Sla navigatie over

Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be/.

Vlaanderen.be - uw wegwijzer binnen de Vlaamse overheid
Over de site | Contact | Sitemap 

Thema's
 

 

Snelmenu 
 


AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites


Hulp- en dienstverlening aan gedetineerden

13 april - 29 juni 2000

Strategisch plan van de Vlaamse Gemeenschap

Missie, krachtlijnen, ambities, strategieën en kritische succesfactoren

  • Opdrachtgever : Vlaamse Regering, Mieke Vogels, Vlaams minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen
  • Voorzitter : Marc Morris, Directeur-Generaal administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn
  • Deelnemers : Leden van de Interdepartementale Commissie
  • Interne begeleiding : Marc Verhelst, aandachtsambtenaar relatie welzijn-justitie
  • Externe begeleiding : Janette Jongma/Focus Consulting

Inhoudsopgave

[ Naar hoofdinhoud

Lijst van de leden van de Interdepartementale Commissie Hulp- en dienstverlening aan gedetineerden

Administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn

  • Marc Morris, Directeur-Generaal Gezin en maatschappelijk Welzijn, voorzitter
  • Marc Verhelst, aandachtsambtenaar relatie welzijn-justitie
  • Kristien Roete, directoraat-generaal

Welzijn (werkveld)

  • Kristin Nuyts (SAW-JWW)
  • Patrick Bleys (JWW Turnhout)
  • Frederik Janssens (VFFW)

Dienstverlenende actoren van de Vlaamse Gemeenschap

  • Christian Lippens (Steven Cozijns)(VFSIPH)
  • Staf Peeters (Onderwijs)
  • Greet Willems (Kind en Gezin)
  • Christine Bussche (Cultuur)
  • Paul Eliaerts (Ann Colpaert)(BLOSO)
  • Peter Sioen (VIG)
  • Frederik Geers (Steven Bauters)(VDAB)
  • Ludwig Fonck (Werkgelegenheid)
  • Annick Willems (VIZO)
  • Marc Servaes (Gezondheidszorg)

Justitie

  • Directoraat-Generaal Strafinrichtingen : John Vanacker, Kristel Verstraete
  • PSD : Isabel Storme
  • Commissie V.I. : Wilfried Meyvis (Tony Van Loon)
  • Gevangenisdirecties : Nicole De Clercq, Paul Dauwe, Jef Buts

Kabinet van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen

  • Martine Puttaert, kabinetsmedewerker

[ Naar hoofdinhoud

Uitgangspunten Strategisch Plan Hulp- en Dienstverlening aan gedetineerden

Het recht van de gedetineerde op hulp- en dienstverlening

Zoals verder vermeld, is de Vlaamse Gemeenschap bevoegd voor de ‘sociale hulp- en dienstverlening aan gedetineerden met het oog op hun sociale reïntegratie’.

De keuze die gemaakt werd om hiertoe een strategisch plan op te stellen is echter niet alleen ingegeven door onze bevoegdheid terzake.

Het uitgangspunt is tevens dat ook een gedetineerde, niettegenstaande het feit dat hij van zijn vrijheid is beroofd, zijn fundamentele (grond)rechten behoudt. Hij heeft niet meer rechten dan een ‘gewone’ burger, maar hij blijft wel drager van rechten. Enkel het recht om te gaan en te staan waar hij wil, is hem ontnomen.

De gedetineerde blijft lid van de samenleving en blijft het recht behouden op de maatschappelijke hulp- en dienstverlening. Het is dan ook belangrijk dat hij dit recht kan uitoefenen, ook in de gevangenis en dit met het oog op een vlotte reïntegratie in de samenleving.

Bij de uitbouw van die hulp- en dienstverlening is het dan ook belangrijk de band met de  samenlevingsvoorzieningen te behouden of te herstellen.

We kiezen dan ook bewust voor een inclusieve benadering t.a.v. de gedetineerden : de toeleiding van de hulp- en dienstverlening vanuit de Vlaamse Gemeenschap is niet enkel een opdracht vanuit welzijn, maar elke administratie, VOI, elk departement dient, gecoördineerd en integraal, zijn verantwoordelijkheden op te nemen naar deze doelgroep.

Gezien hun opsluiting kunnen gedetineerden niet zoals een ‘vrije’ burger zelf naar de hulp- en dienstverlening toestappen. Daarom is het een gerechtvaardigde verwachting dat de Vlaamse Gemeenschap zelf een stap naar de gevangenissen zet en het initiatief neemt hun hulp- en dienstverlening ook voor gedetineerden beschikbaar en toegankelijk te maken.

