Sla navigatie over
Vlaanderen.be - uw wegwijzer binnen de Vlaamse overheid
startpagina | contact | sitemap integrale jeugdhulp  | zoek
 
 

 

 



Sector CIG

FAQ's

 

Hebben wij toestemming nodig van de vader om een begeleiding te kunnen starten voor een baby van 5 maanden op vraag van de moeder.

 

Als jullie er geen weet van hebben dat de vader uitdrukkelijk niet akkoord gaat met een begeleiding, kunnen jullie op vraag van de moeder van start gaan:

1.A. Wanneer er sprake is van CO-OUDERSCHAP (gangbare situatie in BelgiŽ) dan moeten ouders SAMEN beslissen.Gaat ťťn van hen niet akkoord met bv. de begeleiding door een dienst dan kan de begeleiding niet plaatsvinden.

!! Ten aanzien van derden ter goeder trouw speelt hierbij het vermoeden uit art. 373 B.W.:

=> derden ter goeder trouw mogen er van uitgaan dat een vraag/beslissing van ťťn ouder gesteld/genomen is mťt toestemming van de andere ouder.

-> Wanneer derden dus gťťn weet hebben van een conflict tussen beide ouders rond een bepaalde kwestie,kunnen zij wel degelijk ingaan op een verzoek vanwege ťťn ouder van een onbekwame minderjarige (zelfs wanneer ouders gescheiden zijn of niet samenwonen). Men heeft de expliciete toestemming van de andere ouder hiervoor dus niet nodig.

-> Wanneer derden wel weet hebben van conflicten tussen beide ouders m.b.t. een bepaalde kwestie, zijn ze niet meer ter goeder trouw zoals waarvan sprake in het vermoeden dat de wet invoert. Dan heeft men wel de expliciete toestemming van allebei de ouders nodig. Indien men deze niet krijgt, kan men niets ondernemen. Tenzij een van de ouders een procedure zou opstarten bij de rechter om zijn toestemming te verkrijgen.

1.B. Wanneer er sprake zou zijn van EXCLUSIEF OUDERLIJK GEZAG (= zeer uitzonderlijke situatie in BelgiŽ en moet steeds voorzien worden door een vonnis) van ťťn van beide ouders kan deze ouder alleen beslissingen nemen. Wanneer de andere ouder dan niet akkoord is, moet hij hiervoor naar de rechter stappen om de beslissing van de ouder met exclusief ouderlijk gezag ongedaan te laten maken.

Terug naar vragenlijst

 

Een bekwame minderjarige geeft toestemming tot inzage in het dossier aan ťťn der ouders, die het dossier samen met een advocaat komt inkijken. Kan dit? En voor welke gegevens?

 

Volgens ons moet dit inderdaad kunnen wanneer een bekwame minderjarige hier uitdrukkelijk toestemming voor geeft. Dit wordt echter niet uitdrukkelijk door het DRP voorzien. Of het in de praktijk ook aanvaard zal worden dat ouders van een bekwame minderjarige toegang krijgen tot (bepaalde gegevens uit) het dossier, zal dus beslist worden door de jeugdhulpverleners in een concrete situatie of later misschien door de magistratuur wanneer hierrond procedures zouden gevoerd worden.

 

Wanneer een ouder toch toegang krijgt, zal hij toegang krijgen tot deze gegevens waartoe de bekwame minderjarige zelf toegang heeft, met uitzondering van de contextuele gegevens waarbij een ouder enkel toegang krijgt tot deze contextuele gegevens die hemzelf ťn het minderjarige kind betreffen.

 

Wat indien deze bekwame minderjarige geen uitdrukkelijke toestemming had gegeven, doch ook geen verzet had aangetekend?

Dan kan dit niet.

 

De algemene regel is dat ouders geen toegang hebben tot het dossier van een bekwame minderjarige. (Met uitzondering van de gegevens die enkel zichzelf betreffen want daar hebben ze toegang toe op basis van de wet verwerking persoonsgegevens.)

Uitzonderingen op deze algemene regel kunnen slechts voorkomen mťt uitdrukkelijke toestemming van de bekwame minderjarige.

 

Terug naar vragenlijst

 

 

Bestaan er wettelijke bepalingen of richtlijnen die het delen van een kamer door broer (16 jaar) en kleinere zus in een CIG beletten?

Een CIG valt onder de sector en regelgeving van Kind en Gezin.

De reglementering die van toepassing is, kan je terugvinden bij Juriwel via deze link:

 

In deze (kwaliteits)regelgeving wordt nogal vaag verwezen naar het respecteren van mensen- en kinderrechten.

Het DRP is ook van toepassing. Zie ook de fiche rond privacy in de werkmap "Aan de slag..."

 

Voor de concrete vraag over de 16-jarige jongen en zijn kleine zus moet een antwoord gezocht worden dat rekening houdt met zijn wensen en recht op privacy. Ook het recht op zo groot mogelijke bescherming an de fysieke integriteit van het zusje is een element waar rekening mee moet gehouden worden.

Organisatorische redenen die kinderen in onveiligheid zouden brengen, kunnen niet door de beugel.

 

Terug naar vragenlijst

 

 

Heeft de minderjarige al dan niet toegang tot zijn gezondheidsgegevens  die in een aparte kaftje worden bijgehouden?

 

Het recht op toegang van de minderjarige tot zijn gezondheidsgegevens die apart bijgehouden worden, wordt geregeld door de Wet op de rechten van de patiŽnt.

De wet betreffende de rechten van de patiŽnt regelt het recht op toegang tot het dossier in artikel 9 ß2. Artikel 9 bepaalt dat de patiŽnt het recht heeft op inzage in het hem betreffend patiŽntendossier. Wanneer hij inzage vraagt, moet zo snel mogelijk en ten laatste binnen de vijftien dagen gevolg gegeven worden aan zijn verzoek. De patiŽnt kan ook een afschrift vragen van zijn dossier, of van het deel van het deel dat over hem gaat.

Op dit inzagerecht bestaan enkele uitzonderingen:

-         Persoonlijke notities van de beroepsbeoefenaar

Hierop wordt ťťn uitzondering voorzien: indien de patiŽnt zich laat bijstaan door een vertrouwenspersoon die ook een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg is, heeft deze wel inzagerecht in de persoonlijke notities.

-         Gegevens die betrekking hebben op derden

-         Therapeutische exceptie
Mits het in acht nemen van een aantal voorwaarden, kan de beroepsbeoefenaar beslissen dat bepaalde informatie niet aan de patiŽnt meegedeeld wordt.

 

Artikel 12 regelt de toepassing van de wet voor minderjarigen. De rechten opgenomen in de Wet op de patiŽntenrechten worden bij een minderjarige patiŽnt uitgeoefend door zijn ouders of andere wettelijke vertegenwoordigers. De minderjarige kan zelf zijn rechten als patiŽnt uitoefenen wanneer blijkt dat hij tot een redelijke beoordeling van zijn belangen in staat is.

 

Gezien de afwezigheid van een regeling inzake de leeftijd in de wet op de patiŽntenrechten is de beoordeling van de bekwaamheid sterk afhankelijk van de betrokken beroepsbeoefenaar. Daardoor komt er, bij weigering door de medicus om de minderjarige die bekwaamheid toe te kennen, een zware bewijslast bij de minderjarige patiŽnt te liggen die zijn competentie moet bewijzen. In die zin is de bepaling uit de wet patiŽntenrechten relatief zwakker dan artikel 4 uit het decreet rechtspositie (bekwaamheid van de minderjarige).

 

Terug naar vragenlijst