Alle leden van de Vlaamse Regering dienen elk jaar één of meer
beleidsbrieven in bij het Vlaams Parlement.
Een beleidsbrief bevat een overzicht van de uitvoering van de begroting voor
het lopende begrotingsjaar en een prognose over de beleidsinvulling tijdens
het volgende begrotingsjaar.
Hierna vindt u een samenvatting van de beleidsopties- en intenties.
Gezinsbeleid
1. Horizontaal gezinsbeleid
Initiatieven nemen om de combinatie van zorgtaken en tewerkstelling voor gezinnen mogelijk te maken:
Verder waken over het effect van regelgeving en beleidsmaatregelen op gezinnen of bepaalde gezinsleden. Indien nodig, ontwerpbesluiten of - maatregelen expliciet analyseren op hun potentiële impact op bepaalde gezinsvormen of gezinsleden.
Overleg in de Vlaamse Regering over de concrete uitwerking van een meer uniforme en globale gezinsmodulatie in Vlaanderen bij het in aanmerking komen voor verschillende steunmaatregelen waarbij gezinsinkomen als grens gehanteerd wordt.
Dataverzameling en opvolging door het Kenniscentrum, van indicatoren met betrekking tot het gezinsbeleid in een internationaal perspectief.
2. Kinderopvang
Bijkomende maatregelen nemen voor de uitbreiding van kinderopvang.
Versterken en uitbreiden van de bestaande flexibele opvang.
Streven naar het vastleggen onder welke voorwaarden een flexibel aanbod in aanmerking kan komen voor extra vergoeding.
Voorbereiden van een dossier in het kader van het Generatiepact samen met de minister bevoegd voor werk en met de sociale partners.
Streven naar een betere samenwerking van alle actoren die actief zijn op het domein van buitenschoolse opvang en vrijetijdsbesteding van kinderen.
Uitwerken van gerichte maatregelen voor het opvangprobleem in de zomervakanties, met aandacht voor de oorzaak en de plaats waar het zich voordoet.
Uitwerken van een oplossing die tegemoetkomt aan de wensen van de opvangvoorzieningen en van de Vlaamse Gemeenschap inzake het Fonds voor Collectieve Uitgaven en Diensten
Evaluatie van de effectiviteit van de genomen maatregelen die de werkdruk in de diensten voor onthaalouders verlicht.
Opvolgen bij Federale Overheid van onderzoek naar de impact van de fiscale vrijstelling van vergoedingen voor zelfstandige kinderopvang.
Opzetten van concrete acties ter ondersteuning van het zelfstandig ondernemen in de kinderopvang.
Eindevaluatie van de proefprojecten Centrum voor Kinderopvang (CKO).
Maken van een eerste ontwerptekst voor algemeen geldende vergunningsvoorwaarden voor kinderopvang.
Verder werken aan de invulling van het nieuwe kwaliteitsdecreet inzake de kinderopvang en de ondersteuning van de voorzieningen bij de implementatie ervan.
Uitwerken van een strategie voor het verspreiden van het opleidingsaanbod van het project Ecce Ama, dat discriminatie en ongelijkheid wil aanpakken, om opvangvoorzieningen te richten op een meer sociale, buurtgerichte kinderopvang en doelgroepenwerking.
Onderzoeken hoe de kinderopvang de taalontwikkeling van alle, ook anderstalige kinderen, kan stimuleren en hoe de kinderopvang hier kan aansluiten bij het onderwijsbeleid inzake taal.
Voorleggen van het geharmoniseerde besluit dat de nieuwe brandbeveiligingsnormen voor alle kinderopvangsectoren zal bepalen.
Oprichten van een technische commissie voor de brandveiligheid.
Hernieuwde acties voor de preventie van ongevallen en wiegendood in overleg met de sector: de noodzaak van een veilige slaapsituatie in de kinderopvang regelgevend verankeren en sensibiliseren, een opleiding tot levensreddend handelen voorzien voor elke begeleider.
Aandacht voor competentieontwikkeling binnen de Kinderopvang:
o een geïntegreerd competentiekader voor de kinderopvang in samenwerking met de Vlaamse minister van Werk en Onderwijs en de Vlaamse minister van Sociale Economie,
o onderzoek naar competentieverwerving op de werkvloer en attestering ervan,
Verhogen van de betrokkenheid van de lokale besturen inzake kinderopvang. 3.
3.Preventieve gezinszorg
Oprichten van een medische expertenwerkgroep met als opdracht de definitieve herschikking van de contactmomenten en de herverdeling van de taken tussen de consultatiebureauarts en de regioverpleegkundige.
4. Opvoedingsondersteuning
Positive Parenting Program (Triple P) uitbreiden naar de provincie Antwerpen, evalueren en implementeren in gans Vlaanderen.
Werk maken van de uitvoeringsbesluiten die betrekking hebben op de opvoedingswinkels, het lokaal beleid opvoedingsondersteuning, het bovenlokaal beleid inzake opvoedingsondersteuning en het Vlaams expertisecentrum opvoedingsondersteuning.
Erkennen en subsidiëren op projectmatige basis van een opvoedingswinkel in elke centrumstad.
Voorzien van de nodige opleiding voor alle gezinsondersteuners binnen Kind en Gezin inzake hun opvoedingsondersteunende rol tijdens het spreekuur.
Uitbouwen van de toepassing van de methodiek van laagdrempelige opvoedingsondersteunend groepswerk in achtergestelde buurten en op welke wijze dit vanuit de INLOOP teams kan gebeuren.
Werk maken van een programmatie-oefening met het oog op een evenwichtige spreiding van de capaciteit van de Centra voor Kinderzorgen en Gezinsondersteuning (CKGs) over de verschillende regios.
Herziening van het besluit met betrekking tot de erkenning en de subsidiëring van de CKGs in functie van een meer modulair uitgewerkt aanbod en afgestemd op het ministerieel besluit met betrekking tot de kwaliteitszorg.
Verdere realisatie van het Globaal Plan Jeugdzorg door de oprichting van twee bijkomende teams in het kader van het STOP 4-7-programma (Samen sterker-Terug-Op-Pad).
Optimalisatie van de samenwerking tussen de CKGs en de gezinsondersteunende pleegzorg op het vlak van intake en toeleiding van de gezinnen naar een voor hen meest geschikt aanbod.
