Sla navigatie over
Vlaanderen.be - uw wegwijzer binnen de Vlaamse overheid
startpagina | contact | sitemap integrale jeugdhulp  | zoek
 
 

 

 

 

 



FAQ's beroepsgeheim

 

 

Wie heeft beroepsgeheim?

 

Wat wordt verstaan onder beroepsgeheim uit hoofde van 'staat' of beroep? Wordt onder "staat" ook 'burgerlijke' staat ( gehuwde partners)verstaan?

 

Het is inderdaad zo dat, vooral in het verleden, er een redenering werd ontwikkeld binnen de rechtsleer dat iemand enkel en alleen al door zijn 'burgerlijke staat' (bv. echtgenoot van een drager van het beroepsgeheim) gehouden kan zijn door het beroepsgeheim.

 

Het huidige standpunt is echter dat 'staat' in art. 458 Sw. niet slaat op iemand zijn 'burgerlijke staat' maar wel op het statuut van vrijwilligers, stagiairs en bv. personen met een bepaalde religieuze functie (priesters, rabijnen, imams,...).

 

Heeft de vertrouwenspersoon binnen de integrale jeugdhulp beroepsgeheim?

 

Omwille van zijn medewerking binnen de integrale jeugdhulp wordt de vertrouwenspersoon inderdaad onderworpen aan de geheimhoudingsplicht (art. 7 decreet IJH). Hij kan vertrouwelijke informatie die hij verneemt door zijn optreden als vertrouwenspersoon hierdoor niet zomaar bespreken met derden.

Soms willen minderjarigen liever een beroep doen op een vertrouwensfiguur of steunfiguur om hen te ondersteunen. Deze zal niet over dezelfde mogelijkheden en rechten beschikken als een officiŽle vertrouwenspersoon. Aangezien een steunfiguur niet onder de geheimhoudingsplicht valt, kunnen hulpverleners bv. niet zomaar vertrouwelijke informatie bespreken in aanwezigheid van een steunfiguur.

 

Terug naar vragenlijst

 

 

Personeelsleden binnen onderwijs hebben in principe geen beroepsgeheim. Maar wat als ze optreden als vertrouwenspersoon van de mj?

Personeelsleden binnen onderwijs hebben in principe ambtsgeheim en geen beroepsgeheim. Maar wanneer ze gevraagd worden om op te treden als vertrouwenspersoon binnen de IJH hebben ze onder toepassing van het decreet IJH (art. 7) beroepsgeheim voor wat betreft de informatie die ze vernemen tijdens hun optreden als vertrouwenspersoon.

 

 

Terug naar vragenlijst

 

 

Heeft een secretaresse van een psychiater beroepsgeheim?

 

De secretaresse van de psychiater heeft geen beroepsgeheim maar wel een discretieplicht.

De discretieplicht wordt in de rechtsleer omschreven als de verplichting om bij het uitoefenen van een ambt of functie geen gegevens vrij te geven aan anderen dan diegenen die gerechtigd zijn er kennis van te nemen. In het kader van de goede werking van de dienst of onderneming, moet bepaalde informatie kunnen worden uitgewisseld tussen collega’s en t.a.v. de leidinggevenden. Maar deze informatie mag niet vrijgegeven worden aan derden die niet gerechtigd zijn er kennis van te nemen. De houder van een discretieplicht moet dus discreet en omzichtig omgaan met verkregen informatie t.a.v. derden maar kan wel geen zwijgrecht of zwijgplicht inroepen tegenover zijn leidinggevenden/oversten of collega’s.

 

De secretaresse mag de informatie waarover zij beschikt n.a.v. het uitoefenen van haar functie dus wel bespreken met de psychiater waarvoor zij werkt. Maar voor de rest mag zij door toepassing van de discretieplicht vertrouwelijk informatie niet bekend maken aan derden. Ze kan zich wel niet beroepen op de discretieplicht om bepaalde informatie niet door te geven wanneer zij zou moeten getuigen voor een rechtbank/parlementaire onderzoekscommissie.

De discretieplicht is ontwikkeld in het belang van de werking van de dienst of onderneming. En niet in het algemeen belang. Daarom wordt een schending van de discretieplicht niet strafrechtelijk gesanctioneerd, zoals dit wel het geval is bij art. 458 Sw. Er wordt enkel in tuchtsancties, zoals bv. een schorsing of  ontslag, voorzien.

Terug naar vragenlijst

 

Hebben stagiaires ook beroepsgeheim?

Volgens art. 458 van het Strafwetboek is iedereen die n.a.v. het uitoefenen van zijn beroep of staat een noodzakelijke vertrouwensfiguur is, drager van het beroepsgeheim. Ook vrijwilligers, stagiairs of studenten hebben dus beroepsgeheim wanneer zij

1) een vergelijkbare hulpverlenende opdracht uitvoeren als vertrouwensfiguur als de professionele hulpverlener, en

2) deze opdracht in een georganiseerd verband uitvoeren.

Daarnaast stelt het Decreet betreffende de Integrale Jeugdhulp bovendien dat het beroepsgeheim van toepassing is op iedereen die zijn medewerking verleent aan de uitvoering van dit decreet.

De draagwijdte, toepassing en uitzonderingen op dit beroepsgeheim zijn dezelfde als die van professionele hulpverleners. Stagiairs kunnen dus bv. ook toegang krijgen tot het dossier van cliŽnten,…

 

Terug naar vragenlijst

 

 

Zijn pleegouders ook gebonden door het beroepsgeheim ?

De artikels 22 van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg en art. 7 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp zijn duidelijk: 'Alle personen die hun medewerking verlenen aan de toepassing van deze decreten zijn gebonden door het beroepsgeheim met betrekking tot de gegevens waarvan ze bij de uitoefening van hun opdracht  kennis krijgen en die daarmee verband houden. Pleegouders zijn met andere woorden dus ook gebonden door het beroepsgeheim.

 

 

Terug naar vragenlijst

 

 

 

 

Het gedeeld beroepsgeheim

 

Wat moet er gedaan worden als een overleg gepland wordt tussen verschillende hulpverleners en de politie, ťn men informatie vraagt over een jongere? Wat is de juiste houding naar beroepsgeheim toe?

