Sla navigatie over
Vlaanderen.be - uw wegwijzer binnen de Vlaamse overheid
startpagina | contact | sitemap integrale jeugdhulp  | zoek
 

 

 

 

 



FAQ's het dossier

 

Algemeen

Welk impact heeft het DRM op dossiervorming en verslaggeving? Betekent dit bv. dat wij het dossier telkens moeten actualiseren en achterhaalde info verwijderen? Brengt dit de aantoonbaarheid van het begeleidingsverloop niet in het gedrang?

 

De regeling met betrekking tot het dossier is niet nieuw. Het proces rond toegang tot het dossier is reeds geruime tijd aan de gang en wordt verder geduid in het DRM.

Door het dossier conform de principes van het DRM te gebruiken, ontstaan een aantal voordelen: (Bron: Werkmap aan de slag met het DRM)

 

         De minderjarige kan zijn eigen visie op de hulpverlening schetsen waardoor de participatie vergroot. Daarnaast krijgt de minderjarige meer de gelegenheid te  kijken naar zichzelf. Hierdoor ontstaat inzicht in de eigen situatie en dus ook de mogelijkheid zelf invloed te kunnen uitoefenen op de eigen werkelijkheid.

 

         Door minderjarigen te betrekken bij de verslaggeving krijgen ze een duidelijker zicht op de manier van werken binnen de jeugdhulpverlening.

 

         Ook de manier van weergeven van informatie in het dossier wordt transparanter. De jeugdhulpverlener zal zich immers de vraag moeten stellen of de informatie die hij opschrijft een loutere feitenweergave is, een interpretatie van bepaalde feiten, een hypothese die hij formuleert,… 
Door constant te reflecteren is de informatie die in het dossier wordt opgenomen zuiverder.

 

         Minderjarigen hebben de kans gegevens in het dossier te corrigeren of aan te vullen waardoor de gegevens over de minderjarige juister zullen zijn. 
Door het verslag te delen met de minderjarige wordt stil gestaan bij de formulering, waardoor deze formulering scherper kan worden weergegeven.
 

         Het nadenken over open verslaggeving biedt de mogelijkheid de uitgangspunten en inzichten over hulpverlening zelf te toetsen en te verdiepen.

 

Het opstellen, het bewaren en het gebruik van het dossier zijn o.a. onderworpen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de Wet Verwerking Persoonsgegevens (=Privacywet). Deze wet stelt dat persoonsgegevens enkel mogen bijgehouden en gebruikt worden met een welbepaald en gerechtvaardigd doel, bv. in het kader van een dossier binnen de integrale jeugdhulp met het doel om adequate hulpverlening te bieden.
Omdat het verzamelen, bewaren en verwerken van persoonsgegevens een inbreuk betekenen op de privacy van een persoon mogen enkel relevante en correcte gegevens bewaard worden. Dit betekent ook dat gegevens regelmatig moeten bijgewerkt worden (irrelevante of onjuiste gegevens worden verwijderd) en dat ze niet langer mogen bewaard worden dan nodig. 
Er rust bijgevolg inderdaad een voortdurende plicht om na te gaan welke gegevens relevant zijn en welke niet op de hulpverlener. Of bepaalde gegevens al dan niet relevant zijn hangt af van het doel dat men voor ogen heeft binnen de betreffende hulpverlening. De jeugdhulpverlener moet steeds een afweging maken op basis van zijn ervaring, zijn inschatting van de aanwezige hulpbehoefte en de situatie van de minderjarige of de te voorziene of te verwachten ontwikkelingen in een concreet dossier.

 

Terug naar vragenlijst

 

Als een minderjarige wordt doorverwezen naar een andere voorziening, kunnen wij de verslaggeving over de minderjarige dan doorgeven? Moet de minderjarige hiervoor (schriftelijke) toestemming geven?

Art 74 van het kaderdecreet IJH stelt :

“De actoren, vermeld in artikel 72, wisselen onder elkaar persoonsgegevens uit met het oog op de uitvoering van de bevoegdheden en taken, geregeld bij of krachtens dit decreet.

Met behoud van de toepassing van de verplichtingen en beperkingen die voortvloeien uit de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens of uit de regelgeving van de sectoren, is de gegevensuitwisseling onderworpen aan de volgende voorwaarden:

1į de gegevensuitwisseling heeft alleen betrekking op gegevens die noodzakelijk zijn voor de jeugdhulpverlening;

2į de gegevens worden alleen uitgewisseld in het belang van de personen tot wie de jeugd- hulpverlening zich richt;

3į de actoren, vermeld in artikel 72, proberen, zo veel mogelijk, de instemming met de gegevensuitwisseling te verkrijgen van de persoon op wie de gegevens betrekking hebben.

De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen over de vorm waarin en de wijze waar- op de persoonsgegevens worden uitgewisseld.”


Een voorziening kan in het belang van de minderjarige dus inderdaad bepaalde noodzakelijke verslaggeving doorgeven aan een volgende voorziening die de minderjarige zal opvangen en begeleiden.  De voorziening moet hiervoor wel (proberen om) de toestemming (te) verkrijgen van de minderjarige.
Het decreet IJH zegt niets over het al dan niet schriftelijk toestemmen. Maar met een schriftelijke toestemming is de aantoonbaarheid natuurlijk eenvoudiger.

Terug naar vragenlijst

 


Hoe lang moeten/ mogen cliŽntdossiers bewaard worden? Is er een minimum- en maximumtermijn?

 

Het DRM voorziet zelf geen bewaartermijnen m.b.t. het cliŽntdossier.

 

Maar het opstellen, het bewaren en het gebruik van het dossier zijn o.a. ook onderworpen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de Wet Verwerking Persoonsgegevens (=Privacywet). Deze wet stelt dat persoonsgegevens, in een vorm die toelaat om de betrokkenen te identificeren, niet langer mogen worden bewaard dan noodzakelijk is om de doeleinden te verwezenlijken. (art. 4ß1, 5į Wet Verwerking Persoonsgegevens).

 

Daarnaast moet er m.b.t. het bewaren van dossiers natuurlijk ook rekening gehouden worden met het Besluit Vlaamse Regering betreffende de integrale jeugdhulp (van 21 februari 2014) en met sectorale regelgeving.

 

Ter illustratie :

Art. 20 BVR betreffende de IJH “Een afgesloten dossier wordt door de toegangspoort bewaard tot maximaal tien jaar na het bereiken door de betrokkene van de meerderjarigheid. Een maand voor de vernietiging van het dossier wordt de betrokkene schriftelijk op de hoogte gebracht van het feit dat hij een kopie van het dossier kan verkrijgen.”

Art. 61 BVR betreffende de IJH “Een afgesloten dossier wordt door de gemandateerde voorzieningen bewaard tot maximaal tien jaar na het bereiken door de betrokkene van de meerderjarigheid. Een maand voor de vernietiging van het dossier wordt de betrokkene schriftelijk op de hoogte gebracht van het feit dat hij een kopie van het dossier kan verkrijgen.”

