Sla navigatie over
Vlaanderen.be - uw wegwijzer binnen de Vlaamse overheid
startpagina | contact | sitemap integrale jeugdhulp  | zoek
 
 

 

 

 

 



FAQ's recht op bijstand

Voorwaarden voor het recht van de minderjarige

 

Welke zijn de concrete voorwaarden voor het recht van de minderjarige op een vertrouwenspersoon?

Het nieuwe decreet betreffende de integrale jeugdhulp voert een grondige verandering door in het artikel rond de vertrouwenspersoon (voorheen ‘bijstandspersoon’ genoemd’) van het DRM (art. 24 DRM).

De vertrouwenspersoon van de minderjarige moet sinds de inwerkingtreding van het decreet integrale jeugdhulp op 1 maart 2014, cumulatief aan 4 voorwaarden voldoen:

  1. Meerderjarig zijn.

Het nieuwe decreet integrale jeugdhulp schrapte de oorspronkelijke voorwaarde dat de vertrouwenspersoon beroepsgeheim moet hebben of personeelslid moet zijn van de instelling waar de minderjarige onderwijs volgt. Hierdoor zou het gemakkelijker moeten worden voor de minderjarige om een vertrouwenspersoon te vinden.

  1. Niet rechtstreeks betrokken zijn bij de jeugdhulpverlening aan de minderjarige.

Aangezien deze voorwaarde een beperking betekent in de keuze van de minderjarige voor een vertrouwenspersoon moet de term ‘rechtstreeks’ zo eng mogelijk worden geÔnterpreteerd. De minderjarige kan niet iemand die zelf met hem werkt binnen de jeugdhulp, bv. zijn individuele begeleider, kiezen. Een begeleider uit een andere leefgroep kan wel optreden als vertrouwenspersoon, ook al heeft deze persoon reeds kennis van de situatie van de minderjarige, bv. omdat die werd besproken op een teamvergadering. Hier moet men er dan natuurlijk wel voor waken dat er zich geen deontologische problemen voordoen: het zal immers niet altijd evident zijn voor een werknemer om op te komen voor de belangen van de minderjarige in een conflict met (hulpverleners van) zijn voorziening…

  1. Op ondubbelzinnige wijze door de minderjarige aangewezen zijn.

    Volgens het DRM kunnen minderjarigen zelf en vrij bepalen of ze bijstand wensen, ťn wie hen dan zal bijstaan. Jeugdhulpverleners moeten dus niet voor alle minderjarigen een vertrouwenspersoon voorzien. Het is wel belangrijk dat jeugdhulpverleners minderjarigen van bij de aanvang van de jeugdhulp duidelijk en regelmatig informeren over hun recht op bijstand van een vertrouwenspersoon.

    Natuurlijk is niet elke minderjarige in staat om zelf een vertrouwenspersoon aan te wijzen. Denk maar aan peuters,  minderjarigen met een handicap die zich niet kunnen uiten, ... Maar ook deze minderjarigen hebben recht op bijstand. Wanneer een minderjarige zelf geen vertrouwenspersoon kan aanduiden, zullen zijn ouders dit doen in zijn plaats onder toepassing van hun ouderlijk gezag. Soms  bestaat er echter een belangenconflict tussen de minderjarige en zijn ouders, of oefent niemand het ouderlijk gezag over de minderjarige uit. In dergelijke omstandigheden kan de vertrouwenspersoon worden aangeduid door de directeur van een jeugdhulpvoorziening (of door zijn gemandateerde) of door het personeelslid van de toegangspoort.

  2. Beschikken over een blanco uittreksel uit het strafregister dat een model 2 omvat (beter bekend als een bewijs van goed gedrag en zeden, model 2). Het uittreksel uit het strafregister is een officieel document dat de eventuele strafrechtelijke veroordelingen opsomt die op naam van de betrokkene staan. Model 2 is nodig voor specifieke activiteiten met contacten met kinderen en jongeren, zoals bv. psycho-medisch-sociale begeleiding of jeugdhulpverlening. Het uittreksel kan meestal gratis worden afgehaald aan het loket bij de gemeente waar men gedomicilieerd is. Ondertussen kan het vaak ook online aangevraagd en verkregen worden. Het DRM vermeldt niet uitdrukkelijk dat dit uittreksel blanco moet zijn. Het moet hulpverlening wel in staat stellen, om in te schatten of iemand deze functie kan opnemen. We raden aan te vertrekken van het feit dat het blanco is. Staat er echter wel een veroordeling vermeld, dan is het belangrijk af te wegen, of die veroordeling verenigbaar is met een functie als vertrouwenspersoon voor een minderjarige. Een ‘jeugdzonde’ van een jongvolwassene hoeft misschien geen beletsel te zijn om tien jaar later als vertrouwenspersoon op te treden, een veroordeling voor onopzettelijke slagen en verwondingen naar aanleiding van een verkeersongeval, misschien ook niet.

