Sla navigatie over
Vlaanderen.be - uw wegwijzer binnen de Vlaamse overheid
startpagina | contact | sitemap integrale jeugdhulp  | zoek
 
 

 

 

 

 


 

FAQ's algemeen

 

 

TOEPASSINGSGEBIED INTEGRALE JEUGDHULP EN DRM

 

Wat is het toepassingsgebied van de integrale jeugdhulp en dus ook van het DRM?

Het toepassingsgebied van de integrale jeugdhulp vinden we terug onder hoofdstuk 2 van het decreet integrale jeugdhulp:

Art. 3.
§ 1. Integrale jeugdhulp heeft betrekking op jeugdhulpverlening die aangeboden wordt met toepassing van de volgende regelgeving :
1° het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1997 tot regeling van de erkenning en de subsidiëring van de
centra voor integrale gezinszorg;
2° het decreet van 1 december 1998 betreffende de
centra voor leerlingenbegeleiding;
3° het decreet van 18 mei 1999 betreffende de
geestelijke gezondheidszorg;
4° het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid
Kind en Gezin;
5° het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid
Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
6° het decreet van 7 maart 2008 inzake
bijzondere jeugdbijstand;
7° het decreet van 8 mei 2009 betreffende het
algemeen welzijnswerk;
8° het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van
pleegzorg.
Binnen de regelgeving, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 7°, bepaalt de Vlaamse Regering welke jeugdhulpverlening onder het toepassingsgebied van de integrale jeugdhulp valt.
§ 2. De Vlaamse Regering kan het toepassingsgebied van de integrale jeugdhulp uitbreiden naar jeugdhulpverlening die met toepassing van andere Vlaamse regelgeving wordt aangeboden.

Art. 4.
De Vlaamse Regering kan, voor het aanleveren van relevante gegevens over de minderjarige, zijn ouders of, in voorkomende geval, zijn opvoedingsverantwoordelijken en voor de jeugdhulpregie, verricht door het team Jeugdhulpregie, vermeld in artikel 17, derde lid, overeenkomsten sluiten met :
1° personen of voorzieningen van wie het hulpaanbod niet onder de toepassing valt van een regelgeving als vermeld in artikel 3;
2° personen of voorzieningen die buiten de Vlaamse Gemeenschap gevestigd zijn.

Terug naar vragenlijst

Voor welke minderjarigen is het DRM van toepassing?


Het DRM is enkel van toepassing op minderjarigen in de integrale jeugdhulp en meer specifiek in het kader van hulp binnen het AWW, de BJB, de pleegzorg, de CIG,  het CGG, het CLB, Kind en Gezin, en het VAPH.

 

Terug naar vragenlijst

 

Gelden de rechten uit het decreet rechtspositie ook voor minderjarigen die geplaatst zijn in gemeenschapsvoorzieningen?

 

Het toepassingsgebied van het decreet rechtspositie valt samen met het toepassingsgebied dat bepaald werd in het decreet integrale jeugdhulp. Ook de gemeenschapsinstellingen maken deel uit van de integrale jeugdhulp, dus is het decreet rechtspositie er ook van toepassing.

 

De enige beperking die van toepassing is, is dat rechten uit het decreet kunnen beperkt worden door een gerechtelijke beslissing. Zo hebben minderjarigen die geplaatst zijn door de jeugdrechtbank geen recht op instemming met de jeugdhulp. En kan de rechter bv. ook beperkingen opleggen inzake het bezoekrecht.

 

Terug naar vragenlijst

 

Zijn de rechten uit het DRM ook van toepassing op niet begeleide minderjarigen en minderjarigen zonder verblijfsrecht in België?


Ja, in zover zij met jeugdhulpverlening in aanraking komen die valt onder het toepassingsgebied van integrale jeugdhulp.

 

Terug naar vragenlijst

 

Is het aanbod van een bezoekruimte aan minderjarigen te beschouwen als buitengerechtelijke jeugdhulp ?


