FAQ's bekwaamheid van de minderjarige
Vader en moeder zijn gescheiden en hebben 3 onbekwame kinderen
(onder de 12 jaar). Moeder meldt haar 3 kinderen aan bij het CGG.Kan/mag een
vader zijn ex-vrouw en kinderen verbieden om hulp te krijgen
in een cgg? Mag moeder gezien worden
met de 3 kinderen (als vader geen toestemming geeft)? Mogen de kinderen alleen
gezien worden?
De grote algemene regel in Belgisch recht is dat minderjarigen handelingsONbekwaam zijn en onder het ouderlijk gezag van hun ouders staan tot ze meerderjarig worden.
Het zullen dus de ouders van minderjarigen zijn die in principe belangrijke opvoedingsbeslissingen nemen zoals waar woont de minderjarige, welke studierichting volgt de minderjarige,...
Binnen Integrale Jeugdhulp bestaat hierop een uitzondering voor bekwame minderjarigen (vermoed vanaf 12 jaar). Deze minderjarigen mogen in principe zelfstandig beslissingen nemen m.b.t. hun hulpverlening. Maar in deze situatie gaat het over onbekwame minderjarigen, en speelt deze uitzondering dus geen rol.
1. Wanneer er sprake is van CO-OUDERSCHAP (de gangbare situatie in België) en hierbij maakt het niet uit of ouders gehuwd zijn, gescheiden, samenleven of niet, dan moeten ouders SAMEN beslissen. Gaat één van hen niet akkoord met bv. de begeleiding dan kan de begeleiding niet plaatsvinden. Pas wanneer beide ouders akkoord gaan, of wanneer er een vonnis van de rechter is die zich boven één van de ouders stelt kan de begeleiding toch plaatsvinden.
Ten aanzien van derden ter goeder trouw speelt hierbij wel het vermoeden uit art. 373 B.W. ‘derden ter goeder trouw mogen er van uitgaan dat een vraag/beslissing van één ouder gesteld/genomen is mét toestemming van de andere ouder’.
-> Wanneer derden dus géén weet hebben van een conflict tussen beide ouders rond een bepaalde kwestie, kunnen zij wel degelijk ingaan op een verzoek vanwege één ouder van een onbekwame minderjarige (zelfs wanneer ouders gescheiden zijn of niet samenwonen). Men heeft de expliciete toestemming van de andere ouder hiervoor dus in principe niet nodig.
-> Wanneer derden echter wel weet hebben van conflicten tussen beide ouders m.b.t. een bepaalde kwestie zijn ze niet meer ter goeder trouw. Dan heeft men wel de expliciete toestemming van allebei de ouders nodig. Indien men deze niet krijgt, kan men in principe niets ondernemen, en dus ook geen hulp bieden binnen de vrijwillige hulpverlening.
Om begeleiding te kunnen krijgen, moet één van de ouders dan een procedure opstarten bij de rechter om zijn toestemming te verkrijgen voor de begeleiding.
2. Wanneer er sprake zou zijn van EXCLUSIEF OUDERLIJK GEZAG (= de uitzonderingssituatie in België en moet steeds voorzien worden door een
vonnis) van één van beide ouders dan kan deze ouder alleen beslissingen nemen. Wanneer de andere ouder dan niet akkoord is, moet hij hiervoor naar de rechter stappen om de beslissing van de ouder met exclusief ouderlijk gezag ongedaan te laten maken (wanneer hij de rechter er kan van overtuigen dat deze beslissing niet in het belang van zijn kind is.)
CONCLUSIE:
In deze situatie gaat het om onbekwame kinderen jonger dan 12 jaar. In dat geval moet er in principe toestemming zijn van beide ouders om hulp te kunnen verlenen. Tenzij een ouder het exclusieve ouderlijke gezag zou hebben over de kinderen want dan kan deze ouder alleen beslissen.
Wanneer bij een situatie van co-ouderschap één ouder (de moeder in deze situatie) de onbekwame kinderen aanmeldt, kan hulp echter wel opgestart worden indien het CGG geen weet heeft (of zou moeten hebben) van conflicten op dit vlak tussen ouders. Op basis van het wettelijk vermoeden dat één ouder steeds handelt met toestemming van de andere ouder.
