Sla navigatie over
Vlaanderen.be - uw wegwijzer binnen de Vlaamse overheid
startpagina | contact | sitemap integrale jeugdhulp  | zoek
 
 

 

 



Sector CGG

FAQ's

 

Vader en moeder zijn gescheiden en hebben 3 onbekwame kinderen (onder de 12 jaar). Moeder meldt haar 3 kinderen aan bij het CGG.

Kan/mag een vader zijn ex-vrouw en kinderen verbieden om hulp te krijgen in een cgg?  Mag moeder gezien worden met de 3 kinderen (als vader geen toestemming geeft)? Mogen de kinderen alleen gezien worden?

De grote algemene regel in Belgisch recht is dat minderjarigen handelingsONbekwaam zijn en onder het ouderlijk gezag van hun ouders staan tot ze meerderjarig  worden.
Het zullen dus de ouders van minderjarigen zijn die in principe belangrijke opvoedingsbeslissingen  nemen zoals waar woont de minderjarige, welke studierichting volgt de minderjarige,...
Binnen  Integrale Jeugdhulp bestaat hierop een uitzondering voor bekwame minderjarigen (vermoed vanaf 12 jaar). Deze minderjarigen mogen in principe zelfstandig beslissingen nemen m.b.t. hun hulpverlening. Maar in deze situatie gaat het over onbekwame minderjarigen, en speelt deze uitzondering dus geen rol.
 
1. Wanneer er sprake is van CO-OUDERSCHAP (de gangbare situatie in België)  en hierbij maakt het niet uit of ouders gehuwd zijn, gescheiden, samenleven of niet, dan moeten ouders SAMEN beslissen. Gaat één van hen niet akkoord met bv. de begeleiding dan kan de begeleiding niet plaatsvinden. Pas wanneer beide ouders akkoord gaan, of wanneer er een vonnis van de rechter is die zich boven één van de ouders stelt  kan de begeleiding toch plaatsvinden.
 
Ten aanzien van derden ter goeder trouw speelt hierbij wel het vermoeden uit art. 373 B.W. ‘derden ter goeder trouw mogen er van uitgaan dat een vraag/beslissing van één ouder gesteld/genomen is mét toestemming van de andere ouder’.
-> Wanneer derden dus géén weet hebben van een conflict tussen beide ouders rond een bepaalde kwestie, kunnen zij wel degelijk ingaan op een verzoek vanwege één ouder van een onbekwame minderjarige (zelfs wanneer ouders  gescheiden zijn of niet samenwonen). Men heeft de expliciete toestemming van de andere ouder hiervoor dus in principe niet nodig.
-> Wanneer derden echter wel weet hebben van conflicten tussen beide ouders m.b.t. een bepaalde kwestie zijn ze niet meer ter goeder trouw. Dan heeft men wel de expliciete toestemming van allebei de ouders nodig. Indien men deze niet krijgt, kan men in principe niets ondernemen, en dus ook geen hulp bieden binnen de vrijwillige hulpverlening. 
Om begeleiding te kunnen krijgen, moet één van de ouders dan een procedure opstarten bij de rechter om zijn toestemming te verkrijgen voor de begeleiding. 
 
2. Wanneer er sprake zou zijn van EXCLUSIEF OUDERLIJK GEZAG (= de uitzonderingssituatie in België en moet steeds voorzien worden door een vonnis) van één van beide ouders dan kan deze ouder alleen beslissingen nemen.
Wanneer de andere ouder dan niet akkoord is, moet hij hiervoor naar de rechter stappen om de beslissing van de ouder met exclusief ouderlijk gezag ongedaan te laten maken (wanneer hij de rechter er kan van overtuigen dat deze beslissing niet in het belang van zijn kind is.)
 
