| ||||
bedoeld in artikel 4, tweede lid van het decreet van 15 juli 1997 houdende instelling van het kindeffectrapport en de toetsing van het regeringsbeleid aan de naleving van de rechten van het kind (B.S. 3.IV.1999)
Bij besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 1999 dat uitwerking heeft met ingang van 21 januari 1999 wordt het huishoudelijk reglement vastgesteld. De Vlaamse minister bevoegd voor de bijstand aan personen is belast met de uitvoering van dit besluit.
Bijlage
Huishoudelijk reglement van de deskundige commissie, bedoeld in artikel 4, tweede lid,
van het decreet van 15 juli 1997 houdende instelling van het kindeffectrapport en de toetsing van het regeringsbeleid aan de naleving van de rechten van het kind
Artikel 1.
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder :
1° het decreet : het decreet van 15 juli 1997 houdende instelling van het kindeffectrapport en de toetsing van het regeringsbeleid aan de naleving van de rechten van het kind;
2° het besluit : het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 1998 tot oprichting van de deskundige commissie, bedoeld in artikel 4, tweede lid van het decreet, gewijzigd bij het besluit van 27 oktober 1998 houdende benoeming van de leden van de deskundige commissie, bedoeld in artikel 4, tweede lid van het decreet;
3° de bevoegde minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het beleidsdomein waarop het decreet betrekking heeft;
4° de coördinerende minister : de Vlaamse minister belast met de globale voortgang van de problematiek van de kinderrechten;
5° de commissie : de deskundige commissie, zoals bedoeld in artikel 4, tweede lid van het decreet;
6° het secretariaat : de administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.
Art. 2.
De commissie vergadert telkens als de bevoegde minister het advies van de commissie vraagt bij de toepassing van artikel 4, tweede lid van het decreet en artikel 2 van het besluit.
Op vraag van de voorzitter, ondervoorzitter of twee vaste leden van de commissie kan de commissie samenkomen zonder dat er een vraag om advies voorligt.
Art. 3.
De vragen om advies en de bijhorende stukken die door de bevoegde minister in dit kader worden verstrekt, worden door het secretariaat binnen een termijn van drie werkdagen aan de vaste en plaatsvervangende leden van de commissie toegezonden.
Behoudens dringende noodzaak worden de uitnodigingen uiterlijk vijf werkdagen vóór de vergadering aan de leden per fax of via e-mail bezorgd.
Uitnodigingen en begeleidende brieven worden ondertekend door de voorzitter of in zijn opdracht door de secretaris.
Art. 4.
De aanwezigen ondertekenen een presentielijst.
In het uitzonderlijke geval dat het vast lid verhinderd is, verwittigt het vast lid het secretariaat hetzij per fax, hetzij via e-mail uiterlijk drie werkdagen vóór de vergadering. Het secretariaat brengt het plaatsvervangend lid op de hoogte.
Art. 5.
De voorzitter van de commissie zit de vergadering voor. Als de voorzitter verhinderd is, zit de ondervoorzitter de vergadering voor. Als de voorzitter en ondervoorzitter verhinderd zijn, zit het vast lid met de hoogste leeftijd de vergadering voor.
Art. 6.
Van elke vergadering worden notulen opgemaakt.
Op het einde van de vergadering geeft de secretaris lezing van een kort verslag van de vergadering. Binnen vijf werkdagen bezorgt de secretaris de ontwerpnotulen aan de leden van de commissie. De secretaris legt, in overleg met de voorzitter, de termijn vast waarbinnen de opmerkingen het secretariaat dienen te bereiken.
De voorzitter van de vergadering en de secretaris ondertekenen de notulen van de vergadering.
Art. 7.
De commissie streeft naar consensus. Als geen consensus kan worden bereikt, wordt overgegaan tot de stemming.
De stemming gebeurt bij handopsteking. Stemming bij wijze van volmacht wordt niet aanvaard.
Er wordt beslist met gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
Onthoudingen worden bij stemming niet in aanmerking genomen.
Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter van de vergadering doorslaggevend. Wanneer de voorzitter van de vergadering zich onthoudt, is het voorstel van beslissing bij staking van stemmen verworpen.
De externe deskundige(n) neemt/nemen deel aan de beraadslagingen van de commissie met raadgevende stem.
Art. 8.
Bij het verstrekken van haar advies beslist de commissie op basis van een informatief dossier. Dit dossier omvat minimaal het verzoek om advies en de bijhorende stukken die de bevoegde minister in dit kader heeft verstrekt.
De formulering van het advies en de goedkeuring ervan gebeurt tijdens de vergadering.
De voorzitter van de vergadering en de secretaris ondertekenen het advies.
Art. 9.
De stukken, notulen en beraadslagingen van de commissie zijn vertrouwelijk. Het advies is openbaar zodra het betrokken ontwerp van decreet werd goedgekeurd door de Vlaamse Regering.
Art. 10.
De voorzitter en de commissie treedt op als woordvoerder. Leden die vragen krijgen over de commissie verwijzen door naar de woordvoerder.
Art. 11.
Het vast lid dat drie opeenvolgende vergaderingen van de commissie niet heeft bijgewoond zonder voorafgaande verwittiging wordt geacht zijn mandaat te willen opgeven.
Een vast lid dat zijn mandaat, om welke reden ook wenst op te geven, stelt de voorzitter daarvan in kennis.
In beide gevallen wordt de coördinerende minister door de voorzitter op de hoogte gesteld met het oog op de toepassing van artikel 3 van het besluit.
Dit huishoudelijk reglement is goedgekeurd door de commissie op 21 januari 1999.
(Get.) Prof. Dr. Eugeen Verhellen, (Get.) Prof. Dr. Godelieve Vandemeulebroecke,
voorzitter. ondervoorzitter.
(Get.) Joost Van Haelst,
secretaris.