Art. 85 BVR betreffende de IJH “Het dossier van een minderjarige wordt door de sociale dienst bewaard tot maximaal tien jaar na het bereiken door de betrokkene van de meerderjarigheid. Een maand voor de vernietiging van het dossier wordt de betrokkene schriftelijk op de hoogte gebracht van het feit dat hij een kopie van het dossier kan verkrijgen.”

 

Art. 10 BVR betreffende het MDD van het CLB stelt “De multidisciplinaire dossiers worden door het centrum bewaard tot ten minste tien jaar na de datum van het laatst uitgevoerde consult of de laatst uitgevoerde vaccinatie. Daarna start de directeur de geŽigende procedure tot vernietiging, maar niet voor de betrokkene de leeftijd van 25 jaar heeft bereikt.
In afwijking van het eerste lid worden gegevens van leerlingen die hun studieloopbaan beŽindigd hebben in het buitengewoon onderwijs, bewaard tot op het ogenblik dat de betrokkene de leeftijd van 30 jaar bereikt.”

 

Art. 11, 16į BVR inzake de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor de voorzieningen BJB stelt “uiterlijk vijf jaar nadat de minderjarige meerderjarig is geworden, wordt zijn of haar dossier vernietigd.”


Art. 17 van het BVR inzake de erkenning en subsidiŽring van de CKG’s stelt “Het CKG heeft voor elk begeleid kind en het gezin waartoe het behoort een dossier dat minstens de volgende elementen bevat … Het dossier wordt door het CKG bewaard tot het kind meerderjarig is.”

Terug naar vragenlijst

 

 

Inhoud van het dossier

 

Wat met "eigen schrijfsels" die in het dossier zitten?  Kunnen we als hulpverlener ervoor kiezen deze niet "uit handen te geven"?

Persoonlijke notities horen niet in een dossier en zijn bijgevolg ook niet ter inzage van collega hulpverleners. Worden deze persoonlijke notities toch met collega’s gedeeld, of wordt er gehandeld naar deze persoonlijke notities dan verliezen zij hun persoonlijk karakter en maken zij wel degelijk deel uit van het dossier.

 

Terug naar vragenlijst

 


Wanneer men bepaalde zaken in het dossier bij agogische exceptie onderbrengt, kunnen deze in een afzonderlijke gesloten omslag in het dossier bewaard worden? of waar moeten deze bewaard worden?

Daar wordt niets over gezegd in de regelgeving. De organisatie kan dus zelf beslissen hoe ze deze informatie in het dossier wil bewaren of markeren als ontoegankelijk vanwege de exceptie.

 

Terug naar vragenlijst

 

Wat wordt precies bedoeld met “stukken die werden opgemaakt t.b.v. gerechtelijke overheden”?

Hierover zegt Johan Put in zijn "Handboek Jeugdbeschermingsrecht", p. 395: "De uitzondering met betrekking tot gegevens opgesteld ten behoeve van gerechtelijke overheden, ontzegt enkel de toegang tot die documenten via het dossier van de jeugdhulpvoorziening. Dit sluit niet uit dat de minderjarige toch kennis kan nemen van deze gegevens, omdat ze zijn opgenomen in het gerechtelijk dossier waartoe de minderjarige  zelf of via zijn advocaat toegang heeft op grond van de regelgeving met betrekking tot het gerechtelijk dossier (zie onder meer art. 55 Jeugdbeschermingswet). De enige bedoeling van deze uitzondering is te beletten dat de in het Decreet geregelde toegangsregeling een omzeiling zou toelaten van de gerechtelijke inzageregeling. Ook deze uitzondering moet beperkend worden geÔnterpreteerd. Zij heeft bijgevolg enkel betrekking op stukken die rechtstreeks op vraag van het parket of een rechter zijn opgesteld (bvb het onderzoeksverslag van de sociale dienst bij de jeugdrechtbank, of een psychiatrische expertise op vraag van de jeugdrechter), en die (tegelijk of nadien) op een of andere manier in een dossier van een jeugdhulpvoorziening zou zijn terechtgekomen. Zij mag ook niet omgekeerd worden toegepast: de uitzondering geldt niet voor hulpverleningsstukken die (later) in een gerechtelijk dossier terechtkomen (bvb een evolutieverslag van een voorziening aan de sociale dienst, waarvan de sociale dienst een kopie meestuurt naar de jeugdrechtbank). In die zin belet deze uitzondering niet dat de voorzieningen aan open verslaggeving zouden doen en hun evaluatierapporten in samenspraak met de minderjarige en diens ouders opstellen."

 

Kortom, de inhoud van de verslagen die aan de jeugdrechtbank gestuurd worden, kunnen perfect met de jongere en ouders besproken worden.

 

Je mag geen kopie van de brief die je aan de jeugdrechter stuurt, aan de jongere geven. Als je je verslag begint met 'Aan de jeugdrechter', kan je daar ook geen kopie van geven. Als je je verslag begint met 'Verslag, ter bespreking met de jongere' en je voegt daar dan door hem of haar te ondertekenen aanvullingen bij, waarna je het opstuurt aan de jeugdrechter met kort briefje bij, kan je perfect aan open verslaggeving doen, ook binnen een gedwongen kader.

 

Open verslaggeving in kader van een jeugdrechtbankdossier is dus mogelijk. Hoewel het decreet rechtspositie een uitzondering maakt op het inzagerecht in een dossier op de 'stukken bestemd voor gerechtelijke overheden', betekent dit niet dat de voorziening niet samen met de cliŽnt(en) een (deel van een) verslag kan schrijven dat niet alleen bestemd is voor de jongere zelf, om hem of haar zicht te geven op zijn eigen hulpverlening, maar tegelijk ook bestemd is voor de jeugdrechtbank.

 

Terug naar vragenlijst

 

Hoe ver reikt het begrip “contextuele gegevens”?

Contextuele gegevens zijn gegevens die tegelijk gaan over de minderjarige en 1 of meer andere personen die deel uitmaken van het cliŽntsysteem. Het cliŽntsysteem bestaat  uit de minderjarige, de ouders, de opvoedingsverantwoordelijke en de personen die met de MJ samenwonen op het moment dat de minderjarige om het toegang vraagt.

Terug naar vragenlijst

 

Wij hadden graag wat meer informatie rond het recht op Privacy in het DRM.
Zo vinden we het moeilijk wat we wel en niet moeten opschrijven. Bv in verslagen is het daar nodig om een kader / sfeer te schetsen of zijn enkel de doelstellingen belangrijk? Zo ook met eigen notities waar zowel gevoelige informatie als hypotheses als feitelijkheden instaan. Is dit voor privť gebruik of is dit deel van het dossier? We blijven hier wat onduidelijkheid rond hebben.