Mogelijk maken van een combinatie van modules uit de CKGs enerzijds en de gezinsondersteunende pleegzorg anderzijds.
Zorgen voor een wetenschappelijke ondersteuning van de ontwikkeling van de hulpmodule gezinsdiagnostiek.
Gerichte acties met betrekking tot het ondersteunen van ouders bij de voorbereiding van hun kind op de instap in het kleuteronderwij s.
Samen met Kind en Gezin - in achtergestelde buurten - starten met ouderbijeenkomsten rond het belang van het kleuteronderwij s.
Maatregelen treffen om de informatie-uitwisseling tussen Kind en Gezin en de Centra voor Leerlingenbegeleiding te faciliteren en beter op elkaar te laten aansluiten.
5. Adoptie
Verder uitwerken van de nieuwe regelgeving rond adoptie na de invoering van de federale wetgeving en het nieuwe Vlaamse decreet inzake interlandelijke adoptie.
Prioriteit geven aan het uitwerken van een structurele oplossing voor de lange wachttijden in de adoptieprocedure. Onder andere door een voorstel uit te werken om de instroom kandidaat adoptanten beter af te stemmen op het aantal adopties dat kunnen gerealiseerd worden en door bijkomende beroepskrachten via eenmalige middelen in te zetten.
Finalisatie van de besluiten betreffende de werking en de erkenning van het Steunpunt Nazorg.
Verder actief bijdragen tot het overleg, op gemeenschaps- en federaal niveau, ter evaluatie en optimalisatie van de huidige federale regelgeving.
Evaluatie van het huidige subsidiesysteem, zoals opgenomen in het decreet op de interlandelijke adoptie.
Uitwerken van een optimale controleprocedure voor de buitenlandse adoptiekanalen.
Zoeken naar een betere samenwerking tussen de diensten om tot een uniforme aanpak van binnenlandse adoptie te komen.
6. Kindermishandeling
Uitvoeren van het competentieontwikkelingstraject voor de regioteamleden van Kind en Gezin.
Verder uitbouwen van het aanbod inzake preventie en opvoedingsondersteuning.
Verkenning van het oprichten van een Kennishuis Kindermishandeling.
Uitwerking van een nieuw tijdschrift over Kindermishandeling, samen met Nederlandse partners.
Consultatie van de vertrouwenscentra in het verdere onderzoek naar een mogelijk Centraal Meldpunt Kindermishandeling.
Consultatie van de vertrouwenscentra in de concrete uitbouw van een centrale applicatie voor elektronisch dossierbeheer.
Implementatie van de nieuwe definitie van Melding Kindermishandeling.
Besluitvorming omtrent de vooropgestelde criteria voor een billijke verdeling van de beschikbare middelen ten bedrage van 502.000 euro.
Top
Ouderen
1. Ouderenparticipatie
Verhogen van de slagkracht van de Vlaamse Ouderenraad via een verdere interactieve uitbouw van de website om individuele ouderen beter te betrekken, meer openheid over de werking van de werkgroepen, het opvolgen en analyseren van de aanwezigheid in pers en media, en bij advisering ouderen benaderen op een inclusieve wijze.
Verspreiden van het Vlaams Ouderenbeleidsplan samen met het verkorte advies van de Vlaamse ouderenraad en de commentaren onder mijn collega-ministers, parlementsfracties, de lidorganisaties van de Vlaamse ouderenraad, de leden van de samenstellende werkgroep en alle Vlaamse gemeentebesturen.
Toelichting van het ouderenbeleidsplan binnen de doelgroep, in samenwerking met de Vlaamse Ouderenraad.
Voorbereiding van een nieuw Vlaams Ouderenbeleidsplan.
Nagaan hoe het lokale ouderenbeleid en het lokaal sociaal beleid het best op elkaar kunnen worden afgestemd, om de administratieve lasten voor de lokale besturen te beheersen. Onderzoeken welke legistieke stappen daarvoor nodig zijn.
2. Residentiële ouderenzorg
Plannen van 10.198 bijkomende woongelegenheden in rusthuizen Vlaanderen, verdeeld over 65 nieuwe rusthuizen en capaciteitsuitbreidingen van bestaande rusthuizen. [Bij de realisatie hiervan stijgt de gemiddelde invulling van het programmacijfer tot 92.78%.]
Reserveren van 10% van de middelen die op 1 oktober 2007 vrijkomen voor alternatieve zorgvormen, nl. de verdere uitbouw van thuiszorgondersteunende zorgvormen in het algemeen en voor een betere financiering van dagverzorgingscentra en centra voor kortverblijf in het bijzonder.
Plannen van 6.845 bijkomende serviceflatwooneenheden in Vlaanderen, verdeeld over 166 bijkomende serviceflatgebouwen en de capaciteitsuitbreidingen van de bestaande complexen. [Bij de realisatie hiervan stijgt de invulling van het programmacijfer tot 61.17%]
Plannen van 757 verblijfseenheden in dagverzorgingscentra in Vlaanderen. [Bij de realisatie stijgt de invulling van het programmacijfer tot 79%.]
Investeren van middelen uit het federale generatiepact in de dagverzorgingscentra in Vlaanderen, waardoor 60 voltijdse bijkomende jobs voor de doelgroepwerknemers gecreëerd worden.
Plannen van 1.119 woongelegenheden in de centra voor kortverblijf in Vlaanderen. [Bij de realisatie stijgt de invulling van het programmatiecijfer tot 70%.]
Beter uitwerken van de meerwaarde van dagcentra voor palliatieve verzorging, en bevorderen van een uitwisseling van goede praktijken onder de betrokken professionele actoren
Een beslissing nemen over de plaats en toekomst van de palliatieve dagcentra in de globale Vlaamse visie over palliatieve zorg tegen eind 2008.
Structureel uitklaren welke kostprijselementen ten laste moeten genomen worden door de gemeenschappen en welke door de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging.
Nemen van een regelgevend initiatief tot harmonisatie en vereenvoudiging van de procedures die de voorzieningen en organisaties binnen het Agentschap Zorg en Gezondheid doorlopen
Voorleggen van het Besluit inzake brandveiligheidsnormen aan de Vlaamse Regering en ter kennisgeving aan de Europese Commissie bezorgen.
