preventieve gezondheidsbeleid.
§ 2. De Vlaamse regering bepaalt desgevallend de samenstelling, de werkingsmodaliteiten en de eventuele financiering van deze werkgroepen.

HOOFDSTUK IV. - Partnerorganisaties

Art. 21.
§ 1. De Vlaamse regering kan in het kader van haar beleid inzake preventieve gezondheidszorg partnerorganisaties erkennen.
§ 2. De Vlaamse regering bepaalt de erkenningsvoorwaarden, de regels inzake de duur van de erkenning en de regels inzake schorsing en intrekking van erkenning.
§ 3. Enkel een erkende partnerorganisatie waarmee de Vlaamse regering een beheersovereenkomst sluit, komt in aanmerking voor subsidiėring. Deze beheersovereenkomst geldt voor minimaal drie en voor maximaal vijf jaar en omvat minstens :
1° het beleidsplan voor de duurtijd van de beheersovereenkomst dat minstens de volgende gegevens bevat :
a) de resultaatgebieden voor de uitvoering van de beheersovereenkomst;
b) de indicatoren met betrekking tot de resultaatgebieden om onder meer de uitvoering van de beheersovereenkomst te kunnen evalueren;
2° de financieringsvoorwaarden en -modaliteiten, waaronder de bepaling van de subsidie-enveloppe en de mate waarin die ingevolge indexering en weddendrift evolueert.
§ 4. § 1 tot en met § 3, zijn niet van toepassing op de Vlaamse openbare instelling Kind en Gezin die van rechtswege erkend is als partnerorganisatie.
§ 5. Organisaties met een erkenning als partnerorganisatie worden niet uitgesloten van een erkenning en/of subsidiėring als organisatie met terreinwerking.

Art. 22.
De partnerorganisaties bieden minstens ondersteuning aan de organisaties met terreinwerking en aan de Logo's, indien zij omwille van hun inhoudelijke deskundigheid of hun vermogen inzake het aanleveren van gegevens hiertoe een bijdrage kunnen leveren.

HOOFDSTUK V. - Organisaties met terreinwerking

Art. 23.
§ 1. De Vlaamse regering kan in het kader van haar beleid inzake preventieve gezondheidszorg organisaties met terreinwerking erkennen en/of subsidiėren.
§ 2. De Vlaamse regering bepaalt desgevallend de erkenningsvoorwaarden, de regels inzake de duur van de erkenning en de regels inzake schorsing en intrekking van erkenning.
§ 3. Enkel een organisatie met terreinwerking waarmee de Vlaamse regering een beheersovereenkomst sluit, komt in aanmerking voor subsidiėring. Deze beheersovereenkomst geldt voor maximaal vijf jaar en omvat minstens :
1° het beleidsplan voor de duurtijd van de beheersovereenkomst dat minstens de volgende gegevens bevat :
a) de resultaatgebieden voor de uitvoering van de beheersovereenkomst;
b) de indicatoren met betrekking tot de resultaatgebieden om onder meer de uitvoering van de beheersovereenkomst te kunnen evalueren;
2° de financieringsvoorwaarden en -modaliteiten, waaronder de bepaling van de subsidie-enveloppe en de mate waarin die ingevolge indexering en weddendrift evolueert.
§ 4. § 1 tot en met § 3, zijn niet van toepassing op de Centra voor Leerlingenbegeleiding, de Consultatiebureaus voor het Jonge Kind en de Preventieve Zorgcentra die van rechtswege erkend zijn als organisaties met terreinwerking.
§ 5. Organisaties met een erkenning en/of subsidiėring als organisatie met terreinwerking worden niet uitgesloten van een erkenning als partnerorganisatie.
Art. 24. Organisaties met terreinwerking doen, wanneer zij voor bepaalde opdrachten of delen van opdrachten ondersteuning nodig hebben, een beroep op het aanbod van de partnerorganisaties die omwille van hun inhoudelijke deskundigheid of hun vermogen inzake het aanleveren van gegevens de gevraagde ondersteuning kunnen geven.

