| ||||
> Overzicht Gezondheidszorg > Preventieve Gezondheidszorg > Basisregelgeving
HOOFDSTUK I. - Gezondheidsconferentie
HOOFDSTUK II. - Vlaamse gezondheidsdoelstellingen
HOOFDSTUK III. - Ondersteunende werkgroepen
HOOFDSTUK IV. - Partnerorganisaties
HOOFDSTUK V. - Organisaties met terreinwerking
HOOFDSTUK VI. - Individuele zorgaanbieders
HOOFDSTUK VII. - Andere besturen
HOOFDSTUK VIII. - Logo's
HOOFDSTUK IX. - Bevolkingsonderzoek
HOOFDSTUK X. - Gegevensuitwisseling
HOOFDSTUK XI. - Collectieve gezondheidsovereenkomst
HOOFDSTUK I. - Gezondheidsconferentie
Art. 13.
§ 1. Voor de ontwikkeling van een voorstel van een nieuwe of te herziene
Vlaamse gezondheidsdoelstelling roept de Vlaamse regering een
gezondheidsconferentie samen.
§ 2. De Vlaamse regering kan ook een gezondheidsconferentie samenroepen en
belasten met andere dan de in § 1 bedoelde opdrachten. Deze opdrachten hebben
betrekking op het preventieve gezondheidsbeleid.
Art. 14. § 1. Elke gezondheidsconferentie wordt samengesteld door de Vlaamse
regering.
§ 2. Een gezondheidsconferentie bestaat onder meer uit vertegenwoordigers van
de Vlaamse regering, uit inhoudelijke deskundigen, uit vertegenwoordigers van de
doelgroepen en uit vertegenwoordigers van de Logo's. Vertegenwoordigers van
partnerorganisaties, organisaties met terreinwerking, individuele zorgaanbieders
en instanties die gestalte kunnen geven aan het facettenbeleid kunnen deel
uitmaken van een gezondheidsconferentie in functie van hun betrokkenheid bij het
onderwerp en op basis van hun competenties.
Art. 15.
Ter voorbereiding van een gezondheidsconferentie en voor de verdere uitwerking
van de voorstellen of conclusies van een gezondheidsconferentie kan de Vlaamse
regering werkgroepen oprichten.
Art. 16.
De Vlaamse regering bepaalt de werkingsmodaliteiten en de eventuele financiering
voor de ondersteuning van de gezondheidsconferenties en de werkgroepen, bedoeld
in artikel 15.
Art. 17.
§ 1. De gezondheidsconferentie, bedoeld in artikel 13, § 1, formuleert een
voorstel van een nieuwe of te herziene Vlaamse gezondheidsdoelstelling. Dit
voorstel bevat :
a) de formulering van de Vlaamse gezondheidsdoelstelling zelf;
b) de nodig geachte preventiestrategieėn om de voorgestelde Vlaamse
gezondheidsdoelstelling te kunnen realiseren binnen de gestelde termijn en op
een zo doelmatig mogelijke wijze;
c) een onderbouwde simulatie van de voor b) nodig geachte middelen, rekening
houdend met de al ter beschikking gestelde middelen.
§ 2. De voorstellen van nieuwe of te herziene Vlaamse
gezondheidsdoelstellingen, bedoeld in artikel 13, § 1, en de conclusies van de
gezondheidsconferentie, bedoeld in artikel 13, § 2, worden voor advies
voorgelegd aan de Vlaamse Gezondheidsraad.
HOOFDSTUK II. - Vlaamse gezondheidsdoelstellingen
Art. 18.
§ 1. De voorstellen van nieuwe of te herziene Vlaamse gezondheidsdoelstellingen
worden, na advies door de Vlaamse Gezondheidsraad, voorgelegd aan de Vlaamse
regering.
§ 2. De door de Vlaamse regering aanvaarde voorstellen van nieuwe of te
herziene Vlaamse gezondheidsdoelstellingen worden ter goedkeuring voorgelegd aan
het Vlaams Parlement.
Art. 19.
§ 1. Alle organisaties die gesubsidieerd worden door de Vlaamse regering voor
taken van preventieve gezondheidszorg, zijn ertoe gehouden hun medewerking te
verlenen aan de realisatie van de Vlaamse gezondheidsdoelstellingen.