CONCLUSIE:
In deze situatie gaat het om onbekwame kinderen jonger dan 12 jaar. In dat geval moet er in principe toestemming zijn van beide ouders om hulp te kunnen verlenen. Tenzij een ouder het exclusieve ouderlijke gezag zou hebben over de kinderen want dan kan deze ouder alleen beslissen.
Wanneer bij een situatie van co-ouderschap één ouder (de moeder in deze situatie) de onbekwame kinderen aanmeldt, kan hulp echter wel opgestart worden indien het CGG geen weet heeft (of zou moeten hebben) van  conflicten op dit vlak tussen ouders. Op basis van het wettelijk vermoeden dat één ouder steeds handelt met toestemming van de andere ouder.
Indien het CGG wel kennis heeft van conflicten op dit vlak tussen de ouders, kan hulpverlening maar opgestart worden na de expliciete toestemming van beide  ouders, of na een rechterlijke beslissing.
 

 Terug naar vragenlijst

 

Hebben wij toestemming nodig van de vader om een begeleiding te kunnen starten voor een baby van 5 maanden op vraag van de moeder.

 

Als jullie er geen weet van hebben dat de vader uitdrukkelijk niet akkoord gaat met een begeleiding, kunnen jullie op vraag van de moeder van start gaan:

1.A. Wanneer er sprake is van CO-OUDERSCHAP (gangbare situatie in België) dan moeten ouders SAMEN beslissen.Gaat één van hen niet akkoord met bv. de begeleiding door een dienst dan kan de begeleiding niet plaatsvinden.

!! Ten aanzien van derden ter goeder trouw speelt hierbij het vermoeden uit art. 373 B.W.:

=> derden ter goeder trouw mogen er van uitgaan dat een vraag/beslissing van één ouder gesteld/genomen is mét toestemming van de andere ouder.

-> Wanneer derden dus géén weet hebben van een conflict tussen beide ouders rond een bepaalde kwestie,kunnen zij wel degelijk ingaan op een verzoek vanwege één ouder van een onbekwame minderjarige (zelfs wanneer ouders gescheiden zijn of niet samenwonen). Men heeft de expliciete toestemming van de andere ouder hiervoor dus niet nodig.

-> Wanneer derden wel weet hebben van conflicten tussen beide ouders m.b.t. een bepaalde kwestie, zijn ze niet meer ter goeder trouw zoals waarvan sprake in het vermoeden dat de wet invoert. Dan heeft men wel de expliciete toestemming van allebei de ouders nodig. Indien men deze niet krijgt, kan men niets ondernemen. Tenzij een van de ouders een procedure zou opstarten bij de rechter om zijn toestemming te verkrijgen.

1.B. Wanneer er sprake zou zijn van EXCLUSIEF OUDERLIJK GEZAG (= zeer uitzonderlijke situatie in België en moet steeds voorzien worden door een vonnis) van één van beide ouders kan deze ouder alleen beslissingen nemen. Wanneer de andere ouder dan niet akkoord is, moet hij hiervoor naar de rechter stappen om de beslissing van de ouder met exclusief ouderlijk gezag ongedaan te laten maken.

 

Terug naar vragenlijst

 

We werken met een document waarin de cliënt toestemming geeft om andere hulpverleners zoals huisarts, thuisbegeleidingsdienst, CLB te contacteren. De vraag leeft wanneer we dit moeten laten ondertekenen door de
minderjarige cliënt zelf.

 

Van zodra een jongere 'bekwaam' is, en er is een vermoeden van bekwaamheid op de leeftijd van 12 jaar, moet hij, in de mate van het mogelijke, zijn toestemming geven alvorens er informatie naar andere hulpverleners kan doorstromen. Het kan echter niet de bedoeling zijn dat de jongere een 'blanco cheque'tekent. Eigenlijk moet je je er steeds opnieuw van vergewissen bij de
jongere dat hij akkoord is met het doorgeven van informatie op dat moment.