Niet alle betrokkenen rond de tafel zijn op zelfde manier betrokken bij de hulpverlening of zijn op dezelfde manier gebonden door het beroepsgeheim. Hierdoor kan er geen sprake zijn van gedeeld beroepsgeheim. Dit betekent dat er in principe geen informatie mag doorgegeven worden die de cliŽnt in vertrouwen verteld heeft aan een individuele hulpverlener.

 

Terug naar vragenlijst

 

Het gedeeld beroepsgeheim binnen IJH

Het decreet integrale jeugdhulp voorziet op een wettelijke manier in een gedeeld beroepsgeheim tussen de actoren en sectoren van de  IJH.
Art. 74 Decreet IJH stelt "De actoren, vermeld in artikel 72 (= de toegangspoort; de gemandateerde voorzieningen; de sociale diensten; en de jeugdhulpaanbieders en de andere personen en voorzieningen die jeugdhulpverlening aanbieden), wisselen onder elkaar persoonsgegevens uit met het oog op de uitvoering van de bevoegdheden en taken, geregeld bij of krachtens dit decreet. 
Met behoud van de toepassing van de verplichtingen en beperkingen die voortvloeien uit de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens of uit de regelgeving van de sectoren, is de gegevensuitwisseling onderworpen aan de volgende voorwaarden :

1į de gegevensuitwisseling heeft alleen betrekking op gegevens die noodzakelijk zijn voor de jeugdhulpverlening;

2į de gegevens worden alleen uitgewisseld in het belang van de personen tot wie de jeugdhulpverlening zich richt;

3į de actoren, vermeld in artikel 72, proberen, zo veel mogelijk, de instemming met de gegevensuitwisseling te verkrijgen van de persoon op wie de gegevens betrekking hebben."

 

Het DRM heeft het beroepsgeheim daarnaast o.a. verwerkt in de regels m.b.t. toegang tot het dossier. De vertrouwelijkheidsexceptie in kader van de toegang tot het dossier bv. is de meest brede toepassing van het beroepsgeheim binnen het DRM.

 

Terug naar vragenlijst

 

 

Mag een medisch verslag of een verslag van bijvoorbeeld een revalidatiecentrum (meegetekend door een arts) aan het protocol voor buitengewoon onderwijs worden gevoegd na schriftelijke toestemming van de ouders?

Alle hulpverleners van het CLB-team zijn dragers van het beroepsgeheim. Dit betekent dat deze hulpverleners vertrouwelijke informatie over hun cliŽnten in principe niet mogen delen met derden, tenzij hier een geldige, en meestal wettelijke, reden voor bestaat, zoals bv. een getuigenis voor een rechter, een noodtoestand, de toepassing van het gedeeld beroepsgeheim uit het decreet integrale jeugdhulp, een andere wettelijke verplichting,...

 

Personeelsleden van het onderwijs hebben geen beroepsgeheim, zodat er geen sprake kan zijn van gedeeld beroepsgeheim. (Scholen zijn geen hulpverlenende voorzieningen. Onderwijspersoneel is daarom in principe niet gebonden door het beroepsgeheim. Deze personeelsleden vallen volgens de toepasselijke regelgeving enkel onder het ambtsgeheim/discretieplicht.)

 

Art. 36 CLB-decreet en artikel 9 CLB-Besluit maken hierop echter een uitzondering en laten toe dat het CLB relevante informatie doorgeeft aan de school. (Datzelfde besluitsartikel stelt bovendien dat het CLB ook aan anderen dan de school informatie mag doorgeven, maar dit enkel mťt toestemming van de minderjarige wanneer die 12 jaar of ouder is, of met de toestemming van zijn ouders wanneer hij jonger is.)

Omdat er echter sprake is van 'relevantie informatie-uitwisseling', wat een ruime en vage omschrijving is, is het aan te raden om zich, zeker als geheimplichtige, zorgvuldig en terughoudend op te stellen. Het lijkt gepast om pas gegevens uit te wisselen indien dit echt nodig is, waarbij de aard en de hoeveelheid van de uitgewisselde gegevens in verhouding staan tot de noodzaak (cf. need to know versus nice to know).

 

Concluderend kan gesteld worden dat, omdat uitzonderingen op het beroepsgeheim steeds beperkend moeten worden geÔnterpreteerd ťn omdat men niet op voorhand kan inschatten hoe de rechter over het doorbreken van het beroepsgeheim zou oordelen bij een eventuele vervolging, het raadzaam is om informatie zoveel mogelijk via de cliŽnt zelf door te laten stromen naar derden.

Maar het CLB kan wel degelijk een medisch verslag of een verslag van een revalidatiecentrum doorgeven met het protocol buitengewoon onderwijs indien dit relevante informatie is voor de school zoals bedoeld in de art. 36 van het CLB-Decreet en art.9 CLB-Besluit.

 

Terug naar vragenlijst

 

"Is het veilig om de situatie van een jongere te bespreken met de zorgleerkracht?"

Personeelsleden binnen het onderwijs hebben in principe geen beroepsgeheim. Leerkrachten niet, maar ook de vertrouwensleerkrachten of zorgleerkrachten niet. Hierdoor kan er dus nooit sprake zijn van een gedeeld beroepsgeheim met deze (zorg-)leerkrachten.

 

Hulpverleners kunnen dan ook nooit vertrouwelijke informatie doorgeven aan of bespreken met (zorg)leerkrachten. Deze informatie kan enkel rechtspreeks via de cliŽnten zelf doorgespeeld worden. Enige uitzondering hierop bestaat voor het CLB. Zowel het CLB-Decreet als het CLB-Besluit voorzien immers expliciet dat relevante informatie kan uitgewisseld worden tussen school en CLB en omgekeerd.

 

Terug naar vragenlijst

 

Kunnen ook hulpverleners (die geen beroepsbeoefenaars in de gezondheidszorg zijn) toegang krijgen tot gezondheidsgegevens ?