Indien het CGG wel kennis heeft van conflicten op dit vlak tussen de ouders, kan hulpverlening maar opgestart worden na de expliciete toestemming van beide ouders, of na een rechterlijke beslissing.
Het inschatten van de
bekwaamheid van een minderjarige gebeurt dit bij het eerste contact of bij
elk contact opnieuw ?
In
principe kan men de bekwaamheid van de minderjarige bij de start van de
hulpverlening inschatten voor de hele duur van het hulpverleningsproces.
Alleen is het wel zo, dat men onder speciale omstandigheden de
bekwaamheid opnieuw en/of afwijkend kan inschatten.
Bv. omwille van een bepaalde, emotionele situatie,
omwille van de ernst van de te nemen beslissing,...
Dit is echter een mogelijkheid waarvan hulpverleners kunnen gebruik maken,
men is dit zeker niet principieel verplicht.
Kan een minderjarige opgevangen
worden in crisisjeugdhulpverlening zonder
toestemming van de ouders ? Kan dit zonder dat de ouders noch de politie
hierover geïnformeerd worden?
Zoals reeds bij de vorige vraag aangehaald, regelt het DRM volgens
artikel 3 DRM de rechten van minderjarigen ten aanzien van de
jeugdhulpaanbieders, de toegangspoort en de trajectbegeleiding. Het DRM
is van toepassing vanaf het eerste contact dat een minderjarige heeft met een
jeugdhulpaanbieder, de toegangspoort of de
trajectbegeleiding, ongeacht op welke wijze en door
wie dit contact geïnitieerd wordt."
-
Het DRM is dus ook van toepassing op vrijwillige crisisjeugdhulp.
Voor onkwame, minderjarige cliënten zullen hun wettelijke vertegenwoordigers
(ouders of voogd) de beslissingen nemen in kader van de vrijwillige
jeugdhulp.Wanneer
het echter gaat om bekwame minderjarigen (vermoed vanaf 12 jaar), stelt art.
4 van het DRM dat zij het recht om in te stemmen met de vrijwillige
jeugdhulp zelfstandig kunnen uitoefenen.
-
Dit betekent dat bekwame minderjarigen in principe autonoom kunnen
beslissen of ze al dan niet beroep willen doen op crisisjeugdhulp.
Wordt hiervan afgeweken dan moet dit gemotiveerd worden (minderjarige is op
dat moment niet in staat om beslissingen te nemen of maatschappelijke
noodzaak)
De vraag m.b.t. het geheimhouden van de verblijfplaats van de minderjarige
heeft te maken met beroepsgeheim: Sowieso hebben de betrokken hulpverleners
beroepsgeheim t.a.v. hun minderjarige cliënten en mogen zij vertrouwelijke
informatie m.b.t. hun cliënten niet delen met derden (tenzij hiervoor
wettelijke uitzonderingen, of uitzonderingen aanvaard door de rechtspraak
bestaan).
Dit beroepsgeheim geldt ook t.a.v. de ouders van hun bekwame, minderjarige
cliënt. Hulpverleners kunnen dus zonder toestemming van de bekwame
minderjarige geen vertrouwelijke informatie m.b.t. hulpverlening doorspelen
aan zijn ouders. Tenzij er sprake is van een noodtoestand waarbij de ouders
betrokken moeten worden omdat ze kunnen helpen bij het aanpakken van deze
noodtoestand.
-
Als een bekwame minderjarige cliënt binnen de crisisjeugdhulp niet wil
dat zijn ouders weten waar hij verblijft, kunnen ouders dus enkel
worden ingelicht dat hun minderjarige kind hulpverlening krijgt, maar dat
men nu niet kan meedelen waar de minderjarige verblijft omdat de bekwame
minderjarige dat zo wil.
Maar het beroepsgeheim geldt bv. ook tegenover de politie die ook enkel in
geval van een noodtoestand recht heeft op vertrouwelijk
(verblijfs)informatie m.b.t. minderjarige cliënten...
