Sla navigatie over
Vlaanderen.be - uw wegwijzer binnen de Vlaamse overheid
over deze site | contact | sitemapintegrale jeugdhulp
 
 
 


U bent hier: vlaanderen.be > rechtspositie > FAQ's

FAQ's bekwaamheid van de minderjarige

  

 

Bepalen van bekwaamheid

 

Het inschatten van de bekwaamheid van een minderjarige,  gebeurt dit bij het eerste contact of bij elk contact opnieuw ?

In principe kan men de bekwaamheid van de minderjarige bij de start van de hulpverlening inschatten voor de hele duur van het hulpverleningsproces. Alleen is het wel zo, dat men onder speciale omstandigheden de bekwaamheid opnieuw en/of afwijkend kan inschatten. Bv. omwille van een bepaalde, emotionele situatie, omwille van de ernst van de te nemen beslissing,...
Dit is echter een mogelijkheid waarvan hulpverleners kunnen gebruik maken, men is dit zeker niet principieel verplicht.

 

Hebben minderjarigen in een statuut van verlengde minderjarigheid toegang tot crisisjeugdhulpverlening?

Crisisjeugdhulp is een hulpverleningsaanbod binnen integrale jeugdhulp en dan moeten we de regels volgen die van toepassing zijn binnen integrale jeugdhulp. Daarin staat duidelijk dat dit enkel betrekking heeft op minderjarigen. Dus de verlengde minderjarige kan hier geen aanspraak op maken.

Art. 4 Kaderdecreet integrale jeugdhulp  bepaalt o.a. :
"Integrale jeugdhulp heeft betrekking op 'jeugdhulpverlening'..."
En onder de definities van art. 2 van dit decreet vinden we terug :


'Jeugdhulpverlening' : de hulp- en zorgverlening die zich richt tot
 minderjarigen, of tot minderjarigen en hun ouders, hun
opvoedingsverantwoordelijken en/of personen uit hun leefomgeving

Integrale jeugdhulp richt zich dus niet tot meerderjarigen. Ook niet wanneer deze verlengd minderjarig verklaard werden. Onder het toepassingsgebied van het decreet rechtspositie van de minderjarige in de integrale jeugdhulp (DRM) vinden we in artikel 3 het volgende : "Onverminderd de wetgeving betreffende de rechten van de patiŽnt en behoudens afwijkingen waarin dit decreet voorziet, regelt dit decreet de rechten van minderjarigen ten aanzien van de jeugdhulpaanbieders, de toegangspoort en de trajectbegeleiding.
Het is van toepassing vanaf het eerste contact dat een minderjarige heeft met een jeugdhulpaanbieder, de toegangspoort of de trajectbegeleiding, ongeacht op welke wijze en door wie dit contact geÔnitieerd wordt."

Ook het DRM is dus niet van toepassing op meerderjarigen, zelfs niet wanneer ze verlengd minderjarig verklaard werden.
Meerderjarigen die verlengd minderjarig verklaard werden, hebben dus geen recht op jeugdhulp binnen de integrale jeugdhulpverlening en kunnen ook de rechten uit het DRM niet opeisen in hun contacten met hulpverlening.

 

Zijn jongeren met een handicap (Autisme en blinden en slechtzienden) bekwame minderjarigen?

Dit kan niet in het algemeen beantwoord worden.

De bepaling van de bekwaamheid van een minderjarige hangt af van (1) het vermogen van de minderjarige om zijn belang in te schatten in een bepaalde situatie ťn (2) het vermogen om de gevolgen van bepaalde beslissingen en daden in te schatten. Dat kan voor elk kind (met of zonder handicap, jonger of ouder dan 12 jaar) en voor verschillende situaties anders zijn.

In elk geval kunnen minderjarigen jonger dan 12 jaar, en minderjarigen met handicap ook bekwaam zijn.

De afweging wordt gemaakt in samenspraak met de ouders en de betrokken minderjarige maar het is de hulpverlener die uiteindelijk de knoop doorhakt!

 

Hoe moet de ‘bekwaamheid’ van de minderjarige bepaald worden?