Aldus blijft de gedetineerde het recht behouden op een menswaardig bestaan, op maatschappelijke hulp- en dienstverlening en op individuele ontplooiingskansen.

Het blijft belangrijk dat de gedetineerde deze rechten kan blijven uitoefenen, dat er gestreefd wordt naar zijn rehabilitatie, en dat hij kansen krijgt tot herstel én reïntegratie.

Het moet duidelijk zijn dat –omzeggens- elke gedetineerde terugkeert naar de sa-menleving en hem dus de kansen moeten worden geboden om tijdens, maar zeker na de vrijheidsstraf, hieraan weer volop te participeren. Het bevorderen van de reïntegratie van de gedetineerden betekent trouwens niet enkel zijn grondrechten continueren, maar eveneens een preventie van verder slachtofferschap.

[ Naar hoofdinhoud

De situering van de gedetineerde in de samenleving

Door de daden van de gedetineerden is het evenwicht met de samenleving verstoord.

Met samenleving bedoelen we hier zowel de samenleving als entiteit, maar ook alle medeburgers en dus ook zijn slachtoffers.

Het is zeker niet de bedoeling om door de opstelling van dit strategisch plan enkel tegemoet te komen aan de rechten en de noden van de gedetineerden. We willen de gedetineerden ook benaderen als iemand die iets goed te maken heeft, t.a.v. zijn slachtoffers en t.a.v. de samenleving.

Waar we enerzijds het recht op de maatschappelijke hulp- en dienstverlening van de gedetineerden willen realiseren, willen wij hen ook responsabiliseren om dat verstoord evenwicht mede te helpen herstellen. Het verhogen van het zelfwaardegevoel van de gedetineerden, het hen blijven kansen geven door de samenleving, is één facet, hen kansen geven om te reflecteren op de gevolgen van hun gedrag, hun mogelijkheden te bieden om, maar ook aanzetten tot, waar mogelijk, de aangerichte schade aan hun slachtoffers en de samenleving zoveel mogelijk te herstellen, zeker naar de toekomst toe, is minstens even belangrijk.

In de tekst van ons strategisch plan staat ‘zodat hij zich harmonisch en volwaardig kan ontplooien in de samenleving’. Belangrijk hierbij is de nadruk op de wisselwer-king gedetineerde-samenleving-slachtoffer en het zoeken naar een evenwicht tussen enerzijds het waarborgen van recht van de gedetineerden op hulp- en dienstverlening en anderzijds een actieve responsabilisering van de gedetineerden om hieraan te participeren en zijn verantwoordelijkheid t.a.v. zijn slachtoffers en de samenleving op te nemen.

[ Naar hoofdinhoud

Het strategisch plan: een sleutel tot samenwerking

De keuze om een strategisch plan op te stellen is ook ingegeven door het feit dat de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden enkel kan worden gerealiseerd door de uitbouw van een constructieve samenwerking met :

  • de diverse actoren binnen de Vlaamse Gemeenschap
  • het ministerie van Justitie en de diverse justitiële partners op het terrein : de ge-vangenisdirecties en het penitentiaire personeel

1. In de Vlaamse Gemeenschap

Bij het garanderen van de diverse vormen van hulp- en dienstverlening die ook toe-gankelijk zijn voor de ‘gewone’ burger, zijn heel wat ministers, departementen, ad-ministraties en Vlaamse Openbare Instellingen bevoegd.

Onze bevoegdheid en verantwoordelijkheid inzake de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden kan enkel ingevuld worden door een inclusief beleid te voeren dat een appèl doet op de verantwoordelijkheid van al deze administraties, VOI’s en departementen die een relevant aanbod kunnen bieden aan de doelgroep. Uiteraard is afstemming en coördinatie daarbij cruciaal om een effectief en efficiënt beleid uit te bouwen, temeer ook omdat een groot deel van de hulp- en dienstverlening ‘binnen de muren’ moet gebeuren. De gevangeniscontext is niet alleen ‘vreemd’ voor de meeste betrokken actoren, maar hoofdinhouddien ook beperkend. Een goede ondersteuning bij de toeleiding van de hulp- en dienstverlening en vorming en coaching bij de uitvoering ervan zijn dan ook essentieel. Een inclusief en integraal beleid veronderstelt een gedeelde missie en visie en de operationalisering van een gezamenlijk strategisch plan.

2. Met Justitie

Bij de uitvoering van dit strategisch plan is Justitie een zeer belangrijke medestander. Om de mogelijkheden en de grenzen van de samenwerking duidelijk te krijgen heeft een uitgebreide delegatie vanuit Justitie actief geparticipeerd aan de opmaak van dit strategisch plan.