Terug naar vragenlijst
Hebben minderjarigen in een statuut van
verlengde minderjarigheid toegang tot
crisisjeugdhulpverlening?
Crisisjeugdhulp is een hulpverleningsaanbod binnen integrale
jeugdhulp en dan moeten we de regels volgen die van toepassing zijn binnen
integrale jeugdhulp. Daarin staat duidelijk dat dit enkel betrekking heeft op
minderjarigen. Dus de verlengde minderjarige kan hier geen aanspraak op maken.
Art. 4 Kaderdecreet integrale jeugdhulp bepaalt o.a. :
"Integrale jeugdhulp heeft betrekking op 'jeugdhulpverlening'..."
En onder de definities van art. 2 van dit decreet vinden we terug :
'Jeugdhulpverlening' : de hulp- en zorgverlening die zich richt tot
minderjarigen, of tot minderjarigen en hun ouders, hun
opvoedingsverantwoordelijken en/of personen uit hun leefomgeving
-
Integrale jeugdhulp richt zich dus niet tot meerderjarigen. Ook niet
wanneer deze verlengd minderjarig verklaard werden. Onder het
toepassingsgebied van het decreet rechtspositie van de minderjarige in de
integrale jeugdhulp (DRM) vinden we in artikel 3 het volgende :
"Onverminderd de wetgeving betreffende de rechten van de patiënt en
behoudens afwijkingen waarin dit decreet voorziet, regelt dit decreet de
rechten van minderjarigen ten aanzien van de
jeugdhulpaanbieders, de toegangspoort en de trajectbegeleiding.
Het is van toepassing vanaf het eerste contact dat een minderjarige
heeft met een jeugdhulpaanbieder, de toegangspoort of de
trajectbegeleiding, ongeacht op welke wijze en door wie dit contact
geïnitieerd wordt."
-
Ook het DRM is dus niet van toepassing op meerderjarigen, zelfs niet wanneer
ze verlengd minderjarig verklaard werden.
Meerderjarigen die verlengd minderjarig verklaard werden, hebben dus geen
recht op jeugdhulp binnen de integrale jeugdhulpverlening en kunnen ook de
rechten uit het DRM niet opeisen in hun contacten met hulpverlening.
Terug naar
vragenlijst
Een meisje verblijft bij
pleegouders. Beide ouders zitten een gerechtelijke straf uit. Mogen
pleegouders tekenen voor tussenkomst van het CLB, en worden de biologische
ouders pas geconsulteerd wanneer er een advies gegeven is? Of moeten de ouders
al direct vanaf het begin betrokken zijn?
Pleegouders, opvoeders in een voorziening, stiefouders,... oefenen NIET
het ouderlijk gezag over
kinderen uit. Zij staan in voor de dagelijkse
verzorging en opvoeding van kinderen en kunnen in dat
kader kleine, dagelijkse beslissingen nemen (bv. wanneer en
wat eten we, om hoe laat gaan kinderen slapen,...) maar fundamentele
beslissingen (bv. rond school, gezondheid, hulpverlening,...) moeten
steeds genomen worden door de wettelijke vertegenwoordigers van
minderjarige kinderen. (Of door de rechter) Ook wanneer ouders bv. in de
gevangenis zitten. Maar wanneer de
minderjarige bekwaam is(vermoed vanaf
12 jaar), kan ze zelf beslissen over de CLB-begeleiding. Is ze onbekwaam dan
moeten haar ouders toestemming geven voor de tussenkomst van het CLB, of
eventueel de rechter. En dus niet de pleegouders.
Terug naar vragenlijst
Meisje van 16 jaar is al bij verschillende diensten in behandeling geweest voor
diverse aanslepende problemen.
Zowel het meisje als haar moeder zouden graag een
psychiater contacteren,
maar bij consult van een psychiater weigerde die enige vorm van
hulpverlening zonder toestemming van vader. Haar ouders zijn gescheiden
en vader weigert toestemming te geven voor de
begeleiding door een psychiater.
Kan het meisje hierover niet zelf beslissen ?