Onder de integrale jeugdhulp valt ook de jeugdhulpverlening die wordt aangeboden door de centra voor algemeen welzijnswerk met toepassing van het decreet van 19 december 1997 betreffende het algemeen welzijnswerk of in het kader van projecten die krachtens artikel 16, eerste lid, van dat decreet worden gesubsidieerd (artikel 6 van het BVR van 11 juni 2004 tot afbakening van het toepassingsgebied van de integrale jeugdhulp en van de regio's integrale jeugdhulp en tot regeling van de beleidsafstemming integrale jeugdhulp).

 

Luidens artikel 8, eerste lid, van het decreet van 19 december 1997 kan de Vlaamse Regering de centra voor algemeen welzijnswerk, naast het vervullen van hun algemene opdracht, belasten met bijkomende taken. Tot die taken behoort de begeleiding bij het onderbroken of conflictueuze ouder-kindcontact (bezoekruimte) (artikel 16, §1, eerste lid, 6°, van het BVR van 12 oktober 2001 ter uitvoering van het decreet van 19 december 1997 betreffende het algemeen welzijnswerk).

 

De bezoekruimten behoren bijgevolg tot het aanbod van het algemeen welzijnswerk dat tot de integrale jeugdhulp behoort. (Bron Roger Van Brusselen Adviseur Afdeling Beleidsontwikkeling WVG)

 

Terug naar vragenlijst

 

 

Wat is de verhouding tussen het DRM en de andere belendende sectoren?


De principes van het DRM zijn niet van toepassing op die andere sectoren. Het is echter niet ondenkbaar dat het DRM ook de discussie i.v.m. de rechtspositie en het statuut van de minderjarige in deze sectoren zal aanzwengelen. In bepaalde sectoren zal zelfs een afstemming met het DRM zich opdringen, zoals bv. in het onderwijs en op het vlak van de gezondheidszorg. Dit is echter een sectorale aangelegenheid en vraagt om verdere uitklaring in de toekomst.

 

Terug naar vragenlijst

 

 

Ik ben vertrouwd met het decreet Rechtspositie omdat ik het hielp implementeren in een thuisbegeleidingsdienst. Recent veranderde ik van job en kwam in een cel leerlingbegeleiding terecht van een school buitengewoon secundair onderwijs. Is het DRM hier ook van toepassing ?

 

De onderwijssector valt NIET onder het toepassingsgebied van de integrale jeugdhulp en dus ook niet onder het toepassingsgebied van het DRM.
De kerntaak van scholen is immers kwaliteitsvol onderwijs bieden. Het is niet de bedoeling dat scholen ‘hulpvoorzieningen’ en leerkrachten ‘hulpverleners’ worden. Het zorgbeleid (met inbegrip van de leerlingenbegeleiding) dat een school uitbouwt, maakt dan ook geen deel uit van de integrale jeugdhulp. Dit zorgbeleid situeert zich in het voortraject en wordt niet beschouwd als jeugdhulpverlening.

De toepassing van het DRM is afhankelijk van de sector waarin men werkt en niet van de functie van bepaalde werknemers (leerkracht, zorgleerkracht, directie, leerlingenbegeleiders,...). Een personeelslid van een school valt dus niet onder het decreet rechtspositie (behalve indien hij/zij door de leerling aangeduid wordt als vertrouwenspersoon).
 

 

 Terug naar vragenlijst

 

 

Is GON-begeleiding jeugdhulp? Kan GON-begeleiding geweigerd worden? 

GON-begeleiding is geen jeugdhulp en valt volledig onder de onderwijsregelgeving.

GON-begeleiding is steeds de resultante van een proces. Een effectieve weigering is dan ook weinig waarschijnlijk.

 

Terug naar vragenlijst



Vallen alle taken van het CLB onder ‘hulpverlening’?


In het kader van integrale jeugdhulp werd het totale hulpverleningsaanbod van de sector CLB gemoduleerd. Het CLB heeft echter een ruimer takenpakket dan datgene wat gevat wordt binnen integrale jeugdhulp.