 

Volgens art. 20 DRM heeft elke minderjarige die zich in een van de sectoren van de integrale jeugdhulp bevindt, recht op een dossier. Het DRM stelt verder dat de Wet Verwerking Persoonsgegevens (kortweg Privacywet of WVP) en ook sectorale regelgeving van toepassing zijn op dit dossier. Het DRM bepaalt dus niet zozeer de inhoud van een dossier maar wel de (toegangs)rechten m.b.t. tot een dossier.

Conform de Privacywet mogen persoonsgegevens (= alle informatie betreffende geÔdentificeerde of identificeerbare persoon) niet zomaar verwerkt (verzameld, bewaard en/of uitgevoerd) worden. De verwerking moet immers o.a. toelaatbaar zijn, en aan de voorwaarden van de finaliteits- en proportionaliteitregel voldoen.


- Toelaatbaar wil zeggen dat er bv. toestemming voor de verwerking moet zijn van de betrokkenen wiens gegevens verwerkt worden of dat men bij de verwerking een wettelijke verplichting moet nakomen.


- De finaliteitsregel wil zeggen dat men enkel gegevens mag verwerken om een welbepaald, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigd doel (= bv. kwalitatieve hulpverlening organiseren) te bereiken en dat men deze gegevens ook enkel mag gebruiken overeenkomstig het doel waarvoor ze
verwerkt werden.


- De proportionaliteitsregel ten slotte stelt dat enkel toereikende en relevante gegevens mogen verwerkt worden. Er mogen dus geen bovenmatige gegevens (die niet nodig of relevant zijn in het kader van het doel van de verwerking) verwerkt worden.

Concreet betekent dit dat jullie die persoonsgegevens mogen verzamelen en bewaren in het dossier die in jullie ogen relevant zijn in het kader van de hulpverlening.
Wanneer bepaalde informatie (bv. hypotheses) achteraf niet (langer) relevant blijkt te zijn, zou deze uit het dossier verwijderd moeten worden.

Alle informatie die door jullie (waar dan ook) verwerkt wordt, maakt deel uit van het dossier. Zowel de administratieve informatie die misschien bewaard wordt op het secretariaat, de cliŽntenmap waarin inhoudelijke informatie over de hulpverlening wordt bijgehouden, de gezondheidsgegevens
die apart bijgehouden worden,...

'Persoonlijke notities'
 van een hulpverlener zijn beperkt tot notities die niet gedeeld werden met het team en waarnaar niet gehandeld werd. Deze persoonlijke notities maken dan geen deel uit van het dossier. Van zodra dergelijke notities echter besproken worden met een collega, of van zodra men een bepaalde strategie uitwerkt gebaseerd op deze notities verliezen ze hun 'persoonlijk' karakter en maken ze integraal deel uit van het dossier.

Terug naar vragenlijst

 

 

Gezondheidsgegevens in het dossier

 

Waarom gezondheidsgegevens apart bijhouden?

Volgens art. 21 van het DRM moeten 'persoonsgegevens betreffende de gezondheid' steeds 'apart bewaard' worden in het dossier van de minderjarige cliŽnt. Dit gebeurt onder de verantwoordelijkheid van de beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg (= de beroepsbeoefenaar die de gezondheidsgegevens doorgaf aan de jeugdhulpvoorziening, of de beroepsbeoefenaar werkzaam in de jeugdhulpvoorziening).

'Gezondheidsgegevens' zijn altijd gegevens waarbij een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg (arts, tandarts, verpleegkundige, vroedvrouw, kinesist, diŽtist,... NIET psycholoog) op de een of andere manier betrokken is, doordat de gegevens vastgesteld werden door, neergeschreven werden door, of (schriftelijk of mondeling) doorgegeven werden door een beroepsbeoefenaar.
- Wanneer een arts bv. een diagnose doorgeeft of medicatie voorschrijft, of wanneer een verpleegkundige een gezondheidsprobleem vaststelt, is dit dus een gezondheidsgegeven die apart moet bewaard worden in het dossier onder het medisch luik.
- Ook wanneer gegevens verkregen werden door voorgaande hulpverlening, blijven de gegevens 'gezondheidsgegevens' wanneer de voorgaande hulpverleners deze informatie verkregen van een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg. Deze blijft daarenboven verantwoordelijk voor deze
gegevens, tenzij hij de verantwoordelijkheid overgedragen heeft aan een andere beroepsbeoefenaar bv. van de jeugdhulpvoorziening.
- Wanneer een begeleider in de leefgroep vaststelt dat de minderjarige hoofdpijn heeft, of een pilletje tegen de hoofdpijn geeft, is dit echter geen gezondheidsgegeven (omdat er geen beroepsbeoefenaar betrokken is bij deze vaststelling of bij het geven van medicatie) en moet dit niet apart bewaard worden.

 

Terug naar vragenlijst

 

Gezondheidsgegevens afzonderlijk bijhouden: hoe gebeurt dit in de praktijk?

'Afzonderlijk bewaren' kan door deze gegevens in een apart onderdeel (kaftje/rubriek/envelop) van het dossier te bewaren, of door de gegevens op een of andere manier te merken (kleurtje,code,... geven) waardoor men er zich van bewust is dat deze gegevens anders moeten behandeld worden dan de rest van het dossier.

 

Terug naar vragenlijst

 

Op basis van welke regelgeving krijgt men toegang tot gezondheidsgegevens?

De Wet Verwerking Persoonsgegevens (=privacywet) en de Wet PatiŽntenrechten is van toepassing op de gezondheidsgegevens (die apart bewaard worden in het medisch luik). Dus ook op het verlenen van toegang tot deze gegevens.
De Wet PatiŽntenrechten voorziet ook toegang tot deze gegevens voor de bekwame minderjarige (of de ouders van de onbekwame minderjarige) behalve voor wat betreft :
1. de gegevens die de privacy van derden zouden schenden, of
2. de gegevens die onder een therapeutische exceptie vallen (vergelijkbaar
met agogische exceptie), of
3. de persoonlijke nota's van de beroepsbeoefenaar. Maar dit wordt de laatste jaren zeer beperkt geÔnterpreteerd.

Terug naar vragenlijst

 

Kunnen ook hulpverleners (die geen beroepsbeoefenaars in de gezondheidszorg zijn) toegang krijgen tot gezondheidsgegevens?

Vanuit het gedeeld beroepsgeheim kunnen ook hulpverleners (dragers van het beroepsgeheim) die direct betrokken zijn bij de hulpverlening aan de minderjarige, in het belang van deze hulpverlening, kennis nemen van deze informatie. Tenzij de verantwoordelijke beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg hier anders zou over beslissen.

Terug naar vragenlijst

 

Toegang tot het Dossier

Wat is de betekenis  van 'inzage' en 'afschrift' ?

