| ||||
|
|
Beknopt overzicht principes en nieuwe accenten> Download : ontwerpdecreet, memorie van toelichting en adviezen(PDF, 10MB) In vergelijking tot de teksten van het Thuiszorgdecreet en het Ouderendecreet worden een aantal nieuwe bepalingen (zorgvormen) in het leven geroepen en bijzondere accenten gelegd, vertrekkend vanuit vastgestelde zorgnoden bij personen met beperkingen. Er worrdt op zoek gegaan naar woon- en zorgvormen waar zorgbehoevenden zich goed bij voelen en die zo goed mogelijk aangepast zijn aan hun wensen en verwachtingen. Met de keuze voor één woonzorgdecreet beoogt de Vlaamse Regering ook maximale eenvoud, transparantie en begrijpbaarheid. In het ontwerp van woonzorgdecreet worden de thuiszorg en de ouderenzorg samen gebracht in de 'woonzorg'. Doordat in voorliggend ontwerp alle voorzieningen in de woonzorg worden gebundeld, kunnen alle betrokkenen in de toekomst op een eenvoudige wijze, zowel de decreettekst als de integrale toelichting bij de artikelen op één centrale plaats terug vinden, zonder te moeten teruggrijpen naar de verschillende oude bronnen. Dit ontwerp van decreet wijzigt ook het decreet van 19 december 1997 betreffende het algemeen welzijnswerk (B.S. 17 februari 1998). Tenslotte wordt een technische aanpassing doorgevoerd in het decreet van 3 maart 2004 betreffende de eerstelijnsgezondheidszorg en de samenwerking tussen de zorgaanbieders (B.S. 20 april 2004). Dit ontwerp van woonzorgdecreet hanteert een aantal nieuwe principes, introduceert enkele nieuwe voorzieningen en wijzigt enkele opdrachten of vult ze aan.
1. Algemene principes van woonzorg1) Het introduceren van de term 'woonzorg', die de thuiszorg en de residentiële ouderenzorg overkoepelt; 2) de kwaliteitsregulering en erkenning van voorzieningen wordt geregeld op drie niveaus ; 3) het verbinden van bijkomende kwaliteitseisen aan Vlaamse subsidiëring; 4) het creëren van het woonzorgnetwerk als een functioneel samenwerkingsverband tussen voorzieningen in de thuiszorg en de ouderenzorg met als doel om zorgcontinuïteit in het zorgttraject te bewerkstelligen en grenzen tussen voorzieningen in de thuiszorg en de ouderenzorg uit te vlakken; 5) het bevestigen van de noodzaak aan een integrale benadering van de zorg en de zorgbehoevende, met aandacht voor het medische, het welzijn, de psychologische ondersteuning, de palliatieve zorg, de sociale context van de zorgbehoevende, ...); 6) het expliciteren van het belang van de zorg die wordt aangeboden door vrijwilligers en mantelzorgers; 7) het bevestigen van de verenigingen voor gebruikers en mantelzorgers in hun rol van belangenbehartiging; 8) het decretaal introduceren van partnerorganisaties in de woonzorg.
2. Voorzieningen en hun opdrachten1) Het decretaal integreren van de opdrachten schoonmaakhulp, karweihulp en oppashulp in de diensten voor gezinszorg, onder de nieuwe benaming gezinszorg en aanvullende thuiszorg; 2) een decretaal kader voor de diensten voor logistieke hulp die geen initiatiefnemer zijn van een erkende dienst voor gezinszorg; 3) het bevestigen van het belang van de oppas door vrijwilligers binnen de erkende diensten voor oppashulp; 4) een decretaal kader bieden voor de erkenning van diensten voor thuisverpleging; 5) het decretaal integreren van de opdrachten informatie- en adviesverlening, psychosociale ondersteuning en zorgbegeleiding aan de bijzondere doelgroepen zieken, personen met een handicap en ouderen met een verminderde zelfredzaamheid in een thuissituatie via de diensten maatschappelijk werk van het ziekenfonds; 6) het sterker oriënteren van de opdrachten en werkzaamheden van het lokaal dienstencentrum naar de gebruiker met een verminderde zelfredzaamheid, alsook het bieden van ruimere mogelijkheden op het vlak van zorgaanbod aan deze gebruikers; 7) het beter afstemmen van de werkzaamheden van het regionaal dienstencentrum op andere actoren in de thuiszorg en de eerstelijnsgezondheidszorg, alsook op de toenemende nood aan advies inzake hulpmiddelen en woningaanpassing; 8) een decretaal kader voor de erkenning en subsidiëring van diensten voor gastopvang die instaan voor de coördinatie van opvang in gastgezinnen; 9) het creëren van de mogelijkheid tot occasionele nachtopvang en specialistische zorg in het dagverzorgingscentrum; 10) een decretaal kader voor de erkenning van centra voor herstelverblijf; 11) het decretaal inschrijven van het aanbieden van crisisopvang in een centrum voor kortverblijf; 12) het rusthuis wordt een woonzorgcentrum dat in een thuisvervangend milieu complexe zorg levert en buurtgericht werkt; 13) de decretale introductie van de assistentiewoningen, met aandacht voor wonen, zorg en sociale cohesie.
3. Specifieke bepalingen1) Het bestendigen van het principe van een persoonlijke bijdrage volgens draagkracht en het invoeren van een maximumfactuur in de thuiszorg, met het oog op de financiële toegankelijkheid van de zorg; 2) een rechtsgrond geven die toelaat dat het woonzorgcentrum ook zorg- en dienstverlening buiten zijn gebouwen kan verlenen; 3) een rechtsgrond creëren die toelaat dat de georganiseerde thuiszorg in specifieke situaties, en met het oog op het ondersteunen van continuïteit in de zorgverlening, ook activiteiten verricht buiten het natuurlijke thuismilieu, in het bijzonder in centra voor kortverblijf en woonzorgcentra.; 4) het optrekken van de leeftijdsgrens voor ouderen van 60 tot 65 jaar; 5) het decretaal inschrijven van een uniek persoonlijk zorgdossier in het woonzorgcentrum; 6) het instellen van een unieke procedure van voorafgaande vergunning, voor voorzieningen in de woonzorg waarvoor eigen gebouwen moeten worden opgericht, verbouwd of ingericht; 7) het creëren van een rechtgrond voor het tijdelijk erkennen van woongelegenheden van een woonzorgcentrum in een nabijgelegen groep van assistentiewoningen; 8) het creëren van een rechtsgrond voor maatregelen die specifiek de woonzorg in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wensen te ondersteunen; 9) het inschrijven van een administratieve geldboete als sanctie.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
[Laatst bijgewerkt op 18-11-09 ]