 

 

Terug naar vragenlijst

 

 

De vertrouwenspersoon moet zich legitimeren bij elk optreden als vertrouwenspersoon. Wat houdt dat precies in?

 

De vertrouwenspersoon die de minderjarige bijstaat, moet zich inderdaad bij elk optreden in die hoedanigheid legitimeren. Dit houdt in dat de betrokken jeugdhulpverlener  bij de aanvang van de hulpverlening in het dossier van de minderjarige noteert wie de vertrouwenspersoon is die door de minderjarige als dusdanig werd aangesteld, of wie als vertrouwenspersoon werd toegewezen door de directeur van de jeugdhulpvoorziening of door het personeelslid van de toegangspoort (de vertrouwenspersoon ontvangt dan een attest dat hij moet voorleggen). Op dat moment zou ook moeten gecontroleerd worden of deze persoon over een model 2 beschikt. Bij latere contacten kan het dan volstaan dat de vertrouwenspersoon zich als zodanig voorstelt ťn dat men dit kan controleren in het dossier van de minderjarige.

 

Terug naar vragenlijst

 

 

Een minderjarige wenst dat een steunfiguur die (nog) niet aan de voorwaarden voldoet om als officiŽle vertrouwenspersoon te kunnen optreden, aanwezig is op een gesprek met haar leefgroepbegeleider. Kan dit, of moet dit geweigerd worden?

 

Het is belangrijk dat minderjarigen zich zo goed mogelijk ondersteund voelen binnen de jeugdhulp. Wanneer een minderjarige graag ondersteuning wenst van een vertrouwensfiguur of ondersteuningsfiguur die (nog) niet aan (al) de voorwaarden van het DRM voldoet, moet men dit dan ook niet noodzakelijk weigeren. Men zal er wel moeten over waken dat deze persoon voldoende matuur is om discreet om te kunnen gaan met de vertrouwelijke informatie die hij eventueel te weten komt n.a.v. zijn ondersteuning van de minderjarige. Daarnaast zal deze persoon niet over dezelfde rechten beschikken als de vertrouwenspersoon die voorzien wordt door het DRM, denken we maar aan de toegang tot het dossier bij een agogische exceptie of bij een belangenconflict met de ouders van een onbekwame minderjarige,… De jeugdhulpverleners zullen bovendien geen vertrouwelijke informatie van derden met de ondersteuningsfiguur mogen bespreken aangezien ze beroepsgeheim hebben (en dit niet kunnen delen met een ondersteuningsfiguur die geen beroepsgeheim heeft). De jeugdhulpverlening kan de ondersteuning door een vertrouwensfiguur die niet aan alle voorwaarden van art. 24 ß1 DRM voldoet ten slotte ook weigeren. De minderjarige heeft immers enkel recht op de bijstand van een vertrouwenspersoon onder de voorwaarden bepaald door art. 24 ß1 DRM.

Terug naar vragenlijst



Wat als er iets op het uittreksel strafregister staat (bv. pooier, drugdealer)?

Als de vertrouwenspersoon geen blanco uittreksel uit het strafregister model 2  kan voorleggen, kan hij niet optreden als vertrouwenspersoon in de zin van art. 24 DRM.

 

Terug naar vragenlijst


Veel jongeren in de hulpverlening hebben weinig netwerk. Begeleiders zijn vaak belangrijke steunfiguren, toch kunnen zij niet optreden als vertrouwenspersoon. Waar moeten deze jongeren een vertrouwenspersoon vinden (waarbij ze zich ťn goed voelen ťn die voldoet aan de ‘voorwaarden’)?