Als uitgangspunt geldt dat de minderjarige in principe, de rechten opgesomd in het decreet rechtspositie zelfstandig kan uitoefenen. De meerderheid van de rechten die dit decreet toekent, kunnen immers in regel worden uitgeoefend door feitelijke handelingen van de minderjarige ( en z ijn dus geen rechtshandelingen met juridische gevolgen).

Een bijzondere regeling geldt voor de instemming met de jeugdhulp, de uitoefening van het recht op toegang tot het dossier en het recht om te weigeren gescheiden te worden van zijn ouders. Hij/zij kan deze rechten zelfstandig uitoefenen op voorwaarde dat hij/zij tot een redelijke beoordeling van zijn belangen in staat is, rekening houdend met zijn leeftijd en maturiteit.

Als minimumvereiste kan hierbij gehanteerd worden dat de minderjarige in staat is om in te schatten wat de gevolgen zijn van het al of niet instemmen met jeugdhulp of van de kennisname van zijn dossier.

De minderjarige van 12 jaar of ouder wordt trouwens vermoed in staat te zijn tot een redelijke beoordeling van zijn belangen. Het gaat wel om een weerlegbaar vermoeden. In dialoog met de minderjarige en de ouders dient de individuele jeugdhulpaanbieder uiteindelijk te oordelen  over de bekwaamheid van de minderjarige.

 

 

 Terug naar vragenlijst

 

 

 

Bekwaamheid van de minderjarige t.o.v. ouderlijk gezag

 

Kan een minderjarige opgevangen worden in crisisjeugdhulpverlening zonder toestemming van de ouders ? Kan dit zonder dat de ouders noch de politie hierover geÔnformeerd worden?

Artikel 3 DRM  regelt de rechten van minderjarigen ten aanzien van de jeugdhulpaanbieders, de toegangspoort en het ondersteuningscentrum Jeugdzorg. Het DRM is van toepassing vanaf het eerste contact dat een minderjarige heeft met een jeugdhulpaanbieder, , het ondersteuningscentrum Jeugdzorg ongeacht op welke wijze en door wie dit contact geÔnitieerd wordt."

Het DRM is dus ook van toepassing op vrijwillige crisisjeugdhulp.
Voor onbekwame, minderjarige cliŽnten zullen hun wettelijke vertegenwoordigers (ouders of voogd) de beslissingen nemen in kader van de vrijwillige jeugdhulp.
Wanneer het echter gaat om bekwame minderjarigen (vermoed vanaf 12 jaar), stelt art. 4 van het DRM dat zij het recht om in te stemmen met de vrijwillige jeugdhulp, zelfstandig kunnen uitoefenen.

Het decreet op de integrale jeugdhulp stelt in artikel 6 dat met uitzondering van de gerechtelijke jeugdhulp, de jeugdhulpverlening alleen kan worden verleend met instemming van de personen tot wie ze zich richt. Bij crisisjeugdhulp zijn ook vaak ouders betrokken en moeten deze dus ook instemmen.

Vanuit de praktijk van de crisisjeugdhulp zien we evenwel dat volledige vrijwilligheid vanwege alle betrokkenen, zoals omschreven in art. 6, bij aanmelding vaak niet eenduidig kan verkregen worden. Door de omstandigheden waarin mensen zich bevinden (situationele kenmerken van de crisis) of door contextuele factoren (kenmerken van het gezinssysteem) zijn de duidelijke, ondubbelzinnige instemmingen niet steeds te verkrijgen op het moment van aanmelding. Vaak is er nood aan onderhandeling, verduidelijking, (zachte) druk, inzicht… om op korte termijn tot een opstart van crisishulp te kunnen komen. In dat opzicht moet ‘vrijwilligheid’ of ‘instemming’, als bedoeld in art. 6 van het nieuwe decreet, voor de crisisjeugdhulp vertaald worden als minimaal bereid zijn om het gesprek over de (crisis)hulp aan te gaan.

 

De vraag m.b.t. het geheimhouden van de verblijfplaats van de minderjarige heeft te maken met beroepsgeheim: Sowieso hebben de betrokken hulpverleners beroepsgeheim t.a.v. hun minderjarige cliŽnten en mogen zij vertrouwelijke informatie m.b.t. hun cliŽnten niet delen met derden (tenzij hiervoor wettelijke uitzonderingen, of uitzonderingen aanvaard door de rechtspraak bestaan).

