| ||||
> overzichtspagina Kinderrechten
(Bijlage bij het Ministerieel besluit van 11 juni 2004
houdende de vaststelling van de methodiek kindeffectrapportage)
Te gebruiken vanaf 1 augustus 2004
I. Belangrijke voorafgaande opmerkingen
1. In te vullen en over te maken aan de Coördinatie Aanspreekpunten Kinderrechten uiterlijk op het moment van de agendering op de Vlaamse Regering voor de eerste principiële goedkeuring en bij voorkeur na overleg met het aanspreekpunt Kinderrechten van de bevoegde administratie/instelling):
Coördinatie Aanspreekpunten Kinderrechten
Markiesstraat 1 - lok. 340
1000 Brussel
tel. 02 - 553 33 73
fax 02 - 553 34 19
e-mail: joost.vanhaelst@wvg.vlaanderen.be
2. Voor achtergrondinformatie over kinderrechten, kindeffectrapportage
(incluis deze methodiek), de aanspreekpunten Kinderrechten ...:
zie: http://www.vlaanderen.be/kinderrechten
3. Terminologie en afkortingen.
Als er sprake is van het Verdrag of het IVRK wordt verwezen naar het
Internationaal Verdrag van 20 november 1989 inzake de Rechten van het Kind, bij
decreet van 15 mei 1991 door de Vlaamse Gemeenschap goedgekeurd in België in
werking getreden in januari 2002.
Het decreet van 15 juli 1997 is het decreet van 15 juli 1997 houdende
instelling van het kindeffectrapport en de toetsing van het regeringsbeleid aan
de naleving van de rechten van het kind. Het besluit van de Vlaamse Regering van
26 maart 2004 betreffende de instelling van het kindeffectrapport regelt de
uitvoering. Dit besluit vervangt de voorgaande uitvoeringsbesluiten.
Het is in werking getreden op 1 april 2004.
Als in deze tekst sprake is van kind bedoelen we de minderjarige persoon,
nl. iedere persoon jonger dan 18 jaar overeenkomstig artikel 1 van het IVRK.
De afkorting KER staat zowel voor kindeffectrapport als voor
kindeffectrapportage.
4. Machtiging aan de coördinerend minister Kinderrechten
Artikel 2, tweede lid van het bovenvermelde besluit van 26 maart 2004 geeft de
coördinerend minister Kinderrechten, dit is de Vlaamse minister die belast is
met de coördinatie van het Vlaamse kinderrechtenbeleid, de opdracht een
methodiek te verstrekken en toe te zien op de naleving van de
kindeffectrapportageverplichting. Een eerste methodiek werd reeds aan de leden
van de Vlaamse Regering overgemaakt in april 2001. Pro memorie weze hieraan
toegevoegd dat ook de Raad van State, het Vlaams Parlement en de
Kinderrechtencommissaris toezien op de naleving van deze verplichting.
II Toetsing
1) Voorwerp van het KER
Elk ontwerp van decreet `voorzover de voorgenomen beslissing kennelijk het
belang van het kind rechtstreeks raakt' moet bij de indiening in het Vlaams
Parlement vergezeld gaan van een KER, aldus het decreet van 15 juli 1997.
Volgens artikel 2, eerste lid van het besluit van de Vlaamse Regering van 26
maart 2004 kan een voorontwerp van decreet waarvoor die verplichting geldt enkel
door de Vlaamse Regering worden goedgekeurd als het vergezeld is van een
kindeffectrapport dat is opgesteld overeenkomstig de bepalingen van het decreet.
Het is de minister die het voorontwerp voorbereidt die het `kennelijk belang'
inschat. Als de bevoegde minister van oordeel is dat het voorontwerp kennelijk
het belang van het kind rechtstreeks raakt en hij een afwijking van de
verplichting wenselijk acht, heeft een deskundige commissie de opdracht hem te
adviseren.
Het kennelijk belang is het enige criterium. Ook kader- en instemmingsdecreten
kunnen het belang van het kind kennelijk rechtstreeks raken.
Ook in andere gevallen kan men ervoor kiezen om deze methodiek te gebruiken. De
volksvertegenwoordiger zou dat kunnen bij voorstellen van decreet. Dan moet men
in de gestelde vragen `voorontwerp' lezen als `voorstel'. Voor de Vlaamse Regering, de bevoegde minister(s), de administratie kan dit met name interessant
zijn voor de inschatting van de effecten op kinderen in het kader van de
reguleringsimpactanalyse. Afhankelijk van de beslissing die getoetst wordt, kan
het zijn dat `voorontwerp' dan moet gelezen worden als `ontwerp'.