§ 2. De Vlaamse regering kan instanties die gestalte kunnen geven aan het
facettenbeleid betrekken bij de realisatie van de Vlaamse
gezondheidsdoelstellingen.
HOOFDSTUK III. - Ondersteunende werkgroepen
Art. 20.
§ 1. De Vlaamse regering kan ondersteunende werkgroepen oprichten buiten het
kader van een gezondheidsconferentie. De taak van een ondersteunende werkgroep
heeft betrekking op een welbepaald aspect van het preventieve gezondheidsbeleid.
§ 2. De Vlaamse regering bepaalt desgevallend de samenstelling, de
werkingsmodaliteiten en de eventuele financiering van deze werkgroepen.
HOOFDSTUK IV. - Partnerorganisaties
Art. 21.
§ 1. De Vlaamse regering kan in het kader van haar beleid inzake preventieve
gezondheidszorg partnerorganisaties erkennen.
§ 2. De Vlaamse regering bepaalt de erkenningsvoorwaarden, de regels inzake de
duur van de erkenning en de regels inzake schorsing en intrekking van erkenning.
§ 3. Enkel een erkende partnerorganisatie waarmee de Vlaamse regering een
beheersovereenkomst sluit, komt in aanmerking voor subsidiėring. Deze
beheersovereenkomst geldt voor minimaal drie en voor maximaal vijf jaar en omvat
minstens :
1° het beleidsplan voor de duurtijd van de beheersovereenkomst dat minstens de
volgende gegevens bevat :
a) de resultaatgebieden voor de uitvoering van de beheersovereenkomst;
b) de indicatoren met betrekking tot de resultaatgebieden om onder meer de
uitvoering van de beheersovereenkomst te kunnen evalueren;
2° de financieringsvoorwaarden en -modaliteiten, waaronder de bepaling van de
subsidie-enveloppe en de mate waarin die ingevolge indexering en weddendrift
evolueert.
§ 4. § 1 tot en met § 3, zijn niet van toepassing op de Vlaamse openbare
instelling Kind en Gezin die van rechtswege erkend is als partnerorganisatie.
§ 5. Organisaties met een erkenning als partnerorganisatie worden niet
uitgesloten van een erkenning en/of subsidiėring als organisatie met
terreinwerking.
Art. 22.
De partnerorganisaties bieden minstens ondersteuning aan de organisaties met
terreinwerking en aan de Logo's, indien zij omwille van hun inhoudelijke
deskundigheid of hun vermogen inzake het aanleveren van gegevens hiertoe een
bijdrage kunnen leveren.
HOOFDSTUK V. - Organisaties met terreinwerking
Art. 23.
§ 1. De Vlaamse regering kan in het kader van haar beleid inzake preventieve
gezondheidszorg organisaties met terreinwerking erkennen en/of subsidiėren.
§ 2. De Vlaamse regering bepaalt desgevallend de erkenningsvoorwaarden, de
regels inzake de duur van de erkenning en de regels inzake schorsing en
intrekking van erkenning.
§ 3. Enkel een organisatie met terreinwerking waarmee de Vlaamse regering een
beheersovereenkomst sluit, komt in aanmerking voor subsidiėring. Deze
beheersovereenkomst geldt voor maximaal vijf jaar en omvat minstens :
1° het beleidsplan voor de duurtijd van de beheersovereenkomst dat minstens de
volgende gegevens bevat :
a) de resultaatgebieden voor de uitvoering van de beheersovereenkomst;
b) de indicatoren met betrekking tot de resultaatgebieden om onder meer de
uitvoering van de beheersovereenkomst te kunnen evalueren;
2° de financieringsvoorwaarden en -modaliteiten, waaronder de bepaling van de
subsidie-enveloppe en de mate waarin die ingevolge indexering en weddendrift
evolueert.
§ 4. § 1 tot en met § 3, zijn niet van toepassing op de Centra voor
Leerlingenbegeleiding, de Consultatiebureaus voor het Jonge Kind en de
Preventieve Zorgcentra die van rechtswege erkend zijn als organisaties met
terreinwerking.
§ 5. Organisaties met een erkenning en/of subsidiėring als organisatie met
terreinwerking worden niet uitgesloten van een erkenning als partnerorganisatie.
