Sla navigatie over
Vlaanderen.be - uw wegwijzer binnen de Vlaamse overheid
startpagina | contact | sitemap integrale jeugdhulp  | zoek
 
 

 

 

 

 


 

FAQ's zakgeld

 

 

Ik heb gehoord dat er nu ook zakgeld gegeven wordt aan kinderen die in een CKG verblijven, klopt dit ?

 

Inderdaad,  kinderen vanaf 6 jaar die minimaal 1 maand in een CKG verblijven, krijgen vanaf 2013 ook zakgeld zoals dat ook het geval is in andere residentiële voorzieningen.

Art. 55 BVR van 9 november 2012 (B.S., 18 januari 2013)  inzake de erkenning en subsidiëring van de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning

Aan elk CKG worden, bovenop de subsidie-enveloppe, subsidies toegekend om aan de minderjarigen die minimaal één maand residentieel in het CKG verblijven, zakgeld te betalen. De bedragen van het zakgeld worden, naargelang de leeftijd van de minderjarigen als volgt vastgesteld :

Leeftijd         Bedrag per maand

6-8 jaar        6,04 euro

8-12 jaar       12,02 euro

12-14 jaar     24,04 euro

14-16 jaar     36,07 euro

16-18 jaar     48,09 euro

18-20 jaar     60,16 euro


Bij wijziging van leeftijdsgroep gaat het hoger tarief in vanaf de maand die volgt op de verjaardag.
Het zakgeld wordt op het einde van de maand van het verblijf uitbetaald en wordt door de voorziening gestaafd aan de hand van een ontvangstbewijs dat door de minderjarigen wordt gedateerd en ondertekend.

 

Terug naar vragenlijst

 

Een meisje van 14 jaar is door de jeugdrechter geplaatst in een pleeggezin en krijgt sinds kort geen zakgeld meer. Ze komt bij het JAC vragen of ze daar dan geen recht op heeft ?

Sinds 1 januari 2014 is het nieuwe decreet Pleegzorg van kracht en bestaat er voor kinderen in een pleeggezin geen regeling meer rond zakgeld. Het zakgeld is geïntegreerd binnen de kostenvergoeding en pleegouders beslissen zelf of ze nog zakgeld geven of niet. Daardoor is het recht op zakgeld voor kinderen geplaatst in een pleeggezin niet langer meer een recht dat ze kunnen afdwingen.

Terug naar vragenlijst

 

 

Wat houdt het vrij besteedbaar bedrag in?

 

In de BJB bestaat reeds lang een regeling m.b.t. zakgeld voor minderjarigen die geplaatst zijn in begeleidingstehuizen, gezinstehuizen en onthaal- oriëntatie- en  observatiecentra. Sinds 2008 wordt ook zakgeld betaald aan minderjarigen die geplaatst zijn in voorzieningen voor personen met een handicap. En sinds 2013 kunnen ook minderjarigen die geplaatst zijn in het CKG zakgeld krijgen.

 

Het zakgeld wordt niet verleend aan de minderjarigen die met ingang van 1 december 2012 over een maandelijks netto-inkomen beschikken van meer dan 190,72 euro.

 

 

 

Minderjarigen die geplaatst zijn binnen de bijzondere jeugdzorg, en minderjarigen die opgevangen worden binnen de sector VAPH (ter uitvoering van een beschikking van de jeugdrechtbank of aanmelding bij de intersectorale toegangspoort via een gemandateerde voorziening wegens een maatschappelijke noodzaak ) hebben vanaf 1 juni 2017 recht op volgend zakgeld per maand:

 

Leeftijd

Euro

 

 

Van 6 tot 8 jaar

6,04

Van 8 tot 12 jaar

12,02

Van 12 tot 14 jaar

24,04

Van 14 tot 16 jaar

36,07

Van 16 tot 18 jaar

48,09

Van 18 tot 20 jaar

60,16

 

Minderjarigen die minstens 1 maand in een CKG verblijven, hebben recht op een gelijkaardig zakgeld.