Dit beroepsgeheim geldt ook t.a.v. de ouders van hun bekwame, minderjarige cliŽnt. Hulpverleners kunnen dus zonder toestemming van de bekwame minderjarige geen vertrouwelijke informatie m.b.t. hulpverlening doorspelen aan zijn ouders. Tenzij er sprake is van een noodtoestand waarbij de ouders betrokken moeten worden omdat ze kunnen helpen bij het aanpakken van deze noodtoestand.

Als een bekwame minderjarige cliŽnt binnen de crisisjeugdhulp niet wil dat zijn ouders weten waar hij verblijft, kunnen ouders dus enkel worden ingelicht dat hun minderjarige kind hulpverlening krijgt, maar dat men nu niet kan meedelen waar de minderjarige verblijft omdat de bekwame minderjarige dat zo wil.

Maar het beroepsgeheim geldt bv. ook tegenover de politie die ook enkel in geval van een noodtoestand recht heeft op vertrouwelijk (verblijfs)informatie m.b.t. minderjarige cliŽnten...

 

 

Meisje van 16 jaar is al bij verschillende diensten in behandeling geweest voor diverse aanslepende problemen. Zowel het meisje als haar moeder zouden graag een psychiater contacteren, maar bij consult van een psychiater weigerde die enige vorm van hulpverlening zonder toestemming van vader. Haar ouders zijn gescheiden en vader weigert toestemming te geven voor de begeleiding door een psychiater. Kan het meisje hierover niet zelf beslissen ?

Om te beginnen is het belangrijk om vast te stellen binnen welke sector de situatie zich afspeelt omdat ouders/minderjarigen andere rechten zullen hebben naargelang de sector waarover het gaat...

 

1. Binnen de Integrale Jeugdhulp is het Decreet Rechtspositie van de minderjarige in de Integrale Jeugdhulp van toepassing. Dit decreet heeft de bekwame minderjarige (vermoed vanaf 12jaar) het recht om zelfstandig beslissingen te nemen betreffende de hulpverlening (zonder tussenkomst en eventueel zelfs tegen de zin van de ouders) in die situaties waar de hulpverlening enkel de minderjarige betreft .
Wanneer de hulpverlening betrekking heeft op het meisje zelf maar ook op haar ouders (bv. Thuisbegeleiding, residentiŽle opvang)dan is de toestemming van alle betrokkenen vereist.

2. Binnen de gezondheidszorg (bv. artsen, ziekenhuizen, psychiaters en/of psychiatrische instellingen) geldt de Wet PatiŽntenrechten (W.P.). In deze W.P. is geen sprake van een bepaalde leeftijd waarop de bekwaamheid bereikt wordt voor het uitoefenen van zijn rechten als patiŽnt, maar in art. 12 W.P. wordt bepaald dat de minderjarige die tot een redelijke beoordeling van zijn belangen in staat is (volgens de beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg, en dus volgens de verantwoordelijke psychiater in casu), zijn rechten als patiŽnt, waaronder het beslissingsrecht m.b.t. bepaalde behandelingen, zelfstandig kan uitoefenen.
Wanneer betrokken psychiater van mening is dat het meisje bekwaam is (en dus weet wat in haar belang is (op gezondheidsvlak) ťn dat ze de gevolgen van haar beslissingen kan inschatten), kan het meisje zelfstandig beslissen over medische behandelingen en therapie. Toestemming van haar ouders is dan niet nodig.
Enkel wanneer de psychiater van mening zou zijn dat de betrokken minderjarige onbekwaam is, zal het beslissingsrecht over haar medische behandeling dus door haar beide ouders samen uitgeoefend kunnen worden.

 

 

Bij minderjarigen nemen we steeds contact op met de ouders om de begeleiding voor te stellen en met het oog op een eventuele samenwerking.  Wat moeten we doen als de minderjarige weigert dat we contact hebben met zijn ouders?

 

Voor het beantwoorden van deze vraag, moeten we rekening houden met enerzijds de rechten van ouders in het kader van de uitoefening van hun ouderlijk gezag (voorzien door het Burgerlijk Wetboek) en anderzijds de rechten van minderjarige cliŽnten in de integrale jeugdhulp (voorzien door het DRP). 
 