 

Vermits we met (elektronische) gezinsdossiers werken, gaan we er tot nog toe vanuit dat een medewerker van het centrum de vrager ontvangt en mondeling toelichting geeft bij het dossier, rekening houdend met de privacygegevens van derden waar geen toestemming tot informatie voor is. Is dit voldoende ? Of dient de vrager een visueel contact te hebben met het dossier ?

 

Het DRM voorziet wel degelijk dat het recht op toegang in de eerste plaats voorzien wordt door 'inzage' (= dossier inkijken, dus visueel contact met het dossier). Indien dit echter niet kan omdat dit in de opbouw van het dossier zou betekenen dat de cliŽnt voor hem niet toegankelijke informatie zou onder ogen krijgen (bv. vertrouwelijke informatie over derden die onder beroepsgeheim vallen, of stukken opgemaakt voor gerecht,...) kan de jeugdhulpvoorziening ervoor opteren om toegang te verstrekken via een gesprek, gedeeltelijke inzage of rapportage.

Wanneer de cliŽnt echter om een afschrift (= schriftelijke kopie) van het dossier vraagt, en dit niet kan omdat hij geen recht heeft op toegang tot bepaalde onderdelen van het dossier, moet wel een rapport (= een schriftelijke neerslag/samenvatting van de informatie waartoe hij wel recht heeft door inzage) gemaakt worden voor hem.

 

Terug naar vragenlijst

 

 

Toegang door de minderjarige cliŽnt

 

Wat houdt het toegangsrecht van minderjarigen tot het dossier in?

De Kinderrechtswinkel ontwikkelde een schema waarbij het toegangsrecht van de minderjarige weergegeven wordt.

Dit schema kan je via deze link vinden:

good practices - het dossier: schema toegangsrecht minderjarige

Terug naar vragenlijst

 

De minderjarige wil zijn dossier inkijken maar de hulpverlener staat dit niet toe omdat hij de minderjarige als onbekwaam inschat.  De minderjarige wil een andere hulpverlener en die acht de jongere wťl in staat om het dossier van de vorige begeleider te lezen. Kan dat?

Art. 4 DRM in combinatie met art. 22 DRM bepaalt dat de minderjarige cliŽnt slechts toegang krijgen tot zijn dossier indien hij in staat is om op een redelijke wijze te oordelen wat zijn belang is, rekening houdend met zijn leeftijd en maturiteit. De wetgever heeft een vermoeden ingebouwd om de bekwaamheid van de minderjarige te versterken, nl.: vanaf 12 jaar. Dit vermoeden is echter weerlegbaar (door de hulpverlener). De hulpverlener moet kunnen aantonen dat de minderjarige onvoldoende in staat is te oordelen wat in zijn belang is en dat hij onvoldoende in staat is om de gevolgen van zijn handelingen/beslissingen in te schatten. De hulpverlener moet dit met de minderjarige bespreken en motiveren in het dossier. Is de minderjarige jonger dan 12 jaar dan moet de minderjarige het initiatief nemen om aan te tonen dat hij/zij zelfstandig kan optreden.

 

Veel zal afhangen van de attitude van de hulpverlener. De hulpverlener heeft de taak om steeds bereid te zijn te zoeken naar een goede manier om de minderjarige te betrekken. In de werkmap “Aan de slag …”, fiche “Bekwaamheid van de minderjarige” staan een aantal tips met een aantal richtinggevende vragen die kunnen helpen bij deze overweging. Klik hier voor meer informatie.

 

Volgens artikel 9 DRM mag de minderjarige zijn hulpverlener zelf kiezen; en in de loop van de hulpverlening kan hij zijn keuze wijzigen. Dus, ook een eventueel nieuwe hulpverlener zal de overweging van de bekwaamheid van de minderjarige moeten maken. En deze hulpverlener hoeft niet noodzakelijk tot dezelfde conclusie te komen als zijn collega.

 

Als voorziening is het wel belangrijk om een beleid omtrent het opstellen van dossiers conform het DRM op te stellen, opdat er een zekere uniformiteit is. Op die manier vermijdt men ook problemen ivm toegangsrecht tot het dossier bij een wissel van hulpverlener, want het toegangsrecht blijft steeds gelden (rekening houdend met de uitzonderingen).

 

Terug naar vragenlijst

 

Tot welke gegevens heeft de bekwame minderjarige toegang?

Het toegangsrecht slaat op de gegevens die de minderjarige betreffen. Dit zijn de gegevens die de minderjarige zelf verstrekt heeft, maar ook de informatie die anderen (ouders, personen uit de leefomgeving, jeugdhulpverleners, …) meegedeeld hebben. Deze gegevens kunnen betrekking hebben op de minderjarige alleen of op de minderjarige ťn andere personen.

Het toegangsrecht geldt NIET voor diť gegevens die expliciet als vertrouwelijk werden bestempeld bij het meedelen, niet voor gegevens die uitsluitend over derden handelen, en niet voor stukken die opgesteld werden ten behoeve van het gerecht.
Wanneer de hulpverlener bovendien oordeelt dat bepaalde informatie onder de’ agogische exceptie’ valt dan heeft de minderjarige evenmin toegang tot deze gegevens.

 

Terug naar vragenlijst

 

Wat met gegevens meegedeeld door derden die later pas ‘gevoelig’ werden. Heeft de minderjarige hier toegang toe?

Ja, indien de derde de toevertrouwde gegevens niet als vertrouwelijk bestempeld heeft, krijgt de bekwame minderjarige toegang.

De betrokken hulpverlener kan eventueel wel nog beslissen dat het niet in het belang van de minderjarige is om toegang te hebben tot deze gegevens. Dan vallen deze gegevens onder de agogische exceptie. 

 

Terug naar vragenlijst

 

Hebben minderjarigen ten aanzien van gezondheidsgegevens enkel geen toegang tot de gegevens onder de therapeutische exceptie en ten aanzien van de persoonlijke notities van de arts?

 

Ja, dit zijn de twee uitzonderingen op het toegangsrecht die de Wet PatiŽntenrechten vooropstelt. Daarnaast is er uiteraard ook geen toegang tot gegevens die betrekking hebben op derden. Ook in een medisch dossier wordt de therapeutische exceptie slechts uitzonderlijk gebruikt.

Indien het toegangsrecht uitgeoefend wordt met bijstand van een vertrouwenspersoon die ook beroepsbeoefenaar is in de gezondheidszorg, zijn de persoonlijke notities en de gegevens die onder de therapeutische exceptie vallen wel toegankelijk voor deze beroepsbeoefenaar.

 

Terug naar vragenlijst

 

Heeft de minderjarige al dan niet toegang tot zijn gezondheidsgegevens  die in een aparte kaftje worden bijgehouden?

 

Het recht op toegang van de minderjarige tot zijn gezondheidsgegevens die apart bijgehouden worden, wordt geregeld door de Wet betreffende de rechten van de patiŽnt.