 

Terug naar vragenlijst

 

 

Kan het zakgeld worden ingehouden als de minderjarige schade heeft veroorzaakt ?

 

Het DRM stelt enerzijds expliciet dat minderjarigen in de residentiële hulpverlening recht hebben op een vrij te besteden bedrag, dus een bedrag waar de minderjarigen zelf mee moeten leren omgaan. Het "meesterschap" moet dan ook duidelijk bij de minderjarigen blijven.
Het kan in de praktijk soms aangewezen zijn om wat toezicht uit te oefenen, bv. op de aankopen of om het risico op diefstal te beperken. Maar ook daar kunnen er creatieve oplossingen zijn zonder dat de minderjarige zijn zakgeld uit handen geeft: een gesloten kistje waarvan de minderjarige de sleutel heeft maar dat zich in de begeleidersruimte bevindt, een gesprek voeren over bijzondere aankopen, enz.
Wanneer een minderjarige er voor kiest om zijn zakgeld zelf bij te houden én zelf te beslissen waaraan hij het uitgeeft, is dat echter een keuze die de minderjarige kan en mag maken. Hier kunnen opvoeders of hulpverleners niet in tussen komen.

Wanneer minderjarigen schade veroorzaken, zijn zij hiervoor anderzijds inderdaad (samen met hun ouders) aansprakelijk. Tenminste als ze bekwaam zijn. Diegene die schade leed, in casu de voorziening, kan de schade zowel terugvorderen van de minderjarige zelf, als van zijn ouders. De minderjarige wordt in het eerste geval schuldenaar van de voorziening (die op haar beurt schuldeiser is).

 

De schade mag echter in principe NIET rechtstreeks ingehouden worden van het zakgeld! (Tenzij er hiervoor een vonnis is, zodat een deurwaarder beslag mag leggen.)

Juridisch technisch moet de voorziening het schadebedrag eerst vorderen (vragen) van de minderjarige schuldenaar (eventueel via een aanmaning) en zal uiteindelijk een gerechtelijke procedure moeten opgestart worden wanneer de schuldenaar hierop niet reageert. Wanneer het om kleine bedragen gaat, is dit in de praktijk echter niet echt haalbaar aangezien de voorziening meer geld zou verliezen dan winnen via dergelijke weg...

Volgens ons kunnen dergelijke situaties wel degelijk geregeld worden door eventuele schadebedragen te vereffenen via het vrij besteedbaar bedrag van de minderjarige wanneer deze hiervoor uitdrukkelijk zijn toestemming geeft. Het vrij besteedbaar bedrag is immers een som geld waarover de minderjarige vrij kan beschikken. De minderjarige kan er dus ook voor kiezen om deze som (of ook bv. zijn loon) te gebruiken om een schuld (af) te betalen. Deze toestemming kan eventueel op voorhand gegeven worden, bijvoorbeeld bij de aankomst in de voorziening waar de afspraak gemaakt kan worden dat wanneer dergelijke situaties voorvallen ze zullen vereffend worden via het vrij besteedbaar bedrag van de minderjarigen. Maar deze toestemming kan natuurlijk ook later gegeven worden op het moment dat de feiten zich voordoen. Dergelijke afspraak zet men wel best op papier om achteraf te kunnen bewijzen dat deze afspraak wel degelijk in onderlinge toestemming gemaakt werd.

 

Wanneer de minderjarige echter géén toestemming wil geven, én de schade niet wil betalen, zit er niets anders op dan ofwel de ouders aan te spreken om de schade te vergoeden, ofwel om de rechter om toestemming te vragen om het vrij besteedbaar bedrag van de jongere te gebruiken om zijn schuld te vereffenen.

 

OPMERKING: In de BJB moet een voorziening een verzekering afsluiten voor de burgerlijke aansprakelijkheid van elke opgenomen minderjarige. O.O.O.C.'s kunnen echter subsidies krijgen voor schade toegebracht door minderjarigen in crisissituaties (Erkenningsbesluit art. 42 §2 - opgelet: deze link opent in een nieuw venster)

 

Terug naar vragenlijst