Sla navigatie over

Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be/.

Vlaanderen.be - uw wegwijzer binnen de Vlaamse overheid
Over de site | Contact | Sitemap 

Thema's
 

 

Snelmenu 
 


AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites

U bent hier: vlaanderen.be > Welzijn & Justitie > Gedetineerden > Samenwerkingsakkoord


Decreet van 11 mei 1999 houdende goedkeuring van het samenwerkingsakkoord van 28 februari 1994, gewijzigd op 7 juli 1998, tussen de Staat en de Vlaamse Gemeenschap inzake de sociale hulpverlening aan gedetineerden met het oog op hun sociale re´ntegratie (B.S. 10.IV.2001)

Inhoud

 

Decreet van 11 mei 1999 houdende goedkeuring van het samenwerkingsakkoord van 28 februari 1994, gewijzigd op 7 juli 1998, tussen de Staat en de Vlaamse Gemeenschap inzake de sociale hulpverlening aan gedetineerden met het oog op hun sociale re´ntegratie (B.S. 10.IV.2001)

 

Art. 1.

Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

 

Art. 2.

Het samenwerkingsakkoord van 28 februari 1994, gewijzigd op 7 juli 1998, tussen de Staat en de Vlaamse Gemeenschap inzake de hulpverlening aan gedetineerden met het oog op hun sociale re´ntegratie, zal volkomen uitwerking hebben, wat de Vlaamse Gemeenschap betreft.

 

Art. 3.

Dit decreet treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

 

[ Naar boven ]

 

Samenwerkingsakkoord tussen de staat en de Vlaamse Gemeenschap van 28 februari 1994 inzake de sociale hulpverlening aan gedetineerden met het oog op hun sociale re´ntegratie (B.S. 18.III.1994)1

 

HOOFDSTUK I: OPRICHTING, SAMENSTELLING EN WERKING VAN HET WELZIJNSWERKTEAM

Afdeling 1: Algemene bepaling

 

Art. 1.

De Dienst Maatschappelijk Werk Strafrechtstoepassing van het Ministerie van Justitie en de door de Vlaamse regering erkende diensten voor forensische welzijnszorg hebben samen tot opdracht te zorgen voor de integrale dienst- en hulpverlening aan gedetineerden en hun gezin met het oog op een optimale begeleiding van de detentie en voorbereiding van de reklassering. Zij werken daartoe nauw samen met alle relevante openbare of private diensten en personen.

Deze integrale hulp- en dienstverlening omvat:

  • een humane en welzijnsgerichte invulling van de uitvoering van de vrijheidsstraf of -maatregel door de optimale aanwending van de mogelijkheden die de strafuitvoering daartoe biedt. Deze dimensie wordt inzonderheid behartigd door de Dienst Maatschappelijk Werk Strafrechtstoepassing;
  • het waarborgen van de sociale diensten en hulpverlening aan de gedetineerden en hun gezin. Deze dimensie wordt inzonderheid behartigd door de diensten voor forensische welzijnszorg van de Vlaamse Gemeenschap.

 

[ Naar boven ]

 

Afdeling 2: Oprichting, samenstelling en werking van het welzijnswerkteam

 

Art. 2.

ž 1. Ter uitvoering van de opdrachten zoals bepaald in artikel 1 wordt in elke gevangenis, op permanente basis, een welzijnswerkteam opgericht dat samengesteld is als volgt:

  • ÚÚn of meerdere maatschappelijke werkers met binnendienst van de Dienst Maatschappelijk Werk Strafrechtstoepassing van het Ministerie van Justitie;
  • ÚÚn of meerdere professionele hulpverleners van een erkende dienst voor forensische welzijnszorg van de Vlaamse Gemeenschap.

ž 2. Het welzijnswerkteam nodigt de professionele hulpverleners en vrijwilligers die een regelmatige bijdrage leveren aan de dienst- en hulpverlening aan de gedetineerden en hun gezin uit op vergaderingen van het welzijnswerkteam waarop hun bijdrage besproken wordt.

ž 3. De permanente leden van het welzijnswerkteam die niet behoren tot het Bestuur Strafinrichtingen hebben in de strafinrichting dezelfde rechten en plichten als het personeel van de strafinrichtingen.

 

[ Naar boven ]

 

Art. 3.