Zetten van de nodige legistieke stappen voor de oprichting van een technische commissie voor de brandveiligheid die oordeelt over afwijkingsaanvragen inzake brandveiligheidsnormen van alle voorzieningen die ressorteren onder het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.
Voorzien van overgangsmaatregelen voor de bestaande voorzieningen, en bespreken van mijn voorstel van nieuwe erkenningsnormen met de sector en deze, waar nodig, aanpassen.
Integreren van het zorgstrategische plan van initiatiefnemers in de ouderen- en thuiszorgsector in de bestaande instrumenten van programmatie met het oog op een beduidende vereenvoudiging voor de individuele voorzieningen.
3. Expertisecentra dementie
Afsluiten van een nieuw convenant met de expertisecentra dementie afsluiten (ingang 1.1.2008).
Voorzien van een Vlaams expertisecentrum en regionale expertisecentra met een regionale werking, en uitbouwen van een transparante structuur.
4. Projecten thuiszorgondersteuning
Opnieuw ondersteunen van de zorgvernieuwingsprojecten. Vastleggen van de themas voor de projecten na overleg met de koepelorganisaties in de ouderenzorg.
Selecteren van ingediende projectvoorstellen van thuiszorgondersteuning.
5. Ouderendecreet en thuiszorgdecreet
Vernieuwen van het decreet houdende de erkenning en subsidiëring van verenigingen en welzijnsvoorzieningen met bijzondere accenten:
o Integreren van de opdrachten schoonmaakhulp, karweihulp en (professionele) oppashulp in de diensten van gezinszorg onder de nieuwe benaming gezinszorg en aanvullende thuiszorg
o Exploreren hoe doelgroepwerknemers uit de lokale economie in deze sector tewerkgesteld kunnen worden met een financiering op basis van het klaverbladmodel
o Beter afstemmen van de werkzaamheden van de lokale en regionale dienstencentra op andere actoren in de thuiszorg en eerstelijnsgezondheidszorg, en versterken van de werkzaamheden waar daar nood aan is.
o Onderzoeken van de mogelijkheid om de diensten voor gastopvang en de centra voor herstelverblijf te introduceren in het thuiszorgdecreet
o Versterken van de opdrachten informatie- en adviesverlening, psychosociale ondersteuning en begeleiding in thuissituaties
Bieden van een rechtsgrond, via het vernieuwde decreet, opdat de georganiseerde thuiszorg in specifieke situaties ook activiteiten kan verrichten buiten het natuurlijke thuismilieu.
6. Thuiszorgondersteuning
Uitwerking van een methodiek voor de verdeling van het urencontingent gezinszorg met als doelstelling een optimale regionale spreiding.
Vereenvoudigde en transparante berekening van de gebruikersbijdrage voor gezinszorg die rekening houdt met het inkomen van het gezin, de gezinssamenstelling en de zorgintensiteit.
Vanuit het Agentschap Zorg en Gezondheid ontwikkelen van een informaticasysteem voor het moderniseren van de gegevensstromen tussen de diensten voor gezinszorg en het agentschap, in samenspraak met de sector.
Voorzien van middelen om de invulling van de programmatie van de diensten voor oppashulp te verbeteren en de coördinatie van bijkomende uren mogelijk te maken
Finaliseren en voorleggen van een ontwerp van decreet betreffende zorg- en bijstandsverleningen, indien nieuwe gesprekken met de federale bevoegde minister geen gewenst resultaat opleveren.
Top
Jeugdhulp
1. Integrale jeugdhulp
Verwachting dat de visie van de integrale jeugdhulp in de dagelijkse hulpverlening aan bod komt.
Opmaak van een gebruiksvriendelijke website die het mogelijk maakt dat: - alle hulpverleners toegang hebben tot een moduledatabank;
- hulpverleners informatie kunnen inwinnen over (het beoordelen van) ernstige opvoedingssituaties;
- relevante dossierinformatie gestructureerd verzameld worden.
De netwerken rechtstreeks toegankelijke hulp moeten via samenwerkingsafspraken de toegankelijkheid van de jeugdhulp en de hulpcoördinatie verbeteren.
In elke provincie komt er minstens één regionaal netwerk crisisjeugdhulp.
Uittekenen van een geactualiseerd en geconcretiseerd perspectief voor de verdere integrale uitbouw van de jeugdhulp via het Vlaamse beleidsplan. Dit beleidsplan wordt geënt op de regionale beleidsplannen..
Het concept van de intersectorale toegangspoort wordt concreter geoperationaliseerd in een dialoog tussen de agentschappen, de Adviesraad en de koepels.
Voortzetting van de drieledige aanpak (informatie, vorming en procesondersteuning) van de toepassing van decreet rechtspositie van de minderjarige.
Opzetten van een wetenschappelijk onderzoek naar de haalbaarheid van een intersectoraal instrument om de effectiviteit en de efficiëntie van de jeugdhulp na te gaan.
2. Jongerenwelzijn
Opvolging Multifunctionele Centra-experiment met het oog op concrete aanbevelingen voor een verder beleid rond flexibilisering binnen de Bijzondere Jeugdbijstand.
In kaart brengen van de regelgevende en organisatorische randvoorwaarden inzake de flexibilisering binnen de Bijzondere Jeugdbijstand.
Opvolging van de aanlevering van cijfermateriaal uit het proefproject MFC met het oog op het voorkomen van breukmomenten tussen de verschillende werkvormen.
Invoering van een flexibele begeleidingsnorm voor begeleidingstehuizen.
Evaluatie en bijsturing van het Project Pleegzorgpunt Limburg en implementatie ervan in andere provincies.
Inzetten van financiële middelen in het Residentieel Kortdurend Jongerenprogramma De Sleutel.
Onderzoeken op welke manier de Bijzondere Jeugdbijstand kan worden ondersteund en versterkt bij de opvang en begeleiding van minderjarigen met een bijkomende verslavingsproblematiek.
Uitbreiding van het private aanbod BJB.
Investeren in de diensten voor Crisishulp aan Huis.
Opvolgen, evalueren en indien nodig bijsturen van de afspraken met de Federatie van OOOCs en met de diensten Crisishulp aan Huis.
Extra middelen investeren in de personeelskaders van de diensten voor pleegzorg, gekoppeld aan de inzet van de natuurlijke ouders.
Vereenvoudigen van de procedure voor de aanvragen tot het bekomen van investeringssubsidies die niet aan het Globaal Plan Jeugdzorg gekoppeld zijn.