Begrip ‘gezondheidsgegevens’

 

Art. 21 DRM stelt dat ‘persoonsgegevens betreffende de gezondheid’ (kortweg ‘gezondheidsgegevens’) apart moeten worden bijgehouden. De verwerking en de toegang tot deze gegevens is immers onderworpen aan de relevante bepalingen uit de Wet Verwerking Persoonsgegevens en de Wet PatiŽntenrechten. ‘Gezondheidsgegevens’ moeten dus afzonderlijk kunnen geÔdentificeerd worden in het dossier om zo, waar nodig, de juiste regelgeving te kunnen toepassen.

Noch in het DRM, noch in het kaderdecreet integrale jeugdhulp, noch in de Wet Verwerking Persoonsgegevens, en noch in de Wet PatiŽntenrechten vindt men een duidelijke definitie van ‘persoonsgegevens betreffende de gezondheid’ terug.

De Wet van 21 augustus 2008 houdende oprichting en organisatie van het eHealth-platform en diverse bepalingen - Gewijzigd bij wet van 19 maart 2013 (Belgisch Staatsblad van 29 maart 2013) voorziet wel in een definitie in art. 3.9. : 
“Persoonsgegevens die de gezondheid betreffen: alle gegevens van persoonlijke aard waaruit informatie kan worden afgeleid omtrent de vroegere, huidige of toekomstige fysieke of psychische gezondheidstoestand van de natuurlijke persoon die is of kan worden geÔdentificeerd, met uitzondering van de louter administratieve of boekhoudkundige gegevens betreffende de geneeskundige behandelingen of verzorging.” 
Deze definitie wordt bijgetreden door de Nationale Raad van de Orde der geneesheren (in het advies van de Nationale Raad Orde van geneesheren van 26 november 2005 m.b.t. BeHealthproject).

De memorie van toelichting bij art. 21 van het DRM zegt  het volgende over ‘gezondheidsgegevens’: 
“Uit de gebruikte terminologie in de Wet Verwerking Persoonsgegevens (‘gezondheidsgegevens’ in plaats van de vroeger gebruikte term ‘medische gegevens’) zou men kunnen afleiden dat alle gegevens die door de jeugdhulpverlener werden geregistreerd en de gezondheidssituatie van de minderjarige betreffen, ‘gezondheidsgegevens’ zijn.

In die ruime interpretatie vallen naast de ‘objectieve’ medische gegevens (vaststellingen van een ‘beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg’) ook de door de jeugdhulpverleners gevraagde en verwerkte maatschappelijke gegevens die verband houden met de (fysieke of psychische) gezondheidssituatie van de minderjarige, onder de notie ‘gezondheidsgegevens’. 
Een voorbeeld van een dergelijk gegeven is de registratie door de jeugdhulpaanbieder dat hij de indruk heeft dat de minderjarige onvoldoende geconcentreerd kan blijven tijdens een gesprek.

Een aanzienlijk deel van de gegevens uit het dossier zou in die interpretatie als gezondheidsgegevens moeten worden beschouwd: ze zouden apart identificeerbaar moeten zijn en onder de strenge bepalingen van de Wet Verwerking Persoonsgegevens vallen (waaronder de verwerking onder de

verantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg).

Om die reden is het wenselijk het begrip ‘gezondheidsgegevens’ strikter te interpreteren en voor te behouden voor informatie die werd geattesteerd of geregistreerd door een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg. Binnen die interpretatie kunnen gegevens die door de jeugdhulpverlener zelf

worden genoteerd, nooit ‘gezondheidsgegevens’ in de zin van de Wet Verwerking Persoonsgegevens zijn, zelfs niet indien die gegevens een uitspraak bevatten over de gezondheidssituatie van de minderjarige of met zijn gezondheidssituatie in verband kunnen worden gebracht.

Indien een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg van de voorziening een medisch verslag maakt, moet er (zeker in deze strikte interpretatie) op worden gelet dat in het dossier een duidelijke scheiding bestaat tussen gezondheidsgegevens en de andere hulpverleningsgegevens. Ook als een jeugdhulpaanbieder, toegangspoort of trajectbegeleider op een andere wijze in het bezit komt van medische verslagen of andere documenten met gezondheidsgegevens, moet erop worden gelet dat die gegevens afzonderlijk worden bewaard.”

 

In het belang van de minderjarige,  die soms gemakkelijker toegang zal kunnen krijgen tot de hulpverleningsgegevens dan tot de gezondheidsgegevens in zijn dossier omdat hij in de praktijk vaak sneller als bekwaam zal beschouwd worden als cliŽnt binnen de integrale jeugdhulp (vermoeden van bekwaamheid vanaf 12 jaar volgens het DRM) dan als patiŽnt (inschatting bekwaamheid gebeurt discretionair door de betrokken beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg zonder dat wettelijk in een leeftijdscriterium voorzien wordt), wordt het begrip ‘gezondheidsgegevens’ inderdaad best beperkt.

 

Toegang gezondheidsgegevens door hulpverleners

Gezondheidsgegevens moeten steeds verwerkt worden onder toezicht van een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg. Het is hierbij niet noodzakelijk dat de beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg zelf de gegevens registreert en het dossier opmaakt. Een vorm van controle of een mogelijkheid tot interventie of raadplegen kan volstaan. De verwerking onder verantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg wordt bv. nageleefd wanneer een beroepsbeoefenaar zich bereid verklaart de verantwoordelijkheid te dragen voor de verwerking die gebeurt door de voorziening en dat deze persoon steeds de theoretische en praktische mogelijkheid heeft om het nodige toezicht uit te oefenen, vragen te beantwoorden en tussen te komen.

Vanuit het gedeeld beroepsgeheim kunnen ook hulpverleners die direct betrokken zijn bij de hulpverlening (en dragers zijn van het beroepsgeheim) aan de minderjarige kennis nemen van deze gezondheidsgegevens.

Tenzij de verantwoordelijke beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg hier anders zou over beslissen.