Het uiteindelijk product evenwel, bevat die keuzes die de Vlaamse Gemeenschap heeft voorop gesteld.

Op basis van dit plan zal met Justitie formeel overleg worden gepleegd om de sa-menwerking verder uit te bouwen en te concretiseren. Knelpunten als informatie-uitwisseling en beroepsgeheim moeten uitgeklaard worden.

De inzet is te komen tot een modern detentiebeleid dat geschraagd wordt door een gedeelde visie en complementaire doelstellingen, ingevuld en gevoed vanuit ieders opdrachten, verantwoordelijkheden en bevoegdheden, en geïnspireerd vanuit gedeelde bekommernissen.

Dit zal een noodzakelijke en doorgedreven afstemming vergen van een sociaal en justitieel beleid.

[ Naar hoofdinhoud

De ambities en beperkingen van het strategisch plan

Zoals reeds vermeld, betreft het hier een strategisch plan inzake onze bevoegdheid en verantwoordelijkheid inzake de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden. Dit plan stellen we op omwille van de vrijheidsberoving van de gedetineerden en het feit dat zovele actoren bij het opnemen van deze verantwoordelijkheid zijn betrokken.

Het betreft hier een ambitieus project : het beoogt het uitstippelen van een geïnte-greerd beleid op lange termijn (10 jaar). Dit beleid beoogt het dichten van de kloof tussen de huidige en de gewenste situatie, voor wat onze verantwoordelijkheid naar de gedetineerden betreft.

Via dit strategisch plan beogen we in eerste instantie een duidelijke profilering van wat we willen bereiken. Indien de nodige draagkracht wordt gevonden, vragen we nodige middelen en de nodige decretale inbedding om onze doelstellingen te bereiken.

Het opstellen en uitvoeren van een strategisch plan is een nuttig instrument, maar het is tevens beperkt omdat het enkel de bedoeling heeft een t.a.v. deze specifieke doelgroep effectief en efficiënt beleid uit te bouwen.

Dit doet echter geen afbreuk aan :

  • De noodzakelijkheid om ook onze verantwoordelijkheid t.a.v. slachtoffers op te nemen. Uit het beleidsplan, het samenwerkingsakkoord met de federale overheid inzake slachtofferzorg, en de nadruk op het feit dat we ook aan slachtoffers een blijvende garantie willen bieden op de effectuering van hun individuele en sociale rechten, mag blijken dat we hieraan zeker de nodige aandacht blijven besteden.
  • De noodzaak om vanuit de Vlaamse Gemeenschap een algemene sociale politiek te voeren op de domeinen waarop wij bevoegd zijn, een degelijk en niet versnipperd preventiebeleid uit te bouwen en voor iedereen het recht op maatschappelijke hulp- en dienstverlening te realiseren. Ook hiertoe worden de nodige strategische plannen en beleidsplannen uitgewerkt.
  • De noodzakelijkheid om ook op andere terreinen en t.a.v. andere doelgroepen onze verantwoordelijkheid op te nemen.

[ Naar hoofdinhoud

Historiek en algemeen kader

Door de staatshervorming (Wet van 8 augustus 1980, art. 5, §1, II, 7°) werd de hulp-verlening aan gedetineerden een expliciete gemeenschapsbevoegdheid. De gemeenschapsbevoegdheid strekt zich ook uit over domeinen die buiten het kader van de bijstand aan personen vallen en die relevant zijn voor (ex-)gedetineerden : onderwijs, sociale en culturele vorming, beroepsopleiding en begeleiding naar de arbeidsmarkt, gezondheidszorg, sport en recreatie,…

Aangezien de uitoefening van de gemeenschapsbevoegdheden en de uitoefening van de federale bevoegdheden (tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen) elkaar raken, werd op 28 februari 1994 een Samenwerkingsakkoord afgesloten tussen de Staat en de Vlaamse Gemeenschap. Centraal hierin staat de oprichting en de werking, in elke Vlaamse gevangenis, van een welzijnsteam waarin overlegd, gepland en gestuurd wordt met het oog op een integrale hulp- en dienstverlening.

Deze welzijnsteams vormen tevens de brug tussen de strafinrichting en de uiteenlo-pende voorzieningen die werkzaam zijn op het gebied van welzijn, gezondheid, on-derwijs, cultuur, tewerkstelling en opleiding.