Uitwerken decreet van 10 juli 2007 houdende de organisatie van opvoedingsondersteuning:
o verder ontwikkelen van de werking van opvoedingswinkels in de centrumsteden
o activeren van de uitvoeringsbesluiten
o oprichting Vlaams Expertisecentrum voor opvoedingsondersteuning
Evalueren van de impact van de uitbreiding en de werking van het aanbod van Herstelgerichte en Constructieve Afhandelingen en ouderstages.
Opvolgen van de ontwikkelingen in de uitvoering van het protocol inzake de realisatie van het federaal detentiecentrum te Everberg.
Evalueren en ontsluiten van het YAR traj ect.
Organiseren van een oproep naar de private sector tot kandidaatstelling voor de oprichting van een tweede proeftuin voor meisjes die in een gemeenschapsinstelling verblijven.
Evalueren van de nieuwe behandelunit in de gemeenschapsinstelling De Kempen.
Inzetten van extra capaciteit in de gemeenschapinstelling De Kempen (BVR 19 juli 2007).
Intensifiëren van de zoektocht naar een geschikte locatie voor de uitbreiding van residentiële capaciteit voor delictplegers.
Overleg met de Federale Overheid aangaande verdere uitvoering van het jeugdrecht.
Komen tot een samenwerkingsprotocol met de federale overheid dat het principe van de opvang van NBBM onafhankelijk van hun statuut, evenals het opvangmodel in drie fasen en de bestaande samenwerkingsverbanden op het terrein bekrachtigt.
Initiatief nemen om bij de start van een nieuwe federale regering de gesprekken over een samenwerkingsakkoord op te starten.
Tussentijds evalueren van het protocolleren van de werkprincipes van CANO (Centra voor Actieve Netwerkontwikkeling en Omgevingsondersteuning).
Omzetten van eindconclusies en beleidsaanbevelingen aangaande effectiviteit en efficiëntie in operationele doelstellingen.
Afwerken van het eindrapport rond onthemende projecten.
Opzetten van een evaluatieonderzoek over time outprojecten
Nagaan via een juridisch onderzoek hoe een aantal projecten structureel verankerd kunnen worden binnen de regelgeving.
Vereenvoudiging van de procedure inzake verlenging van projecten.
Opstarten van het onderzoek naar het vorderingsbeleid van de parketten en de jeugdrechtbanken.
Uittekenen van een concept voor een modulair uitbreidbaar registratiesysteem door de Ondersteuningsstructuur Bijzondere Jeugdzorg en het Agentschap Jongerenwelzijn.
Verder opzetten van het structureel overleg met de jeugdmagistratuur en de FOD-justitie.
Opdracht geven aan de netwerken RTH om mee de maatschappelijke nood bij bepaalde hulpvragen te detecteren en verder op te volgen.
Afstemmen van de vrijwillige hulpverlening van de BJB op de instrumenten van de integrale jeugdhulp. Initiatieven nemen om de gecoördineerde decreten inzake BJB aan deze ontwikkelingen aan te passen.
Top
Personen met een Handicap
1. Kwaliteitsvolle toeleiding naar de bijstandverlening
Een projectplan opstellen voor een meer kwaliteitsvolle diagnostiek en indicatiestelling in het kader van de verbetering van de inschrijvingsprocedure.
Realiseren van een bijkomende fase in de verbetering van de honorering van de multidisciplinaire verslaggeving, gekoppeld aan de invoering van bijkomende kwaliteitseisen aan de teams.
Verder werken aan de processen om personen met een handicap op een duidelijke, kwaliteitsvolle en eenvoudige wijze te begeleiden naar de meest geschikte ondersteuning.
Evalueren van het project persoonlijke toekomstplanning in functie van verdere toepassingen van deze methodiek.
Uitvoering van trajectbegeleiding mogelijk maken voor de ambulante diensten Thuisbegeleiding en Begeleid Wonen.
2. Vrije keuze voor bijstandsverlening
Capaciteitsuitbreiding van het zorgaanbod doorvoeren op basis van het meerjarenplan 2008-2012.
Bijkomende kredieten voorzien om een versnelde afrekening van de dagprijsdossiers te kunnen realiseren
De doelmatigheid onderzoeken van het Persoonlijke-assistentiebudget (PAB) en het Persoonsgebonden budget.
Op basis van de evaluatie van de PAB-snelprocedure (eind 2007) en het onderzoek naar een spoedprocedure inzake toekenning van een PAB aan jonge kinderen met een snel degeneratieve aandoening van neurologische aard een eventuele uitbreiding van de doelgroep voor de PAB¬snelprocedure realiseren.
Het VAPH zal verder intensief meewerken aan in de Integrale Jeugdhulpverlening.
Op basis van het onderzoek van 2005, zal het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) onderzoeken hoe men op reglementaire basis hulpmiddelen kan recupereren en hergebruiken.
Herziening van de hulpmiddelenrefertelijst
De rol van het Kennis- en Ondersteuningscentrum valoriseren met het oog op de beleidsvoorbereiding inzake de materiële bijstand.
Opvolgen van de nood aan tolkuren voor doven en slechthorenden en eventuele aanpassingen aan het contingent doventolken. Een bijkomende loonsverhoging met één euro voor de schrijf- en gebarentaaltolken vanaf 1/9/2008.
De materie van tolkuren in arbeidssituaties wordt vanaf 1 januari 2008 overgeheveld naar de Vlaamse minister van Werk.
3. Tewerkstellingsbeleid
Oprichten van het Managementcomité Werk en Sociale Economie/VAPH met betrekking tot het waarborgen van de bepaling en bewaking van de doelgroep door het VAPH erkende personen met een handicap met een arbeidsvraag (najaar 2007).
Het permanent bilateraal overleg tussen het VAPH en de VDAB voortzetten.
Afstemmen met het beleidsdomein Werk en Sociale Economie om een aantal deeldomeinen m.b.t. de arbeidsintegratie van personen met een handicap duidelijker op punt te stellen.
4. Inclusief beleid
Een gericht vrijetijdszorgbeleid voor personen met een handicap realiseren.
