Sla navigatie over
Vlaanderen.be - uw wegwijzer binnen de Vlaamse overheid
startpagina | contact | sitemap integrale jeugdhulp  | zoek
 
 

 

 

 

 



FAQ's belang van de minderjarige

 

Jeugdhulpvoorzieningen kunnen het bezoekrecht van minderjarige niet afnemen als sanctie. Kunnen hulpverleners echter verbieden dat bepaalde personen, bv. de drugsdealer van de minderjarige, of de pooier van het minderjarige slachtoffer van mensenhandel, op bezoek komen bij de minderjarige in de voorziening?

 

Het recht op bezoek is een belangrijk recht dat het DRP in art. 14 en art. 25 voorziet voor alle minderjarigen (dus ook voor onbekwame minderjarigen) die (semi-)residentiële hulpverlening krijgen. En art. 28 DRP stelt inderdaad dat dit recht niet kan afgenomen worden als sanctie.

Het onthouden van bezoek kan dus in principe enkel gebeuren mét toestemming van de bekwame minderjarige, of van de ouders van een onbekwame minderjarige; of na goedkeuring of in opdracht van de jeugdrechter.

 

Daarnaast kan een beperking op het bezoekrecht eventueel ook tijdelijk plaatsvinden wanneer dit noodzakelijk is in het kader van het belang van de minderjarige. Art. 5 bepaalt immers dat het belang van de minderjarige de belangrijkste overweging vormt bij het verlenen van de jeugdhulp aan de minderjarige.

 

Ons inziens laat art. 5 DRP dan ook toe dat hulpverleners, in uitzonderlijke situaties waarbij het belang van de minderjarige in gevaar is én slechts zeer tijdelijk, bepaalde rechten van de minderjarige beperken.  Zeer tijdelijk omdat men m.b.t. deze beperking zo snel mogelijk de toestemming van de bekwame minderjarige of van de ouders van een onbekwame minderjarige zal moeten verkrijgen. En indien dit niet mogelijk is, maar de beperking van een bepaald recht noodzakelijk is in het belang van de minderjarige, zal men zo snel mogelijk de jeugdrechter moeten vatten die zich dan definitief kan uitspreken over het al dan niet beperken van het bewuste recht.

 

Concreet betekent dit dus dat een jeugdhulpvoorziening in het belang van de minderjarige inderdaad het bezoek van de drugsdealer van de minderjarige, of van de pooier van het minderjarige slachtoffer van mensenhandel kan verbieden.

De jeugdhulpverleners zullen echter aan de slag moeten met de minderjarige en/of zijn ouders om hen zo snel mogelijk te overtuigen van het feit dat contact met deze personen niet in het belang van de minderjarige is, zodat de minderjarige of de ouders van de onbekwame minderjarige akkoord gaan met deze maatregel. Indien men de minderjarige en/of zijn ouders hiervan niet kan overtuigen, en de jeugdhulpvoorziening van mening is dat een contactverbod met deze personen essentieel is in het belang van de minderjarige, zal men de jeugdrechter moeten vatten zodat deze eventueel zijn goedkeuring kan gegeven voor de beperking van het bezoekrecht.

 

Terug naar vragenlijst