Het is in principe de bedoeling dat de vertrouwenspersoon iemand is uit de omgeving van de minderjarige (familie, vrienden, monitoren uit het jeugdwerk, leerkrachten,... ) indien dit mogelijk is. Indien de minderjarige niemand vindt die wil of kan optreden als zijn vertrouwenspersoon, kan hij eventueel samen met zijn jeugdhulpverlener of begeleider bekijken wie nog in aanmerking zou kunnen komen om op te treden als vertrouwenspersoon.
Men kan bv. ook steeds aan een jeugdadvocaat vragen om op te treden als vertrouwenspersoon. Het blijft natuurlijk wel de minderjarige die zelf zijn vertrouwenspersoon aanduidt.

 

Terug naar vragenlijst

 

Kan een voogd van niet begeleide minderjarigen ook zijn vertrouwenspersoon zijn?

Nee, de voogd van een niet begeleide minderjarige is immers ook rechtstreeks betrokken bij de hulpverlening georganiseerd ten behoeve van de minderjarige, gezien die ook taken opneemt als ‘huisvesting zoeken, …’. En ook al is hij in strikte zin niet de wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige, neemt hij toch taken op die onder het ouderlijk gezag vallen, taken die ouders normaal opnemen. 

 

Terug naar vragenlijst

Hebben minderjarigen ook recht op een vertrouwenspersoon bij de consulent van de jeugdrechtbank ?

Bestaat de mogelijkheid om een vertrouwenspersoon mee te nemen naar een gesprek met de consulent van de jeugdrechtbank? Deze consulent zou een gesprek voeren met twee zusjes:  de oudste zus (bijna twaalf) vraagt of ik als CLB-medewerker bij het gesprek met haar kan aanwezig zijn. Ze zou ook graag willen dat de juf van haar jongere zus (derde kleuterklas) bij haar gesprek aanwezig is. (Deze vraag komt vanuit negatief beleefde politieondervragingen in het verleden.)

Hebben de kinderen binnen het systeem van de jeugdrechtbank recht op een vertrouwenspersoon?

 

Het DRM is wel degelijk steeds van toepassing wanneer minderjarigen jeugdhulp krijgen binnen de integrale jeugdhulp. Ook wanneer er gerechtelijke jeugdhulp georganiseerd wordt.  

Wanneer de consulent van de jeugdrechtbank een gesprek voert met minderjarigen omdat de jeugdrechter mogelijk beschermingsmaatregelen moet nemen, is art. 24 DRM van toepassing. Dat artikel voorziet in een recht op bijstand:

Elke minderjarige, dus ook een onbekwame, heeft het recht om zich in alle contacten met de jeugdhulpaanbieders, de toegangspoort en het Ondersteuningscentrum Jeugdzorg, ťn in de uitoefening van zijn rechten, te laten bijstaan door een vertrouwenspersoon.

 

Het nieuwe decreet Integrale Jeugdhulp schrapte de voorwaarde dat deze persoon beroepsgeheim moest hebben of personeelslid moest zijn van de instelling waar de minderjarige onderwijs volgt.  De vertrouwenspersoon moet sinds 1 maart 2014 tegelijk aan de volgende voorwaarden voldoen :

1. Meerderjarig zijn, ťn 

2. niet betrokken zijn bij de hulpverlening aan de minderjarige, ťn

3. op ondubbelzinnige wijze door de minderjarige aangewezen zijn, ťn

4. beschikken over een uitreksel uit het strafregister model 2 (beter bekend als een bewijs van goed gedrag en zeden, model 2). 

 

De kleuterjuf van de zus en uzelf kunnen dus optreden als vertrouwenspersoon van deze minderjarige meisjes wanneer de meisjes hier uitdrukkelijk om vragen, wanneer jullie over een uitreksel uit het strafregister model 2 beschikken ťn wanneer jullie nog niet betrokken zijn bij de hulpverlening aan deze meisjes. Hiervoor moet er geen toestemming zijn (of gevraagd worden) van de ouders.

Terug naar vragenlijst

 

Stopt het recht op een vertrouwenspersoon bij 18 jaar, of loopt het zolang de jeugdhulp loopt, bv. tot 21 of 25 jaar?

Strikt gezien zijn de rechten uit het decreet rechtspositie enkel van toepassing voor minderjarigen. Uiteraard hopen we dat hulpverleners deze rechten doortrekken voor jongvolwassenen in de voortgezette hulpverlening en dus evenzeer een vertrouwenspersoon toelaten en promoten bij +18 jarigen.

