Sla navigatie over

Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be/.

Vlaanderen.be - uw wegwijzer binnen de Vlaamse overheid
Over de site | Contact | Sitemap 

Thema's
 

 

Snelmenu 
 


AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites

U bent hier: vlaanderen.be > Welzijn & Justitie > Beleid > Protocolakkoord


Protocolakkoord van 26 maart 2001 tussen de federale minister van Justitie, Marc Verwilghen en de Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, Mieke Vogels houdende de krachtlijnen van de verdere samenwerking op het grensgebied welzijn-justitie

Inhoud:

1. Uitgangspunten

Criminaliteit, overlast, onveiligheid(gevoelens) en hun gevolgen tasten de kwaliteit van het leven aan. Het zijn maatschappelijke problemen die erg destabiliserend kunnen werken, voor elk betrokken individu, en voor de samenleving als geheel.

 

Dergelijke sociale problemen worden te dikwijls en te gemakkelijk als louter justitiŽle- of veiligheidsproblemen aan de orde gesteld.

De Vlaamse minister bevoegd voor welzijn zal, vanuit de eigen welzijnsgerichte invalshoek een aan het federaal veiligheids- en strafuitvoeringsbeleid complementair beleid rond criminaliteit, onveiligheid en slachtofferzorg voeren.

 

Dit houdt in dat vooreerst de dynamische en welzijnsbevorderende krachten van de samenleving maximaal worden aangewend om criminaliteit en onveiligheid te voorkomen. Daar waar het kan wil de Vlaamse Gemeenschap kansen creŽren voor buitengerechtelijke conflictoplossingen, om de meer ingrijpende en destabiliserende justitiŽle interventies te vermijden of te beperken. Daarnaast wil de Vlaamse Gemeenschap parallel met het gerechtelijk optreden, in alle fasen van de rechtsgang een welzijnsgericht hulp- en dienstverleningsaanbod verzekeren voor slachtoffers, daders en hun onmiddellijke omgeving, opdat de opgelopen schade zoveel als mogelijk beperkt en hersteld wordt.

 

De federale minister van Justitie is van oordeel dat de aanpak van criminaliteit en het strafrechtelijk en strafuitvoeringsbeleid veel meer aansluiting moet vinden bij een algemeen sociaal beleid, dat ook preventief werkt aan het milderen van disfuncties van maatschappelijke voorzieningen en van (inter)menselijke verhoudingen en gedragingen.

 

Een herstelgerichte invulling van de strafrechtsbedeling en de strafuitvoering betekent dat Justitie ruimte wil scheppen voor buitengerechtelijke conflictoplossingen vanuit de samenleving, evenals voor een op het justitiŽle optreden aansluitende hulp- en dienstverlening.

 

Vanuit dit kader willen de federale minister van Justitie en de Vlaamse minister voor Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen intensief en constructief samenwerken aan een complementair beleid ten opzichte van alles wat zich afspeelt in het grensgebied tussen een justitieel en veiligheidsbeleid enerzijds en een integraal en kwaliteitsvol welzijns- en gezondheidsbeleid anderzijds en dit ten aanzien van zowel daders als slachtoffers, volwassenen als minderjarigen.

 

Zonder afbreuk te willen doen aan hun eigen beleid(svisie), bevoegdheden en opdrachten, willen zij de krachtlijnen van hun toekomstige samenwerking vastleggen in het volgende protocolakkoord.

 

[ Naar boven ]

2. PROTOCOLAKKOORD

De federale minister van Justitie en de Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, komen op de volgende terreinen overeen hetgeen volgt :

Slachtofferzorg

Het op 7 april 1998 ondertekende samenwerkingsakkoord tussen de federale Staat (ministerie van Justitie en ministerie van Binnenlandse Zaken) en de Vlaamse Gemeenschap zal volledig worden geÔmplementeerd, behalve voor wat betreft de directe doorverwijzingen van minderjarige slachtoffers van intrafamiliaal (seksueel) geweld. Beide ministers zullen via overleg met de vertrouwenscentra kindermishandeling onderzoeken op welke wijze ook deze slachtoffers snel en efficiŽnt naar de hulpverlening kunnen verwezen worden. De minister van Binnenlandse Zaken zal eveneens worden uitgenodigd tot verder overleg.

 

Bij de verdere uitbouw van slachtofferhulp is een rechtsgelijke toegang van alle slachtoffers tot de hulp- en dienstverlening het uitgangsprincipe.