Het welzijnswerkteam vervult de opdrachten zoals bepaald in artikel 1, door:

  • in te staan voor een omvattend aanbod van sociale dienst- en hulpverlening aan de gedetineerden en hun gezin, hierbij rekening houdend met de mogelijkheden en beperkingen eigen aan de strafinrichtingen;
  • het regelen van de samenwerking en taakverdeling binnen het welzijnswerkteam alsook van de samenwerking en taakverdeling met andere diensten en personen die een bijdrage leveren aan de sociale dienst- en hulpverlening in de gevangenis;
  • het verstrekken van psycho-sociale voorlichting en advies aan gerechtelijke en administratieve overheden;
  • het geven van advies aan de gevangenisdirectie met betrekking tot:
    • het inrichtingsbeleid inzake reklassering en de detentieplanning van individuele gedetineerden;
    • het bezoek van personen die een nuttige bijdrage kunnen leveren aan de dienst- en hulpverlening;
  • de integratie van het vrijwilligerswerk in het geheel van het maatschappelijk werk in de gevangenis.

 

[ Naar boven ]

 

Art. 4.

ž 1. Binnen het welzijnswerkteam is de maatschappelijk werker met binnendienst van de Dienst Maatschappelijk Werk Strafrechtstoepassing ervoor verantwoordelijk dat de nieuwe gedetineerden onthaald worden.

Dit onthaal omvat:

  • een persoonlijke kennismaking met de nieuwe gedetineerde waarin informatie verstrekt wordt over de regels die het leven in de inrichting beheersen;
  • een eerste onderzoek van de psycho-sociale situatie van de gedetineerde en zijn gezin en van eventueel reeds lopende hulpverleningen;
  • een eerste opvang van de dringende materiŰle of immateriŰle problemen van de gedetineerde;
  • een voorstelling van de hulpmogelijkheden van het welzijnswerkteam en van de mogelijkheid van de gedetineerde hierop een beroep te doen;
  • het verstrekken van informatie inzake de mogelijkheden tot rechtshulp.

Van deze onthaalgesprekken wordt verslag uitgebracht in het welzijnswerkteam met het oog op een optimale taakverdeling binnen het team.

 

ž 2. De maatschappelijk werker met binnendienst is eveneens verantwoordelijk voor het begeleiden van het individuele detentietraject van elke gedetineerde o.m. door:

  • de voorbereiding van de scharniermomenten in de strafuitvoering, (verlof, halve vrijheid, vervroegde invrijheidstelling,...);
  • het verzorgen van de maatschappelijke begeleiding, de voorlichting en het advies in functie van de gerechtelijke en administratieve besluitvorming m.b.t. het detentietraject;
  • de beantwoording van gespreksaanvragen, bestemd voor de maatschappelijk assistent van de Dienst Maatschappelijk Werk Strafrechtstoepassing;
  • de registratie van alle intramurale sociale tussenkomsten om tekorten of dubbelgebruik in de dienst- en hulpverlening vast te stellen en zo nodig maatregelen te nemen binnen het welzijnswerkteam om de sociale dienst- en hulpverlening te optimaliseren.

 

[ Naar boven ]

 

Art. 5.

Binnen het welzijnswerkteam is de hulpverlener van de erkende dienst voor forensische welzijnszorg van de Vlaamse Gemeenschap ervoor verantwoordelijk dat aan de vragen en noden van de gedetineerden en hun gezin naar sociale dienst- en hulpverlening tegemoet gekomen wordt door de welzijns- en maatschappelijke voorzieningen van de Vlaamse Gemeenschap. Dit omvat de volgende taken:

  • het opstellen van een individueel psycho-sociaal begeleidingstraject ten behoeve van elke gedetineerde, rekening houdend met het individuele detentietraject;
  • het uitbrengen van verslag over dit individueel psycho-sociaal begeleidingstraject in het welzijnswerkteam met het oog op een optimale taakverdeling binnen het welzijnswerkteam;
  • de introductie, de co÷rdinatie en de ondersteuning van externe personen (vrijwilligers, beroepskrachten), en instanties die meewerken aan de dienst- en hulpverlening;
  • het opvolgen van de uitvoering van de psycho-sociale begeleidingen naar continu´titeit, doelgerichtheid en effect;
  • het beantwoorden van gespreksaanvragen, bestemd voor de hulpverlener van de dienst voor forensische welzijnszorg;
  • meewerken aan de registratie van de sociale tussenkomsten zoals bepaald in artikel 4.

 

[ Naar boven ]

 

Art. 6.