Gezien het recht op bijstand voor +18 jarigen niet decretaal geregeld is, zijn de gestelde voorwaarden van een vertrouwenspersoon dan niet van toepassing. Een voorziening zou die wel kunnen hanteren, gezien zij een ‘gunst’ verlenen door een vertrouwenspersoon toe te laten. Let wel, deze ‘vertrouwenspersonen’ zijn dan eerder steunfiguren en hebben geen beroepsgeheim.

 

Terug naar vragenlijst

 

 

Bijstand door een jeugdadvocaat 

Wanneer een minderjarige zijn (jeugd-)advocaat kiest als vertrouwenspersoon zijn er dan kosten te betalen?

Een minderjarige heeft steeds recht op kosteloze rechtsbijstand en moet dus nooit betalen voor de tussenkomsten van zijn (jeugd)advocaat. Deze werkt pro Deo.
Wanneer de minderjarige cliŽnt een (jeugd)advocaat kiest als vertrouwenspersoon, zal deze hiervoor wel kosten indienen bij de balie (in het systeem van betaling van pro Deo advocaten) maar de minderjarige zal hiervoor niet moeten opdraaien.

Terug naar vragenlijst

De jongere mag zijn vertrouwenspersoon kiezen. Is de aangeduide persoon verplicht om dit te doen? En is hier dan onderscheid tussen een (jeugd)advocaat en een niet-(jeugd)advocaat?

De minderjarige mag volgens het DRM, binnen bepaalde voorwaarden, inderdaad zelf vrij kiezen wie hij graag als vertrouwenspersoon wil. Maar deze persoon mag deze opdracht wel weigeren.
Enkel (jeugd-)advocaten mogen in principe geen cliŽnten weigeren. Hierop bestaan wel enkele uitzonderingen zoals in het geval de cliŽnt agressie vertoond heeft naar de advocaat, indien de cliŽnt geweigerd heeft om zijn rekeningen te vereffenen, indien de advocaat al te veel Pro Deo cliŽnten heeft,... Indien de minderjarige dus een jeugdadvocaat kiest als vertrouwenspersoon zal deze de opdracht niet/moeilijk kunnen weigeren

Terug naar vragenlijst

Kan een minderjarige veranderen van jeugdadvocaat ?

Wanneer een minderjarige niet tevreden is over de bijstand van zijn advocaat, kan hij 2 stappen zetten:

1. Hij kan enerzijds contact opnemen met de stafhouder van de balie waarvan de advocaat lid is om zijn beklag te doen over de houding of werking van zijn advocaat. De stafhouder zal dan proberen bemiddelen tussen advocaat en cliŽnt om zo tot een betere relatie te komen.

Indien dit niet lukt en de advocaat heeft het dossier van zijn minderjarige cliŽnt niet goed behartigd, dan zal hij hiervoor door de stafhouder op het matje geroepen worden.

2. De minderjarige kan ook direct een andere (jeugd)advocaat aanspreken die hem vanaf dat moment zal bijstaan en zijn dossier zal opvragen bij de voormalige advocaat. De minderjarige kan elke advocaat aanspreken om hem bij te staan. Als hij geen advocaten kent, kan hij hiervoor terecht bij het Bureau voor juridische bijstand bij elke balie of  hij kiest een jeugdadvocaat waardoor hij min of meer zeker is dat deze advocaat een bepaalde expertise m.b.t. het jeugdrecht bezit. Hiervoor kan hij terecht op www.jeugdadvocaat.be


Terug naar vragenlijst

Wat als iemand ( jeugdhulpverleners, ouders, ...) het niet eens zijn met de keuze van de vertrouwenspersoon van hun minderjarige kind?
 

Wat als (ťťn van) de juridische ouders het niet eens zijn met de keuze van de vertrouwenspersoon van hun minderjarige kind? 
Wanneer de minderjarige in staat is om aan te geven wie hij als vertrouwenspersoon wenst aan te duiden (voor de uitoefening van dit recht moet de minderjarige niet als bekwaam ingeschat worden!), ťn deze persoon aan de voorwaarden van art. 24 DRM voldoet, kan deze vertrouwenspersoon niet geweigerd worden.

