Sla navigatie over
Vlaanderen.be - uw wegwijzer binnen de Vlaamse overheid
startpagina | contact | sitemap integrale jeugdhulp  | zoek
 
 

 

 

 

 


 

FAQ's ouders / opvoedingsverantwoordelijken

 

Moeder wil niet dat de (afwezige) vader betrokken wordt bij de hulpverlening (bv. verleden van intrafamiliaal geweld). Moet de voorziening dan toch alles in het werk stellen om de vader te contacteren, enz?

 
Wanneer de instemming van ouders nodig is om bepaalde jeugdhulp aan te bieden, heeft men inderdaad in principe steeds de instemming van beide ouders nodig om de jeugdhulp te mogen starten.
De Belgische wet voorziet wel in een vermoeden naar derden toe dat zij er mogen van uitgaan dat elke beslissing genomen of elke handeling gesteld door één ouder gebeurde mét instemming van de andere ouder. Enkel wanneer derden (zouden moeten) weten dat er op een bepaald gebied onenigheid is tussen ouders hebben zij de expliciete instemming van elke ouder nodig.
Aangezien de moeder zich hier verzet tegen de betrokkenheid van de vader, kan de jeugdhulpverlening er niet zomaar van uitgaan dat de vader akkoord gaat met de jeugdhulpverlening en heeft men dus ook zijn instemming nodig om jeugdhulp te kunnen aanbieden.

Indien men zonder instemming van beide ouders, en zonder beslissing van de rechter, toch jeugdhulp zou aanbieden (in het belang van een minderjarige), kan de ouders wiens instemming ontbrak naar de rechter trekken om enerzijds te vragen om de jeugdhulp te stoppen, en anderzijds om een schadevergoeding te vragen.

Voor alle volledigheid nog dit :
Men kan natuurlijk steeds (jeugd)hulp aanbieden (ook zonder de nodige  instemmingen), wanneer er sprake is van een noodtoestand. Dit wil zeggen dat men regelgeving moet schenden om hogere waarden (die ook vastliggen in regelgeving) te beschermen. Men kan bv. steeds hulp bieden wanneer de fysieke of seksuele integriteit van minderjarigen in gevaar is.

Terug naar vragenlijst

 

 

De vader van een 8-jarig meisje is onbekend, haar moeder kan maar zeer sporadisch aangetroffen worden. Het kind verblijft op beslissing van de jeugdrechter bij het gezin van haar tante dat optreedt als pleeggezin.  Omdat het meisje het erg moeilijk heeft, wil haar tante/pleegmoeder begeleiding door het CGG aanvragen. Is hiervoor de instemming van de moeder van het meisje nodig?

Het decreet Integrale Jeugdhulp van 2013 bepaalt dat buitengerechtelijke jeugdhulpverlening alleen kan worden verleend met de instemming van de personen tot wie ze zich richt. In het geval van een onbekwame minderjarige zullen de ouders onder toepassing van hun ouderlijk gezag in de plaats van hun kind moeten instemmen met de jeugdhulp. De instemming van de moeder is dus inderdaad nodig om begeleiding van het CGG te kunnen voorzien voor het onbekwame meisje. Wanneer de instemming van de moeder niet kan bekomen worden, kan men in principe enkel thuisbegeleiding organiseren met de toelating van de jeugdrechter. Deze kan in casu wel gemakkelijk gevraagd worden aangezien het meisje geplaatst werd in het pleeggezin op basis van een beslissing van de jeugdrechter en er dus al een gerechtelijk dossier voor het meisje werd aangelegd.

 

Terug naar vragenlijst

  

 

Na een verblijf van 3 jaar in een pleeggezin keert een jongen van 14 jaar terug naar huis. Hij wil graag contact houden met zijn pleegouders maar zijn ouders geven hiervoor geen toestemming. Kunnen zijn ouders het contact tegenhouden aangezien de jongen bekwaam is?