 

De Wet PatiŽntenrechten regelt het recht op toegang tot het dossier in artikel 9 ß2. Artikel 9 bepaalt dat de patiŽnt het recht heeft op inzage in het hem betreffend patiŽntendossier. Wanneer hij inzage vraagt, moet zo snel mogelijk en ten laatste binnen de vijftien dagen gevolg gegeven worden aan zijn verzoek. De patiŽnt kan ook een afschrift vragen van zijn dossier, of van het deel van het deel dat over hem gaat.

Op dit inzagerecht bestaan enkele uitzonderingen:

-Persoonlijke notities van de beroepsbeoefenaar

Hierop wordt ťťn uitzondering voorzien: indien de patiŽnt zich laat bijstaan door een vertrouwenspersoon die ook een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg is, heeft deze wel inzagerecht in de persoonlijke notities.

-Gegevens die betrekking hebben op derden

-Therapeutische exceptie
Mits het in acht nemen van een aantal voorwaarden, kan de beroepsbeoefenaar beslissen dat bepaalde informatie niet aan de patiŽnt meegedeeld wordt.

 

Artikel 12 Wet PatiŽntenrechten regelt de toepassing van deze wet voor minderjarigen. De rechten opgenomen in de Wet PatiŽntenrechten worden bij een minderjarige patiŽnt uitgeoefend door zijn ouders of andere wettelijke vertegenwoordigers. De minderjarige kan zelf zijn rechten als patiŽnt uitoefenen wanneer blijkt dat hij tot een redelijke beoordeling van zijn belangen in staat is.


Wanneer de betrokken beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg van mening is dat hij te maken heeft met een bekwame, minderjarige patiŽnt, kan deze minderjarige zijn patiŽntenrechten zelfstandig uitoefenen, en dus ook inzage krijgen in zijn dossier/gezondheidsgegevens. 

Gaat het om een onbekwame, minderjarige patiŽnt dan zullen zijn ouders zijn patiŽntenrechten uitoefenen in zijn plaats en dus ook inzage krijgen in het dossier van hun onbekwame, minderjarige kind.

 

Terug naar vragenlijst

 

Wat als je na je 18de je dossier nog wil raadplegen?

Het decreet rechtspositie is dan niet langer van toepassing. Er is eventueel wel toegang mogelijk vanuit de Wet Verwerking Persoonsgegevens (=Privacywet). Onder toepassing van deze wet en sommige specifieke regelgeving mag het dossier echter niet langer bijgehouden worden dan noodzakelijk.

Terug naar vragenlijst

 

Toegang door ouders

 

Wat houdt het toegangsrecht van ouders in?

De Kinderrechtswinkel ontwikkelde een schema waarbij het toegangsrecht van de ouders weergegeven wordt.

Dit schema kan je via deze link vinden:

good practices - het dossier: schema toegangsrecht ouders

Terug naar vragenlijst

 

Wat met de vertrouwelijkheidexceptie die de jongere kan inroepen?  M.a.w. welke regel heeft voorrang: de vertrouwelijkheid van gegevens volgens de jongere - en dus niet inzage - of de privacywet die toegang verleent tot persoonsgegevens door ouders?

Artikel 20 DRM stelt dat:

“Het opstellen, het bewaren en het gebruik van het dossier zijn onderworpen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wetgeving betreffende de verwerking van persoonsgegevens, aan de verplichtingen die voortvloeien uit de regelgeving van de sectoren en aan de supplementaire of specifieke verplichtingen, bepaald in deze afdeling. Als deze verplichtingen onderling tegenstrijdig zijn, hebben de verplichtingen die voor de minderjarige het gunstigst zijn, voorrang."

Artikel 23 DRM verwoordt uitdrukkelijk dat de MJ de mogelijkheid heeft om door hem verstrekte gegevens als vertrouwelijk te bestempelen, zodat ze niet toegankelijk zijn voor ouders en anderen behorend tot het cliŽntsysteem (zie Memorie van Toelichting p. 66).

 

De vertrouwelijkheidexceptie van de MJ heeft hier dus inderdaad voorrang.

 

Terug naar vragenlijst

 

Een bekwame minderjarige geeft toestemming tot inzage in het dossier aan ťťn der ouders, die het dossier samen met een advocaat komt inkijken. Kan dit? En voor welke gegevens?


Volgens ons moet dit inderdaad kunnen wanneer een bekwame minderjarige hier uitdrukkelijk toestemming voor geeft. Dit wordt echter niet uitdrukkelijk door het DRM voorzien. Of het in de praktijk ook aanvaard zal worden dat ouders van een bekwame minderjarige toegang krijgen tot (bepaalde gegevens uit) het dossier, zal dus beslist worden door de jeugdhulpverleners in een concrete situatie of later misschien door de magistratuur wanneer hierover procedures zouden gevoerd worden.

 

Wanneer een ouder toch toegang krijgt, zal hij toegang krijgen tot deze gegevens waartoe de bekwame minderjarige zelf toegang heeft, met uitzondering van de contextuele gegevens waarbij een ouder enkel toegang krijgt tot deze contextuele gegevens die hemzelf ťn het minderjarige kind betreffen.

 

Wat indien deze bekwame minderjarige geen uitdrukkelijke toestemming had gegeven, doch ook geen verzet had aangetekend? Dan kan dit niet.

 

De algemene regel is dat ouders geen toegang hebben tot het dossier van een bekwame minderjarige. (Met uitzondering van de gegevens die enkel zichzelf betreffen want daar hebben ze toegang toe op basis van de wet verwerking persoonsgegevens.)

Uitzonderingen op deze algemene regel kunnen slechts voorkomen mťt uitdrukkelijke toestemming van de bekwame minderjarige.

 

Terug naar vragenlijst

 

Een moeder belt het CGG om het dossier van haar zoon van 14 jaar op te vragen, die enkele jaren geleden in begeleiding was in het centrum. Ze heeft dit nodig om opnieuw  bij een psychiater hulpverlening te starten. Heeft zij recht op een afschrift van dit dossier? Moeten wij de toestemming van de jongere vragen, nu hij ouder is dan 12 jaar? Als moeder gescheiden is, moet de informatie over vader worden weggelaten? Wie beoordeelt dit?

 

Het dossier in een CGG wordt in zijn geheel als een medisch dossier beschouwd, waardoor de artikelen 21 tot en met 23 van het DRM niet van toepassing zijn. Om een antwoord te kunnen geven op bovenstaande vraag moeten de Wet betreffende de rechten van de patiŽnt worden gehanteerd. Daarin staat bepaald dat de verantwoordelijkheid over het dossier ligt bij de beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg. Concreet voor het CGG betekent dit dat de psychiater die de leiding heeft over het centrum voor het dossier verantwoordelijk is.

