Sla navigatie over
Vlaanderen.be - uw wegwijzer binnen de Vlaamse overheid
startpagina | contact | sitemap integrale jeugdhulp  | zoek
 
 

 

 



Sector VAPH

FAQ's

In een omzendbrief van het VAPH met betrekking tot het meldpunt grensoverschrijdend gedrag wordt verwezen naar artikel 42 en 43 van het BVR van 4/2/2011 (kwaliteit en erkenningsvoorwaarden).Is dit een wettelijke basis die onze hulpverleners in staat stelt hun beroepsgeheim te schenden door bepaalde feiten aan het VAPH te melden? Het VAPH spreekt immers van een meldingsplicht.

Art. 43 van het desbetreffende Besluit van de Vlaamse Regering is weldegelijk een voorbeeld van een wettelijke verplichting die het mogelijk

(verplicht) maakt om het beroepsgeheim te doorbreken.

 

Meer nog indien hulpverleners zich hieraan niet houden, zullen zij opburgerrechtelijke vlak niet gedekt zijn op gebied van hun

aansprakelijkheid. Dit betekent dat wanneer personeelsleden deze regelgeving schenden, zij een 'zware fout' maken waarvoor zij zelf kunnen aangesproken worden op burgerrechtelijk vlak (voor het betalen van een schadevergoeding).

Terwijl voor hun 'lichte fout' enkel hun werkgever kan aangesproken worden en zij zelf beschermd zijn (tenzij het zou gaan om bedrog of om gewoonlijk voorkomende lichte fouten).

Terug naar vragenlijst

Hebben wij toestemming nodig van de vader om een begeleiding te kunnen starten voor een baby van 5 maanden op vraag van de moeder.

 

Als jullie er geen weet van hebben dat de vader uitdrukkelijk niet akkoord gaat met een begeleiding, kunnen jullie op vraag van de moeder van start gaan:

1.A. Wanneer er sprake is van CO-OUDERSCHAP (gangbare situatie in BelgiŽ) dan moeten ouders SAMEN beslissen.Gaat ťťn van hen niet akkoord met bv. de begeleiding door een dienst dan kan de begeleiding niet plaatsvinden.

!! Ten aanzien van derden ter goeder trouw speelt hierbij het vermoeden uit art. 373 B.W.:

=> derden ter goeder trouw mogen er van uitgaan dat een vraag/beslissing van ťťn ouder gesteld/genomen is mťt toestemming van de andere ouder.

-> Wanneer derden dus gťťn weet hebben van een conflict tussen beide ouders rond een bepaalde kwestie,kunnen zij wel degelijk ingaan op een verzoek vanwege ťťn ouder van een onbekwame minderjarige (zelfs wanneer ouders gescheiden zijn of niet samenwonen). Men heeft de expliciete toestemming van de andere ouder hiervoor dus niet nodig.

-> Wanneer derden wel weet hebben van conflicten tussen beide ouders m.b.t. een bepaalde kwestie, zijn ze niet meer ter goeder trouw zoals waarvan sprake in het vermoeden dat de wet invoert. Dan heeft men wel de expliciete toestemming van allebei de ouders nodig. Indien men deze niet krijgt, kan men niets ondernemen. Tenzij een van de ouders een procedure zou opstarten bij de rechter om zijn toestemming te verkrijgen.

1.B. Wanneer er sprake zou zijn van EXCLUSIEF OUDERLIJK GEZAG (= zeer uitzonderlijke situatie in BelgiŽ en moet steeds voorzien worden door een vonnis) van ťťn van beide ouders kan deze ouder alleen beslissingen nemen. Wanneer de andere ouder dan niet akkoord is, moet hij hiervoor naar de rechter stappen om de beslissing van de ouder met exclusief ouderlijk gezag ongedaan te laten maken.

 

Terug naar vragenlijst

Heeft een psycholoog werkzaam binnen de school die uitsluitend therapie geeft aan jongeren beroepsgeheim of ambtsgeheim?

 

Volgens mij heeft deze psycholoog zowel een beroepsgeheim (omdat hij noodzakelijke vertrouwensfiguur is voor de kinderen aan wie hij therapie geeft. Zij moeten hem in vertrouwen nemen als ze de hulp willen krijgen die ze van hem als psycholoog verwachten) als een ambtsgeheim (omdat werkzaam in onderwijssector).

Dit betekent dat deze persoon eventueel strafrechtelijk kan vervolgd worden wanneer hij zijn beroepsgeheim schendt, en tuchtrechtelijk vervolgd kan worden wanneer hij informatie doorgeeft aan derden en daarmee de belangen van de school schendt. 