Natuurlijk is niet elke minderjarige in staat om zelf een vertrouwenspersoon aan te wijzen. Denk maar aan peuters,  minderjarigen met een handicap die zich niet kunnen uiten, ... Maar ook deze minderjarigen hebben recht op bijstand. Wanneer een minderjarige zelf geen vertrouwenspersoon kan aanduiden maar dit toch opportuun is, zullen zijn ouders dit doen in zijn plaats onder toepassing van hun ouderlijk gezag. Soms  bestaat er echter een belangenconflict tussen de minderjarige en zijn ouders, of oefent niemand het ouderlijk gezag over de minderjarige uit. In dergelijke omstandigheden kan de vertrouwenspersoon worden aangeduid door de directeur van een jeugdhulpvoorziening (of door zijn gemandateerde) of door het personeelslid van de toegangspoort.

Terug naar vragenlijst

Is er een procedure voorzien om bepaalde mensen als vertrouwenspersoon te weigeren, als die aan de voorwaarden beantwoordt, bv. als zijn optreden niet in het belang van het kind is? Gaat het recht op een vertrouwenspersoon boven de plicht te handelen in het belang van het kind?

Als de vertrouwenspersoon aan alle voorwaarden voldoet, kan hij in principe niet geweigerd worden.

Het belang van de minderjarige, in verhouding tot het recht op een vertrouwenspersoon?

  •      De verschillende rechten in het DRM zijn evenwaardig aan elkaar. Slechts heel uitzonderlijk kan in het belang van de minderjarige hiervan afgeweken worden, zo ook voor het recht op bijstand.

  •        In de jeugdhulp is hier niets specifiek over geregeld. In de gezondheidszorg, waar ook sprake is van een vertrouwenspersoon, heeft de Orde van geneesheren in zijn advies bepaald dat de vertrouwenspersoon moet handelen ‘in het belang van de patiŽnt’. Het is belangrijk altijd eerst in gesprek te gaan met de minderjarige, over het belang van die vertrouwenspersoon, welke taken die allemaal mag opnemen, de mogelijke consequenties dat heeft. Je kan misschien met de minderjarige afspreken dat zijn vertrouwenspersoon bepaalde zaken niet mag. (bv. het kan belangrijke negatieve gevolgen hebben als de persoon die je nu kiest, je dossier mag inkijken).

  •      Alleen in uiterste, extreme situaties kan art. 5 DRM ingeroepen worden. (‘Het belang van de minderjarige vormt de belangrijkste overweging bij het verlenen van jeugdhulp’). En dit kan dan slechts tijdelijk (bv. niet langer dan 6 maanden) en uitzonderlijk gebeuren en moet uitdrukkelijk en omstandig gemotiveerd worden in het dossier.
    Indien er een probleem blijft, kan uiteindelijk enkel de jeugdrechter hier een uitspraak over doen.

Terug naar vragenlijst

Wat kan en mag de vertrouwenspersoon ?

 

Waar vind ik meer informatie m.b.t. rechten plichten van de vertrouwenspersoon?

 

“Zotte dingen deel je met iedereen. Maar met wie kan je serieuze dingen delen als je het moeilijk hebt?” Dat is de slagzin van de campagne die zich in mei 2017 rechtstreeks richt op jongeren en ouders in de jeugdhulp. Via sociale media wordt een filmpje verspreid dat jongeren attent maakt op hun recht op een vertrouwenspersoon in de jeugdhulp. Het campagnemateriaal wordt verdeeld naar alle diensten en organisaties in de jeugdhulp.

Daarnaast geeft de site mijnvertrouwenspersoon.be toegankelijke informatie voor minderjarigen, ouders en vertrouwenspersonen over het recht op een vertrouwenspersoon.

 

De Kinderrechtswinkel schreef ten slotte een brochure voor professionelen die met minderjarigen werken over het recht op een vertrouwenspersoon: ‘tZitemzo.Jeugdrecht...met het recht op bijstand door een vertrouwenspersoon  en een folder voor vertrouwenspersonen ‘Ben jij een vertrouwenspersoon?’.

Terug naar vragenlijst


Kan een vertrouwenspersoon alleen deelnemen aan overleg, zonder dat de minderjarige zelf aanwezig is? Kan hij de minderjarige vertegenwoordigen?

Het recht op een vertrouwenspersoon is in de eerste plaats een recht op bijstand. Maar soms kan het in belang van de minderjarige zijn dat er een gesprek is met de vertrouwenspersoon, dat door de aanwezigheid van de vertrouwenspersoon, de minderjarige ‘aanwezig’ is, zijn stem wordt ingebracht, ook al is de minderjarige niet lijfelijk aanwezig (voorbeeld van een situatie met een jongere die autisme heeft en aan geen enkel overleg kan/wil deelnemen).