Om te beginnen is het belangrijk om vast te stellen binnen welke sector
de
situatie zich afspeelt omdat ouders/minderjarigen andere rechten zullen
hebben naargelang de sector waarover het gaat...
1. Binnen de Integrale Jeugdhulp is het Decreet Rechtspositie van de
minderjarige in de Integrale Jeugdhulp van toepassing. Dit decreet heeft de
bekwame minderjarige (vermoed vanaf 12jaar) het recht om zelfstandig
beslissingen te nemen betreffende de hulpverlening (zonder tussenkomst en
eventueel zelfs tegen de zin van de ouders).
Wanneer het 16-jarige meisje (bekwaam) dus hulp zou zoeken bij een van de
diensten van de IJH kan zij hierover zelf beslissen en heeft vader hierop
niets te zeggen.
Wanneer het meisje zelf hulp zou weigeren binnen de vrijwillige
hulpverlening van de IJH, kan deze hulp niet verder gezet worden. Wanneer
ouders of hulpverleners van mening zijn dat hulp echter noodzakelijk is
voor de fysieke of psychische integriteit van het meisje dan kan men de
stap zetten naar de jeugdrechter en dus naar de gedwongen jeugdhulp.
2. Binnen de gezondheidszorg (bv. artsen, ziekenhuizen, psychiaters en/of
psychiatrische instellingen) geldt de
Wet Patiëntenrechten (W.P.). In deze W.P. is geen sprake van een bepaalde
leeftijd waarop de bekwaamheid
bereikt wordt voor het uitoefenen van zijn rechten als patiënt, maar in
art. 12 W.P. wordt bepaald dat de
minderjarige die tot een redelijke beoordeling van zijn belangen in staat is
(volgens de beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg, en dus volgens de
verantwoordelijke psychiater in casu), zijn rechten als patiënt, waaronder het
beslissingsrecht m.b.t. bepaalde behandelingen, zelfstandig kan
uitoefenen.
Wanneer betrokken psychiater van mening is dat het meisje bekwaam is
(en dus weet wat in haar belang is (op gezondheidsvlak) én dat ze de
gevolgen van haar beslissingen kan inschatten), kan het meisje zelfstandig
beslissen over medische behandelingen en therapie. Toestemming van haar
ouders is dan niet nodig.
Enkel wanneer de psychiater van mening zou zijn dat de betrokken
minderjarige onbekwaam is, zal het beslissingsrecht over haar medische
behandeling dus door haar beide ouders samen uitgeoefend kunnen worden.
Kunnen vaccinaties geweigerd worden?
Wie beslist
over de toediening van vaccinaties?
In de Belgische Wet Patiëntenrechten (W.P.) wordt bepaald dat bij
minderjarige patiënten, de rechten van deze patiënten (inclusief o.a. het
recht om te beslissen over medische behandelingen en ingrepen) in
principe uitgeoefend worden door hun wettelijke
vertegenwoordigers (hun ouders of voogd).
Wanneer de behandelende arts echter van mening is dat hij te maken heeft
met een bekwame, minderjarige patiënt, mag deze patiënt zijn
patiëntenrechten (en dus ook het recht om beslissingen te nemen over zijn
gezondheidszorg) zelf uitoefenen zonder tussenkomst van wettelijke
vertegenwoordigers onder toepassing van art. 12§2 W.P.
Om een persoon juridisch als 'bekwaam'
te beschouwen, wordt in de geldende rechtspraktijk
aangenomen dat volgende 2 vragen positief moeten beantwoord
worden:
1. Weet deze persoon voldoende wat in zijn belang is?
2. Kan deze persoon de gevolgen van zijn beslissingen/acties voldoende
inschatten?
Daarnaast merken we dat beroepsbeoefenaars in de gezondheidszorg in de
praktijk nog rekening houden met 2 bijkomende criteria wanneer ze een
inschatting moeten maken m.b.t. de bekwaamheid van hun minderjarige
patiënten:
1. Met de leeftijd van deze patiënt, en hier zien we dat de leeftijd
waarop minderjarige als bekwaam beschouwd worden, opschuift van 15,16
jaar naar 12 jaar. (Wellicht in navolging van het
DRM.)