Ook de Orde van Geneesheren is deze mening toegedaan. In het ‘advies Nationale Raad Orde van geneesheren van 20 april 2013  m.b.t. Medisch beroepsgeheim tussen de Geestelijke Gezondheidszorg en Bijzondere Jeugdzorg’ stelt de Orde dat “het beroepsgeheim onder bepaalde omstandigheden kan gedeeld worden. Het multidisciplinair dossier is er een voorbeeld van.
Deze mogelijkheid wordt echter door enkele voorwaarden afgebakend. De toepassing van het begrip "gedeeld beroepsgeheim" vergt niet alleen dat de bestemmeling van de vertrouwelijke informatie gebonden is door het beroepsgeheim. Enkel de informatie nodig voor de pedagogische omkadering van het kind dient gedeeld te worden."

 

Terug naar vragenlijst

 

 

Het doorbreken van het beroepsgeheim

Wanneer kan het beroepsgeheim doorbroken worden?

 

Het beroepsgeheim raakt de kern, het fundament van de hulpverlening omdat het garandeert dat iemand in alle vertrouwen naar de hulpverlening kan stappen. Het beroepsgeheim is dus een instrument ter bescherming van het privť-leven (net zoals de Wet Verwerking Persoonsgegevens).

 

Het beroepsgeheim zit in het strafrecht (artikel 458 Strafwetboek): de zwijgplicht doorbreken is voor de hulpverlener strafbaar. De hulpverlener kan m.a.w. niet op vrijwillige basis verzaken aan het beroepsgeheim.

De wetgever voorziet wel uitzonderingen waarin de drager van het beroepsgeheim kan (spreekrecht) of zelfs dient te spreken (spreekplicht) of te handelen (noodtoestand).

 

Voorbeelden:

 van medische aard: aangifte van besmettelijke ziektes.

 art.458 SW zelf: spreekrecht bij een getuigenis in rechte voor een rechter of parlementaire onderzoekscommissie +  beroepsgeheim doorbreken in het geval de wet dit verplicht.

 art.458bis SW: wanneer een minderjarige of andere kwetsbare personen slachtoffer zijn van bepaalde misdrijven mag men onder bepaalde voorwaarden de procureur inlichten (aangifterecht).

Het wetsvoorstel m.b.t. art. 458ter Sw. waarbij het beroepsgeheim onder bepaalde voorwaarden zou kunnen doorbroken worden in geval van terrorisme en familiaal geweld.  

 art.422bis SW: verplichting tot hulp aan personen in nood (schuldig verzuim), na vaststelling van een gevaarstoestand of nadat een dergelijke toestand is beschreven door diegenen die je hulp inroepen.

Binnen de integrale jeugdhulp: het ‘gedeeld beroepsgeheim’ zoals voorzien door art. 74 van het decreet integrale jeugdhulp. Daarnaast voorzien art. 75 decreet IJH en art. 75/1 decreet IJH dat gemandateerde voorzieningen en jeugdhulpvoorzieningen bepaalde vertrouwelijke informatie, onder bepaalde voorwaarden mogen delen met magistraten en consulenten die belast zijn met jeugdzaken. Ten slotte  voorziet art. 76 (decreet IJH) om in een verontrustende situatie uitzonderlijk inlichtingen te verstrekken aan de gemandandeerde voorziening zonder instemming van de betrokkenen.

 

Daarnaast kan ook (unanieme) rechtspraak een uitzondering op het beroepsgeheim mogelijk maken, bv. in het kader van de noodtoestand,

 

De noodtoestand houdt in dat het doorbreken van het beroepsgeheim de enige mogelijkheid is om belangrijkere, door de wet erkende, waarden of belangen te beschermen. Om van een noodtoestand te kunnen spreken, moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan:

Ten eerste moet er een daadwerkelijk en onmiddellijk gevaar dreigen. Dit betekent dat de betrokken hulpverlener of zorgverstrekker moet inschatten dat er een reŽle en ernstige mogelijkheid bestaat dat een hoger ingeschatte waarde of belang acuut in gevaar is. Ten tweede moet het belang of de waarde die men wil beschermen minstens van gelijke waarde zijn als het belang of de waarde dat men hecht aan het beroepsgeheim. Er wordt algemeen aanvaard dat de bescherming van de fysieke of seksuele integriteit van een persoon boven de toepassing van het beroepsgeheim staat. En, ten slotte, moet het doorbreken van het beroepsgeheim de enige mogelijkheid zijn om het gevaar af te wentelen. Indien men zelf kan ingrijpen om het gevaar af te wenden mag men zijn beroepsgeheim dus niet schenden.

Het is aan de betrokken hulpverlener of zorgverstrekker om in te schatten of er sprake is van een reŽle gevaarsituatie, ťn welke stappen best kunnen ondernomen worden om deze situatie te beŽindigen.

Wanneer er sprake is van een noodtoestand, kan men zijn beroepsgeheim doorbreken om een derde te betrekken bij de situatie om op die manier de noodtoestand te stoppen. Men hoeft niet noodzakelijk de politie of het parket in te lichten. Een andere gespecialiseerde dienst als bv. het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling inschakelen kan ook indien de hulpverlener of zorgverstrekker inschat dat deze piste de beste oplossing is voor de concrete situatie.

 

Wanneer je als hulpverlener je beroepsgeheim mag schenden, zal je altijd moeten beoordelen of de schending noodzakelijk is.

Bron: ongepubliceerde tekst, 2006, Carine De Wilde, Beleidsondersteuningsteam Integrale Jeugdhulp, Brussel.

 

Terug naar vragenlijst

 

Wie moet toestemming geven om informatie te kunnen opvragen bij vroegere hulpverlening? Wat moet in deze toestemmingsformulieren vermeld zijn?

 

Wanneer de vroegere hulpverlening niets te maken heeft met de huidige situatie of hulpverlening kan er in principe geen informatie doorgegeven of opgevraagd worden.

De opname in het Strafwetboek maakt het immers moeilijk om de cliŽnt (of patiŽnt), wiens vertrouwelijke informatie onderwerp uitmaakt van het beroepsgeheim, zeggenschap te geven over (de schending van) het beroepsgeheim. Het is het parket en in laatste instantie de strafrechter die zal oordelen of het beroepsgeheim (onterecht) geschonden werd, en gesanctioneerd moet worden.

