| ||||
Het decreet van 15 juli 1997 tot oprichting van het Kinderrechtencommissariaat en instelling van het ambt van Kinderrechtencommissariaat en de kenmerken van de Kinderrechtencommissaris. Dit reglement concretiseert de dagelijkse werking van het Kinderrechtencommissariaat.
TITEL I. - SAMENSTELLING KINDERRECHTENCOMMISSARIAAT
Art 1.
Het Kinderrechtencommissariaat bestaat uit de Kinderrechtencommissaris en de teamleden. De samenstelling kan variëren naargelang de personeelsbehoeften en het beschikbare budget en is afhankelijk van de goedkeuring door het Vlaams Parlement.
Art. 2.
Het Kinderrechtencommissariaat functioneert als team, waarbij elk teamlid optreedt binnen de hem/haar toegewezen taken en materies, in overleg met de Kinderrechtencommissaris en de andere teamleden. Naar buiten toe is de Kinderrechtencommissaris eindverantwoordelijke alsook het eerste aanspreekpunt. De Kinderrechtencommissaris kan zich te allen tijde laten vervangen door één van de teamleden.
Art. 3
Er is een wekelijkse teamvergadering waarop de praktische afspraken worden geregeld en opdrachten en materie worden verdeeld of herzien. Het team bepaalt samen aan welke thema's prioriteit wordt gegeven, afhankelijk van de thema's die door kinderen en jongeren worden aangebracht, van de politieke actualiteit of van vragen die door het Vlaams Parlement aan het Kinderrechtencommissariaat gesteld worden.
Art. 4.
Overeenkomstig artikel 5, 1° van het decreet houdende oprichting van het Kinderrechtencommissariaat en instelling van het ambt van Kinderrechtencommissaris kunnen rond bepaalde thema's stuurgroepen samengesteld worden met buitenstaanders, die rond die thema's hun expertise kunnen inbrengen. Deze stuurgroepen worden samengesteld door het Kinderrechtencommissariaat op informele basis en de bevraagde deskundigen werken daaraan mee op vrijwillige basis. Hun onkosten worden vergoed volgens de regels zoals die gelden in het Vlaams Parlement.
TITEL II. - WERKING EN TOEGANKELIJKHEID VAN HET KINDERRECHTENCOMMISSARIAAT
Art. 5.
Het Kinderrechtencommissariaat heeft welbepaalde decretale opdrachten. Het treedt op als belangenbehartiger voor minderjarigen in Vlaanderen naar het beleid toe. Het Kinderrechtencommissariaat is geen eerstelijnshulpdienst, doch geeft advies en verwijst door waar mogelijk. Op basis van inkomende vragen en thema's, ondersteund door wetenschappelijk of ervaringsonderzoek, stelt het Kinderrechtencommissariaat aanbevelingen op aan het Vlaams Parlement.
Art. 6.
Het Kinderrechtencommissariaat regelt haar activiteiten op eigen initiatief en reagerend op de oproepen die van het publiek of van het Vlaams Parlement binnenkomen.
Art. 7
Het Kinderrechtencommissariaat is spreekbuis voor minderjarigen en treedt als dusdanig niet op voor volwassenen. Het mandaat komt van de minderjarige, tenzij de zeer jonge leeftijd of handicap vereist dat een volwassene voor het kind optreedt. De rechten, belangen en noden van de minderjarige blijven het centrale aandachtspunt, ook al kunnen die verschillen van de belangen van volwassenen.
Art. 8
Voor de informerende en sensibiliserende taak kan het Kinderrechtencommissariaat gevraagd worden om voordrachten en uitleg te komen geven, bv. door jongerengroepen, scholen, ouderverenigingen en andere actoren op het veld. Ook politieke partijen kunnen beroep doen op de knowhow van het Kinderrechtencommissariaat zonder dat het Kinderrechtencommissariaat zich daarmee verbindt aan de partij in kwestie.
Art. 9.
Het Kinderrechtencommissariaat voert zelf onderzoek inzake de levensomstandigheden van kinderen (zoals decretaal is voorzien), maar kan ook beroep doen op andere wetenschappelijke instanties of onderzoekskanalen om onderzoeksresultaten te bekomen die relevant kunnen zijn voor de opdracht van het Kinderrechtencommissariaat.
Art. 10.
Voor concrete thema's, initiatieven of campagnes kan het Kinderrechtencommissariaat samenwerkingsverbanden aangaan met partners in de ruime sector kinderrechten en dit op eigen initiatief of op vraag van andere organisaties of instellingen.
Art. 11.
Het Kinderrechtencommissariaat is open voor het publiek tijdens kantooruren. Personen met vragen en/of suggesties kunnen schrijven, telefoneren, e-mailen of langskomen op het Kinderrechtencommissariaat. Een permanentie tijdens kantooruren (van 9 tot 17 uur) wordt daarvoor gegarandeerd. Oproepen worden binnen een redelijke termijn beantwoord en het Kinderrechtencommissariaat houdt zich aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Art. 12.