Werd deze methodiek gebruikt voor de decretaal verplichte toetsing van een voorontwerp van decreet aan de effecten op kinderen en hun rechten?
Ja
Nee
Geef het opschrift van het betrokken voorontwerp van decreet, of in voorkomend geval van het voorstel van decreet, voorontwerp van besluit, ...
2) Welke informatiebronnen hebt u geraadpleegd en/ of kunt u
raadplegen?
In deze vraag wordt gepolst naar de informatiebronnen die u geraadpleegd hebt
bij de voorbereiding van het voorontwerp en/ of bij de opmaak van dit KER.
De inschatting van de effecten van beleidsvoornemens op volwassenen en in
kinderen in het bijzonder is niet zo eenvoudig. Vandaar dat in deze vraag een
aantal websites worden aangereikt waar interessante informatie kan geraadpleegd
worden, zowel over de rechten van kinderen als over de feitelijke levenssituatie
van kinderen.
Daarenboven heeft het opgeven van de informatiebronnen als grote voordeel dat ze
de gegeven antwoorden kunnen onderbouwen.
Kruis uw antwoord aan en motiveer het.
Voeg zo mogelijk een kopie van de standpunten, artikels en uittreksels uit
onderzoeken als bijlage toe en/ of vermeld heel duidelijk de gegevens van de
geraadpleegde documentatie.
1. Algemene kennis (parate kennis, media, ...)
Ja
Nee
Motiveer uw antwoord.
2. Overleg met het aanspreekpunt Kinderrechten van de functioneel bevoegde administratie/instelling en/ of coördinatie aanspreekpunten Kinderrechten (voor de lijst van aanspreekpunten zie:http://www.vlaanderen.be/kinderrechten
Ja
Nee
Motiveer uw antwoord.
3. Advies Deskundige Commissie Kindeffectrapportage (voor de opdrachten,
samenstelling
edm. zie uitleg bij vraag II, 1) en: http://www.vlaanderen.be/kinderrechten
Ja
Nee
Motiveer uw antwoord.
4. Raadpleging Kinderrechtencommissariaat (http://www.kinderrechten.be)
Ja
Nee
Motiveer uw antwoord.
5. Raadpleging kinderrechten- en jeugdorganisaties:
Kinderrechtencoalitie Vlaanderen (http://www.kinderrechtencoalitie.be),
Vlaamse Jeugdraad (http://www.vlaamsejeugdraad.be),
Steunpunt Jeugd (http://www.steunpuntjeugd.be/),
Centrum voor de Rechten van het Kind (http://www.centrumkinderrechten.org/),
Kinderrechtswinkel (http://www.kinderrechtswinkel.be/),
...
Ja
Nee
Motiveer uw antwoord.
6. Resultaten wetenschappelijk onderzoek (vb.: http://www.cbgs.be/)
Ja
Nee
Motiveer uw antwoord.
7. Enquête onder kinderen en jongeren (vb.: http://www.whatdoyouthink.be/,
http://www.kjt.org/, ...)
Ja
Nee
Motiveer uw antwoord.
8. Andere
Ja
Nee
Motiveer uw antwoord.
3) Werd bij de opstelling van het voorontwerp rekening gehouden met de effecten op kinderen, hun leefsituatie en hun rechten?
Bij deze vraag ligt de nadruk op de vergelijking van de voorgenomen regelgeving met de bestaande regelgeving en/ of situatie.
a) Wat is de huidige situatie en/ of regeling? Beschrijf de effecten op kinderen, hun leefsituatie en hun rechten? Schat deze effecten in als positief of negatief, voor- of nadelig voor kinderen en benoem ze.
b) Welke wijzigingen worden door het voorontwerp aangebracht? Welke zijn de te verwachten effecten op kinderen, hun leefsituatie en hun rechten?
Werden alternatieve beleidsvoornemens overwogen?
Ja
Nee
Motiveer uw antwoord.
Zo ja, welke alternatieven werden overwogen en waarom werden deze niet
weerhouden?
Zo neen, waarom werden er geen alternatieven overwogen?
Gaf dit kindeffectrapport aanleiding tot een duidelijk aanwijsbare aanpassing van het voorontwerp?
Ja
Nee
Motiveer uw antwoord.
4) Analyse van de te verwachten effecten op kinderen, hun leefsituatie en hun rechten
§1. Analyse van de te verwachten effecten op de levenssituatie van
kinderen
Een belangrijk en moeilijk onderdeel van het KER is het nagaan van de te
verwachten effecten op de levenssituatie van kinderen. Bij deze inschatting ligt
de nadruk niet zozeer op het juridische dan wel op de feitelijke, concrete
levenssituatie. Bij wijze van voorbeeld schuiven we een aantal levensdomeinen
naar voor die voor kinderen essentieel zijn. Daaronder mag zeker niet alleen de
bevoegdheid van de eigen minister of administratie begrepen worden. Een
bevoegdheid heeft per definitie raakpunten met verschillende domeinen en het is
de bedoeling die verschillende raakpunten in kaart te brengen.