 

Er bestaat momenteel dan ook nog discussie over het feit of de cliŽnt (of patiŽnt) wettelijk kan instemmen met het doorgeven van zijn vertrouwelijke informatie. Bepaalde juristen menen van niet: de betrokkene, het slachtoffer dat beschermd wordt tegen het misdrijf, is geen eigenaar van het beroepsgeheim en kan de hulpverlener of zorgverstrekker er bijgevolg niet van ontslaan. Anderen, zoals o.a. prof. dr. Put, menen echter van wel: de schending van het beroepsgeheim is een misdrijf dat enkel tot stand kan komen indien het slachtoffer niet instemt met de bekendmaking van zijn geheimen.

Zolang we niet met zekerheid kunnen aannemen dat alle rechters de instemming van de betrokkene aanvaarden als mogelijke uitzondering op het beroepsgeheim, moeten hulpverleners en zorgverstrekkers hier toch de nodige voorzichtigheid aan de dag leggen!
Tenzij er natuurlijk sprake is van een duidelijke wettelijke uitzondering zoals bv. het geval is voor het CLB. Art. 9.BVR MDD voorziet nl. dat CLB-medewerkers in het belang van leerlingen gegevens uit het multidisciplinair dossier mogen bezorgen aan derden op gemotiveerd verzoek of na schriftelijke toestemming van de bekwame minder- of meerderjarige leerling; of van de ouders, in eigen naam of namens de niet-bekwame minder- of meerderjarige leerling.

 

Indien hulpverleners (en gezondheidswerkers) daarnaast toch informatie wensen uit te wisselen met derden op basis van de instemming van de cliŽnt (of patiŽnt), zonder dat een andere wettelijke, of algemeen aanvaarde uitzondering dit mogelijk maakt, moet de instemming van de cliŽnt minstens voorafgaandelijk, vrij, specifiek, geÔnformeerd en uitdrukkelijk gegeven worden

Wanneer de huidige situatie of hulpverlening wel gerelateerd is aan vroegere problemen en hulpverlening, kan er daarnaast eventueel sprake zijn van gedeeld beroepsgeheim. In dat geval kan noodzakelijke info1 doorgegeven worden aan door het beroepsgeheim gebonden hulpverleners2 die in dezelfde context bij de hulpverlening betrokken zijn3. Dit steeds in het belang van de cliŽnten (liefst met zijn toestemming of) in elk geval na het informeren van de cliŽnt5!

 

Terug naar vragenlijst

 

 

In een omzendbrief van het VAPH met betrekking tot het meldpunt grensoverschrijdend gedrag wordt verwezen naar artikel 42 en 43 van het BVR van 4/2/2011 (kwaliteit en erkenningsvoorwaarden). Is dit een wettelijke basis die onze hulpverleners in staat stelt hun beroepsgeheim te schenden door bepaalde feiten aan het VAPH te melden? Het VAPH spreekt immers van een meldingsplicht.

 

Art. 43 van het desbetreffende Besluit van de Vlaamse Regering is weldegelijk een voorbeeld van een wettelijke verplichting die het mogelijk (verplicht) maakt om het beroepsgeheim te doorbreken.

 

Meer nog indien hulpverleners zich hieraan niet houden, zullen zij op burgerrechtelijke vlak niet gedekt zijn op gebied van hun aansprakelijkheid. Dit betekent dat wanneer personeelsleden deze regelgeving schenden, zij een 'zware fout' maken waarvoor zij zelf kunnen aangesproken worden op burgerrechtelijk vlak (voor het betalen van een schadevergoeding).

Terwijl voor hun 'lichte fout' enkel hun werkgever kan aangesproken worden en zij zelf beschermd zijn (tenzij het zou gaan om bedrog of om gewoonlijk voorkomende lichte fouten).

 

Terug naar vragenlijst

 

 

Binnenkort nemen wij een minderjarige op die besmet is met het Hepatitis B virus. 
Preventief zullen wij overgaan tot het inenten van al onze jongeren, maar hiervoor is toestemming nodig van de ouders. Deze zullen uiteraard vragen hebben bij het "hoe " en " waarom " hiervan. Hebben zij het recht om te weten dat er een jongere met Hepatitis in de leefgroep komt? Hoe zit het dan met de privacy van deze minderjarige?

 

De meest geschikte oplossing voor uw probleem zou erin bestaan alle jongeren preventief in te enten tegen Hepatitis B zonder dat hiervoor moet meegedeeld worden dat (en wie) er een jongere in de voorziening verblijft die besmet is met dit virus.

Deze preventieve inenting (in 1991 formuleerde de Wereldgezondheidsorganisatie een aanbeveling tot preventieve vaccinatie wereldwijd tegen het Hepatitis B virus) zou bv. onderdeel kunnen uitmaken van een breder gezondheidsbeleid waarin preventieve vaccinatie tegen een aantal veelvoorkomende virussen voorzien wordt.

Indien echter niet iedereen toestemt met een preventieve vaccinatie, kan er eventueel ook meegedeeld worden dat een bewoner (zonder dat die geÔdentificeerd kan worden n.a.v. de mededeling) besmet is met het virus en dat de voorziening daarom alle maatregelen neemt om verdere besmetting te voorkomen.

 

Zomaar aan de bewoners van de voorziening (of aan hun ouders) vertellen dat een bepaalde, identificeerbare, bewoner een bepaalde (besmettelijke) ziekte heeft, kan niet. Dit wordt verhinderd door het beroepsgeheim van de betrokken hulpverleners. Dit kan ook zo meegedeeld worden door de hulpverleners wanneer hierover vragen komen van ongeruste bewoners of ouders.

 

Terug naar vragenlijst

 

 

Beroepsgeheim en minderjarigen

 

Kan een minderjarige ook rekenen op het beroepsgeheim van hulpverleners?

Het beroepsgeheim geldt in principe ook tegenover minderjarigen, ongeacht hun leeftijd of hun bekwaamheid!


Als uitgangspunt geldt dat minderjarigen, ongeacht hun leeftijd of bekwaamheid, recht hebben op privacy (cf. art. 16 Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind) en op een vertrouwelijke behandeling van hun persoonlijke gegevens. 

Zij kunnen dit recht in principe zoals iedereen inroepen tegenover alle derden, en dus ook ten aanzien van hun ouders.