ž 1. [Elk welzijnswerkteam stelt, in overleg met de gevangenisdirectie, een werkingsplan op dat de volgende gegevens bevat] 2:

  • de hulp- en dienstverlenende activiteiten die in de gevangenis georganiseerd worden;
  • de personen en instanties die daaraan meewerken en de taakverdeling die ter zake afgesproken werd;
  • de wijze waarop voorzien wordt in regelmatig overleg, co÷rdinatie, bijsturing en evaluatie van de werkzaamheden evenals in kwaliteitsverbetering en deskundigheidsbevordering.

 

ž 2. [Een afschrift van het werkplan en eventuele wijzigingen daaraan wordt overgezonden aan de gevangenisdirectie, aan de dienst Maatschappelijk Werk Strafrechtstoepassing, aan het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn, aan het arrondissementeel overlegplatform en aan het Vlaams Overlegplatform, zoals bepaald in de artikelen 9 en 15.]3

 

ž 3. Het welzijnswerkteam brengt jaarlijks verslag uit aan de respectieve overheden over de uitvoering, de knelpunten en perspectieven van zijn werkingsplan. Een afschrift van het verslag wordt overgelegd aan het Arrondissementeel Overlegplatform en aan het Vlaams Overlegplatform, zoals bepaald in de artikelen 9 en 15.

 

[ Naar boven ]

 

Art. 7.

Het welzijnswerkteam stelt een huishoudelijk reglement op dat aan de directeur van de strafinrichting ter goedkeuring wordt overgelegd.

 

[ Naar boven ]

 

Afdeling 3: Bezoektoelatingen

 

Art. 8.

ž 1. Algemene bezoektoelatingen tot de strafinrichtingen worden, voor de door de Vlaamse Gemeenschap erkende instellingen en organismen, door het Bestuur Strafinrichtingen verleend op advies van de administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn van het departement Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.

ž 2. Individuele bezoektoelatingen aan hulpverleners worden, onverminderd de toepassing van artikel 28 van het koninklijk besluit van 21 mei 1965 houdende het Algemeen Reglement van de strafinrichtingen, door de directeur van de strafinrichting verleend op advies van het welzijnswerkteam.

 

[ Naar boven ]

 

HOOFDSTUK II: HET ARRONDISSEMENTEEL OVERLEGPLATFORM

 

Art. 9.

In elk gerechtelijk arrondissement wordt een Arrondissementeel Overlegplatform opgericht dat tot opdracht heeft:

  • de uitbouw te bevorderen van een integraal dienst- en hulpverleningsaanbod afgestemd op de noden van het justitiecliŰnteel;
  • zorg te dragen voor kwaliteitsverbetering en deskundigheidsbevordering van de hulpverlening;
  • voorlichting te verstrekken over de beschikbaarheid, de bereikbaarheid en de mogelijkheden van de hulpverlening aan de (potentiŰle) cliŰnten en aan andere relevante personen of instanties;
  • door voorlichting, overleg en samenwerking de toepassingsmogelijkheden van de hulpverlening bekendmaken en bevorderen bij de gerechtelijke, administratieve en politionele instanties;
  • bij te dragen tot de ontwikkeling van alternatieven voor strafrechtelijke vervolging en van alternatieve strafrechtelijke sancties;
  • medewerking te verlenen aan initiatieven ter voorkoming van criminaliteit;
  • de werking van het welzijnswerkteam in de gevangenis(sen) van het arrondissement te ondersteunen.

 

[ Naar boven ]

 

Art. 10.

Elk Arrondissementeel Overlegplatform inventariseert en actualiseert, in functie van de lokale strafrechtelijke problematiek:

  • de beschikbare dienst- en hulpverlening en de leemten en behoeften ter zake;
  • de personen en instanties die ter zake een rol (kunnen) spelen;
  • de noden en problemen op het vlak van co÷rdinatie, samenwerking, kwaliteit en deskundigheid van de hulpverlening;
  • de mogelijkheden op het vlak van samenwerking en overleg met de gerechtelijke overheden en de politie.

 

[ Naar boven ]

 

Art. 11.

Het Arrondissementeel Overlegplatform stelt jaarlijks een beleidsplan op waarin wordt aangegeven op welke wijze en met welke middelen, rekening houdend met de probleeminventaris, het zijn opdrachten zal verwezenlijken.

Het beleidsplan wordt ter informatie aan het Vlaams Overlegplatform overgelegd.

 

[ Naar boven ]

 

Art. 12.

Het Arrondissementeel Overlegplatform stelt jaarlijks een verslag over de realisatie, de knelpunten en perspectieven in de uitvoering van zijn beleidsplan.