Het VAPH zal een inclusief beleid nastreven door:
o met het beleidsdomein Onderwijs te overleggen m.b.t. de verdere uitwerking van het dossier leerzorg.
o bij te dragen aan diverse overlegfora binnen het beleidsdomein Onderwijs
o bij te dragen tot een betere afstemming van het hulpmiddelenbeleid tussen Onderwijs en Welzijn.
o overleg te plegen met Toerisme Vlaanderen inzake toegankelijkheid van logies.
o te overleggen met de dienst Gelijke Kansen inzake aangepast vervoer.
o in overleg met de dienst Gelijke Kansen, een nieuwe impuls te geven aan de verspreiding van
o het gedachtegoed inzake universal design in Vlaanderen.
o er op toe te zien dat de gevolgen van het goedgekeurde Sociaal Woonbesluit niet nadelig uitvallen voor personen met een handicap.
o een stimuleringsbeleid te voeren ten aanzien van kleinschalige woonvormen in de sector Zorg.
5. Kwaliteitsbeleid
Het uitvoeringsbesluit van het kwaliteitsdecreet m.b.t. de sector Personen met een Handicap uitwerken. Het besluit van 1993 m.b.t. gebruikersrechten actualiseren.
6. Dienstverlening van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap
Werk maken van een omvattende rapportering rond cliëntregistratie.
Opstarten van een klantentevredenheidsonderzoek met betrekking tot de individuele cliënten plaats
Onderzoeken of er al wijzigingen op een beperkter schaal kunnen worden ingevoerd in verband met het IMB-besluit.
Samenwerkingsovereenkomsten en service level agreements waar nodig bijsturen, dit niet enkel met het oog op een optimale administratieve efficiëntie, maar ook in het belang van de personen met een handicap en van de voorzieningensector.
Balanced scorecard en de kostprijsanalytische boekhouding op punt zetten.
Een nieuw raadgevend comité samenstellen waarbij gestreefd wordt naar een stroomlijning van het adviesstelsel binnen het VAPH ten aanzien van de minister en het hoofd van het agentschap.
Top
Algemeen en lokaal welzijnsbeleid
1. Lokaal sociaal beleid
Screenen van beleidsplannen lokaal sociaal beleid op mogelijke good practices om bepaalde welzijnsnoden op lokaal niveau in te vullen, gekoppeld aan een gebruiksvriendelijke databank om beleidsadviezen maximaal te ontsluiten.
Samen met de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten en de Vereniging van de Vlaamse Provincies ondersteunende activiteiten organiseren om de samenwerking tussen de verschillende partners te bevorderen.
Opzetten van vormingsactiviteiten rond Toegankelijkheid en Samenwerking.
Uitwerken van de adviesfunctie voor lokale besturen.
In samenwerking met de VVSG de invoering van een kwaliteitslabel voor sociale huizen onderzoeken.
Organiseren van een informatiemoment voor lokale besturen waarbij de mogelijkheden werden voorgesteld om de rechtenverkenner te linken aan of te integreren in de eigen lokale website.
Organiseren van een publiekscampagne om de rechtenverkenner te promoten bij de bevolking.
Samen met de Vlaamse Gemeenschapscommissie in Brussel een traject uitwerken om het lokaal sociaal beleid en de rechtenverkenner toe te kunnen passen.
Top
2. Armoedebeleid
Voorleggen van een geactualiseerd actieplan armoedebestrijding aan de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement (tegen 1 maart 2008).
Nagaan hoe het actieplan in de toekomst het best kan geactualiseerd worden (najaar 2008) waarbij het aangewezen blijft:
o het actieplan te actualiseren door het permanente armoedeoverleg.
o de actualisatie te bespreken met het Vlaams Parlement.
o een terugkoppeling te bieden naar verenigingen waar armen het woord nemen.
o het Vlaams actieplan te evalueren, waaruit nieuwe beleidsvoorstellen worden geformuleerd.
Regelmatig een verticaal overleg organiseren rond de themas: kinderopvang en opvoedingsondersteuning, geestelijke gezondheidszorg en schuldbemiddeling.
Een aangepaste overeenkomst sluiten met het Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen.
Met de minister bevoegd voor energie, nagaan hoe ook in de toekomst energiearmoede kan worden vermeden en bestreden.
3. Samenlevingsopbouw
Integreren van de kleine instellingen maatschappelijk opbouwwerk in regionale instituten.
Duidelijkheid verschaffen over de richtlijnen voor de sector om meerjaren- of jaarplannen te kunnen opstellen en over de personeelsuitbreiding in toepassing van het Vlaams Intersectoraal Akkoord.
Overeenkomsten laten afsluiten door de administratie die vertalingen zijn van de meerjarenplannen.
Per regio bekijken hoe volgende themas verfijnd kunnen worden, voor het meerjarenplan 2009¬2014:
o werken met kansarme groepen.
o werken in kansarme buurten.
o participatie aan het lokaal sociaal beleid.
Top
4. Algemeen welzijnswerk
Uitklaren van het basishulpaanbod van de autonome Centra voor Algemeen Welzijnswerk (CAWs) en uitwerken van een programmatie, gekoppeld aan een monitoringsysteem. De programmatie zal het aantal centra, de werkgebieden van de centra en hun hulpverleningscapaciteit met inbegrip van het aantal personeelsleden bepalen. Het monitoringsysteem zal nagaan of het gerealiseerde hulpaanbod voldoet aan de vastgestelde noden en behoeften en aan de prioriteiten die ter zake zijn gesteld.
In het kader van het verlagen van de administratieve lasten van de CAWs worden boordtabellen en cliëntregistratie verder op elkaar afgestemd.
Starten met het objectief, evenwichtig en eenvormig maken van de subsidiëring van de autonome CAWs in overleg met de sector.
Op basis van de nota, geschreven door vertegenwoordigers van de verschillende landsbonden en de Vlaamse administratie, zal er op verschillende niveaus van de regelgeving een keuze gemaakt worden m.b.t.:
o de decretale positionering van de ICAW in de toekomst
o de doelstellingen
o de doelgroepen
o de werkingsprincipes
Verdere stappen zetten in de ontwikkeling van een vraaggestuurd en behoeftegericht beleid voor thuislozen.
De aanpak van intrafamiliaal geweld versterken onder meer door de samenwerking tussen de politiediensten, de justitiële actoren en de welzijns- en gezondheidsdiensten te vergroten.
Het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk zal een training op maat van de CAW-medewerkers uitwerken in het omgaan met intrafamiliaal geweld.