Aangezien minderjarigen recht hebben op privacy betekent dit dat ze ook zelf beslissingen kunnen nemen m.b.t. vertrouwelijke informatie over zichzelf.

Wanneer het gaat om onbekwame minderjarigen zullen ouders hier echter ook iets over te beslissen hebben. In het kader van hun ouderlijk gezag staan zij immers in voor het nemen van alle fundamentele beslissingen m.b.t. hun minderjarige kind. In dat kader zal hun mening dan ook doorslaggevend zijn (wanneer het onbekwame minderjarige kinderen betreft).

Wanneer het gaat om bekwame minderjarigen (vermoed vanaf 12 jaar), kan de mening van de minderjarige zelf doorslaggevend zijn,aangezien deze minderjarigen soms zelf beslissingen kunnen nemen m.b.t. hun persoon en dat het ouderlijk gezag van hun ouders op dat gebied een minder belangrijke rol speelt. Wanneer voor het bieden van bepaalde jeugdhulp echter ook de instemming van de ouders van de bekwame minderjarige vereist is, zullen de ouders dťze informatie moeten krijgen waarover zij moeten beschikken in het kader van het geÔnformeerd kunnen instemmen met de jeugdhulp.

Voor de rest geldt het beroepsgeheim t.o.v. minderjarige cliŽnten, zoals voor ieder ander. Dit betekent dan ook dat dezelfde uitzonderingen gelden.

Zoals bv. de noodtoestand : Wanneer de fysieke of psychische integriteit van minderjarige gevaar loopt kan een hulpverlener ervoor kiezen om zijn beroepsgeheim te doorbreken om dit gevaar te doen wijken.

Daarnaast is er bv. ook het gedeeld beroepsgeheim waardoor hulpverleners hun beroepsgeheim kunnen doorbreken door noodzakelijke informatie te delen met andere personen die eveneens gebonden zijn door het beroepsgeheim. Dit kan enkel tussen personen die op dezelfde manier of in dezelfde context betrokken zijn bij de hulpverlening, in het belang van de cliŽnt ťn indien de cliŽnt hiervan op voorhand verwittigd werd en liefst zelfs zijn instemming voor verleende.

 

Terug naar vragenlijst

 

Geldt het beroepsgeheim ook t.a.v. de ouders van een minderjarig kind?

Is er sprake van schending van het beroepsgeheim als een hulpverlener vertrouwelijke informatie over de minderjarige bekendmaakt aan de ouders? Maar ook : kunnen ouders op grond van hun ouderlijk gezag bepaalde informatie eisen van de hulpverlener? Of hebben minderjarigen onverkort recht op privacy? Op deze vragen kan niet onverkort "ja" of "neen" geantwoord worden.


Volgens de rechtsleer geldt als uitgangspunt dat:

         de minderjarige drager is van het recht op bescherming van zijn privť-leven, inclusief de vertrouwelijke behandeling van persoonlijke gegevens;

         de minderjarige dit recht ook kan inroepen t.a.v. zijn ouders, ongeacht zijn leeftijd.

In termen van beroepsgeheim wil dit zeggen dat de hulpverlener de geheimen die hem door de minderjarige zijn toevertrouwd, in principe niet mag bekendmaken, zelfs niet aan de ouders.

Hulpverleners hebben m.a.w. principiŽle zwijgplicht t.a.v. de ouder(s) van een minderjarig kind.


De toegang tot gegevens betreffende de minderjarige op grond van het ouderlijk gezag vormt een uitzondering op het recht op privacy in hoofde van de minderjarige en moet restrictief geÔnterpreteerd worden. Een hulpverlener kan de ouders enkel informatie meedelen
:

         voor zover de minderjarige niet over voldoende onderscheidingsvermogen beschikt;

         met het oog op het nemen van bepaalde opvoedingsbeslissingen,

         in het belang van de minderjarige.

Daarnaast rechtvaardigen sommige noodsituaties (zoals dreiging van zelfmoord) dat de hulpverlener contact opneemt met de ouders. In dit geval moet de privacy van de cliŽnt wijken voor een ander hoog belang van de cliŽnt (de bescherming van de fysieke of seksuele integriteit wordt gezien als het hoogste rechtsgoed). 

Maar de beslissingen die de minderjarige m.a.w. geacht wordt zelf te kunnen nemen, behoren niet meer tot het ouderlijk gezag, wat ook betekent dat de ouders geen vertrouwelijke informatie nodig hebben om die beslissingen te kunnen treffen.

In het geval van een belangenconflict tussen de ouders overheerst het belang van de minderjarige.

De wetgeving biedt dus geen pasklare recepten, maar wel aangrijpingspunten om casus per casus na te gaan, af te wegen wat in het belang van de minderjarige noopt te gebeuren.

Bron: ongepubliceerde tekst, 2006, Carine De Wilde, Beleidsondersteuningsteam Integrale Jeugdhulp, Brussel.

 

Een jongere die een hulpverlener in vertrouwen nam omtrent het feit dat hij niet de biologische vader is van het kind dat hij zal erkennen, wil niet dat zijn familie hiervan op de hoogte wordt gebracht. De hulpverlener zelf vindt deze erkenning problematisch.

 

Alle informatie die verkregen wordt n.a.v. een hulpverleningssituatie is vertrouwelijk en valt onder de toepassing van het beroepsgeheim. Hulpverleners mogen hun beroepsgeheim slechts uitzonderlijk doorbreken naar ouders van een bekwame minderjarige wanneer hier een geldige reden voor bestaat. Bv. in kader van een noodsituatie.
Wanneer hulpverleners echter oordelen dat de jongere niet in zijn belang handelt ťn onvoldoende de gevolgen van zijn beslissing om het kind te erkennen kan inschatten, kunnen ze eventueel beslissen dat de jongere niet bekwaam is op dit gebied. En bij onbekwame minderjarigen mogen hulpverleners informatie doorgeven aan ouders waarover deze noodzakelijk moeten beschikken om gepaste opvoedingsbeslissingen te nemen.