Het jaarverslag wordt ter informatie aan het Vlaams Overlegplatform overgelegd.

 

[ Naar boven ]

 

Art. 13.

De modaliteiten inzake samenstelling en benoeming van de leden van het Arrondissementeel Overlegplatform worden in gezamenlijk overleg door de respectieve ministers bepaald.

 

[ Naar boven ]

 

Art. 14.

Het Arrondissementeel Overlegplatform stelt een huishoudelijk reglement op dat ter goedkeuring aan de respectieve ministers wordt overgelegd.

 

[ Naar boven ]

 

HOOFDSTUK III: HET VLAAMS OVERLEGPLATFORM

 

Art. 15.

Er wordt een Vlaams Overlegplatform opgericht dat tot opdracht heeft:

  • de belangen van de sociale dienst- en hulpverlening en het reclasseringswerk t.a.v. gedetineerden en personen die in aanraking kwamen of dreigen te komen met Justitie, te behartigen;
  • de samenwerking en het overleg te bevorderen tussen de diensten van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en de diensten van het Ministerie van Justitie onderling alsook met de Arrondissementele Overlegplatforms en met alle relevante maatschappelijke voorzieningen en instanties van de strafrechtspleging;
  • de opvattingen in de samenleving omtrent justitiabelen of personen die dreigen met de strafrechtspleging in aanraking te komen, te be´nvloeden met het oog op een groter respect voor het justitiecliŰnteel en een meer welzijnsgerichte aanpak binnen de strafrechtsbedeling;
  • het verstrekken van advies op eigen initiatief of op vraag van de respectieve ministers inzake elke aangelegenheid die van belang is voor de ontwikkeling van het reclasseringsbeleid in Vlaanderen;
  • het jaarlijks opstellen van een Vlaams reclasseringsplan, bij wijze van advies voor de respectieve ministers, mede op basis van de jaarlijkse werkingsverslagen van de welzijnswerkteams en de arrondissementele beleidsplannen. Dit reclasseringsplan definieert de hoofdlijnen, de aard, de omvang en de prioriteiten van de reclasseringswerkzaamheden;
  • mee te werken aan de uitvoering van de beleidsbeslissingen, o.m. door de co÷rdinatie van de werking van de Arrondissementele Overlegplatforms;
  • advies te verlenen aan het college belast met het regelen van de geschillen zoals bepaald in artikel 19.

 

[ Naar boven ]

 

Art. 16.

Het Vlaams Overlegplatform stelt jaarlijks een verslag op over het verloop van zijn werkzaamheden. Een afschrift van dit verslag wordt overgelegd aan de respectieve ministers alsmede aan de Vlaamse Hoge Raad voor Algemeen Welzijnswerk en de Hoge Raad voor Penitentiair Beleid.

 

[ Naar boven ]

 

Art. 17.

De modaliteiten inzake samenstelling en benoeming van de leden van het Vlaams Overlegplatform worden in gemeenschappelijk overleg door de respectieve ministers bepaald.

 

[ Naar boven ]

 

Art. 18.

Het Vlaams Overlegplatform stelt een huishoudelijk reglement op dat ter goedkeuring aan de respectieve ministers wordt overgelegd.

 

[ Naar boven ]

 

HOOFDSTUK IV: GESCHILLENREGELING

 

Art. 19.

Betwistingen omtrent samenstelling en werking van het welzijnswerkteam, worden voor collegiale beslissing overgemaakt aan de leidend ambtenaar of zijn vertegenwoordiger van het Bestuur Strafinrichtingen van het Ministerie van Justitie en aan de leidend ambtenaar of zijn vertegenwoordiger van de Administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn van het departement Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, na advies van het Vlaams Overlegplatform.

 

[ Naar boven ]

 

HOOFDSTUK V: SLOTBEPALINGEN

 

Art. 20.

Dit samenwerkingsakkoord wordt gesloten voor de duur van ÚÚn jaar en wordt stilzwijgend verlengd indien het niet wordt opgezegd drie maanden voor het einde van het jaar.

 

[ Naar boven ]

 

Art. 21.

Dit samenwerkingsakkoord treedt in werking op 1 januari 1994.

 

[ Naar boven ]


1) Gewijzigd bij: SA 7.VII.1998,inw. 1.I.1998

2) Art.6,ž1,eerste lid, vervangen bij SA 7.VII.1998,art.1.

3) Art.6,ž2, vervangen bij SA 7.VII.1998,art.2.