Sla navigatie over
Vlaanderen.be - uw wegwijzer binnen de Vlaamse overheid
startpagina | contact | sitemap integrale jeugdhulp  | zoek
 
 

 

 

 

 



FAQ's recht op instemming, informatie en duidelijke communicatie

 

Wie heeft de specifieke opdracht om de minderjarige te informeren omtrent zijn / haar rechten?

Het is de opdracht van de jeugdhulpvoorzieningen om de minderjarige te informeren over de jeugdhulp ťn alles wat hem in dit verband aanbelangt. Het betreft een actieve informatieplicht. Dit wil zeggen dat er niet gewacht moet worden met het verstrekken van deze info tot de minderjarige er naar vraagt. De jeugdhulpvoorziening moet zelf het initiatief nemen om de minderjarige op regelmatige tijdstippen te informeren.

 

Terug naar vragenlijst

 

 

De consulent beslist om een jongere te plaatsen in een residentiŽle voorziening.  Mag je eventueel wachten om dit mee te delen aan de jongere tot het moment van de plaatsing daar bijna is?  Door de lange wachtlijst vreest men namelijk dat de jongere moeilijk gedrag zal stellen.

 

Een consulent kan de jeugdrechter adviseren om een jongere te plaatsen in een residentiŽle voorziening. Het zal uiteraard steeds de jeugdrechter zijn die de uiteindelijke beslissing neemt.

De consulent zal de jongere dan aanmelden, en op de wachtlijst plaatsen. Normaalgezien zal dit in het dossier op de jeugdrechtbank worden vermeld, nu ook de briefwisseling tussen de consulent en de jeugdrechter in dit dossier terecht komt. Deze informatie is dus sowieso toegankelijk voor de advocaat van de minderjarige.


Het DRM vraagt daarnaast in de artikels 11 en 12 duidelijk naar een open en begrijpelijke communicatie naar minderjarige cliŽnten toe. En het DRM is in principe ook van toepassing op gerechtelijke jeugdhulp (behalve voor wat betreft het recht om in te stemmen met de jeugdhulp).
In het kader van een open communicatie   moet het advies van de consulent en zijn aanmelding dus inderdaad met de jongere wordt besproken. De jongere krijgt zo de kans om met zijn advocaat te  bekijken wat mogelijke alternatieven zijn voor de plaatsing; of indien die niet gevonden worden,om zich voor te bereiden op de plaatsing.

 

Enkel in het belang van de minderjarige kan eventueel (tijdelijk) bepaalde informatie achtergehouden worden onder toepassing van de ‘agogische exceptie’.  Dergelijke beslissing moet vermeld en gemotiveerd worden in het dossier van de minderjarige.
Informatie die gedekt wordt door de agogische exceptie is wel toegankelijk voor de bijstandspersoon van de minderjarige.

Wanneer informatie over de nakende plaatsing er naar de mening van de betrokken hulpverleners toe zou kunnen leiden dat de jongere vlucht en daardoor in bijzonder gevaarlijke situaties zou kunnen belanden, kan deze informatie wel achtergehouden worden omwille van de agogische exceptie.
 

 

Terug naar vragenlijst

 

 

Een jongere vroeg uitdrukkelijk om niet aan haar moeder te vertellen dat ze had gespijbeld. Conform art. 23 DRM moeten wij dit respecteren. Of verandert de zaak doordat I. leerplichtig is?

 

Alle informatie die verkregen wordt n.a.v. een hulpverleningssituatie is vertrouwelijk en valt onder de toepassing van het beroepsgeheim. Hulpverleners mogen hun beroepsgeheim  in principe niet doorbreken naar de ouders van een bekwame minderjarige, tenzij hier een geldige reden voor bestaat. Bv. in kader van een noodsituatie.