Terug naar vragenlijst

 

In welke mate hebben ouders recht op informatie over de behandeling van hun minderjarige kind wanneer dit in het ziekenhuis opgenomen is? Welke informatie mogen artsen en verplegend personeel doorgeven gezien hun beroepsgeheim ?

 

Beroepsbeoefenaars in de gezondheidszorg zijn gebonden door het beroepsgeheim en kunnen hun beroepsgeheim enkel schenden in welbepaalde (en meestal door de wet voorziene) gevallen. Dit geldt in principe ook wanneer het gaat over minderjarige patiŽnten.

 

De rechtsleer voorziet echter een uitzondering op de geheimhoudingsplicht tegenover de ouders van onbekwame, minderjarige kinderen op basis van hun ouderlijk gezag.

Voor onbekwame minderjarigen geldt daarom dat ouders alle informatie moeten krijgen die noodzakelijk is in het kader van de fundamentele opvoedingsbeslissingen die ze moeten nemen, bv. in kader van de gezondheidszorg en hulpverlening .

Wanneer het gaat om bekwame minderjarigen hoeven ouders geen beslissingen meer te nemen m.b.t. de gezondheidszorg (en soms ook niet in het kader van de hulpverlening) t.a.v. de minderjarigen omdat deze die beslissingen zelf kunnen nemen. Ouders hebben in dat geval ook geen nood aan informatie om beslissingen te kunnen nemen. Er is dan ook geen reden om het beroepsgeheim te schenden


Er wordt bv. aangenomen dat bekwame minderjarige zelfstandig beslissingen kunnen nemen m.b.t. een ongewenste zwangerschap, dus ook m.b.t. het ondergaan van een abortus. En ouders kunnen hierover niet ingelicht worden door de gezondheidswerkers wegens hun beroepsgeheim.

Enkel in het kader van een noodtoestand kan het nog verantwoord zijn om het beroepsgeheim te doorbreken, maar dat is niet enkel zo tegenover minderjarigen, en dat hoeft ook niet noodzakelijk naar de ouders toe te zijn.

 

Terug naar vragenlijst

 

De discretieplicht en/of het ambtsgeheim

 

Kan een GON-begeleider onder toepassing van zijn ambtsgeheim vertrouwelijke informatie m.b.t. de leerling bespreken met de directie waar de leerling les volgt? Of met zijn eigen directie?

 

Volgens de Decreten Rechtpositie in het onderwijs heeft onderwijspersoneel een ambtsgeheim.

Het ambtsgeheim of de discretieplicht wordt in de rechtsleer omschreven als "de verplichting om bij het uitoefenen van een functie of ambt geen gegevens vrij te geven aan anderen dan diegenen die gerechtigd zijn er kennis van te nemen".

 

Onder toepassing van hun ambtsgeheim kunnen GON-begeleiders vertrouwelijke informatie over de leerlingen die ze begeleiden delen met hun eigen directie (en collega's). Er wordt immers vertrokken vanuit het standpunt dat dragers van een discretieplicht/ambtsgeheim niet ten persoonlijke titel informatie krijgen

meegedeeld, maar in naam van de dienst waarvoor zij werken. Het logische gevolg is dan het bestaan van een 'intern spreekrecht': met het oog op de verbetering van de organisatie, de werking van de dienst en de persoonlijke ambtsuitoefening heeft elk personeelslid het recht en zelfs de plicht om informatie uit te wisselen met collega's, ondergeschikten en hiŽrarchisch meerderen.

 

Mťt toestemming van de ouders van de leerling, en van de bekwame leerling zelf, kan daarnaast natuurlijk ook informatie uitgewisseld worden tussen de GON-begeleiding en andere derden, zoals bv. de school waar de leerling les volgt. En aangezien er n.a.v. een GON-begeleiding steeds een integratieplan (= een handelingsgerichte engagementsverklaring die essentiŽle gegevens bevat en voor een bepaalde periode wordt opgesteld) moet opgesteld worden met daarin o.a. het gemeenschappelijk akkoord van het integratieteam voor de begeleiding, kunnen we ervan uitgaan dat er steeds toestemming zal zijn voor het uitwisselen van informatie tussen de GON-begeleiding en de directie van de school waar de leerling les volgt.

 

Terug naar vragenlijst

 

 

Het beroepsgeheim en justitie

 

Welke informatie kan een hulpverlener doorgevenaan de politie?

Alle informatie die men verkrijgt n.a.v. de uitoefening van zijn beroep als hulpverlener is vertrouwelijk en valt onder het beroepsgeheim. Het beroepsgeheim wordt juridisch heel erg strikt toegepast en er worden enkel uitzonderingen op het beroepsgeheim aanvaard wanneer deze voorzien worden door de wet of algemeen aanvaard worden door rechtspraak.

Er bestaat momenteel geen specifieke uitzondering die toelaat dat dragers van een beroepsgeheim, zoals bv. hulpverleners, hun beroepsgeheim doorbreken om vertrouwelijke informatie uit te wisselen met de politie. (Anonieme casussen kunnen natuurlijk wel altijd besproken worden.) En van de bestaande uitzonderingen zal vaak alleen de ‘noodtoestand’ ertoe kunnen leiden dat hulpverleners (of gezondheidswerkers) vertrouwelijke informatie mogen doorgeven aan de politie. Een voorziening mag dus bv. niet doorgeven waar een minderjarige zich bevond op bepaalde data wanneer deze informatie verkregen werd in kader van een hulpverleningssituatie. 

 

 

Het OM (of politie) verwijst een gezin door naar de brede instap. Wanneer het OM of politie contact neemt met een partner van de brede instap met de vraag of het gezin is ‘aangekomen’, mag/moet deze informatie gegeven worden, zonder in te gaan op de inhoud natuurlijk? 

De hulpverleners van de brede instap hebben beroepsgeheim. Hierdoor mag vertrouwelijke informatie over jeugdhulp en cliŽnten in principe niet uitgewisseld worden met derden.
Hierop bestaan wel een aantal uitzonderingen maar naar justitie toe, kunnen hulpverleners enkel hun beroepsgeheim schenden in het kader van 1) een noodtoestand, 2) een getuigenis in rechte,  3) wanneer de onderzoeksrechter bepaalde informatie (bv. een dossier) in beslag neemt, of in kader van art. 75 en 75/1 decreet integrale jeugdhulp.