HOOFDSTUK VI. - Individuele zorgaanbieders

Art. 25.
De Vlaamse regering kan individuele zorgaanbieders belasten met of betrekken bij opdrachten inzake preventieve gezondheidszorg.
Hiertoe kan de Vlaamse regering nadere bepalingen uitwerken.
Art. 26. § 1. De Vlaamse regering kan in het kader van opdrachten inzake preventieve gezondheidszorg individuele zorgaanbieders erkennen en/of subsidiėren.
§ 2. De Vlaamse regering bepaalt desgevallend de erkenningsvoorwaarden, de regels inzake de duur van de erkenning, de regels inzake schorsing en intrekking van erkenning en de subsidiėringsvoorwaarden.

HOOFDSTUK VII. - Andere besturen

Art. 27.
§ 1. De Vlaamse regering maakt afspraken met andere betrokken besturen, namelijk :
1° de gemeentelijke overheden of hun vertegenwoordigers;
2° de provinciale overheden of hun vertegenwoordigers;
3° de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad.
§ 2. De afspraken met andere betrokken besturen hebben betrekking op :
1° de mogelijke samenwerking rond en/of de mogelijke delegatie van bepaalde opdrachten en verantwoordelijkheden met het oog op het ten uitvoer brengen van de initiatieven, bedoeld in artikel 5;
2° de mogelijke coördinatie van het facettenbeleid op het niveau van de in § 1 bedoelde besturen;
3° de mogelijke ondersteuning van de Logo's.

HOOFDSTUK VIII. - Logo's

Art. 28.
§ 1. De Vlaamse regering belast de Logo's met opdrachten inzake het preventieve gezondheidsbeleid.
Hiertoe erkent en subsidieert de Vlaamse regering de Logo's.
§ 2. De Vlaamse regering bepaalt de erkenningsvoorwaarden, de regels inzake de duur van de erkenning, de regels inzake schorsing en intrekking van erkenning.
§ 3. De Vlaamse regering bepaalt de subsidie en werkt nadere regels uit aangaande de wijze van subsidiėring.

Art. 29.
Ieder Logo heeft een eigen werkgebied dat een geografisch aaneengesloten gebied vormt. Die werkgebieden worden bepaald door de Vlaamse regering.
Alle Logo's samen bestrijken het grondgebied van het Vlaamse Gewest en van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, en dit zonder overlappingen.

Art. 30.
§ 1. Tot de opdrachten van de Logo's behoort minstens het nastreven van de realisatie van de Vlaamse gezondheidsdoelstellingen binnen hun werkgebied.
§ 2. Tot de opdrachten van de Logo's behoort ook het vervullen van andere, nader te bepalen, taken inzake het preventieve gezondheidsbeleid in opdracht van de Vlaamse regering.
§ 3. Een Logo kan, binnen haar werkgebied, ook andere initiatieven nemen inzake het preventieve gezondheidsbeleid.
Het Logo zorgt ervoor dat deze initiatieven de realisatie van de in § 1 en § 2 bedoelde opdrachten niet in het gedrang brengen en niet in strijd zijn met de initiatieven en richtlijnen van de Vlaamse regering.
§ 4. Een Logo doet een beroep op het aanbod van de partnerorganisaties en de organisaties met terreinwerking, die omwille van hun inhoudelijke deskundigheid of hun vermogen inzake het aanleveren van gegevens de gevraagde ondersteuning kunnen geven, wanneer ze, voor bepaalde opdrachten of delen van opdrachten, ondersteuning nodig heeft.