Het Kinderrechtencommissariaat onderhoudt contacten met gelijkaardige instanties in het buitenland. Het is lid van ENOC (European Network for Ombudsmen for Children).
TITEL III. - KLACHTENBEHANDELING
Art. 13.
In de klachtendossiers staan de algemeen geldende ombudsprincipes centraal, zoals die onder meer zijn vastgelegd binnen POOL (Permanent Overleg OmbudsLieden) :
- In elk klachtendossier staat de minderjarige cliënt centraal.
- Bij elke klacht wordt nagegaan of het Kinderrechtencommissariaat geen afdoende antwoord kan bieden door middel van bemiddeling.
- Het Kinderrechtencommissariaat respecteert het beroepsgeheim en hanteert de vereiste discretie. De naam van de klager wordt niet vermeld indien deze daarom verzoekt.
- Klachten worden in eerste instantie besproken met de persoon of de instantie waarover geklaagd wordt. Pas wanneer dit geen resultaat geeft, worden hogere instanties of hiërarchisch meerderen ingelicht.
- De klager wordt regelmatig op de hoogte gehouden van het klachtonderzoek en de eventuele resultaten daarvan.
- Anonieme klachten zijn niet ontvankelijk, tenzij de integriteit van het kind dermate in gevaar is dat het Kinderrechtencommissariaat daarover contact kan opnemen met de bevoegde instanties.
- Klachten worden bij voorkeur schriftelijk ingediend.
Art. 14.
De beoordeling van de ontvankelijkheid en de gegrondheid van de klacht komt enkel toe aan het Kinderrechtencommissariaat.
Art. 15.
De gronden van onontvankelijkheid zijn de volgende :
- De klacht valt buiten het bevoegdheidsterrein van het Kinderrechtencommissariaat.
- Er is een gerechtelijke of administratieve procedure hangende i.v.m. de gemelde feiten.
- De klacht is kennelijk ongegrond of heeft niets te maken met mogelijke schending van kinderrechten of van de belangen van kinderen.
- De klacht werd ingediend door een volwassene van wie de belangen/rechten lijnrecht tegenover die van de betrokken minderjarige staan.
Ook onontvankelijke klachten kunnen echter aanleiding gegeven tot een aanbeveling of dienen als illustratie daarvoor.
Art. 16.
Inzake gegrondheid wordt een klacht beoordeeld in het kader van de letter en de geest van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind, de vigerende regelgeving en de billijkheid en behoordelijkheid.
TITEL IV. - DEONTOLOGIE
Art. 17.
Naast wat hieronder wordt bepaald is tevens deel 3 van het statuut van het Algemeen Secretariaat bij het Vlaams Parlement van toepassing.
Art. 18.
De Kinderrechtencommissaris en de teamleden oefenen hun taak op loyale wijze uit. Dit betekent dat zij trouw zijn aan de principes van de rechtsstaat en de democratische instellingen.
Art. 19.
De Kinderrechtencommissaris en de teamleden oefenen hun taak op integere wijze uit. Dit betekent onder meer dat zij iedere oproeper op gelijke wijze, zonder enig niet terzake doend onderscheid, behandelen, dat zij open en correct in de omgang zijn met respect voor de menselijke waardigheid.
Art. 20.
De Kinderrechtencommissaris noch de teamleden ontvangen enigerlei voordelen en vermijden elke vorm van belangenvermenging. Geen van hen doet uitspraken of handelt op dermate wijze dat hen politieke partijdigheid kan verweten worden. Evenmin stellen zij daden die henzelf of het Kinderrechtencommissariaat kunnen compromitteren.
Art. 21.
De Kinderrechtencommissaris en de teamleden oefenen hun taak op professionele wijze uit. Dit houdt onder meer in dat zij actief meewerken aan het realiseren van de doelstellingen van het Kinderrechtencommissariaat op een zo deskundig en zorgvuldig mogelijke wijze, met inachtneming van de wettelijke en reglementaire voorschriften.
Art. 22.
Cumulatie van beroepsactiviteiten is enkel mogelijk wanneer de uitoefening ervan niet strijdig is met de deontologische principes zoals hierboven bepaald en wanneer dit gebeurt op en wijze die verenigbaar is met de belangen van de dienstverlening van het Kinderrechtencommissariaat en met de aard van de functie. In geen geval kan dit gebeuren met enig nadelig effect op de werkzaamheden van het Kinderrechtencommissariaat.
TITEL V. - VERSLAGGEVING
Art. 23.
Per kalenderjaar wordt een verslag aan het Vlaams Parlement overgemaakt met daarin een verslag van de activiteiten alsook de geformuleerde aanbevelingen. Daarnaast kunnen rond bepaalde thema's of op relevante ogenblikken ook tussentijdse verslagen overgemaakt worden. Beide vormen van verslagen worden tevens aan het grote publiek en het meer specifieke doelpubliek bekendgemaakt.