Hierna het artikel uit het DRP dat van toepassing is:

Art. 32 Decreet IJH
'De toegangspoort, de trajectbegeleiding en de jeugdhulp-aanbieders, wisselen onder elkaar persoonsgegevens uit met het oog op de uitvoering van de taken en bevoegdheden geregeld door dit decreet. De wet bescherming verwerking persoonsgegevens en de regelgevingen van de sectoren blijven van toepassing. De gegevensuitwisseling is onderworpen aan de volgende
voorwaarden:

  1. de gegevensuitwisseling heeft enkel betrekking op gegevens die noodzakelijk zijn voor de jeugdhulp

  2. de gegevens worden enkel uitgewisseld in het belangvan de personen tot wie de jeugdhulp zich richt

  3. de genoemde actoren trachten, in de mate van het mogelijke, de geïnformeerde instemming met de gegevensuitwisseling te verkrijgen van de persoon op wie de gegevens betrekking hebben.'

Terug naar vragenlijst

 

 

Een moeder belt CGG om het dossier van haar jongen van 14 jaar op te vragen, die enkele jaren geleden in begeleiding was in het centrum. Ze heeft dit nodig om opnieuw  bij een psychiater hulpverlening te starten. Klopt dit dat zij dan binnen de 15 dagen recht heeft op een afschrift? Moeten wij dan ook de jongen zijn goedkeuring vragen (gezien hij +12j is)? Stel dat het een gescheiden moeder is, moeten we dan de info weglaten mbt vader?  Onze psychiater moet dit inschatten?.....

 

 M.b.t. het dossier in een CGG werd beslist om het dossier in zijn geheel als een medisch dossier te beschouwen waardoor de artikelen 21 tot en met 23 van het DRP niet van toepassing zijn. Om een antwoord te kunnen geven op bovenstaande vraag moeten we de wet betreffende de rechten van de patiënt hanteren. Daarin staat bepaald dat de verantwoordelijkheid over het dossier ligt bij de beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg. Concreet voor het CGG betekent dit dat de psychiater die de leiding heeft over het centrum hiervoor verantwoordelijk is.


In de wet patiëntenrechten is geen sprake van een bepaalde leeftijd, maar in art. 12 wordt bepaald dat de minderjarige die tot een redelijke beoordeling van zijn belangen in staat is, zijn rechten als patiënt, waaronder het inzagerecht m.b.t. zijn patiëntendossier, zelfstandig kan uitoefenen.
Enkel wanneer de psychiater van mening zou zijn dat de betrokken minderjarige onbekwaam is, zal het inzagerecht dus door de ouders uitgeoefend kunnen worden.

 

De persoonlijke notities van een beroepsbeoefenaar en gegevens die betrekking hebben op derden (conform de Wet verwerking persoonsgegevens) zijn volgens art. 9 wet patiëntenrechten van het recht op inzage door de patiënt uitgesloten. Maar de regeling die in het DRP is uitgewerkt m.b.t. de contextuele gegevens is niet in tegenspraak met bepalingen in de Wet patiëntenrechten. Bijgevolg wordt er door de sectorale overheid (Zorg en Gezondheid) aangeraden deze ook toe te passen in de praktijk van het CGG.

Dit betekent dat wanneer de bekwame minderjarige om een afschrift vraagt, hij hierbij ook recht heeft op informatie over zijn relatie met mensen uit de context (dus ook zijn vader). Terwijl dat wanneer zijn moeder om een afschrift vraagt, als wettelijke vertegenwoordiger van haar onbekwame zoon, zij enkel recht heeft op informatie die alleen haar zoon zelf betreft en op informatie die háár relatie met haar zoon betreffen.

 

Net zoals in het DRP is hier trouwens ook een periode van 15 dagen voorzien om aan de vraag tegemoet te komen. Er is tevens een recht op afschrift. Een afschrift is wel steeds persoonlijk en vertrouwelijk én kan dus enkel gebruikt worden in het kader van een medische behandeling.

 

Terug naar vragenlijst

 

 

 

Een bekwame minderjarige geeft toestemming tot inzage in het dossier aan één der ouders, die het dossier samen met een advocaat komt inkijken. Kan dit? En voor welke gegevens?