2. Met de aard en het risico van de behandeling, ingreep.
Over het toedienen van vaccinaties aan onbekwame minderjarigen beslissen
ouders (of voogd) als wettelijke vertegenwoordigers dus onder toepassing
van hun ouderlijk gezag. Over het toedienen van vaccinaties aan bekwame
minderjarigen beslissen deze minderjarigen echter zelf.
- Bij het CLB:
Voor het toedienen van vaccinaties door het CLB bestond tot voor kort
regelgeving die stelde dat wettelijke vertegenwoordigers van minderjarige
leerlingen, of meerderjarige leerlingen moesten toestemmen. Deze
regelgeving werd ondertussen echter afgeschaft waardoor ook in de
CLB-context de Wet Patiëntenrechten moet toegepast worden.
Bekwame leerlingen (vermoed vanaf 12 jaar) beslissen hierdoor zelfstandig
over de toediening van vaccinaties. Voor onbekwame leerlingen beslissen
de wettelijke vertegenwoordigers.
In navolging van een advies van het Kinderrechtencommissariaat m.b.t. dit
thema, willen we wel de nood benadrukken om ouders en leerlingen
uitgebreid in te lichten over deze regelgeving (Wet
Patiëntenrechten) en de gevolgen ervan m.b.t. het aanbod van de CLB's op
gezondheidsvlak (voor bekwame minderjarigen).
- In de Bijzondere Jeugdzorg:
Voor geplaatste kinderen in de BJB stelt art 53 Decreet BJB 2008
'Buiten de gevallen waarin er een medische tegenaanwijzing bestaat, mogen
aan de minderjarigen die geplaatst zijn overeenkomstig de bepalingen van
de jeugdbijstandsregeling preventieve vaccinaties en inentingen worden
toegediend overeenkomstig de regels die door de Vlaamse Regering worden
bepaald.' Dit artikel wordt verder uitgewerkt in het BVR van 18 juli
2008.
Dit BVR is echter nog niet van kracht, en bepaalt bovendien niets rond de
toestemming voor de vaccinaties.
Waardoor we kunnen concluderen dat ook binnen de BJB toestemming voor
vaccinaties van minderjarigen gegeven moet worden door de ouders (of
voogd) wanneer het onbekwame minderjarigen betreft, en door de
minderjarigen zelf wanneer ze bekwaam zijn (vermoed vanaf 12 jaar door
het DRM). Terug naar vragenlijst
Een moeder belt het CGG om het dossier van haar zoon van
14 jaar op te vragen, die enkele jaren geleden in begeleiding was in het
centrum. Ze heeft dit nodig om opnieuw bij een psychiater hulpverlening te
starten. Klopt dit dat zij dan binnen de 15 dagen recht heeft op een
afschrift? Moeten wij dan ook de jongen zijn goedkeuring vragen
(gezien hij +12j is)? Stel dat het een gescheiden moeder is, moeten we dan de
info weglaten mbt vader? Onze psychiater moet dit inschatten?.....
M.b.t. het dossier
in een CGG werd beslist om het dossier in zijn geheel als een medisch
dossier te beschouwen waardoor de artikelen 21 tot en met 23 van het DRP
niet van toepassing zijn. Om een antwoord te kunnen geven op bovenstaande vraag
moeten we de Wet betreffende de rechten van de patiënt hanteren. Daarin
staat bepaald dat de verantwoordelijkheid over het dossier ligt bij de
beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg. Concreet voor het CGG betekent dit dat
de psychiater die de leiding heeft over het centrum hiervoor
verantwoordelijk is.
In de wet patiëntenrechten is geen sprake van een bepaalde leeftijd, maar in
art. 12 wordt bepaald dat de minderjarige die tot een redelijke beoordeling van
zijn belangen in staat is, zijn rechten als patiënt, waaronder het inzagerecht
m.b.t. zijn patiëntendossier, zelfstandig kan uitoefenen.
Enkel wanneer de psychiater van mening zou zijn dat de betrokken minderjarige
onbekwaam is, zal het inzagerecht dus door de ouders uitgeoefend
worden.