De vertrouwenspersoon kan wel de spreekbuis zijn voor jonge kinderen, jongeren met een zwaar verstandelijke beperking,… (cfr de vraag over zelfstandig toegang tot dossier van de vertrouwenspersoon). Maar de vertrouwenspersoon is niet de wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige.

Terug naar vragenlijst


Weet een vertrouwenspersoon goed wat van hem of haar wordt verwacht? Wat zijn de rechten en plichten van een vertrouwenspersoon?

Wellicht weten noch de minderjarige cliŽnt, noch de vertrouwenspersonen goed wat hun specifieke rol is, en wat hun mogelijkheden/rechten/plichten zijn. In de geest van het DRM, is het aan de voorziening of de hulpverlener om ze hierover  in te lichten.

Het 'recht op bijstand' houdt in dat de minderjarige zich kan laten 'bijstaan' bij de uitoefening van zijn rechten door een vertrouwenspersoon in alle contacten met de hulpverlening.
Een definitie van "bijstaan" is in het DRM echter niet opgenomen. Soms zal het aanwezig zijn van de vertrouwenspersoon voldoende zijn voor de minderjarige, soms zal de minderjarige willen dat hij/zij de zaken verwoordt,... De minderjarige bespreekt best van bij het begin heel duidelijk met zijn vertrouwenspersoon wat hij belangrijk vindt in zijn hulpverlening, wat zijn mening is over bepaalde zaken, en wanneer ťn hoe hij ondersteuning verwacht van zijn vertrouwenspersoon (mag de vertrouwenspersoon gesprekken voeren met jeugdhulpverleners zonder dat de minderjarige er bij is?; mag hij het dossier van de minderjarige inkijken (zonder dat de minderjarige er bij is)?;...).

De vertrouwenspersoon heeft ook enkele uitdrukkelijke extra rechten/taken ten behoeve van de minderjarige :
1) art. 11 ß2 DRM : De vertrouwenspersoon heeft toegang tot de gegevens die voor de minderjarige onder de agogische exceptie vallen.
2) art. 22 ß5 DRM : bij een belangenconflict tussen de ouders van de onbekwame minderjarige en de minderjarige, kan de vertrouwenspersoon het recht op toegang tot het dossier van de minderjarige uitoefenen in zijn plaats.

3) ingevolge het vernieuwde decreet IJH (Art. 31ß2) fungeert de vertrouwenspersoon als vast aanspreekpunt voor de minderjarige doorheen het hele traject van de jeugdhulpverlening. De vertrouwenspersoon krijgt het mandaat om, na ťn in overleg met de minderjarige, jeugdhulpverleners aan te spreken, bemiddeling en overleg te initiŽren en de situatie op te volgen.

Terug naar vragenlijst

Kan een vertrouwenspersoon initiatieven nemen naar overleg jeugdrechtbank en dergelijke?

Een vertrouwenspersoon ondersteunt de minderjarige cliŽnt bij de uitoefening van zijn rechten en in al zijn contacten met de jeugdhulpverlening. Op vraag van de cliŽnt kan de vertrouwenspersoon zeker ook initiatieven nemen, o.a. in het kader van overleg met de sociale dienst van de jeugdrechtbank.

Terug naar vragenlijst


Mag een vertrouwenspersoon mee naar een rechtbankzitting?
Het DRM, en dus ook het recht op een vertrouwenspersoon, is in principe ook van toepassing op de gerechtelijke hulpverlening door de jeugdrechter binnen de IJH.
(Maar niet in de echtscheidingsprocedure tussen de ouders van de minderjarige cliŽnt.)
Een jeugdrechter zal slechts uitzonderlijk de aanwezigheid van een vertrouwenspersoon kunnen verbieden. Dit kan sowieso enkel in het belang van de rechtspleging/hulpverlening ťn van de cliŽnt, en de jeugdrechter moet dit motiveren in het dossier. In de praktijk zal de jeugdadvocaat soms de rol van vertrouwenspersoon opnemen bij de jeugdrechtbank.

Terug naar vragenlijst

Tot welke gegevens heeft de vertrouwenspersoon van de minderjarige toegang?

En hoe kun je aan contextfiguren (bv. ouders) de zekerheid geven dat de informatie die ze inbrengen vertrouwelijk blijft?