 

Volgens ons moet dit inderdaad kunnen wanneer een bekwame minderjarige hier uitdrukkelijk toestemming voor geeft. Dit wordt echter niet uitdrukkelijk door het DRP voorzien. Of het in de praktijk ook aanvaard zal worden dat ouders van een bekwame minderjarige toegang krijgen tot (bepaalde gegevens uit) het dossier, zal dus beslist worden door de jeugdhulpverleners in een concrete situatie of later misschien door de magistratuur wanneer hierrond procedures zouden gevoerd worden.

 

Wanneer een ouder toch toegang krijgt, zal hij toegang krijgen tot deze gegevens waartoe de bekwame minderjarige zelf toegang heeft, met uitzondering van de contextuele gegevens waarbij een ouder enkel toegang krijgt tot deze contextuele gegevens die hemzelf én het minderjarige kind betreffen.

 

Wat indien deze bekwame minderjarige geen uitdrukkelijke toestemming had gegeven, doch ook geen verzet had aangetekend?

Dan kan dit niet.

 

De algemene regel is dat ouders geen toegang hebben tot het dossier van een bekwame minderjarige. (Met uitzondering van de gegevens die enkel zichzelf betreffen want daar hebben ze toegang toe op basis van de wet verwerking persoonsgegevens.)

Uitzonderingen op deze algemene regel kunnen slechts voorkomen mét uitdrukkelijke toestemming van de bekwame minderjarige.

 

Terug naar vragenlijst

 

 

Heeft de minderjarige al dan niet toegang tot zijn gezondheidsgegevens  die in een aparte kaftje worden bijgehouden?

 

Het recht op toegang van de minderjarige tot zijn gezondheidsgegevens die apart bijgehouden worden, wordt geregeld door de Wet op de rechten van de patiënt.

De wet betreffende de rechten van de patiënt regelt het recht op toegang tot het dossier in artikel 9 §2. Artikel 9 bepaalt dat de patiënt het recht heeft op inzage in het hem betreffend patiëntendossier. Wanneer hij inzage vraagt, moet zo snel mogelijk en ten laatste binnen de vijftien dagen gevolg gegeven worden aan zijn verzoek. De patiënt kan ook een afschrift vragen van zijn dossier, of van het deel van het deel dat over hem gaat.

Op dit inzagerecht bestaan enkele uitzonderingen:

-         Persoonlijke notities van de beroepsbeoefenaar

Hierop wordt één uitzondering voorzien: indien de patiënt zich laat bijstaan door een vertrouwenspersoon die ook een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg is, heeft deze wel inzagerecht in de persoonlijke notities.

-         Gegevens die betrekking hebben op derden

-         Therapeutische exceptie
Mits het in acht nemen van een aantal voorwaarden, kan de beroepsbeoefenaar beslissen dat bepaalde informatie niet aan de patiënt meegedeeld wordt.

 

Artikel 12 regelt de toepassing van de wet voor minderjarigen. De rechten opgenomen in de Wet op de patiëntenrechten worden bij een minderjarige patiënt uitgeoefend door zijn ouders of andere wettelijke vertegenwoordigers. De minderjarige kan zelf zijn rechten als patiënt uitoefenen wanneer blijkt dat hij tot een redelijke beoordeling van zijn belangen in staat is.

 

Gezien de afwezigheid van een regeling inzake de leeftijd in de wet op de patiëntenrechten is de beoordeling van de bekwaamheid sterk afhankelijk van de betrokken beroepsbeoefenaar. Daardoor komt er, bij weigering door de medicus om de minderjarige die bekwaamheid toe te kennen, een zware bewijslast bij de minderjarige patiënt te liggen die zijn competentie moet bewijzen. In die zin is de bepaling uit de wet patiëntenrechten relatief zwakker dan artikel 4 uit het decreet rechtspositie (bekwaamheid van de minderjarige).

 

Terug naar vragenlijst