De persoonlijke
notities van een beroepsbeoefenaar en gegevens die betrekking hebben op
derden (conform de Wet verwerking persoonsgegevens) zijn volgens art. 9 Wet
patiëntenrechten van het recht op inzage door de patiënt uitgesloten. Maar de
regeling die in het DRP is uitgewerkt m.b.t. de contextuele gegevens is niet in
tegenspraak met bepalingen in de Wet patiëntenrechten. Bijgevolg wordt er door
de sectorale overheid (Zorg en Gezondheid) aangeraden deze ook toe te passen in
de praktijk van het CGG.
Dit betekent dat
wanneer de bekwame minderjarige om een afschrift vraagt, hij hierbij ook
recht heeft op informatie over zijn relatie met mensen uit de context (dus ook
zijn vader). Terwijl dat wanneer zijn moeder om een afschrift vraagt, als
wettelijke vertegenwoordiger van haar onbekwame zoon, zij enkel recht
heeft op informatie die alleen haar zoon zelf betreft en op informatie die háár
relatie met haar zoon betreffen.
Net zoals in het
DRP is hier trouwens ook een periode van 15 dagen voorzien om aan de vraag
tegemoet te komen. Er is tevens een recht op afschrift. Een afschrift is wel
steeds persoonlijk en vertrouwelijk én kan dus enkel gebruikt worden in het
kader van een medische behandeling.
Terug naar vragenlijst
Zijn jongeren met een handicap (Autisme en blinden en
slechtzienden) bekwame minderjarigen?
Dit kan niet in het algemeen beantwoord worden.
De bepaling van de bekwaamheid van een
minderjarige hangt af van (1) het vermogen van de minderjarige om zijn belang in
te schatten in een bepaalde situatie én (2) het vermogen om de gevolgen van
bepaalde beslissingen en daden in te schatten. Dat kan voor elk kind (met of
zonder handicap, jonger of ouder dan 12 jaar) en voor verschillende
situaties anders zijn.
In elk geval kunnen minderjarigen jonger
dan 12 jaar, en minderjarigen met handicap ook bekwaam zijn.
De afweging wordt gemaakt in samenspraak
met de ouders en de betrokken minderjarige maar het is de hulpverlener die
uiteindelijk de knoop doorhakt!
Terug naar vragenlijst
Bij minderjarigen nemen we steeds contact op
met de ouders om de begeleiding voor te stellen en met het oog op een eventuele
samenwerking. Wat moeten we doen als de minderjarige weigert dat we
contact hebben met zijn ouders?
Voor het beantwoorden van deze vraag,
moeten we rekening houden met enerzijds de rechten van ouders in het kader van
de uitoefening van hun ouderlijk gezag (voorzien door het Burgerlijk
Wetboek) en anderzijds de rechten van minderjarige cliënten in de integrale
jeugdhulp (voorzien door het DRP).
Ouders
hebben vanuit hun ouderlijk gezag recht op informatie over hun minderjarige
kinderen om fundamentele opvoedingsbeslissingen te kunnen nemen. Dit ouderlijk
gezag is echter niet onbegrensd:
-
Het recht
van ouders om fundamentele beslissingen te nemen over en voor hun
kinderen evolueert, vermindert, naarmate hun kinderen bekwamer
worden en ze zelf in staat zijn om beslissingen te nemen. Bekwame
minderjarigen zullen bijvoorbeeld zelf beslissingen kunnen nemen over
hun persoon (zeker wat betreft eventuele hulpverlening binnen de
integrale jeugdhulp) zonder tussenkomst van hun ouders. Ouders van
bekwame minderjarigen verliezen daardoor het recht op vertrouwelijke
informatie aangaande deze beslissingen.
-
Het
ouderlijk gezag bestaat bovendien uit een aantal doelgebonden
bevoegdheden die steeds moeten gebruikt worden in het belang van de
minderjarige. Ouders van onbekwame minderjarigen hebben dus enkel
recht om kennis te nemen van die vertrouwelijke informatie die ze nodig
hebben in het belang van de minderjarige.