Een aantal projecten realiseren om hulpverleners uit CAWs methodieken voor bemiddeling in familiezaken aan te leren en hen wegwijs te maken in het hulp- en dienstverleningsaanbod dat beschikbaar is omtrent scheiding:
in elk autonoom CAW krijgen medewerkers de mogelijkheid om kosteloos de basisopleiding bemiddeling in familiezaken te volgen.
methodieken laten ontwikkelen waarmee bemiddelaars in familiezaken de wensen en vragen van kinderen in rekening kunnen brengen.
het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk ontwikkelt groepsgerichte methodieken om ouders en
kinderen die betrokken zijn in een echtscheidingsproces beter met elkaar te leren
communiceren en hun gevoelens bespreekbaar te maken tegenover elkaar.
het ontwikkelen van een scheidingswijzer.
Om deze projecten op te volgen wordt een stuurgroep met deskundigen op gebied van kennis, begeleiding en bemiddeling in scheidingssituaties opgericht.
Het ontwikkelen van een brochure om verwijzers in te lichten over de precieze werking van de bezoekruimtes.
Op basis van de resultaten van een effectiviteits- en belevingsonderzoek uitgevoerd bij de bezoekruimtes (resp. tegen februari 2008), de werking van de bezoeksruimtes optimaliseren.
Een samenwerkingsakkoord omtrent de bezoekruimtes voorstellen aan de nieuwe minister van Justitie.
Top
5. Forensisch welzijnswerk
De CAWs subsidiëren voor de versterking van de opvang en de begeleiding van verkeersslachtoffers en de hulp aan minderjarige slachtoffers. Het werken met vrijwilligers binnen slachtofferhulp stimuleren.
Een gedetineerdenopvolgsysteem laten ontwikkelen.
Medio 2008 zullen onderzoeksresultaten van een extern evaluatieonderzoek opgestart door de KULeuven ter beschikking zijn. Deze resultaten kunnen gebruikt worden om:
o De implementatie van het strategisch plan in andere regios voor te bereiden..
o Eventueel het strategisch plan in de reeds bediende gevangenissen bij te sturen.
o De participatie aan de hulp- en dienstverlening te verhogen.
o De gebruikerstevredenheid van hulp- en dienstverlening verhogen.
Top
Preventief gezondheidsbeleid
1. Algemene ontwikkelingen
Formaliseren van de mogelijkheid om werkgroepen op te richten ter ondersteuning en voorbereiding en/of uitvoering van het gezondheidszorgbeleid met een ontwerpbesluit betreffende Vlaamse werkgroepen.
Structureel verankeren van het beleid inzake het opsporen van metabole aandoeningen bij pasgeborenen.
Opzetten van een vroegtijdige oogscreening bij jonge kinderen in Vlaanderen.
Voorleggen van een ontwerpbesluit voor partnerorganisaties, organisaties met terreinwerking en individuele zorgaanbieders aan de Vlaamse Regering.
Grondig herbekijken van de erkenning, opdrachtbepaling, samenstelling en financieringsbasis van de Logos als preventienetwerken, en dit concretiseren via een uitvoeringsbesluit.
2. Middelengebruik
Investeren in een brede(re) implementatie van wetenschappelijk onderbouwde preventieve methodieken, met accent op acties die voorkomen dat mensen beginnen met middelengebruik en bij voorrang gericht op kinderen en jongeren, zwangere vrouwen en jonge ouders. Het preventief aanbod moet volledig zijn voor alle doelgroepen en nauw aansluiten bij de hulpverlening.
Afsluiten van een nieuw samenwerkingsprotocol tussen de Vereniging voor Alcohol en Andere Drugproblemen (VAD), de drugpreventiewerkers in de Centra Geestelijke Gezondheidszorg (CGGs) en het Agentschap Zorg en Gezondheid.
Ter goedkeuring voorleggen van de nieuwe Vlaamse gezondheidsdoelstelling en het actieplan voor middelengebruik, met bijhorend budget aan de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement.
Nauwgezet opvolgen van het respecteren van de gemeenschapsbevoegdheden inzake preventie van middelengebruik.
Aandringen op federaal vlak dat de nodige strategieën worden uitgevoerd die effectief gedragsverandering ondersteunen.
Agenderen van de principiële akkoorden over het verslavingsfonds op de eerstvolgende interministeriële conferentie volksgezondheid.
Aandacht voor het ge/misbruik van psychoactieve medicatie, vooral bij ouderen en hierbij de link te leggen met valpreventie bij ouderen.
Onderzoeken welke mogelijke alternatieven er zijn voor psychoactieve medicatie bij lichte tot milde slaapproblemen.
3. Kankerpreventie
Voorzien van voldoende budget voor het voortzetten van het beleid inzake kankerpreventie, de groei van de deelname aan het bevolkingsonderzoek naar borstkanker en het opstarten van vernieuwende projecten en kwaliteitsverbetering.
Actief bijdragen tot het overleg met de federale overheid en de andere gemeenschappen en gewesten omtrent de preventie van baarmoederhalskanker.
Starten van een driejarig pilootproject rond de haalbaarheid van een bevolkingsonderzoek naar darmkanker in Vlaanderen, en voorzetten van het overleg met de federale overheid met betrekking tot dit initiatief.
Verder financieren van de Europese studie die uitsluitsel moet geven over de wenselijkheid van een screening naar prostaatkanker (resultaten in 2009).
Actoren samenbrengen om eenduidige communicatie te leveren aan de bevolking over de preventie bij prostaatkanker.
Verder ondersteunen van de preventieve opsporing van huidkanker via Euromelanoma, een initiatief van huidartsen.
Een werkgroep de opdracht geven om concrete voorstellen uit te werken voor een Vlaams preventief beleid met betrekking tot huidkanker.
Verschillende strategieën voor de preventie van huidkanker door het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid op hun effectiviteit laten onderzoeken, om tegen eind 2008 te beschikken over een effectief, wetenschappelijk onderbouwd actieplan.
4. Ongevallenpreventie
Opleiden van valpreventietrainers die op hun beurt hulpverleners in de thuiszorg kunnen opleiden ter voorkoming van valpreventie.
Implementeren van een methodiek voor valpreventie bij thuiswonende ouderen met een verhoogd risico voor vallen, en bij een geslaagde implementatie, een stapsgewijze implementatie voor heel Vlaanderen realiseren.