 

Terug naar vragenlijst

 

 

   

Hoe zit het met de coŲrdinatoren verbonden aan de school die de intake gesprekken met de ouders doen voor de leerlingen die niet verbonden zijn aan het MPI. Hebben zij ook beroepsgeheim?

 

Tenslotte vernemen zij vertrouwelijke informatie in hoofde van hun beroep. 

Het (strafrechtelijk gesanctioneerd) beroepsgeheim kan enkel opgelegd worden bij wet of decreet.

 

Basisartikel 458 Strafwetboek voorziet een beroepsgeheim voor iedereen die naar aanleiding van hun beroep kennis krijgen van geheimen die hen worden toevertrouwd. Het Hof van Cassatie stelde hierbij dat het moest gaan om personen die optreden als noodzakelijke vertouwensfiguren. Meer bepaald personen die cliŽnten/patiŽnten moeten in vertrouwen nemen wanneer zij de hulp willen krijgen die ze van deze hulpverleners verwachten.

Daarnaast stelt bv. het Decreet op de integrale jeugdhulp dat iedereen die zijn medewerking verleent aan de uitvoering van dit decreet gebonden is aan een beroepsgeheim. (Dus bv. ook de bijstandspersonen die eventueel ook personen kunnen zijn die eigenlijk niet gebonden zijn aan beroepsgeheim.)

Voor de onderwijssector bestaan (nog) geen wetten of decreten die het beroepsgeheim uitbreiden. Daardoor hebben personen die in de onderwijssector werken en die normaal geen beroepsgeheim hebben (leerkrachten (ook zogenaamde vertrouwensleerkrachten), directie, coŲrindatoren,...) enkel een ambtsgeheim.

 

Terug naar vragenlijst

 

 

 

Zijn jongeren met een handicap (Autisme en blinden en slechtzienden) bekwame minderjarigen?


Dit kan niet in het algemeen beantwoord worden.

De bepaling van de bekwaamheid van een minderjarige hangt af van (1) het vermogen van de minderjarigen om zijn belang in te schatten in een bepaalde situatie ťn (2) het vermogen om de gevolgen van bepaalde beslissingen en daden in te schatten. Dat kan voor elk kind (met of zonder handicap, jonger of ouder dan 12 jaar) en voor verschillende situaties anders zijn.

In elk geval kunnen minderjarigen jonger dan 12 jaar, en minderjarigen met handicap ook bekwaam zijn.

De afweging wordt gemaakt in samenspraak met de ouders en de betrokken minderjarige maar het is de hulpverlener die uiteindelijk de knoop doorhakt!

Terug naar vragenlijst

 

 

Is het DRP ook van toepassing bij verlengde minderjarigheid?

Neen, het decreet definieert een minderjarige als "elke natuurlijke persoon jonger dan achttien jaar".

 

Terug naar vragenlijst

 

 

Kan een opvoeder uit een andere leefgroep van het MPI gekozen worden door de minderjarige als zijn bijstandspersoon?

Als het gaat om een opvoeder van een andere leefgroep waar de minderjarige op dat moment geen contact heeft in het kader van de hulpverlening, dan kan deze door de minderjarige aangeduid worden als bijstandspersoon. Ook al werkt die persoon in dezelfde voorziening waar het kind verblijft. Bijvoorbeeld een opvoeder van de leefgroep waar de minderjarige vroeger verbleef.

 

Terug naar vragenlijst

 

Is het de bedoeling om de brochures ook aan de ouders te bezorgen die in mindere mate betrokken willen worden?

Het is belangrijk dat elke betrokkene in de jeugdhulp op de hoogte is van de inhoud van het DRP, ook ouders, stiefouders, grootouders, … Natuurlijk, als iemand niet aangesproken wordt of niet betrokken is bij de hulp dan heeft het weinig zin om die persoon willens nillens de verschillende rechten van de minderjarigen uit de doeken te doen of hem/haar een brochure te bezorgen.

 

Het is wťl de taak van de hulpverlener om alert te zijn voor het informeren. De hulpverlener heeft een actieve informatieplicht, dus hij moet zelf het initiatief nemen om de cliŽnten/cliŽntsysteem te informeren.

 

Dus, het zou kunnen dat iemand een beperkt aandeel heeft in de hulpverlening, toch is het van belang dat ook die persoon op de hoogte is.