Art. 24. Organisaties met terreinwerking doen, wanneer zij voor bepaalde
opdrachten of delen van opdrachten ondersteuning nodig hebben, een beroep op het
aanbod van de partnerorganisaties die omwille van hun inhoudelijke deskundigheid
of hun vermogen inzake het aanleveren van gegevens de gevraagde ondersteuning
kunnen geven.
HOOFDSTUK VI. - Individuele zorgaanbieders
Art. 25.
De Vlaamse regering kan individuele zorgaanbieders belasten met of betrekken bij
opdrachten inzake preventieve gezondheidszorg.
Hiertoe kan de Vlaamse regering nadere bepalingen uitwerken.
Art. 26. § 1. De Vlaamse regering kan in het kader van opdrachten inzake
preventieve gezondheidszorg individuele zorgaanbieders erkennen en/of
subsidiėren.
§ 2. De Vlaamse regering bepaalt desgevallend de erkenningsvoorwaarden, de
regels inzake de duur van de erkenning, de regels inzake schorsing en intrekking
van erkenning en de subsidiėringsvoorwaarden.
HOOFDSTUK VII. - Andere besturen
Art. 27.
§ 1. De Vlaamse regering maakt afspraken met andere betrokken besturen,
namelijk :
1° de gemeentelijke overheden of hun vertegenwoordigers;
2° de provinciale overheden of hun vertegenwoordigers;
3° de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor het tweetalig gebied
Brussel-Hoofdstad.
§ 2. De afspraken met andere betrokken besturen hebben betrekking op :
1° de mogelijke samenwerking rond en/of de mogelijke delegatie van bepaalde
opdrachten en verantwoordelijkheden met het oog op het ten uitvoer brengen van
de initiatieven, bedoeld in artikel 5;
2° de mogelijke coördinatie van het facettenbeleid op het niveau van de in §
1 bedoelde besturen;
3° de mogelijke ondersteuning van de Logo's.
Art. 28.
§ 1. De Vlaamse regering belast de Logo's met opdrachten inzake het preventieve
gezondheidsbeleid.
Hiertoe erkent en subsidieert de Vlaamse regering de Logo's.
§ 2. De Vlaamse regering bepaalt de erkenningsvoorwaarden, de regels inzake de
duur van de erkenning, de regels inzake schorsing en intrekking van erkenning.
§ 3. De Vlaamse regering bepaalt de subsidie en werkt nadere regels uit
aangaande de wijze van subsidiėring.
Art. 29.
Ieder Logo heeft een eigen werkgebied dat een geografisch aaneengesloten gebied
vormt. Die werkgebieden worden bepaald door de Vlaamse regering.
Alle Logo's samen bestrijken het grondgebied van het Vlaamse Gewest en van het
tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, en dit zonder overlappingen.
Art. 30.
§ 1. Tot de opdrachten van de Logo's behoort minstens het nastreven van de
realisatie van de Vlaamse gezondheidsdoelstellingen binnen hun werkgebied.
§ 2. Tot de opdrachten van de Logo's behoort ook het vervullen van andere,
nader te bepalen, taken inzake het preventieve gezondheidsbeleid in opdracht van
de Vlaamse regering.
§ 3. Een Logo kan, binnen haar werkgebied, ook andere initiatieven nemen inzake
het preventieve gezondheidsbeleid.
Het Logo zorgt ervoor dat deze initiatieven de realisatie van de in § 1 en § 2
bedoelde opdrachten niet in het gedrang brengen en niet in strijd zijn met de
initiatieven en richtlijnen van de Vlaamse regering.
§ 4. Een Logo doet een beroep op het aanbod van de partnerorganisaties en de
organisaties met terreinwerking, die omwille van hun inhoudelijke deskundigheid
of hun vermogen inzake het aanleveren van gegevens de gevraagde ondersteuning
kunnen geven, wanneer ze, voor bepaalde opdrachten of delen van opdrachten,
ondersteuning nodig heeft.
HOOFDSTUK IX. - Bevolkingsonderzoek
Art. 31.
§ 1. De Vlaamse regering kan initiatieven nemen om te komen tot programmatische
bevolkingsonderzoeken. Deze onderzoeken betreffen georganiseerde
opsporingsacties in het kader van ziektepreventie.