 

Met het oog op deze implementatie :

  • Zal de minister van Justitie hiertoe de voorwaarden creŽren door :
    • Het sturen van een rondzendbrief naar alle diensten waarvoor hij bevoegd is om hieromtrent de nodige richtlijnen te verstrekken
    • Het nodige overleg plegen met het College van Procureurs-generaal met het oog op het verstrekken van richtlijnen aan de Procureurs des Konings van het Brussels gerechtelijk arrondissement en de Vlaamse gerechtelijke arrondissementen om te komen tot een effectieve en gelijkaardige uitvoering van het samenwerkingsakkoord in alle gerechtelijke arrondissementen, vertrekkende vanuit een gelijkwaardige participatie van de (voorzieningen van de) drie betrokken overheden binnen de arrondissementele raad slachtofferbeleid
    • Voorzien in de nodige personele en financiŽle omkadering van de diensten waarvoor hij bevoegd is.
  • Zal de Vlaamse minister bevoegd voor Welzijn hiertoe de voorwaarden creŽren door :
    • Het sturen van een rondzendbrief naar alle diensten waarvoor zij bevoegd is om hieromtrent de nodige richtlijnen te verstrekken
    • Voorzien in de nodige personele en financiŽle omkadering van de diensten waarvoor zij bevoegd is, rekening houdend met de beschikbare kredieten.
    • De nodige voorwaarden te creŽren om de in het samenwerkingsakkoord bedoelde aansluitende hulpverlening mogelijk te maken.
  • Zullen beide ministers, samen met de federale minister van Binnenlandse Zaken, het initiatief nemen om de knelpunten met betrekking tot de directe doorverwijzing van minderjarige slachtoffers van intrafamiliaal (seksueel) geweld naar de vertrouwenscentra kindermishandeling te onderzoeken en hieraan een oplossing te geven.
  • Zullen beide ministers, samen met de federale minister van Binnenlandse Zaken, het initiatief nemen om te komen tot een grondige evaluatie van dit samenwerkingsakkoord.

 

Er zal worden gestreefd naar een nationaal overlegorgaan inzake het slachtofferbeleid, waarbij zowel het concept, de uitbouw en de werkzaamheden het resultaat zullen zijn van een evenwaardige participatie van alle bevoegde instanties en dit in functie van de verdere ontwikkeling van een functioneel, geÔntegreerd en niet-concurrentieel slachtofferbeleid ten aanzien van alle doelgroepen.

 

Inzake de uitvoering en financiering van het slachtofferbeleid zal er worden naar gestreefd dat elke overheid haar verantwoordelijkheid opneemt op haar eigen terrein en de autonomie, de verantwoordelijkheden en de bevoegdheden van de andere overheden respecteert. Indien uit een analyse van de bestaande toestand blijkt dat bepaalde voorzieningen worden gesubsidieerd voor activiteiten die tot het bevoegdheidsterrein van de andere overheid behoren, zal deze financiering worden overgenomen door de bevoegde overheid.

 

[ Naar boven ]

Justitiehuizen

Het justitiehuis wordt onder meer gezien als een plaats waar het justitiŽle en het welzijnsbeleid elkaar raken. Op de diverse terreinen (slachtofferzorg, bejegening van en hulp- en dienstverlening aan daders, alternatieve maatregelen en sancties voor meerderjarigen, herstelgerichte afhandeling van jeugddelinquentie, rechtshulp, ....) zullen beide partijen op een gelijkwaardige manier gaan samenwerken om een zo efficiŽnt, effectief en gepast mogelijk antwoord op de noden van de betrokken cliŽnten te bieden. Hiertoe wordt een officieel overleg opgestart met het oog op de uitbouw van een samenwerkingsakkoord. Dit overleg zal zowel op centraal niveau als op het niveau van de diverse gerechtelijke arrondissementen worden gevoerd.

 

Inzake de financiering zal elke partij haar verantwoordelijkheid opnemen t.a.v. haar eigen bevoegdheden en verantwoordelijkheden, evenwel rekening houdend met het beleid van de andere overheid. Indien een duidelijke afbakening van taken en bevoegdheden moeilijk blijken, zullen de mogelijkheden van cofinanciering nader worden onderzocht.