Ouders hebben vanuit hun ouderlijk gezag recht op informatie over hun minderjarige kinderen om fundamentele opvoedingsbeslissingen te kunnen nemen. Dit ouderlijk gezag is echter niet onbegrensd:

Het recht van ouders om fundamentele beslissingen te nemen over en voor hun kinderen evolueert, vermindert, naarmate hun kinderen bekwamer worden en ze zelf in staat zijn om beslissingen te nemen. Bekwame minderjarigen zullen bijvoorbeeld zelf beslissingen kunnen nemen over hun persoon (zeker wat betreft eventuele hulpverlening binnen de integrale jeugdhulp) zonder tussenkomst van hun ouders. Ouders van bekwame minderjarigen verliezen daardoor het recht op vertrouwelijke informatie aangaande deze beslissingen.

Het ouderlijk gezag bestaat bovendien uit een aantal doelgebonden bevoegdheden die steeds moeten gebruikt worden in het belang van de minderjarige.  Ouders van onbekwame minderjarigen hebben dus enkel recht om kennis te nemen van die vertrouwelijke informatie die ze nodig hebben in het belang van de minderjarige.

Het Decreet rechtspositie van de minderjarige in de integrale jeugdhulp voorziet bepaalde rechten voor bekwame minderjarigen (vermoed in het DRP vanaf 12 jaar).

 

Bekwame minderjarigen kunnen volgens artikel 8 DRM zelf instemmen met buitengerechtelijke hulpverlening (of deze weigeren). Daarnaast voorziet artikel 10 DRM dat, in het geval van buitengerechtelijke jeugdhulp, de minderjarige het recht heeft om de interventie van een bepaalde hulpverlener te weigeren, voor zover de opdracht en de organisatie van de jeugdhulpvoorziening dat toelaten en voor zover deze weigering de jeugdhulpverlening aan de minderjarige niet in het gedrang brengt.


CONCLUSIE
:
Wanneer het gaat om een bekwame minderjarige, mogen hulpverleners in principe zijn ouders niet contacteren wanneer de minderjarige dit weigert.

Wel probeert de hulpverlener met de minderjarige  toe te werken naar  overleg  met ouders.

Wanneer het gaat om een onbekwame minderjarige, mogen hulpverleners zijn ouders wel contacteren, ook zonder toestemming van de minderjarige, aangezien zij, in de plaats van hun onbekwame kind, beslissingen zullen moeten nemen m.b.t. de hulpverlening.

 

 

De rechten m.b.t. instemming met de hulp, toegang tot het dossier en de instemming om van zijn ouderlijk milieu verwijderd te worden, oefent de minderjarige zelfstandig uit indien hij in staat is om op een redelijke wijze te oordelen wat in zijn belang is, rekening houdend met zijn leeftijd en maturiteit.  Wat dient er te gebeuren indien er hieromtrent geen vergelijk kan bekomen worden tussen de betrokken partijen en men dreigt te verzeilen in een blijvende discussie?

Het is de bevoegdheid van de jeugdhulpaanbieder om te oordelen of de minderjarige bekwaam genoeg is om deze 3 specifieke rechten zelfstandig uit te oefenen.  Zijn oordeel kan maar gevormd worden door in dialoog te gaan met de ouders en de minderjarige.  Hij moet zijn oordeel neerschrijven in het dossier mťt de elementen waarop hij zich baseert om de minderjarige als (on)bekwaam te beschouwen.

Daarbij komt dat volgens artikel 5 in het DRM het belang van de minderjarige als belangrijkste overweging doorheen de jeugdhulp moet gehanteerd worden.

 

Kortom, het is de jeugdhulpaanbieder die het uiteindelijke oordeel velt of de minderjarige al dan niet zelfstandig deze rechten kan uitoefenen.  Na het in dialoog treden (en ev. blijvende discussie) is het dus de hulpverlener die de knoop doorhakt.  Hij moet echter, bij het weerleggen van het vermoeden van bekwaamheid voor een zelfstandige uitoefening van de minderjarige van zijn rechten, een motivatie geven en dit noteren in het dossier.

Terug naar vragenlijst