In de Wet PatiŽntenrechten is geen sprake van een bepaalde leeftijd, maar in art. 12 W.P. wordt bepaald dat de minderjarige die tot een redelijke beoordeling van zijn belangen in staat is, zijn rechten als patiŽnt, waaronder het inzagerecht m.b.t. zijn patiŽntendossier, zelfstandig kan uitoefenen. 
Enkel wanneer de psychiater van mening zou zijn dat de betrokken minderjarige onbekwaam is, zal het inzagerecht dus door de ouders, in casu door zijn moeder, uitgeoefend kunnen worden.

 

De persoonlijke notities van een beroepsbeoefenaar en gegevens die betrekking hebben op derden (conform de Wet verwerking persoonsgegevens) zijn volgens art. 9 Wet PatiŽntenrechten van het recht op inzage door de patiŽnt uitgesloten. Maar de regeling die in het DRP is uitgewerkt m.b.t. de contextuele gegevens is niet in tegenspraak met bepalingen in de Wet patiŽntenrechten. Bijgevolg wordt er door de sectorale overheid (Zorg en Gezondheid) aangeraden deze ook toe te passen in de praktijk van het CGG.

 

Dit betekent dat wanneer de bekwame minderjarige om een afschrift vraagt, hij ook recht heeft op informatie over zijn relatie met mensen uit de context (dus ook zijn vader). Wanneer zijn moeder om een afschrift vraagt, in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van haar onbekwame zoon, heeft zij enkel recht op informatie die haar zoon zelf betreft en op informatie die hŠŠr relatie met haar zoon betreffen.

Net zoals in het DRM werd een periode van 15 dagen voorzien om aan de vraag tegemoet te komen. Er is tevens een recht op afschrift. Een afschrift is wel steeds persoonlijk en vertrouwelijk ťn kan dus enkel gebruikt worden in het kader van een medische behandeling.

 

Terug naar vragenlijst

 

Indien ťťn van de ouders (na een echtscheiding) toegang vraagt tot het dossier, moet de andere ouder dan op de hoogte gesteld worden?

Nee, de andere ouder moet niet op de hoogte gesteld worden. Enkel indien de andere ouder vraagt naar deze informatie, kan dit meegedeeld worden.

Opgelet: beide ouders kunnen enkel deze informatie inzien die betrekking heeft op zichzelf of op hun minderjarig kind. Zij kunnen geen gegevens inzien omtrent de andere ouder.

 

Terug naar vragenlijst

 

Toegang door andere personen dan de minderjarige cliŽnt en/of ouders

 

Kunnen studenten die stage lopen in de jeugdhulp ook inzage krijgen in het dossier van een minderjarige die zij mee begeleiden?

 

Wanneer studenten mee ingeschakeld worden binnen de hulpverlening als vrijwilliger of als stagiair, kunnen zij wel degelijk toegang krijgen tot het dossier van een minderjarige cliŽnt aan wie ze hulp verlenen (samen met, of in opdracht van een professionele hulpverlener). Ook deze stagiairs zijn immers gebonden door het beroepsgeheim.
 

Terug naar vragenlijst

 

Kan een pleegouder het verslag van de cliŽntbespreking hebben of inkijken?

 

Pleegouders nemen binnen de integrale jeugdhulp een bijzondere positie in: zij zijn zowel jeugdhulpaanbieders (omdat zij verantwoordelijk zijn voor de concrete uitvoering van de jeugdhulp) als opvoedingsverantwoordelijken (personen die op een duurzame wijze de feitelijke bewaring over een minderjarige hebben). Zij zijn echter geen jeugdhulpvoorziening waardoor artikels uit het DRM die zich enkel uitspreken over relatie minderjarige cliŽnt - jeugdhulpvoorziening op hen niet van toepassing zijn.

Het decreet betreffende de integrale jeugdhulp stelt dat iedereen die zijn medewerking verleent aan de uitvoering van dit decreet gebonden is door het beroepsgeheim. Alle jeugdhulpaanbieders (voorzieningen ťn personen)maar ook bv. de vertrouwenspersoon moeten zich daarom houden aan het beroepsgeheim.

Toch voorziet art. 74 van het decreet IJH dat er onder bepaalde voorwaarden een gegevensuitwisseling kan plaatsvinden tussen jeugdhulpaanbieders onderling. Een CKG kan dus wel degelijke informatie doorspelen aan een pleegouders indien: 

o    de gegevensuitwisseling enkel betrekking heeft op gegevens die noodzakelijk zijn voor de jeugdhulp;

o    de gegevens enkel worden uitgewisseld in het belang van de personen tot wie de jeugdhulp is gericht;

o    men in de mate van het mogelijke de geÔnformeerde toestemming met de gegevensuitwisseling heeft proberen verkrijgen van de persoon op wie de gegevens betrekking hebben.

Op basis van deze regelgeving kan het CKG ervoor opteren om het volledige verslag van de bespreking van een kindje, of bepaalde onderdelen ervan (die noodzakelijk zijn voor de hulpverlening) op de teamvergadering door te geven aan toekomstige pleegouders. 

 

Terug naar vragenlijst

 

 

Kan het dossier ingekeken worden door derden? (vb. door een familielid dat vernoemd wordt in het dossier)

Derden (<-> hulpverleners) hebben enkel toegang (niet noodzakelijk via inzage!) tot het dossier wat betreft de gegevens die henzelf betreffen op basis van de Wet Verwerking Persoonsgegevens (=Privacywet) of ev. andere sectorspecifieke reglementering.

 

Terug naar vragenlijst

 

Een afschrift of rapport

 

Wat betekent een afschrift van het dossier?

Een afschrift is een kopie of een uitprint van het dossier. De bekwame, minderjarige cliŽnt heeft bv. recht op een afschrift van de gegevens waartoe hij inzage heeft.

Van de gegevens waar hij slechts gedeeltelijk toegang tot heeft, omdat er bv. ook informatie over derden tussenstaat, kan de minderjarige een rapport vragen. Een rapport is een document dat een samenvatting van het dossier bevat. Een schriftelijke neerslag dus van die informatie waartoe de minderjarige toegang zou hebben via inzage.

 

Terug naar vragenlijst

 


Welke formulering voeg je toe aan het afschrift van het dossier om te wijzen op het persoonlijke en vertrouwelijke van het dossier?

Art.22 ß 7 DRM stelt : "Ieder afschrift en ieder rapport is persoonlijk en vertrouwelijk, en mag enkel worden aangewend voor doeleinden van jeugdhulp. De dossierhouder die een afschrift of rapport bezorgt, wijst de minderjarige hierop en voegt een toelichting in die zin bij het afschrift of rapport. De Vlaamse regering kan de modaliteiten bepalen waaronder een afschrift of rapport wordt afgeleverd."

 

Momenteel is er nog geen bijkomend besluit van de Vlaamse regering. Daarom volstaat het om de vermelding uit het DRM over te nemen:

"Dit afschrift is persoonlijk en vertrouwelijk en mag enkel worden gebruikt voor de doelstellingen van de jeugdhulp."