Het Decreet rechtspositie van de
minderjarige in de integrale jeugdhulp voorziet bepaalde rechten voor bekwame
minderjarigen (vermoed in het DRP vanaf 12 jaar).
Bekwame minderjarigen kunnen volgens
artikel 8 DRP zelf instemmen met buitengerechtelijke hulpverlening (of
deze weigeren). Daarnaast voorziet artikel 10 DRP dat, in het geval van
buitengerechtelijke jeugdhulp, de minderjarige het recht heeft om de interventie
van een bepaalde hulpverlener te weigeren, voor zover de opdracht en de
organisatie van de jeugdhulpvoorziening dat toelaten en voor zover deze
weigering de jeugdhulpverlening aan de minderjarige niet in het gedrang brengt.
CONCLUSIE:
Wanneer het gaat om een bekwame minderjarige, mogen hulpverleners in
principe zijn ouders niet contacteren wanneer de minderjarige dit weigert.
Wanneer het gaat om een onbekwame minderjarige, mogen hulpverleners zijn
ouders wel contacteren, ook zonder toestemming van de minderjarige, aangezien
zij, in de plaats van hun onbekwame kind, beslissingen zullen moeten nemen
m.b.t. de hulpverlening.
Terug naar vragenlijst
De rechten m.b.t. instemming met de hulp, toegang tot
het dossier en de instemming om van zijn ouderlijk milieu verwijderdt
te worden, oefent de minderjarige zelfstandig uit indien hij in staat is om op
een redelijke wijze te oordelen wat in zijn belang is, rekening houdend met zijn
leeftijd en maturiteit. Wat dient er te gebeuren indien er hieromtrent
geen vergelijk kan bekomen worden tussen de betrokken partijen en men dreigt te
verzeilen in een blijvende discussie?
Het is de bevoegdheid van de jeugdhulpaanbieder om te oordelen of de
minderjarige bekwaam genoeg is om deze 3 specifieke
rechten zelfstandig uit te oefenen. Zijn oordeel kan maar gevormd worden
door in dialoog te gaan met de ouders en de minderjarige. Hij moet
zijn oordeel neerschrijven in het dossier mét de elementen waarop hij zich
baseert om de minderjarige als
(on)bekwaam te beschouwen.
Daarbij komt dat volgens artikel 5 in het DRP het
belang van de minderjarige
als belangrijkste overweging doorheen de jeugdhulp
moet gehanteerd worden.
Kortom, het is de jeugdhulpaanbieder die het uiteindelijke oordeel velt of de
minderjarige al dan niet zelfstandig deze rechten kan uitoefenen. Na het
in dialoog treden (en ev. blijvende discussie) is het dus de hulpverlener die de
knoop doorhakt. Hij moet echter, bij het weerleggen van het vermoeden van
bekwaamheid voor een zelfstandige uitoefening van de
minderjarige zijn rechten, een motivatie geven en dit noteren in het dossier.
Terug naar
vragenlijst
Kan je als voorziening verbieden dat jongeren
tatoeages of piercings laten aanbrengen tijdens hun verblijf en dit
verbod bijvoorbeeld opnemen in het huishoudelijk reglement?
Op 21 december 2005 verscheen het K.B. betreffende het toedienen
van tatoeages en piercings.
Art.6 van dit K.B. bepaalt dat tatoeages en
piercings niet mogen verricht worden bij personen die niet over hun
beslissingsvermogen beschikken.
Volgens het Burgerlijk wetboek zijn minderjarigen
handelingsonbekwaam en vallen zij in principe
dus onder deze bepaling.
Daarbij komt dat er geen leeftijdsgrens opgenomen is in dit K.B. en
het plaatsen van een tatoeage / piercing dus onder de gewone
(on)bekwaamheidsregels van de minderjarige én onder de regels van het
ouderlijk gezag valt.
Wanneer een minderjarige bijgevolg een schriftelijke toestemming kan tonen of
begeleid wordt door een ouder is er in principe geen wettelijk bezwaar om de
ingreep niet uit te voeren.
Het K.B. voegt daar echter nog de vereiste aan toe dat de klant zijn / haar
schriftelijke toestemming geeft. Dus, bij minderjarigen zullen
zowel de minderjarige als de ouders hun toestemming moeten geven.