De vertrouwenspersoon kan toegang krijgen tot die gegevens waartoe de minderjarige zelf toegang heeft. (Voor een uitgebreidere toelichting hierover verwijzen we naar het thema ‘dossier’.)

Bekwame minderjarigen hebben recht op toegang tot hun dossier, meer specifiek tot:

-De gegevens over zichzelf

-Ook tot de contextuele gegevens (bv. informatie over en van hun ouders (in relatie met zichzelf), tenzij iemand (bv. een ouder) uitdrukkelijk stelde dat de info die hij doorgeeft 'vertrouwelijk' is (gegevens die onder vertrouwelijkheidsexceptie vallen). Het beroepsgeheim speelt hier dus ook (het DRM kan dit niet zomaar opzij schuiven) maar enkel wanneer dit uitdrukkelijk gevraagd wordt.

-Hulpverleners kunnen een agogische exceptie inroepen t.a.v. de minderjarige wanneer zij menen dat het toegang geven tot deze informatie (momenteel) niet in het belang van de minderjarige is.

De vertrouwenspersoon heeft wel recht op toegang tot deze info. Het zal van de vertrouwenspersoon afhangen in welke mate hij deze info dan met de minderjarige bespreekt, of niet.

Toegang wordt indien mogelijk gegeven via inzage. Maar wanneer dit niet mogelijk is, door mondelinge bespreking of rapportage.

Men kan ouders dus eventueel geruststellen m.b.t. de vertrouwelijkheid van de info die ze doorgeven door enerzijds te stellen dat enkel een officiŽle vertrouwenspersoon mťt beroepsgeheim toegang heeft tot deze info en anderzijds door mee te geven dat ouders er kunnen voor kiezen om iets in vertrouwen te vertellen waardoor deze info niet toegankelijk is voor hun bekwame kinderen, noch voor hun VP.


Terug naar vragenlijst


Kan een minderjarige weigeren dat zijn vertrouwenspersoon inzage heeft in zijn dossier? Kan de vertrouwenspersoon de toegang tot het dossier van de minderjarige zelfstandig uitoefenen?

Een minderjarige kan weigeren dat zijn vertrouwenspersoon toegang heeft tot zijn dossier. Het gaat immers om een recht op bijstand, de minderjarige bepaalt hierbij wat zijn vertrouwenspersoon wel of niet mag. Als de hulpverlener niet met de minderjarige besproken heeft wat zijn vertrouwenspersoon wel of niet mag, zou hij er kunnen vanuit gaan dat zijn vertrouwenspersoon zelfstandig toegang heeft tot zijn dossier (‘omgekeerd vermoeden’), net met het doel van deze figuur voor ogen nl. de minderjarige in zijn belang versterken.


Terug naar vragenlijst



Bij welke contacten met de jeugdhulp kan een vertrouwenspersoon aanwezig zijn?

Kan een minderjarige zijn vertrouwenspersoon bv. ook meenemen op therapie, of tijdens individuele begeleidingsmomenten? Wordt het recht op een vertrouwenspersoon dan niet boven het recht op hulpverlening gezet?

 

Art. 24 DRM bepaalt dat minderjarige zich kan laten bijstaan bij ‘elk’ contact met de hulpverlening. Als de minderjarige dit wenst, kan dat dus bv. ook in therapie of tijdens individuele begeleidingsmomenten. De vertrouwenspersoon zal uiteraard discreet moeten omgaan met de vertrouwelijke informatie die hij verneemt in het kader van zijn bijstand omdat hij gebonden is door het beroepsgeheim.

De vraag stelt zich of dit automatisch het recht op jeugdhulp in het gedrang brengt. Een vertrouwenspersoon bracht hierover in: ‘ik ben al als vertrouwenspersoon mee gegaan op therapie, en dat was de eerste keer dat het meisje over haar probleem van automutilatie durfde spreken.’ Het is belangrijk ook hier in eerste instantie over in gesprek te gaan. Waarom wil een jongere zijn vertrouwenspersoon erbij, waarom vind je als hulpverlener beter dat dit niet zou gebeuren?

Terug naar vragenlijst

Heeft een vertrouwenspersoon recht op (extra) verlof om de minderjarige te kunnen bijstaan? Worden eventuele kosten die de vertrouwenspersoon maakt, terugbetaald?

Neen, de vertrouwenspersoon heeft geen recht op (extra/speciaal) verlof om de minderjarige te kunnen bijstaan. Wanneer de vertrouwenspersoon kosten maakt in kader van zijn optreden als vertrouwenspersoon vallen deze onder eigen rekening. Deze worden niet terugbetaald.