Sensibiliseren van ouders en opvoeders van jonge kinderen tot 3 jaar om te zorgen voor een veilige slaapplek, zowel in de thuissituatie als in de kinderopvang.
Uitbreiden van het item over veilige kinderartikelen van de website van Kind en Gezin met tips voor ouders en andere consumenten over de fopspeen.
Opstarten van een werkgroep veilige kinderartikelen, veilige draagsystemen en veilig vervoer met het oog op het verder verfijnen van voornoemde website.
Preventief actie voeren met betrekking tot bijtongevallen bij kinderen.
Ter preventie van bijtongevallen in gezinnen met een hond, een methodiek aanreiken om kinderen en ouders veilig te leren omgaan met de hond.
Via een beleid gericht op het actieplan kinderveiligheid van het OIVO, tot een betere coördinatie komen van de activiteiten op vlak van ongevallenpreventie.
5. Infectieziekten en vaccinaties
Meewerken aan het streefdoel om tegen 2010 te komen tot de eliminatie van mazelen uit de Europese regios.
Stappen ondernemen, op basis van een actieplan, die bijdragen tot het terugdringen van de morbiditeit en de mortaliteit ten gevolge van ziekenhuisinfecties.
Opmaken van een uitvoeringsbesluit inzake preventie en profylaxe van infectieziekten, conform de nieuwste internationale aanbevelingen.
6. Gezonde voeding en voldoende beweging
Voortzetten van de samenwerking met Eetexpert.
Organiseren van een gezondheidsconferentie Voeding en Beweging waarop een herziene gezondheidsdoelstelling rond gezond omgaan met voeding en voldoende beweging zal worden voorgesteld.
Toewijzen van locoregionale projecten met betrekking tot voeding en beweging, op basis van een oproep, rekening houdend met o.a. het bereiken van specifieke doelgroepen zoals kansarmen.
Uitwerken van een consensus over vegetarisme met externe partners van de Vlaamse Vereniging voor Kindergeneeskunde en het VIG, en deze verspreiden naar gezondheidswerkers.
Voorzetten van de samenwerking op basis van een consensustekst over de preventie van obesitas.
7. Seksuele gezondheid
Voorzetten van de samenwerking met Sensoa, Gh@pro, Pasop, ITG, Domus Medica en cRZ.
Realiseren van een actieplan met betrekking tot Mannen die seks hebben met mannen.
Afsluiten van een nieuw convenant voor meerdere jaren met het ITG.
8. Bedrijfsgezondheidszorg
Voorbereiden van een ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering over de erkenning van afdelingen en departementen medisch toezicht van externe, respectievelijk interne diensten voor preventie en bescherming op het werk.
Voorzetten van het overleg met de verschillende partners over deze nieuwe regelgeving, en voorzien in een overgangsregelgeving die de diensten in staat stellen zich aan te passen.
Onderzoeken of en hoe voor bedrijven die actief zijn in meerdere gemeenschappen of gewesten een samenwerkingsakkoord met de andere gemeenschappen en gewesten kan afgesloten worden met het oog op administratieve eenvoud.
9. Gezondheid en milieu
De resultaten van metingen naar cadmium- en arseenvervuiling bij de bevolking (ter beschikking begin 2008) communiceren aan de bevolking en er op aandringen dat de minister van Leefmillieu met de resultaten rekening zal houden in het milieubeleid.
Onderzoek uitvoeren in het Limburgse kerngebied naar de gezondheidsimpact van de plaag van de eikenprocessierups, en de mogelijke impact bestuderen van de gezondheidsimpact van de verschillende bestrijdingsmethoden.
In samenwerking met de federale collegas, de jaarlijkse conferentie organiseren van het European Enforcement Project (EEP).
Bij gezondheidrisicos door verontreinigingen van het zwemwater door cyanobacteriën, zal de afdeling Toezicht Volksgezondheid speciale aandacht besteden aan deze problematiek en de burgemeesters onmiddellijk adviseren een recreatieverbod op te leggen.
Top
Curatief gezondheidsbeleid
1. Uniforme procedure
Ontwikkelen van een decreet en uitvoeringsbesluit planlastverlaging inzake ouderenzorg en gezondheidszorg.
2. Registratie
Het decreet betreffende de gezondheidszorg en de samenwerking tussen de zorgaanbieders (eerstelijnsdecreet) uitvoeren door:
o een toezichtscommissie samen te stellen (eind 2007).
o de erkenningsprocedure, de erkenningsvoorwaarden van informatieknooppunten, intermediaire organisaties en epidemiologische registers te bepalen.
Ontwerp van decreet voor de creatie van een platform voor uitwisseling van welzijnsinformatie indienen bij het Vlaams Parlement
Waken over de afstemming tussen het gezondheidsinformatiesysteem en het welzijnsinformatiesysteem.
3. Eerstelijnsgezondheidszorg
Voorbereiden en voorleggen van een besluit houdende de oprichting van de Samenwerkingsinitiatieven Eerste Lijn aan de Vlaamse Regering.
Top
Geestelijke gezondheidszorg
1. Ambulant zorgaanbod
Realisatie van een betrouwbare en vergelijkbare KPI ( Key Performance Indicator).
De CGGs en de VAD krijgen de opdracht een protocol vast te leggen over de samenwerking tussen de VAD en de alcohol- en drugpreventiewerkers (1 januari 2008).
Een verdere uitbreiding van het personeelskader van de CGGs realiseren.
Onderzoeken in welke mate het project Metawonen kan voortgezet worden. Dit zal gebeuren op basis van een evaluatie en het al dan niet ter beschikking zijn van de financiële middelen.
2. Residentieel zorgaanbod
Het Fioretti- en het moeder-kind project zullen in 2008 gecontinueerd worden.
Verlengen van de subsidies voor het project moeder kind.
In overleg gaan met de federale overheid in verband met de federale pilootprojecten:
o waken over de garanties dat de Vlaamse bevoegdheden inzake erkenning en kwaliteitszorg ook in deze experimentele fase gerespecteerd blijven.
o meer duidelijkheid vragen over de inschakeling van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA) en het Agentschap Zorg en Gezondheid met betrekking tot mogelijke bouwplannen.
In overleg gaan met de federale overheid om de programmatieruimte voor kinderpsychiatrische bedden bij te sturen.