Welk standpunt neem je als voorziening in?
Als voorziening kan je beslissen om een verbod op
te nemen in het eigen huishoudelijk reglement. Veel moeilijker zal zijn om de
naleving van dat verbod hard te maken. Want hoe reageer je als voorziening als
een jongere mét toestemming van de ouder(s) tijdens het weekend thuis een tatoe
liet zetten? Welke sanctie voorzie je? De hulpverlening stopzetten is ons
inziens geen optie.
Meer info? Klik op onderstaande link (opgelet, opent in een nieuw
venster)
nieuwsbrief jeugdrecht, januari 2006, "Ik wil een piercing!"
Terug naar
vragenlijst
Kan een 12-jarige hulp weigeren terwijl de ouders en
de consulent CBJ de hulp echt noodzakelijk vinden?
Ja, dit kan. De tekst van het DRP is
duidelijk: de minderjarige mag (geïnformeerd) vrij instemmen met de
buitengerechtelijke hulp of die hulp weigeren (art. 8). Trouwens, de
bekwaamheid van de minderjarige is één van de uitgangspunten van het
decreet : de indicatieve leeftijd van 12 jaar wordt daarbij gehanteerd
als vermoeden van bekwaamheid, maar het algemeen criterium is "in staat
zijn tot een redelijke beoordeling van zijn belangen". Ook
minderjarigen, jonger dan 12 jaar, kunnen daar dus
eventueel toe in staat zijn.
Kortom, het CBJ moet in principe de
toestemming vragen aan alle minderjarigen die ouder zijn dan 12 jaar. Wanneer
een hulpverlener van mening is dat een minderjarige daar nog niet toe in staat
is dan moet hij dit motiveren in het dossier. Ook minderjarigen, jonger dan 12
jaar, zouden bekwaam kunnen geacht worden om al dan niet in te stemmen met hulp
maar zij zullen zelf hun bekwaamheid moeten aantonen.
Terug naar
vragenlijst
Hoe moet de ‘bekwaamheid’ van de minderjarige
bepaald worden?
Als uitgangspunt geldt dat de minderjarige in principe, de
rechten opgesomd in het decreet rechtspositie zelfstandig kan uitoefenen. De
meerderheid van de rechten die dit decreet toekent, kunnen immers in regel
worden uitgeoefend door feitelijke handelingen van de minderjarige ( enz ijn dus
geen rechtshandelingen met juridische gevolgen).
Een bijzondere regeling geldt voor de instemming met de
jeugdhulp, de uitoefening van het recht op toegang tot het dossier en het recht
om te weigeren gescheiden te worden van zijn ouders. Hij/zij kan deze rechten
zelfstandig uitoefenen op voorwaarde dat hij/zij tot een redelijke beoordeling
van zijn belangen in staat is, rekening houdend met zijn leeftijd en maturiteit.
Als minimumvereiste kan hierbij gehanteerd worden dat de
minderjarige in staat is om in te schatten wat de gevolgen zijn van het al of
niet instemmen met jeugdhulp of van de kennisname van zijn dossier.
De minderjarige van 12 jaar ofouder wordt trouwens vermoed in
staat te zijn tot een redelijke beoordeling van zijn belangen. Het gaat wel om
een weerlegbaar vermoeden. De individuele jeugdhulpaanbieder dient uiteindelijk
te oordelen, in dialoog met de minderjarige en de ouders, over de bekwaamheid
van de minderjarige.
Terug
naar vragenlijst
Welke rechten heeft een leerling jonger dan
12 jaar die bekwaam geacht wordt?
Deze leerling verkrijgt binnen de
jeugdhulpverlening van de integrale
jeugdhulp de rechten van een bekwaam geachte minderjarige en kan
hierdoor
ook volgende rechten uit het DRP
zelfstandig uitoefenen: recht op
instemmen met de jeugdhulpverlening,
recht op toegang tot het dossier,
en het recht om niet
tegen zijn wil gescheiden te worden
van zijn ouders.
Terug
naar vragenlijst
|