Wat zijn de te verwachten positieve/ negatieve effecten voor kinderen op de
volgende beleidsdomeinen? Duidt zo mogelijk aan wat de verschillen zijn met de
effecten op volwassenen?
Motiveer uw antwoord m.b.t. elk beleidsdomein.
Verwijs zo mogelijk steeds naar specifieke bepalingen uit het voorontwerp.
a) Positief:
Gezin
Huisvesting
Vrijetijdsbesteding (spel, sport, ...)
Gezondheid en welzijn
Mobiliteit
Onderwijs
Milieu
Andere
b) Negatief:
Gezin
Huisvesting
Vrijetijdsbesteding (spel, sport, ...)
Gezondheid en welzijn
Mobiliteit
Onderwijs
Milieu
Andere:
§2. Toetsing van de te verwachten effecten op kinderen en hun rechten aan
het IVRK
De toetsing aan het IVRK zoals hier vooropgesteld, gebeurt aan de hand van twee
invalshoeken.
De eerste is een open vraag naar de mate waarin werd rekening gehouden met het
IVRK.
De tweede vraagt specifiek naar de toepassing van de vier basisbeginselen. Deze
zijn het hoger belang van het kind, het recht van het kind niet gediscrimineerd
te worden, het recht van het kind op leven, overleven en ontwikkeling en het
recht op participatie. Voor de volledige tekst van deze basisbeginselen alsook
van het IVRK en achtergrondinformatie kan de website http://www.vlaanderen.be/kinderrechten
geraadpleegd worden. Tussen haakjes geven we soms een officieuze samenvatting.
Of we verwijzen naar andere bepalingen uit het IVRK die als expliciteringen van
het betrokken principe kunnen beschouwd worden.
a) Werd bij de opstelling van het voorontwerp, expliciet, rekening gehouden met de bepalingen en beginselen van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind?
Ja
Nee
Motiveer uw antwoord.
b) Zijn de vier basisbeginselen van het Verdrag, zoals hieronder vermeld, van toepassing op het voorontwerp?
Zo ja, kruis een quotering aan van 1 tot en met 5 (1=zeer weinig; 5=zeer
veel).
Zo nee, kruis NVT aan (niet van toepassing).
Motiveer uw antwoord mét verwijzing naar de toepasselijke bepalingen uit het voorontwerp.
1. Het hoger belang van het kind (art. 3 IVRK)
- algemeen (alle acties met betrekking tot het kind dienen ten volle rekening te
houden met zijn of haar belang):
NVT----
1-----2
-----3
-----4
-----5 ![]()
- gezamenlijke verantwoordelijkheid van de ouders (beide ouders zijn gezamenlijk de eerste verantwoordelijken zijn voor de opvoeding van hun kinderen, zie ook artikel 18 IVRK):
NVT----
1-----2
-----3
-----4
-----5 ![]()
- verantwoordelijkheid van de overheid (verplichting van de overheid de ouders bij hun taak te ondersteunen en in adequate zorgen te verlenen wanneer ouders of andere verantwoordelijken ter zake in gebreke blijven):
NVT----
1-----2
-----3
-----4
-----5 ![]()
- verantwoordelijkheid van het kind zelf (overeenkomstig zijn `groeiende capaciteiten', zie ook artikel 5 IVRK):
NVT----
1-----2
-----3
-----4
-----5 ![]()
2. Het recht van het kind op non-discriminatie (art. 2 IVRK)
- algemeen (principe dat alle rechten van toepassing zijn op alle kinderen
zonder enige uitzondering):
NVT----
1-----2
-----3
-----4
-----5 ![]()
- eerbiediging van de rechten van het kind, ongeacht ras, huidskleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale, etnische of maatschappelijke afkomst, welstand, handicap, geboorte of andere omstandigheid van het kind of van zijn ouder of wettige voogd :
NVT----
1-----2
-----3
-----4
-----5 ![]()
- verplichting van de overheid om alle passende maatregelen te nemen om het kind te beschermen tegen alle vormen van discriminatie:
NVT----
1-----2
-----3
-----4
-----5 ![]()
3. Het recht van het kind op leven, overleven en ontwikkeling (art. 6 IVRK)
- algemeen (het inherente recht op leven en de plicht van de overheid het overleven en de ontwikkeling van het kind te waarborgen)
NVT----
1-----2
-----3
-----4
-----5 ![]()