Terug naar vragenlijst

In diverse wetgeving is sprake van vertrouwenspersoon, welke zijn de verschillen ?

Vertrouwenspersoon in het DRM of in de wet patiŽntenrechten, belangrijk betrokken derde (BVR), jeugdadvocaat… Wat is het verschil tussen al deze personen?

 

VERTROUWENSPERSOONSPERSOON DRM :
De vertrouwenspersoon (DRM) staat de minderjarige bij in alle contacten met de jeugdhulpaanbieders, de toegangspoort en de trajectbegeleiding en in de uitoefening van zijn rechten, opgesomd in het DRM. 

De vertrouwenspersoon van de minderjarige moet op 1 maart 2014, cumulatief aan 4 voorwaarden voldoen:

1.   meerderjarig zijn;

2.   niet rechtstreeks betrokken zijn bij de hulpverlening;

3.   op ondubbelzinnige wijze door de minderjarige aangewezen zijn;

4.   beschikken over een uittreksel uit het strafregister dat een model 2 omvat.


VERTROUWENSPERSOON W.P.

De Wet PatiŽntenrechten (W.P.) voorziet niet d.m.v. een specifieke bepaling in het recht van de (minderjarige) patiŽnt op ondersteuning door een vertrouwenspersoon. Maar dit recht kan wel afgeleid worden uit de bepalingen rond het recht op informatie en het recht op inzage in het patiŽntendossier. De Wet PatiŽntenrechten stelt gťťn voorwaarden om te kunnen optreden als vertrouwenspersoon.
De Nationale Raad van de Orde van Geneesheren somt in haar advies van 20 februari 2010 wel 4 criteria op. Een vertrouwenspersoon moet volgens dit advies:
1. een natuurlijke persoon zijn (dus geen dienst of bedrijf),
2. die een vertrouwensrelatie heeft met de patiŽnt,
3. en de belangen van de patiŽnt nastreeft,
4. en die tenslotte door de patiŽnt zelf werd aangeduid.


BELANGRIJKE BETROKKEN DERDE

Een belangrijke betrokken derde is volgens art. 14 BVR 04/02/'11 de persoon die de gebruiker heeft aangewezen om hem bij te staan. Die persoon maakt geen deel uit van de professionele begeleiders van de gebruiker.

Deze belangrijke betrokken derde kan inderdaad vergeleken worden met een vertrouwenspersoon (DRM) binnen de IJH. Met dien verstande dat de vertrouwenspersoon binnen IJH moet beschikken over een model 2 strafregister.
Deze belangrijke betrokken derde kan ook vergeleken worden met een vertrouwenspersoon (W.P.) maar met bijkomende voorwaarde dat deze persoon geen deel mag uitmaken van de professionele begeleiders van de gebruiker.

Terug naar vragenlijst

Ik heb altijd begrepen dat de Wet PatiŽntenrechten vereist dat een vertrouwenspersoon schriftelijk moet worden aangesteld. 
In de FAQ over het verschil tussen vertrouwenspersonen in verschillende wetgeving  stelt men echter dat er geen voorwaarden zijn om aangesteld te worden als vertrouwenspersoon binnen de gezondheidszorg. Hoe zit dit dan?

 

Het is in principe niet nodig dat de patiŽnt schriftelijk een vertrouwenspersoon aanduidt. Wanneer een patiŽnt een vertrouwenspersoon wil meebrengen naar een consultatie heeft hij dit recht zonder dat er aan bepaalde formaliteiten dient voldaan te zijn.

Enkel wanneer de patiŽnt een vertrouwenspersoon wil aanduiden die  aangesproken kan worden, ťn informatie kan krijgen over zijn gezondheid, ook buiten de aanwezigheid van de patiŽnt zelf, voorziet de Wet PatiŽntenrechten dat deze vertrouwenspersoon schriftelijk aangesteld wordt.

Hoewel zelfs in dat laatste geval de Memorie van toelichting bij de Wet PatiŽntenrechten verduidelijkt dat er in feite geen specifieke procedure moet gevolgd worden. Het optekenen van het mondelinge verzoek van de patiŽnt en de identiteit van de vertrouwenspersoon in het patiŽntendossier is in dat kader voldoende.

 

Terug naar vragenlijst