De voornaamste opdrachten die niet gevat worden, zijn:

·         alle opdrachten die we onder de noemer “preventief werken” kunnen plaatsen,

·         activiteiten die zich situeren in het schoolondersteunende aanbod,

·         activiteiten die zich bevinden in de samenwerking met andere voorzieningen die niet behoren tot de sectoren die door integrale jeugdhulp gevat worden (bijvoorbeeld kinderpsychiatrie)

 

Terug naar vragenlijst

 

Welke rechtsgrond heeft voorrang: het Decreet Rechtspositie of het Besluit van de Vlaamse regering betreffende het multidisciplinair dossier van het CLB?


In het kader van de rechtsvoorrang heeft het Decreet Rechtspositie voorrang op het Besluit van de Vlaamse regering betreffende het multidisciplinair dossier. In het Decreet Rechtspositie staat daarenboven vermeld dat de minderjarige recht heeft op de toepassing van de voor hem meest gunstige regelgeving.

 

Terug naar vragenlijst

 


Staat het DRM naast de SMK's van het kwaliteitsdecreet?


Neen, een aantal thema’s uit het DRM komen ook aan bod in het kwaliteitsdecreet. Om als voorziening dubbel werk te vermijden is het nuttig om, alvorens aan de slag te gaan met het DRM, het kwaliteitsbeleid van de voorziening, zoals vastgelegd in het kwaliteitshandboek, naast de bepalingen van het decreet rechtspositie te leggen. (zie ook inleidende fiche van de 
werkmap "Aan de slag..."

 

Terug naar vragenlijst

 

INFORMATIE M.B.T. het DRM


Wie wordt geïnformeerd over het DRM?


De informatieverspreiding over het DRM voor de verschillende betrokkenen in de jeugdhulp zijn:

De werkmap "aan de slag met het decreet rechtspositie van de minderjarige in de integrale jeugdhulp" bestaat uit 3 grote delen: een handleiding (achtergrondinfo over kinderrechten en een voorstel tot een implementatietraject), het volledige decreet mét de memorie van toelichting en 10 fiches over de artikelen uit het decreet.

De brochures voor de minderjarigen en ouders zijn in een begrijpelijke taal geschreven, zodat de betrokken diensten over kant en klaar materiaal beschikken om te gebruiken in de hulpverlening. De brochures kunnen tevens een inspiratiebron zijn voor eigen informatiemateriaal. 

 

Terug naar vragenlijst

 


        

DE INSPECTIE OP HET DRM



Gebeurt de inspectie van de diensten in de verschillende sectoren eerder procesmatig of zal het een technische controle zijn?


In 2009 is men gestart met inspecties op het decreet rechtspositie. In een eerste fase werden een aantal proefinspecties gedaan waarna een evaluatie en bijsturing werd doorgevoerd.

De inspectie gebeurt op 3 niveaus en houdt volgende mogelijke vragen in:

 

·         Op beleidsniveau van de voorziening: hoe is de visie van de voorziening op bekwaamheid, zijn er verbeterplannen, welke ondersteuningselementen heeft het personeel, wat is het vormingsbeleid in de voorziening, enz.

·         Op niveau van de afdelingsverantwoordelijke: welke afspraken, procedures,.. zijn er over een aantal rechten, weet de cliënt waarom hij in de hulpverlening zit,  wordt er gepeild (en hoe) naar de mening van de minderjarige bij evaluaties, m.b.t. dossier: welke gegevens worden waar genoteerd, enz.

·         Op niveau van individuele dossiers: dossiers worden anoniem bekeken met de betrokken hulpverlener: wordt de MJ in dit dossier als bekwaam beschouwd, waarom, waarom niet ?, is de MJ geïnformeerd over zijn rechten, over waarom hij in de hulpverlening zit, op welke manier is hij geïnformeerd, enz.

 

Terug naar vragenlijst

 

 

In 2009 zijn de inspecties gestart met bijzondere aandacht voor de rechtspositie van de minderjarige. Welke informatie is daarover beschikbaar?

Hierover werd een gezamenlijk schrijven vanuit Inspectie WVG en de onderwijsinspectie verspreid die deze inspectiebezoeken aankondigen(pdf-document, 163 Kb, 3 pagina's) .