In bovenstaande casus is het aan de school om de ouders in te lichten en niet aan de hulpverleners. Personeelsleden binnen onderwijs hebben immers geen beroepsgeheim, maar een ambtsgeheim. Hierdoor kunnen zij onderwijsgerelateerde informatie m.b.t. minderjarige leerlingen wel degelijk delen met ouders.

 

 

Terug naar vragenlijst

 

 

Is het de bedoeling om de brochures ook aan de ouders te bezorgen die in mindere mate betrokken willen worden?

Het is belangrijk dat elke betrokkene in de jeugdhulp op de hoogte is van de inhoud van het DRP, ook ouders, stiefouders, grootouders, … Natuurlijk, als iemand niet aangesproken wordt of niet betrokken is bij de hulp dan heeft het weinig zin om die persoon willens nillens de verschillende rechten van de minderjarigen uit de doeken te doen of hem/haar een brochure te bezorgen.

 

Het is wťl de taak van de hulpverlener om alert te zijn voor het informeren. De hulpverlener heeft een actieve informatieplicht, dus hij moet zelf het initiatief nemen om de cliŽnten/cliŽntsysteem te informeren.

 

Dus, het zou kunnen dat iemand een beperkt aandeel heeft in de hulpverlening, toch is het van belang dat ook die persoon op de hoogte is.

Het meegeven van de brochure is een mogelijkheid, maar kŗn aangevuld worden met een mondelinge toelichting. Soms zal zelfs de mondelinge toelichting de brochure voorafgaan (afhankelijk van de situatie, de beschikbare tijd, de persoon in kwestie, enz.). De hulpverlener moet afwegen wat zinvol, haalbaar is.

 

Terug naar vragenlijst

 

 

Moet een CLB-medewerker aan alle leerlingen van de school de rechten en plichten uit het Decreet Rechtspositie duiden?

Het recht op informatie uit het Decreet Rechtspositie impliceert een actieve informatieplicht voor elk CLB. Ook het CLB-decreet beschrijft in art 7 en 16 de informatieopdracht van het CLB. Wanneer je dit recht op informatie kadert in een begeleiding, lijkt dit recht meer vanzelfsprekend … Alle begeleidingsstrategieŽn voorzien in een dergelijke informatiefase. De informatieopdracht zal echter niet steeds dezelfde omvang hebben.

 

Voor leerlingen die geen CLB-begeleiding krijgen en waarvoor geen multidisciplinair dossier werd aangemaakt, volstaat de informatiebrochure of informatiefolder die overhandigd wordt bij de inschrijving in een school. Het is belangrijk om hier ook aandacht te besteden aan het opstellen van een CLB-folder (brochure) in een begrijpelijke taal al naargelang de doelgroep. (Cf. Folders Decreet Rechtspositie Minderjarige)

 

Bij het effectief opstarten van een individuele CLB-begeleiding dient de toepasselijke informatie opnieuw geduid te worden. Hier is het belangrijk om bij het eerste contact de leerling uitvoerig te informeren - in een voor hem begrijpbare taal - over het CLB-aanbod en hoe dit kan sporen met zijn/haar verwachtingen. De leerling moet ook geÔnformeerd worden over het verloop van de CLB-begeleiding, wat er met de verkregen informatie wordt aangevat, op welke wijze de leerling betrokken blijft bij de begeleiding, de mogelijkheid tot bijstand … Hierbij kan teruggegrepen worden naar de folders opgemaakt door Integrale Jeugdhulp waarin de rechten van de minderjarige in de jeugdhulp in een voor elke doelgroep begrijpelijke taal beschreven worden.

Daarenboven moet de CLB-medewerker in de daaropvolgende contactmomenten op regelmatige tijdstippen verdere informatie en toelichtingen verschaffen en dit zonder voorafgaande vraag van de leerling zelf.

 

Terug naar vragenlijst

 

 

In welke taal dienen anderstalige leerlingen hun recht op informatie te krijgen? Kan een leerling een vertaling van het dossier eisen?