§ 2. Bevolkingsonderzoeken, in het kader van ziektepreventie, die niet in
opdracht van de Vlaamse regering wordt uitgevoerd, vereisen een toestemming van
de Vlaamse regering.
Een dergelijke toestemming kan door de Vlaamse regering verleend worden nadat
minstens informatie wordt verschaft door de initiatiefnemers over :
1° het doel en de doelgroep van het bevolkingsonderzoek;
2° de wetenschappelijke basis voor het opzetten van het bevolkingsonderzoek;
3° de mogelijke schadelijke gevolgen van het gezondheidsonderzoek;
4° de periode waarin het bevolkingsonderzoek is gepland;
5° de beschrijving van het gezondheidsonderzoek en van de ruimten waarin het
onderzoek verricht wordt;
6° de communicatie met de te onderzoeken en onderzochte personen over het
gezondheidsonderzoek en het bevolkingsonderzoek;
7° een inschatting van de gezondheidseconomische effecten van het
bevolkingsonderzoek;
8° de maatregelen die worden genomen voor de beveiliging van de verzamelde
onderzoeksgegevens en voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de
onderzochte personen.
§ 3. De Vlaamse regering kan aanvullende regels bepalen inzake het
bevolkingsonderzoek.
§ 4. De toestemmingsvereiste, bedoeld in § 2, en de aanvullende regels,
bedoeld in § 3, mogen geen afbreuk doen aan de diagnostische en therapeutische
vrijheid van de beoefenaars van de gezondheidszorgberoepen in hun individuele
relatie met de patiėnt die klachten of symptomen heeft. Deze diagnostische en
therapeutische vrijheid geldt in de mate dat die door de federale wetgeving is
gewaarborgd.
HOOFDSTUK X. - Gegevensuitwisseling
Art. 32.
§ 1. De continuļteit van de individuele preventieve zorg- en
dienstverstrekking moet verzekerd worden, onder andere door de uitwisseling van
gegevens die betrekking hebben op het zorgaanbod, tussen partnerorganisaties,
organisaties met terreinwerking en individuele zorgaanbieders onderling. Deze
gegevensuitwisseling is noodzakelijk voor de uitbouw en werking van een
operationeel informatiesysteem.
§ 2. Logo's, partnerorganisaties, organisaties met terreinwerking en
individuele zorgaanbieders moeten, enerzijds, onderling en, anderzijds, met de
Vlaamse overheid gegevens uitwisselen die noodzakelijk zijn voor de uitbouw en
werking van een epidemiologisch informatiesysteem om beleidsvoering zoveel
mogelijk wetenschappelijk te onderbouwen.
§ 3. Met betrekking tot § 1 en § 2, bepaalt de Vlaamse regering, na advies
van de Commissie
voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer, nadere regels.
Art. 33.
§ 1. De Vlaamse regering kan, in het kader van de gegevensuitwisseling, bedoeld
in artikel 32, de Logo's, de partnerorganisaties, de organisaties met
terreinwerking en de individuele zorgaanbieders verplichten om voor hun eigen
identificatie gebruik te maken van een identificatiecode, die respectievelijk
het Logo, de partnerorganisatie, de organisatie met terreinwerking en de
individuele zorgaanbieder op een eenvormige en unieke manier vereenzelvigt.
§ 2. Aan partnerorganisaties, organisaties met terreinwerking en individuele
zorgaanbieders kan bovendien in het kader van de gegevensuitwisseling, bedoeld
in artikel 32, en na advies van de Commissie voor de Bescherming van de
Persoonlijke Levenssfeer, een gelijkaardig systeem opgelegd worden voor de
identificatie van de personen, bedoeld in artikel 9 tot en met 11.
Art. 34.
De gegevensuitwisseling, bedoeld in artikel 32 en 33, moet gebeuren in
overeenstemming met de regelgeving aangaande de bescherming van de persoonlijke
levenssfeer.
HOOFDSTUK XI. - Collectieve gezondheidsovereenkomst
Art. 35.
De Vlaamse regering kan een collectieve gezondheidsovereenkomst sluiten met
partnerorganisaties, organisaties met terreinwerking of andere organisaties of
instanties die een bijdrage kunnen leveren aan het preventieve
gezondheidsbeleid.
![]()