Terug naar vragenlijst

 


Afschrift van het dossier: enkel in functie van de jeugdhulp. Kan dit nagegaan worden?

Het is niet de taak van de jeugdhulpverleners om dit na te gaan. Het is wel hun taak om daaromtrent de nodige informatie te verstrekken. Het is de taak van de advocaat en de rechter om deze afschriften te weren als mogelijks rechtsgeldig bewijs in gerechtelijke procedures zoals bijv. een echtscheidingsprocedure.

 

Terug naar vragenlijst

 

Kan een advocaat in een burgerlijke procedure voor de jeugdrechtbank citeren uit het evolutieverslag, dat werd opgemaakt in het kader van de thuisbegeleiding bij moeder?

In principe kan dit inderdaad niet, dergelijke verslagen kunnen enkel worden gebruikt voor doeleinden van de jeugdhulpverlening.

 

Dit betekent dat, indien de advocaat een kopie van dit verslag zou neerleggen als bewijsstuk, dit door de rechter "ambtshalve uit de debatten zal worden geweerd". Concreet betekent dit dat de rechter dit verslag buiten beschouwing moet laten bij de beoordeling en de berechting van de zaak.

 

Maar...

 

Een advocaat kan steeds zaken citeren uit verslagen. Alles wat de advocaat beweert moet in principe ook bewezen worden, wat uiteraard niet gebeurt  als het verslag niet wordt neergelegd. Ondertussen werd het echter wel gezegd en is de rechter op de hoogte.

 

Daarnaast is het zo dat een procedure met betrekking tot een verontrustende opvoedingssituatie (VOS) steeds voorrang heeft op een burgerlijke procedure. Het kan dus zijn dat de burgerlijke discussie over de verblijfsregeling met de kinderen wordt opgeschort, zolang er sprake is van een verontrustende opvoedingssituatie. Dit valt onder het principe 'le criminel tient le civil en ťtat'. De contacten met de beide ouders kunnen dan in het kader van het VOS-dossier worden toegekend.

 

Als de burgerlijke rechter toch een uitspraak wenst te doen, kan ťťn van beide partijen meedelen aan het parket (openbaar ministerie die op de zitting aanwezig is) dat er sprake is van een verontrustende opvoedingsituatie, en vragen aan het parket om hieromtrent inlichtingen in te winnen.

Het parket kan dan, bij zijn advies dat hij moet formuleren over de bezoekregeling, de burgerlijke rechter informeren over de verontrustende opvoedingssituatie (en dus over het evolutieverslag).

 

Er zijn dus een aantal mogelijkheden om ervoor te zorgen dat de burgerlijke rechter op de hoogte is van de hulpverlening die wordt georganiseerd in het kader van een verontrustende opvoedingssituatie.

 

Terug naar vragenlijst

 

Kan de vraag naar een afschrift geweigerd worden in het belang van de minderjarige?

Nee, dit kan niet geweigerd worden. Het is wel mogelijk om bepaalde gegevens als “agogische exceptie” te duiden waardoor deze gegevens niet meer toegankelijk zijn voor de minderjarige. De minderjarige heeft dan geen recht op een afschrift van deze welbepaalde gegevens.

 

Terug naar vragenlijst

 

Er staat in DRM dat minderjarigen recht hebben op een afschrift uit het dossier van hetgeen waar zij door inzage recht op hebben. Geldt dit ook voor ouders? Hebben zij ook recht op afschrift over de info die over henzelf gaat?

Ouders hebben recht op een afschrift van de informatie waartoe zij toegang krijgen als wettelijke vertegenwoordiger van hun onbekwaam minderjarig kind.  Wanneer zij enkel toegangsrecht hebben ten persoonlijke titel vanuit de Wet Verwerking Persoonsgegevens hebben zij geen recht op inzage of op een afschrift. Er wordt enkel een toegangsrecht voorzien. De verwerker kan zelf beslissen hoe hij dit invult.

 

Terug naar vragenlijst

 

Het multidisciplinair dossier van het CLB

 

Werd een specifieke regeling voorzien voor de multidisciplinaire dossier in het CLB?

Op 17 november 2008 werd het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het multidisciplinaire dossier in de centra voor leerlingenbegeleiding (BVR MDD) in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. In dit besluit wordt bepaald hoe deze dossiers moeten worden opgemaakt, welke gegevens er worde in opgenomen, en wie toegang heeft tot dit dossier, en op welk manier toegang wordt verleend.

  

Terug naar vragenlijst

 

Wat met gegevens geregistreerd door het CLB tijdens de Cel leerlingbegeleiding of op de klassenraad?

Tijdens de klassenraad, het MDO, de Cel leerlingbegeleiding,… mag het CLB enkel deze gegevens noteren die relevant zijn voor de leerlingbegeleiding. Het CLB maakt best op voorhand duidelijke afspraken met de school (en de eventuele andere partners) omtrent de gegevensuitwisseling.

De gegevens uit de klassenraad, het MDO,… die genoteerd worden in het multidisciplinair dossier, zijn toegankelijk voor de leerling. Het is wel belangrijk dat de leden van de klassenraad, het MDO op de hoogte zijn van het feit dat de mogelijkheid tot gebruikmaking van de ‘vertrouwelijkheidsexceptie’ bestaat.

 

Terug naar vragenlijst

 

CLB’s worden vaak gevraagd om in het elektronisch leerlingendossier op school te schrijven. Hoe moeten we hiermee omgaan?

Aangezien de CLB-medewerker geen bestandhouder is van het schooldossier en hij geen enkele controle heeft over de weg die de genoteerde gegevens in het schooldossier verder zullen afleggen, raden wij aan om niet in te gaan op verzoeken om rechtstreeks informatie in het (pedagogisch) leerlingendossier op school te noteren.

Het leerlingendossier en het CLB-dossier zijn elk onderworpen aan een andere regelgeving waardoor er zich moeilijk te voorziene juridische problemen kunnen stellen (o.a. m.b.t. schrijfrechten en leesrechten). CLB-medewerkers zijn vooreerst gebonden door het beroepsgeheim. Het is dan zeker niet evident om rechtstreeks in het schooldossier van de leerling te werken. De vertrouwelijke informatie die door een personeelslid met beroepsgeheim verwerkt of bijgehouden wordt, moet namelijk aan een aantal regels voldoen. Daarnaast is het CLB-dossier onderworpen aan de bepalingen van het decreet Rechtspositie waardoor onder meer de toegang tot het dossier heel specifiek geregeld wordt. Daar deze bepalingen niet gelden voor het leerlingendossier op school, kunnen zich een aantal juridische problemen stellen.

 

Terug naar vragenlijst

 

Hoe zit het met de gezondheidsgegevens in het MDD?