Het meegeven van de brochure is een mogelijkheid, maar kŗn aangevuld worden met een mondelinge toelichting. Soms zal zelfs de mondelinge toelichting de brochure voorafgaan (afhankelijk van de situatie, de beschikbare tijd, de persoon in kwestie, enz.). De hulpverlener moet afwegen wat zinvol, haalbaar is.

 

Terug naar vragenlijst

 

 

Een bekwame minderjarige geeft toestemming tot inzage in het dossier aan ťťn der ouders, die het dossier samen met een advocaat komt inkijken. Kan dit? En voor welke gegevens?

 

Volgens ons moet dit inderdaad kunnen wanneer een bekwame minderjarige hier uitdrukkelijk toestemming voor geeft. Dit wordt echter niet uitdrukkelijk door het DRP voorzien. Of het in de praktijk ook aanvaard zal worden dat ouders van een bekwame minderjarige toegang krijgen tot (bepaalde gegevens uit) het dossier, zal dus beslist worden door de jeugdhulpverleners in een concrete situatie of later misschien door de magistratuur wanneer hierrond procedures zouden gevoerd worden.

 

Wanneer een ouder toch toegang krijgt, zal hij toegang krijgen tot deze gegevens waartoe de bekwame minderjarige zelf toegang heeft, met uitzondering van de contextuele gegevens waarbij een ouder enkel toegang krijgt tot deze contextuele gegevens die hemzelf ťn het minderjarige kind betreffen.

 

Wat indien deze bekwame minderjarige geen uitdrukkelijke toestemming had gegeven, doch ook geen verzet had aangetekend?

Dan kan dit niet.

 

De algemene regel is dat ouders geen toegang hebben tot het dossier van een bekwame minderjarige. (Met uitzondering van de gegevens die enkel zichzelf betreffen want daar hebben ze toegang toe op basis van de wet verwerking persoonsgegevens.)

Uitzonderingen op deze algemene regel kunnen slechts voorkomen mťt uitdrukkelijke toestemming van de bekwame minderjarige.

 

Terug naar vragenlijst

 

 

Heeft de minderjarige al dan niet toegang tot zijn gezondheidsgegevens  die in een aparte kaftje worden bijgehouden?

 

Het recht op toegang van de minderjarige tot zijn gezondheidsgegevens die apart bijgehouden worden, wordt geregeld door de Wet op de rechten van de patiŽnt.

De wet betreffende de rechten van de patiŽnt regelt het recht op toegang tot het dossier in artikel 9 ß2. Artikel 9 bepaalt dat de patiŽnt het recht heeft op inzage in het hem betreffend patiŽntendossier. Wanneer hij inzage vraagt, moet zo snel mogelijk en ten laatste binnen de vijftien dagen gevolg gegeven worden aan zijn verzoek. De patiŽnt kan ook een afschrift vragen van zijn dossier, of van het deel van het deel dat over hem gaat.

Op dit inzagerecht bestaan enkele uitzonderingen:

 

-         Persoonlijke notities van de beroepsbeoefenaar

Hierop wordt ťťn uitzondering voorzien: indien de patiŽnt zich laat bijstaan door een vertrouwenspersoon die ook een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg is, heeft deze wel inzagerecht in de persoonlijke notities.

-         Gegevens die betrekking hebben op derden

-         Therapeutische exceptie
Mits het in acht nemen van een aantal voorwaarden, kan de beroepsbeoefenaar beslissen dat bepaalde informatie niet aan de patiŽnt meegedeeld wordt.

 

Artikel 12 regelt de toepassing van de wet voor minderjarigen. De rechten opgenomen in de Wet op de patiŽntenrechten worden bij een minderjarige patiŽnt uitgeoefend door zijn ouders of andere wettelijke vertegenwoordigers. De minderjarige kan zelf zijn rechten als patiŽnt uitoefenen wanneer blijkt dat hij tot een redelijke beoordeling van zijn belangen in staat is.

 

Gezien de afwezigheid van een regeling inzake de leeftijd in de wet op de patiŽntenrechten is de beoordeling van de bekwaamheid sterk afhankelijk van de betrokken beroepsbeoefenaar. Daardoor komt er, bij weigering door de medicus om de minderjarige die bekwaamheid toe te kennen, een zware bewijslast bij de minderjarige patiŽnt te liggen die zijn competentie moet bewijzen. In die zin is de bepaling uit de wet patiŽntenrechten relatief zwakker dan artikel 4 uit het decreet rechtspositie (bekwaamheid van de minderjarige).

 

Terug naar vragenlijst