Art. 75/1 decreet integrale jeu
gdhulp stelt dat jeugdhulpverleners  in principe geen informatie mogen doorgeven aan de jeugdrechters, jeugdparket en consulenten van de sociale dienst jeugdrechtbank.
Maar dat deze informatiestroom uitzonderlijk wel mogelijk is als:
1. er instemming is van de bekwame jongere en zijn ouders of opvoedingsverantwoordelijken. Die instemming moet schriftelijk zijn en er moet voldoende geÔnformeerd zijn d.w.z. men weet welke informatie aan wie en met welk doel en gevolgen wordt doorgegeven.
OF
2. De jeugdrechter, jeugdparket of consulent sociale dienst jeugdrechtbank een schriftelijke vraag stelt over identificatie van de partijen of het feit of er al jeugdhulpverlening is aangevat, wordt verdergezet of beŽindigd is. Deze informatie kan dan gegeven worden zonder dat betrokkenen moeten instemmen, ook informeren van de betrokkenen wordt niet uitdrukkelijk opgelegd.


De brede instap kan  dus enkel rechtstreeks doorgeven aan het OM  of een gezin is ‘aangekomen’ met instemming van de betrokkenen, of wanneer deze informatie schriftelijk opgevraagd werd door het OM. Aan de politie kan deze informatie niet rechtstreeks bezorgd worden. Men kan (niet moet!) eventueel wel een verklaring in deze zin opstellen voor het gezin (men heeft geen beroepsgeheim t.a.v. zijn cliŽnten). Het gezin kan dit dan aan de politie bezorgen.

Opmerking :
Het CLB kan (niet moet!) onder toepassing van haar eigen sectorale regelgeving mťt toestemming van de betrokkenen, wel rechtstreeks informatie doorgeven aan derden, en dus ook aan het OM of aan de politie.

Terug naar vragenlijst

 

Onder welke omstandigheden kan een medisch dossier meegegeven worden aan justitie?

Hulpverleners en gezondheidswerkers zijn dragers van het beroepsgeheim zoals bepaald in art. 458 van het Strafwetboek. Dit beroepsgeheim houdt in dat vertrouwelijke informatie van cliŽnten/patiŽnten in principe niet kan gedeeld worden met derden. Medische dossiers zijn vertrouwelijk en kunnen dus niet ter beschikking gesteld worden van justitie door de betrokken hulpverleners of gezondheidswerkers.
Er bestaan wel een aantal uitzonderingen op het beroepsgeheim:

 

 Een huiszoeking op bevel van de onderzoeksrechter is er ťťn van. In het kader van een strafrechtelijk onderzoek is men immers verplicht om mee te werken en eventueel zelfs zijn beroepsgeheim te doorbreken door bv.een patiŽntendossier te overhandigen op bevel van de onderzoeksrechter. Het behoort hierbij inderdaad tot de geplogenheden dat wanneer medische dossiers in beslag genomen worden iemand van de Orde der Geneesheren aanwezig is. Maar dit is geen wettelijke vereiste!

 Een huiszoeking op bevel van de procureur des Konings vormt gťťn uitzondering op het beroepsgeheim. Dragers van het beroepsgeheim kunnen hieraan dus niet meewerken.

 Ook aan huiszoekingen met toestemming kunnen dragers van het beroepsgeheim niet meewerken. Dit houdt immers in dat zij vrijwillig toestemming geven om de huiszoeking te laten plaatsvinden en hierbij eventueel dossiers in beslag te nemen. Gezien hun beroepsgeheim kan dit natuurlijk niet.

 

Terug naar vragenlijst

 

Is er samenwerking mogelijk over de spijbelproblematiek tussen de politie en het CLB?

Op vlak van de spijbelproblematiek kan er samenwerking plaatsvinden tussen de school en politie (en parket) in het kader van de naleving van de leerplichtwet omdat onderwijspersoneel (in principe) geen beroepsgeheim heeft.
Hierover wordt het een en ander geregeld in de ministeriŽle omzendbrief PLP 41 van 7 juli 2006 tot versterking en/of bijsturing van het lokaalveiligheidsbeleid en de specifieke aanpak van de jeugdcriminaliteit. Meer info over dergelijke samenwerking en deze omzendbrief vindt men terug via :http://www.ond.vlaanderen.be/leerplicht/actoren/politie/default.htm

Er kan echter geen samenwerking zijn tussen CLB en politie op vlak van spijbelen. CLB-medewerkers hebben immers beroepsgeheim. En er kan geen sprake zijn van 'gedeeld beroepsgeheim' met de politie omdat
er in deze situatie vanuit een andere context gewerkt wordt (vrijwillige hulpverlening - justitie).
Enkel indien er sprake zou zijn van een 'noodtoestand' (of indien er specifieke regelgeving zou komen die dit toelaat) kan er vertrouwelijke informatie uitgewisseld worden tussen CLB en politie zonder de toestemming van de bekwame leerling, of van de ouders van onbekwame leerlingen.

 

Terug naar vragenlijst

 

 

Meer informatie over het beroepsgeheim

Waar vind ik toegankelijke maar duidelijke informatie m.b.t. het beroepsgeheim?

Het beroepsgeheim is een thema dat vanouds veel vragen oproept en waarover nog veel twijfel en discussie bestaat. Bovendien ondervinden dragers van het beroepsgeheim ook steeds meer druk van enerzijds cliŽnten die hun rechten zorgvuldig willen nageleefd en eventueel zelfs afgedwongen willen zien; en anderzijds van talrijke derden die om verschillende redenen beweren recht te hebben op de vertrouwelijke informatie die gedekt is door het beroepsgeheim. 

Deze materie wordt omstandig maar zeer bevattelijk uitgelegd in de fiche ‘tZitemzo Jeugdrecht…met het beroepsgheim ten aanzien van minderjarigen. Te downloaden http://www.tzitemzo.be/professionelen/publicaties3/tzitemzo-jeugdrecht-met-het-beroepsgeheim 

 

Terug naar vragenlijst