- verplichting van de overheid om het kind te beschermen tegen mishandeling door de ouders of door degenen die de verantwoordelijkheid dragen voor de zorg van het kind:
NVT----
1-----2
-----3
-----4
-----5 ![]()
- verplichting van de overheid om de nodige preventieve en curatieve maatregelen te nemen inzake gezondheidszorg (zie ook artikel 24 IVRK):
NVT----
1-----2
-----3
-----4
-----5 ![]()
- recht op een behoorlijke levensstandaard (zie ook artikel 27 IVRK) :
NVT----
1-----2
-----3
-----4
-----5 ![]()
- recht op onderwijs (zie ook artikelen 28- 29 IVK) :
NVT----
1-----2
-----3
-----4
-----5 ![]()
4. Het recht van het kind op participatie (art. 12 IVRK)
- algemeen:
NVT----
1-----2
-----3
-----4
-----5 ![]()
- recht van het kind om zijn mening te kennen te geven in alle aangelegenheden die het kind betreffen:
NVT----
1-----2
-----3
-----4
-----5 ![]()
- verplichting van de overheid om ervoor te zorgen dat aan de mening van het kind `in overeenstemming met zijn of haar leeftijd en rijpheid' passend belang wordt gehecht :
NVT----
1-----2
-----3
-----4
-----5 ![]()
- recht op toegang tot passende informatie (zie ook art. 17):
NVT----
1-----2
-----3
-----4
-----5 ![]()
- vrijheid van vereniging (zie ook art. 15 IVRK):
NVT----
1-----2
-----3
-----4
-----5 ![]()
- vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst (zie ook art. 14 IVRK) :
NVT----
1-----2
-----3
-----4
-----5 ![]()
5) Varia
Een methodiek is per definitie een middel, in dit geval om de gevolgen op
kinderen, hun leefsituatie en hun rechten na te gaan. Daarenboven hebben we deze
methodiek zo beknopt mogelijk gehouden. Het is dan ook zeer goed mogelijk dat
niet alle overwegingen reeds aan bod zijn kunnen komen.
Zijn er nog andere overwegingen die van belang zijn voor kinderen en hun rechten
en die hebben meegespeeld bij de opstelling van het voorontwerp, maar die niet
aan bod zijn gekomen in dit kindeffectrapport?
Ja
Nee
Zo ja, welke?
6) Evaluatie methodiek kindeffectrapport (KER)
We stelden reeds dat een methodiek een middel is. We vinden het dan ook
belangrijk om rekening te houden met de opgedane ervaring. Op basis daarvan
wordt methodiek geregeld geactualiseerd.
a) Welke moeilijkheden ondervond u bij de opmaak van dit KER?
b) Welke suggesties hebt u om de methodiek KER gebruiksvriendelijker te maken?
7) Beleidsconclusie KER
Naast een algemeen besluit in a) vragen we in b) naar een concreet besluit al
dan niet vertaald in het beleid. Zo kunnen bij wijze van besluit van dit KER een
aantal, concrete(re) aandachtspunten opgegeven worden die betrekking hebben op
de uitvoering van het voorontwerp, eenmaal goedgekeurd.
a) Zal het voorontwerp bijdragen tot de naleving van het IVRK en met name tot een verbetering van de concrete levenssituatie van kinderen in Vlaanderen?
Zo ja, kruis een quotering aan van 0 tot en met 5 (0=in het geheel niet,
integendeel; 5=zeer veel).
Zo nee, kruis NVT aan (niet van toepassing) of NB (niet bekend/ niet duidelijk).
NB----
NVT----
0 -----
1-----2
-----3
-----4
-----5 ![]()
Motiveer uw antwoord.
b) Heeft dit KER aanleiding gegeven tot een concreet besluit, beleidsvoornemen en/ of -beslissing?
Ja
Nee
Motiveer uw antwoord.
8) Contactpersoon en datum opmaak KER
Het is belangrijk om hier de naam op te geven van de persoon op de administratie
die het dossier in concreto behandelt. Dat doet geen afbreuk aan het feit dat de
politieke eindverantwoordelijkheid voor het indienen van het ontwerp van decreet
en het kindeffectrapport in kwestie bij het Vlaams Parlement bij de regering en
de bevoegde minister ligt.
a) Bij wie kan meer informatie verkregen worden over het opgemaakte kindeffectrapport? (naam, administratieve entiteit, telefoon, e-mail )
b) Op welke datum werd het KER in deze vorm gefinaliseerd?
![]()