3. Preventie in GGZ
Uitvoeren van het Vlaams actieplan ter preventie van zelfdoding en depressie door middel van de vijf vooropgestelde strategieën, met een bijkomend accent naar basis- en secundair onderwijs.
4. Geïntegreerde en gemeenschapsgerichte GGZ
Erover waken dat de Vlaamse bevoegdheden inzake erkenning en kwalieitszorg gerespecteerd blijven.
Ondersteunen en stimuleren van de evoluties binnen Beschut Wonen, Psychiatrische Thuiszorg en woontraining.
Komen tot een veralgemeende invoering van resultaatsmetingen.
Voorzien van een extra subsidie voor het Psychiatrisch Ziekenhuis Sint-Annendael uit Diest voor een opdracht rond het sensibiliseren van de burger rond het thema geestelijke gezondheidszorg:
5. Forensische psychiatrie
Voortzetten van de outreach projecten vanuit de psychiatrische zorgcentra naar de Bijzondere Jeugdbijstand.
Onderzoeken of het concept outreachment nog breder kan toegepast worden op de doelgroep jongeren.
Top
Zorgverzekering
1. Realisaties in cijfers
De omvang van het reservefonds ten bedrage van 696.574.000 euro zal behouden blijven.
2. Financiële leefbaarheid van de zorgverzekering
Om een responsabiliserend beleid te kunnen voeren zullen in september 2007 en resp. januari 2008 de personen die in het jaar 2006, en resp. 2007 minstens drie maal niet correct betaalden aangeschreven worden in functie van een administratieve geldboete.
Maandelijks zal er een gegevensuitwisseling zijn met betrekking tot personen die voltijds in een residentiële voorziening voor personen met een handicap verblijven (vanaf oktober 2007). Op die manier kunnen de zorgkassen onterechte tenlastenemingen onmiddellijk stopzetten.
3. Optimale toegankelijkheid en rechtsverkrijging
Er voor zorgen dat aangesloten leden die in een rustoord verblijven in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad een tenlasteneming door de zorgverzekering kunnen genieten.
Een decretaal initiatief nemen (najaar 2007) waarbij:
o een rechtsverkrijging mogelijk worden die automatisch ingaat op het ogenblik dat de zorgbehoefte wordt vastgesteld, of de persoon in een residentiële instelling wordt opgenomen en waarbij een belangrijke administratieve lastenverlaging gerealiseerd wordt voor de aanvragers van de zorgverzekering.
o vrijstellingsgronden mogelijk zijn voor de sanctie van vier maanden schorsing en administratieve geldboete.
Top
Vlaams infrastructuurfonds voor persoonsgebonden aangelegenheden (VIPA)
1. Herstructurering VIPA
Ontwikkelen van een geïntegreerd dossieropvolgingssysteem, dat operationeel zal zijn in de loop van 2008.
Een interactief loket koppelen aan het dossieropvolgingssysteem.
De procedurefase zorgstrategische planning zal overgedragen worden aan het Agentschap Zorg en Gezondheid en aan het Agentschap Jongerenwelzijn.
2. Vereenvoudiging regelgeving
Indienen van een ontwerp van besluit in het Vlaams Parlement om tegemoet te komen aan de nieuwe structuur van het beleidsdomein WVG waardoor doorlooptijden van de ingediende dossiers doorheen de procedure verkorten.
3. Publiek private samenwerking (PPS)
Het VIPA zal, samen met het kenniscentrum PPS, onderzoeken of de eigendomsvoorwaarde kan versoepeld worden voor de realisatie van PPS-initiatieven met investeringssubsidies.
4. Rationeel energiegebruik
De energieprestatie en Binnenklimaat (EPB), worden vertaald in een specifieke E-peil-norm voor de zorg- en welzijnsinfrastructuur. In functie daarvan zal de rondzendbrief van 29 april 2003 aangepast worden.
Het VIPA zal de nodige kennis verwerven om de gebouwbeheerders degelijk te kunnen informeren en begeleiden rond het energieprestatiecertificaat
5. Brandveiligheid
Een ontwerp van sectoroverschrijdend besluit inzake brandveiligheid opmaken.
Top
Kwaliteitszorg
De ontwikkeling van monitoringsystemen van de kwaliteit van zorg ondersteunen.
Het in samenwerking met de sector ontwikkelen van een toetsingskader.
Top
Vrijwilligerswerk
1. Aanpassing regelgeving autonome vrijwilligerswerk
Invoeren van erkenningen voor onbepaalde duur.
De subsidiëring voor het vrijwilligerswerk vereenvoudigen tot een forfaitair geïndexeerd subsidiesysteem met de mogelijkheid om ook personeelskosten in te brengen.
Administratieve lasten voor vrijwilligers zoveel mogelijk verlagen.
Sneller duidelijkheid geven over de toegekende subsidie en voorschotten vroeger in het jaar uitbetalen.
Extra middelen toewijzen aan het autonome vrijwilligerswerk.
2. Ingebouwd vrijwilligerswerk
In kaart brengen van het ingebouwd vrijwilligerswerk om een duidelijk beeld te krijgen over de zeer verschillende praktijken van het ingebouwd vrijwilligerswerk in de verschillende welzijns- en gezondheidssectoren.
Het ingebouwde (én het autonome) vrijwilligerswerk duidelijker profileren en positioneren in het welzijns- en gezondheidsbeleid door te onderzoeken of en hoe een aanpassing van het Decreet van 1994 hiertoe kan bijdragen.
Top
Transversaal beleid
1. Actie in Vlaanderen
Ontplooien van een meer deskundige, doorzichtige en productiegerichte hulpverlening via protocollering.
Ontwikkelen van een toetsingskader, in samenwerking met de sector en met de patiënt centraal, bestaande uit zorgstandaarden en normen dat gehanteerde wordt tijdens de audits.
Indienen van een ontwerp van decreet in het Vlaams Parlement als basis voor een platform voor de uitwisseling van welzijnsinformatie.
2. Financieel beleid t.a.v. de voorzieningen
Initiatieven nemen om de administratieve lasten te beperken door:
Laten uitvoeren van een grondige financiële controle en analyse in functie van het waken over de efficiëntie van de ingezette middelen en de financiële gezondheid van voorzieningen
Top
Samenvatting beleidsopties
Download PDF
versie beleidsopties:163 kB