 

Er werd een modelverslag opgesteld dat een beeld geeft van de inhoud van de bevraging:

Modelverslag Inspecties Integrale Jeugdhulp met de focus op de rechtspositie van de minderjarige (Semi)residentiële settings (pdf-document, 223 Kb, 32 pagina's)

 

Modelverslag Inspecties Integrale Jeugdhulp met de focus op de rechtspositie van de minderjarige Ambulante settings (pdf-document, 175 Kb, 23 pagina's)

 

Principes en het verloop van de inspectie (pdf-document, 42 Kb, 2 pagina's)

 

Terug naar vragenlijst


 

Wat met domiciliëringen van minderjarigen die niet bij de ouders verblijven?

 

Een jong koppel verblijft sinds enkele maanden in een erkend opvangcentrum voor  thuislozen. Gezien de opvangvorm en de opvoedingsmoeilijkheden verblijven de 3 kinderen in de leeftijdsfase tussen 1 en 3 jaar,  in een erkend CKG. Het CKG kan de kinderen niet domiciliëren op hun verblijfadres. Het opvangcentrum van de ouders stelt zich volgende vraag: Kunnen  de kinderen gedomicilieerd worden op het adres van het opvangcentrum van de ouders ?

 

Antwoord van de Kinderrechtswinkel:

Het ouderlijk gezag houdt in dat ouders o.a. recht hebben op : 

- gezag over hun minderjarige kind (art. 373-374 BW.) waarin o.a. wordt begrepen, het recht van bewaring (= het recht om te beslissen waar het kind gehuisvest wordt, tenzij een rechter hierover anders beslist).

 Art. 108 B.W. stelt bovendien "De niet-ontvoogde minderjarige heeft zijn (wettelijke) woonplaats in de gezamenlijke verblijfplaats van zijn ouders of, indien die niet samenleven, in de verblijfplaats van één van beiden.

 

=> Een minderjarige heeft zijn wettelijke woonplaats op de gezamenlijke verblijfplaats van zijn ouders of, indien de ouders niet meer samenleven, op de verblijfplaats van één van beide ouders (Wanneer hierover geen eensgezindheid bestaat tussen ouders, zal de familierechter hierover oordelen.) Indien de minderjarige ook effectief zijn hoofdverblijf heeft op het adres van zijn wettelijke woonplaats, dient hij er dan ook te worden ingeschreven in de bevolkingsregisters. Met ‘hoofdverblijf’ wordt bedoeld: de plaats waar de minderjarige effectief verblijft gedurende het grootste gedeelte van het jaar.

=> Indien de minderjarige echter zijn hoofdverblijf zou hebben op een ander adres dan op het adres van de wettelijke woonplaats (vb. bij grootouders of een ander familielid, bij een derde, bij pleegouders, in een instelling), dient de minderjarige te worden ingeschreven op het adres van zijn hoofdverblijf. In voorkomend geval dient de gemeente in het rijksregisterdossier van deze minderjarige wel melding te maken van de wettelijke woonplaats (onder het IT 027).

=> Een minderjarige die is geplaatst in een jeugdinstelling of een MPI, dit met toepassing van de wet van 8 april 1965 inzake de jeugdbescherming of de regelgeving inzake de bijzondere jeugdbijstand, kan gedurende zijn/haar verblijf in deze instelling worden beschouwd als tijdelijk afwezig op het adres waar hij/zij stond ingeschreven voorafgaand aan de plaatsing, op voorwaarde dat hij/zij nog regelmatig contact onderhoudt met de persoon of de personen op wiens adres hij/zij nog staat ingeschreven.

Als blijkt dat de betrokken minderjarige, gedurende zijn/haar verblijf in de instelling, geen contacten meer onderhoudt met de persoon of de personen op wiens adres hij/zij staat ingeschreven, dient hij/zij te worden ingeschreven op het adres van de instelling.

 

M.i. hebben de kinderen waarvan sprake hun wettelijke woonplaats bij hun ouders in het opvangcentrum, maar moeten ze wel degelijk ingeschreven worden op het adres van het CKG aangezien daar hun hoofdverblijfplaats is.

 

 

Terug naar vragenlijst