De CLB-medewerker dient de leerling te informeren over zijn rechten en plichten in een voor de leerling begrijpbare taal. Dit impliceert dat de informatie in principe vertaald zou moeten worden voor anderstalige leerlingen. Volgens de organisatorische mogelijkheden van de instelling, dient daar maximaal aan tegemoet gekomen te worden. Er kan echter geen verplichting opgelegd worden aan een voorziening om bijv. een tolk ter beschikking te stellen.

 

Momenteel zijn de brochures met betrekking tot de rechten van de minderjarige in de jeugdhulp in 5 talen beschikbaar. Deze zijn via deze site te bestellen onder de rubriek publicaties.

Opgelet wanneer je eventueel een familielid als tolk laat fungeren: i.f.v. de eigen cultuur bestaat de kans dat bepaalde elementen worden toegevoegd of weggelaten.

In combinatie met het recht op communicatie op maat van de leerling zal ook verantwoord omgegaan moeten worden met de taal waarin gegevens neergeschreven worden. Hoe moeilijker de gebruikte dossiertaal, hoe meer energie er zal moeten besteed worden aan de noodzakelijke toelichting waarop de minderjarige recht heeft.

Terug naar vragenlijst

 

 

Wanneer een minderjarige, volledig overstuur, hulp komt zoeken in een JAC voor een ernstig, concreet probleem kunnen we moeilijk Šlle informatie bv. m.b.t. de rechten in de jeugdhulp bespreken in een eerste gesprek. Schenden we dan het DRM?

 

Het DRM gaat uit van het principe van recht op open, duidelijke en toereikende informatie over de jeugdhulp en alle zaken die daarmee verband houden, inzonderheid leefregels en afspraken, van alle minderjarige cliŽnten binnen de IJH.

 

Volgens de Memorie van Toelichting bij het DRM moet de minderjarige o.a. geÔnformeerd worden over : “het beschikbaar jeugdhulpaanbod; de diagnose of probleemstelling; de aard, het nut en de urgentie van de jeugdhulp; de vermoedelijke doeltreffendheid en de vermoedelijke duur van de jeugdhulp; de mogelijk te verwachten gevolgen en neveneffecten van de jeugdhulp voor de minderjarige; de risico’s van de afwezigheid van jeugdhulp; de alternatieven voor de aangeboden jeugdhulp; de totale kostprijs van de jeugdhulp voor de minderjarige; de werking van de jeugdhulpvoorziening; de ideologische en religieuze basis; de gehanteerde hulpverleningsmethode; de klachtenprocedure; de participatiestructuur; de rechten en plichten van de minderjarige; de rechten en plichten van de jeugdhulpverlener; de doelstellingen van de jeugdhulp; informatie over de contacten die jeugdhulpverleners hebben met familie en andere jeugdhulpverleners en de evaluatieprocedure”.

 

Het is zeker de bedoeling dat minderjarige cliŽnten van in het begin zo volledig mogelijk geÔnformeerd worden door de jeugdhulpverleners waar zij een beroep op doen.


Aan de andere kant moet ook rekening gehouden worden met de draagkracht en specifieke noden van een minderjarige op een bepaald moment.
Een overvloed van informatie kan door een minderjarige die op zoek is naar hulp niet altijd helemaal opgenomen worden.  (Vandaar ook de vraag om minderjarigen op regelmatige tijdstippen te informeren.)
Bovendien kan de draagkracht van de minderjarige op een bepaald moment beperkt zijn bv. door zijn gemoedstoestand. Ook dan kan de hulpverlener er in het belang van de minderjarige voor kiezen om bepaalde informatie op een later tijdstip mee te geven. Maar dit moet dan wel zo snel mogelijk gebeuren. Men kan de minderjarige natuurlijk ook altijd een papieren drager met informatie meegeven, waardoor de informatie reeds beschikbaar is voor de minderjarige, en deze op een later moment bespreken met de minderjarige.

 

Terug naar vragenlijst