De gezondheidsgegevens vallen onder de Wet Verwerking Persoonsgegevens, de Wet PatiŽntenrechten en de sectorale regelgeving (CLB-decreet, Besluit van de Vlaamse regering betreffende het multidisciplinair dossier).


In de memorie van toelichting op het Decreet Rechtspositie wordt aangeraden om ‘gezondheidsgegevens’ ‘eng’ te omschrijven. Binnen de CLB-praktijk vallen enkel die gegevens die verzameld werden tijdens een algemeen, gericht of een bijzonder consult of die opgenomen werden in een medisch verslag onder de term  ‘gezondheidsgegevens’.

 

Terug naar vragenlijst

 


De gezondheidsgegevens moeten apart bijgehouden worden, maar zijn wel multidisciplinair. Hoe kan dit?

Als uitgangspunt voor het decreet werd genomen dat, wat betreft de gezondheidsgegevens, niet zou afgeweken worden van de regelgeving die op federaal vlak tot stand gekomen is m.b.t. het patiŽntendossier. Vandaar staat in art 21 DRP dat gegevens betreffende de gezondheid apart dienen bijgehouden te worden.

Anderzijds is het niet meer dan logisch dat in de zich wijzigende hulpverleningscontext relevante gegevens ‘gedeeld’ kunnen worden binnen het kader van een multidisciplinair team CLB. Het gezamenlijk beroepsgeheim biedt hiervoor de nodige waarborgen.

 

Terug naar vragenlijst

 

Zijn de gezondheidsgegevens uit het multidisciplinair dossier toegankelijk voor alle leden van het CLB-team?

Alle gegevens uit het multidisciplinair dossier zijn toegankelijk voor alle leden van het CLB-team behalve indien de betrokkene vraagt om de gegevens ontoegankelijk te maken voor bepaalde CLB-medewerkers (cf. CLB-decreet). In de praktijk is het aan te bevelen om gezondheidsgegevens te laten toelichten door een gekwalificeerd personeelslid. (Dit geldt evenzeer voor gegevens uit de andere domeinen: psychosociale, psychodiagnostische informatie.)

Opmerking: medische verslagen doorgegeven van arts naar arts zijn niet zomaar toegankelijk voor alle teamleden. Slechts indien de CLB-arts beslist om dit verslag op te nemen in het multidisciplinair dossier, worden deze gegevens toegankelijk voor alle leden.  

 

Terug naar vragenlijst

 

Mag een medisch verslag of een verslag van bijvoorbeeld een revalidatiecentrum (meegetekend door een arts) aan het protocol voor buitengewoon onderwijs worden gevoegd na schriftelijke toestemming van de ouders?

 

Alle hulpverleners van het CLB-team zijn dragers van het beroepsgeheim op basis van art. 458 Strawetboek, art. 11 CLB-Decreet en art. 7 Kaderdecreet integrale jeugdhulp. Dit betekent dat deze hulpverleners vertrouwelijke informatie over hun cliŽnten in principe niet mogen delen met derden, tenzij hier een geldige, en meestal wettelijke, reden voor bestaat, zoals bv. een getuigenis voor een rechter, een noodtoestand, de toepassing van het gedeeld beroepsgeheim uit het decreet integrale jeugdhulp, een andere wettelijke verplichting,...

Personeelsleden van het onderwijs hebben geen beroepsgeheim, zodat er geen sprake kan zijn van gedeeld beroepsgeheim. (Scholen zijn geen hulpverlenende voorzieningen.

Onderwijspersoneel is daarom niet gebonden door het beroepsgeheim. Deze personeelsleden vallen volgens de toepasselijke regelgeving enkel onder het ambtsgeheim/discretieplicht.)

Art. 36 CLB-decreet en artikel 9 CLB-Besluit maken hierop echter een uitzondering en laten toe dat het CLB relevante informatie doorgeeft aan de school. (Datzelfde besluitsartikel stelt bovendien dat het CLB ook aan anderen dan de school informatie mag doorgeven, maar dit enkel mťt toestemming van de minderjarige wanneer die 14 jaar of ouder is, of met de toestemming van zijn ouders wanneer hij jonger is.)

Omdat er echter sprake is van 'relevantie informatie-uitwisseling', wat een ruime en vage omschrijving is, is het aan te raden om zich, zeker als geheimplichtige, zorgvuldig en terughoudend op te stellen. Het lijkt gepast om pas gegevens uit te wisselen indien dit echt nodig is, waarbij de aard en de hoeveelheid van de uitgewisselde gegevens in verhouding staan tot de noodzaak (cf. need to know versus nice to know).

Concluderend kan gesteld worden dat, omdat uitzonderingen op het beroepsgeheim steeds beperkend moeten worden geÔnterpreteerd ťn omdat men niet op voorhand kan inschatten hoe de rechter over het doorbreken van het beroepsgeheim zou oordelen bij een eventuele vervolging, het raadzaam is om informatie zoveel mogelijk via de cliŽnt zelf door te laten stromen naar derden.


Het CLB kan wel degelijk een medisch verslag of een verslag van een revalidatiecentrum doorgeven met het protocol buitengewoon onderwijs indien dit relevante informatie is voor de school zoals bedoeld in de art. 36 van het CLB-Decreet en art.9 CLB-Besluit.

Terug naar vragenlijst

 


Mag het CLB de kosten van een kopie doorrekenen aan de leerling?

Het Decreet Rechtspositie vermeldt niets over het aanrekenen van een bepaalde kostprijs. In principe zou het CLB een kostprijs kunnen vragen voor een kopie. Deze kostprijs mag echter niet zo hoog gesteld worden dat dit een afschrikkingseffect zou teweeg brengen. In het kader van de wet patiŽntenrechten is de kostprijs per gekopieerde pagina bepaald op maximum 0,10 euro.

In het CLB-decreet staat vermeld dat het CLB bij het vervullen van zijn opdracht gratis dient te handelen. Op dat ogenblik was er echter nog geen sprake van de mogelijkheid tot het verkrijgen van een afschrift van dossiergegevens.

In de toekomst zal dit wellicht nog verder uitgeklaard dienen te worden.

 

Terug naar vragenlijst

 

Mag een afgestudeerde leerling zijn dossier nog inzien zonder dat er sprake is (of is geweest) van enige begeleiding?

Een afgestudeerde leerling is doorgaans een meerderjarige leerling en valt daardoor niet meer onder het Decreet Rechtspositie maar wel onder de Wet Verwerking Persoonsgegevens en het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het multidisciplinair dossier.


De privacywet geeft een persoon ‘recht op kennisneming’ van de gegevens die over hem verwerkt worden. Een afgestudeerde leerling heeft dus toegang tot de gegevens uit zijn multidisciplinair dossier. Het Besluit van de Vlaamse regering betreffende het multidisciplinair dossier  bepaalt de wijze waarop dit recht wordt uitgeoefend. 

 

Terug naar vragenlijst