HOOFDSTUK IX. - Bevolkingsonderzoek

Art. 31.
§ 1. De Vlaamse regering kan initiatieven nemen om te komen tot programmatische bevolkingsonderzoeken. Deze onderzoeken betreffen georganiseerde opsporingsacties in het kader van ziektepreventie.
§ 2. Bevolkingsonderzoeken, in het kader van ziektepreventie, die niet in opdracht van de Vlaamse regering wordt uitgevoerd, vereisen een toestemming van de Vlaamse regering.
Een dergelijke toestemming kan door de Vlaamse regering verleend worden nadat minstens informatie wordt verschaft door de initiatiefnemers over :
1° het doel en de doelgroep van het bevolkingsonderzoek;
2° de wetenschappelijke basis voor het opzetten van het bevolkingsonderzoek;
3° de mogelijke schadelijke gevolgen van het gezondheidsonderzoek;
4° de periode waarin het bevolkingsonderzoek is gepland;
5° de beschrijving van het gezondheidsonderzoek en van de ruimten waarin het onderzoek verricht wordt;
6° de communicatie met de te onderzoeken en onderzochte personen over het gezondheidsonderzoek en het bevolkingsonderzoek;
7° een inschatting van de gezondheidseconomische effecten van het bevolkingsonderzoek;
8° de maatregelen die worden genomen voor de beveiliging van de verzamelde onderzoeksgegevens en voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de onderzochte personen.
§ 3. De Vlaamse regering kan aanvullende regels bepalen inzake het bevolkingsonderzoek.
§ 4. De toestemmingsvereiste, bedoeld in § 2, en de aanvullende regels, bedoeld in § 3, mogen geen afbreuk doen aan de diagnostische en therapeutische vrijheid van de beoefenaars van de gezondheidszorgberoepen in hun individuele relatie met de patiėnt die klachten of symptomen heeft. Deze diagnostische en therapeutische vrijheid geldt in de mate dat die door de federale wetgeving is gewaarborgd.

HOOFDSTUK X. - Gegevensuitwisseling

Art. 32.
§ 1. De continuļteit van de individuele preventieve zorg- en dienstverstrekking moet verzekerd worden, onder andere door de uitwisseling van gegevens die betrekking hebben op het zorgaanbod, tussen partnerorganisaties, organisaties met terreinwerking en individuele zorgaanbieders onderling. Deze gegevensuitwisseling is noodzakelijk voor de uitbouw en werking van een operationeel informatiesysteem.
§ 2. Logo's, partnerorganisaties, organisaties met terreinwerking en individuele zorgaanbieders moeten, enerzijds, onderling en, anderzijds, met de Vlaamse overheid gegevens uitwisselen die noodzakelijk zijn voor de uitbouw en werking van een epidemiologisch informatiesysteem om beleidsvoering zoveel mogelijk wetenschappelijk te onderbouwen.
§ 3. Met betrekking tot § 1 en § 2, bepaalt de Vlaamse regering, na advies van de Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer, nadere regels.

Art. 33.
§ 1. De Vlaamse regering kan, in het kader van de gegevensuitwisseling, bedoeld in artikel 32, de Logo's, de partnerorganisaties, de organisaties met terreinwerking en de individuele zorgaanbieders verplichten om voor hun eigen identificatie gebruik te maken van een identificatiecode, die respectievelijk het Logo, de partnerorganisatie, de organisatie met terreinwerking en de individuele zorgaanbieder op een eenvormige en unieke manier vereenzelvigt.
§ 2. Aan partnerorganisaties, organisaties met terreinwerking en individuele zorgaanbieders kan bovendien in het kader van de gegevensuitwisseling, bedoeld in artikel 32, en na advies van de Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer, een gelijkaardig systeem opgelegd worden voor de identificatie van de personen, bedoeld in artikel 9 tot en met 11.

Art. 34.
De gegevensuitwisseling, bedoeld in artikel 32 en 33, moet gebeuren in overeenstemming met de regelgeving aangaande de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

HOOFDSTUK XI. - Collectieve gezondheidsovereenkomst

Art. 35.
De Vlaamse regering kan een collectieve gezondheidsovereenkomst sluiten met partnerorganisaties, organisaties met terreinwerking of andere organisaties of instanties die een bijdrage kunnen leveren aan het preventieve gezondheidsbeleid.

Vorige paginaTop van paginaEerste pagina Volgende pagina