 

[ Naar boven ]

Begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik

Het op 8 oktober 1998 ondertekende samenwerkingsakkoord tussen de federale Staat (ministerie van Justitie en ministerie van Binnenlandse Zaken) en de Vlaamse Gemeenschap zal volledig worden geÔmplementeerd.

 

De in het samenwerkingsakkoord bedoelde begeleidingscomissie wordt geÔnstalleerd. De door deze begeleidingscommissie geÔnventariseerde knelpunten zullen vanuit het oogpunt van een constructieve samenwerking een antwoord krijgen. Beide overheden zullen de nodige initiatieven nemen om de afgesproken oplossingen te realiseren.

 

De minister van Justitie zal erop toezien dat de door hem gesubsidieerde steuncentra hun verantwoordelijkheden opnemen conform de bepalingen in het samenwerkingsakkoord. Hij zal er eveneens op toezien dat alle andere instanties waarvoor hij bevoegd is, ten volle hun verantwoordelijkheden opnemen.

 

De minister bevoegd voor Welzijn en Gezondheid zal, rekening houdend met de beschikbare kredieten, zorgen voor een voldoende personele en financiŽle omkadering van de centra voor algemeen welzijnswerk en de centra voor geestelijke gezondheidszorg die in dit kader zijn erkend. Zij zal er eveneens voor zorgen dat deze voorzieningen ten volle hun verantwoordelijkheden, zoals bepaald in het samenwerkingsakkoord, opnemen. Hierbij zal ernaar gestreefd worden dat geen enkele seksuele delinquent wordt geweigerd in de hulpverlening.

 

[ Naar boven ]

Hulp- en dienstverlening aan gedetineerden

Het Vlaams strategisch plan `Hulp- en dienstverlening aan gedetineerden' zal via formeel overleg grondig worden doorgesproken en leiden tot een vernieuwde samenwerking en op een langere termijn tot een vernieuwd samenwerkingsakkoord inzake de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden.

 

Dit samenwerkingsakkoord zal zowel in de breedte als in de diepte worden uitgebreid, d.w.z. enerzijds tot de extramurale prepenitentiaire en postpenitentiaire zorg, en anderzijds tot een intersectoraal aanbod inzake hulp- en dienstverlening. De interdepartementale commissie zal de verantwoordelijkheid in deze van (alle departementen van) de Vlaamse Gemeenschap verduidelijken en aanpassingen van de sectorale regelgevingen in functie van dit doelgroepenbereik voorbereiden

 

De minister van Justitie zal de nodige randvoorwaarden realiseren om de afgesproken organisatievormen en samenwerkingsmodellen ten volle te realiseren. Bij de toekomstige samenwerking zal hij de eigen autonomie en visie van de Vlaamse Gemeenschap respecteren.

 

De Vlaamse minister bevoegd voor bijstand aan personen, en dus ook coŲrdinerend minister inzake de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden, zal, voor zover het in haar bevoegdheid ligt, ervoor zorgen dat de aangegane engagementen in het Vlaams strategisch plan `Hulp- en dienstverlening aan gedetineerden', na goedkeuring door de Vlaamse regering, worden nagekomen. Rekening houdend met de beschikbare kredieten, zal de minister hiervoor de nodige personele en financiŽle omkadering voorzien. Bij de uitbouw van de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden zal de autonomie, de missie en de specifieke invalshoek van het ministerie van Justitie worden gerespecteerd.

 

Gelet op de grote nood van de gedetineerden aan individuele psychosociale begeleiding en rekening houdend met de financiŽle mogelijkheden, zal de Vlaamse minister bevoegd voor Welzijn het justitiŽle welzijnswerk binnen de centra Algemeen Welzijnswerk versterken teneinde het recht van de gedetineerden op een humane bejegening en een kwalitatief verantwoorde begeleiding te verzekeren.

 

Inzake een herstelgerichte invulling van de detentie, zullen beide partijen een gemeenschappelijk concept uitwerken met het oog op een constructieve en transparante taak- en bevoegdheidsafbakening.

 

[ Naar boven ]

Internering

De minister van Justitie neemt, samen met de minister van Volksgezondheid en de minister van Sociale Zaken, het initiatief om deze problematiek grondig aan te pakken. Er zullen zorgcircuits worden ontwikkeld voor de opvang van low tot medium risk geÔnterneerden. Een dergelijk zorgcircuit moet worden opgevat als een cluster van voorzieningen, gaande van ambulante begeleiding tot residentiŽle opvang. In elke cluster zal er een forensisch psychiatrische eenheid voorhanden zijn binnen de structuur van een psychiatrische kliniek.