Aangezien de jeugdhulp aan de jongen beëindigd werd, is noch het decreet integrale jeugdhulp, noch het DRM van toepassing op deze situatie. En volgens het Belgische Burgerlijk Wetboek vallen minderjarigen onder het ouderlijk gezag van hun ouders tot ze meerderjarig worden en zijn ze ook handelingsonbekwaam tot ze 18 worden. Het is dus in de eerste plaats aan de ouders van de jongen om, onder toepassing van hun ouderlijk gezag, te beslissen met wie hij contact mag hebben, of niet.

Art. 375bis van het Burgerlijk Wetboek voorziet wel een omgangsrecht voor iedereen die aantoont dat hij een bijzonder affectieve band met een kind heeft : "De grootouders hebben het recht persoonlijk contact met het kind te onderhouden. Datzelfde recht kan aan ieder andere persoon worden toegekend, indien hij aantoont dat hij met het kind een bijzondere affectieve band heeft.

Bij gebreke van een overeenkomst tussen de partijen, wordt over de uitoefening van het omgangsrecht beslist door de familierechter."
Wanneer (één van) de ouders dus niet akkoord gaan met een omgangsrecht tussen hun zoon en de pleegouders, kunnen de pleegouders aan de familierechter vragen om alsnog een omgangsrecht te voorzien. Daarvoor zullen ze moeten bewijzen dat er effectief sprake is van een bijzondere affectieve band.

 

Terug naar vragenlijst

 

 

Kunnen pleegouders hun pleegkind inschrijven op school?

Volgens het Burgerlijk Wetboek vallen minderjarigen onder het ouderlijk gezag van hun ouders tot ze meerderjarig worden. Ouders verliezen hun ouderlijk gezag alleen wanneer ze ontzet werden uit hun ouderlijk gezag door de jeugdrechter (maar dat komt slechts uitzonderlijk voor). Ook wanneer minderjarigen in een pleeggezin verblijven, oefenen hun ouders verder het ouderlijk gezag over hen uit. Het zijn dus de ouders die alle belangrijke opvoedingsbeslissingen, , blijven nemen over hun minderjarige kinderen, zoals bv. de inschrijving op school. Pleegouders staan in voor de dagelijkse zorg van de minderjarigen die ze onder hun hoede hebben en kunnen natuurlijk afspraken maken rond het leven in hun gezin.

Wanneer ouders niet verder betrokken kunnen/willen worden bij het leven van hun minderjarig kind kunnen pleegouders hun pleegkind wel inschrijven op school. In de betrokken regelgeving wordt ‘ouders’ immers als volgt gedefinieerd : “de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige onder hun bewaring hebben”. In afwijking van wat het Burgerlijk Wetboek bepaalt, worden pleegouders hier dus als ouders beschouwd voor wat betreft de inschrijving op school. Aangezien dit een verregaande aantasting van het ouderlijk gezag van ouders uitmaakt, moet men hier zeer omzichtig mee omgaan. Pleegouders zullen  enkel  als ouders kunnen optreden en bijvoorbeeld hun pleegkinderen  kunnen inschrijven op school, wanneer eerst al het mogelijke gedaan werd om de toestemming van de ouders te bekomen maar dit onmogelijk bleek (te zijn) omdat ouders niet konden gevonden worden, of niet reageerden.

 

 Terug naar vragenlijst

 

 

De ouders van een 9-jarig meisje zijn gescheiden. Het meisje verblijft voornamelijk bij haar moeder en stiefvader, en heeft maar heel af en toe contact met haar vader. Omdat er de laatste tijd wat problemen zijn in het gezin m.b.t. de opvoeding van het meisje, wil haar moeder graag thuisbegeleiding voor het gezin. Haar man, de stiefvader van het meisje, ziet dit echter niet zo zitten. Is zijn toestemming nodig om thuisbegeleiding op te starten?

 

Het decreet Integrale Jeugdhulp van 2013 bepaalt dat buitengerechtelijke jeugdhulpverlening alleen kan worden verleend met de instemming van de personen tot wie ze zich richt. Aangezien de eventuele thuisbegeleiding zich zal richten tot het hele gezin, zal de stiefvader, als opvoedingsverantwoordelijke, natuurlijk ook moeten instemmen met de thuisbegeleiding vooraleer ze kan opgestart worden.

 

 

Terug naar vragenlijst