 

De voorbereiding van dit dossier omvat :

  • de studie van het juridisch kader (statuut van de geÔnterneerde, sociale zekerheid)
  • de studie van de budgettaire implicaties
  • de voorbereiding van samenwerkingsakkoorden

 

De Vlaamse minister bevoegd voor bijstand aan personen engageert zich om de eigen voorzieningen mee in te schakelen in dergelijke zorgcircuits en onderstreept ook de noodzaak om deze psychiatrische patiŽnten zoveel mogelijk te oriŽnteren naar de deskundige hulpverlening. Verder engageert de minister zich om te zorgen voor een betere toegang van geÔnterneerden met een mentale handicap tot de voorzieningen van het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een handicap. Tenslotte zal zij, binnen de marge van de financiŽle mogelijkheden, het justitiŽle welzijnswerk binnen de centra Algemeen Welzijnswerk versterken teneinde het recht op een humane bejegening en een kwalitatief verantwoorde behandeling, de rechtspositie van de geÔnterneerde en de realisatie van een naadloze zorg voor de geÔnterneerden beter te bewaken.

 

Beide ministers zullen het initiatief nemen om, samen met de andere bevoegde ministers, ter zake een samenwerkingsakkoord uit te werken.

 

[ Naar boven ]

Alternatieve maatregelen en sancties - meerderjarigen

De minister van Justitie zal er in de mate van het mogelijke voor zorgen dat zowel tijdens de strafrechtsbedeling als de strafuitvoering, zoveel mogelijk kansen zullen worden geschapen voor buitengerechtelijke (conflict)oplossingen vanuit de voorzieningen van de Vlaamse Gemeenschap

 

De Vlaamse minister bevoegd voor bijstand aan personen engageert zich om de eigen voorzieningen mee in te schakelen in dergelijke buitengerechtelijke conflictoplossingen.

 

Beide ministers zullen via relevante beleidsvoorbereidende actieonderzoeken en de cofinanciering ervan zoeken naar een transparante taak-en bevoegdheidsafbakening inzake alternatieve (buitengerechtelijke) (conflict)oplossingen.

 

Inzake de financiering zal elke partij haar verantwoordelijkheid opnemen t.a.v. haar eigen bevoegdheden en verantwoordelijkheden, evenwel rekening houdend met het beleid van de andere overheid. Indien een duidelijke afbakening van taken en bevoegdheden moeilijk blijken, zullen de mogelijkheden van cofinanciering nader worden onderzocht.

 

Beide partijen zullen voorafgaand overleg plegen inzake het erkennen en subsidiŽren van nieuwe initiatieven op dit terrein.

 

[ Naar boven ]

Afhandeling van jeugddelinquentie - minderjarigen

Beide ministers gaan in hun bilateraal overleg uit van de principieel "sui generis"- afhandeling van jeugddelinquentie. Dwang kan bij alle vormen van overheidsinterventie instrumenteel aangewend worden in functie van het hoofdzakelijk kenmerk van de interventie. Bij de afhandeling van jeugddelinquentie moet het herstelgericht denken ruime aandacht krijgen. Gelet op de diverse betekenissen en aspecten van deze herstelgerichte benadering, zullen beide ministers in onderling overleg de bevoegdheids- en taakafbakening ter zake verder uitklaren.

 

Het subsidiŽrings- en erkenningsbeleid van de respectieve ministers zal in de toekomst zoveel als mogelijk op elkaar worden afgestemd. Beide partijen plegen voorafgaandelijk overleg inzake nieuwe initiatieven.

 

Beide ministers knopen dringend overleg aan over de opportuniteit en organisatie van gesloten opvang voor delinquente minderjarigen. Ook bij deze gesloten opvang geldt de "sui generis"-benadering, waarbinnen de kenmerken in hun hoofdzakelijkheid kunnen evolueren. Omwille van het meestal aanvankelijk kenmerk van maatschappijbeveiliging, zal een financiŽle en logistieke "joint venture" prioritair worden onderzocht.

 

Er zal worden gestreefd naar een structureel overlegplatform inzake de antwoorden op delinquentie door minderjarigen gepleegd. Aan dit platform dienen alle betrokken partijen te participeren. Beide ministers nemen hierin gemeenschappelijk initiatief.

 

[ Naar boven ]