Voorafgaand aan de ondertekening van dit samenwerkingsakkoord op 28 februari 1994, werd het op 17 november 1993 door de Vlaamse regering goedgekeurd. In dezelfde vergadering werd eveneens beslist een Vlaamse Interdepartementale Commissie ‘Hulp- en dienstverlening aan gedetineerden’ op te richten. Deze commissie kreeg als opdracht :

  • binnen de zes maanden een inventaris op te maken van de wijzen waarop de dienstverlening van de Vlaamse Gemeenschap rechtstreeks of onrechtstreeks betrokken is op de problematiek van de gedetineerden in de Vlaamse strafinrichtingen,
  • de leemten terzake vast te stellen en voorstellen te doen ter verbetering en ver-sterking van de inbreng van de Vlaamse Gemeenschap in de strafinrichtingen.

Deze commissie heeft, uitgaande van de praktijkontwikkelingen en van het reeds bestaande (Vlaamse) aanbod, getracht te komen tot een omschrijving van het potentiële aanbod van de Vlaamse Gemeenschap inzake hulp- en dienstverlening aan gedetineerden en hun naastbestaanden.

Dit resulteerde begin 1995 in een eerste eindrapport.

Diverse ontwikkelingen noopten er toe een stand van zaken op te maken van de Vlaamse gemeenschapsbijdrage tot de hulpverlening aan (ex-)gedetineerden en hun naastbestaanden en de noodzakelijke evoluties op dit terrein. Op verschillende manieren wordt immers een enorm appel gedaan op de dienstverlening vanuit de gemeenschappen :

  • de proeve van beginselenwet inzake strafuitvoering, opgesteld door prof. Lieven Dupont in opdracht van de minister van Justitie;
  • de nieuwe federale wetgeving betreffende de voorwaardelijke invrijheidsstelling;
  • de aanbevelingen van de eerste Vlaamse interdepartementale commissie ‘hulp- en dienstverlening aan gedetineerden’ van begin 1995 en de resolutie van het Vlaams Parlement van 10 juli 1997, waarbij aan de Vlaamse regering gevraagd wordt werk te maken van een inclusief beleid t.a.v. daders;
  • signalen vanuit het werkveld zowel i.v.m. positieve evoluties als i.v.m. knelpun-ten en een toenemende vraag naar maatschappelijke dienstverlening.

De Vlaamse regering besliste op 9 juni 1998 dan ook om de Vlaamse Interdepartementale Commissie ‘Hulp- en dienstverlening aan gedetineerden’ terug op te starten.

Deze commissie kwam tot de conclusie dat :

  • er sinds de ondertekening van het samenwerkingsakkoord belangrijke stappen zijn gezet in de ontwikkeling van de door de Vlaamse Gemeenschap geboden hulp- en dienstverlening, maar dat deze hulp- en dienstverlening nog ruim onvol-doende is in vergelijking met onze bevoegdheden én verantwoordelijkheden
  • hiertoe een aantal belemmeringen, ondermeer op het vlak van de regelgeving, door de verschillende bevoegde departementen moeten worden weggewerkt
  • er concrete initiatieven moeten worden genomen op het vlak van de organisatie en van de toeleiding van de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden, zodat hun recht op maatschappelijke dienstverlening een passender antwoord krijgt
  • het huidige samenwerkingsakkoord in het licht van deze nieuwe gegevens moet worden geëvalueerd en aangepast

Daartoe :

  • is er nood aan een gestructureerde en permanente samenwerking met het ministerie van Justitie om het aanbod van de Vlaamse Gemeenschap te verwezenlijken;
  • is er nood aan bevordering, ondersteuning en bewaking van de Vlaamse beleidsontwikkelingen in het licht van de vooropgestelde objectieven in verband met de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden en hun naastbestaanden;
  • er is nood aan bevordering, ondersteuning en bewaking van de praktijkontwikke-lingen die in deze context tot stand (moeten) komen.

De commissie was van oordeel dat deze vele uitdagingen en het grote appel op de Vlaamse Gemeenschap dat uitgaat van de evoluties op het vlak van de reorganisatie van het gevangeniswezen, de uitwerking van een strategisch plan noodzakelijk maken.

De Vlaamse regering nam op 8 juni 1999 deze aanbevelingen ter harte.

[ Naar hoofdinhoud

Werkwijze en terminologie

Introductie

Een strategisch plan focust op het identificeren van de strategische hoofdlijnen en strategische projecten die alle betrokkenen essentieel achten om haar visie te realiseren. Hiermee overstijgt dus het strategisch plan de operationele doelstellingen en jaarplanning van een organisatie. Het gaat hier om een toekomstvisie waar naar toe gewerkt zal worden gedurende een langere periode.

In het strategisch plan geven we aan wat we willen bereiken in de Hulp- en dienstverlening aan gedetineerden : welke output en outcome we zullen nastreven zodat er sprake is van een betere dienstverlening aan de ‘gebruikers’ van Hulp- en dienstverlening aan gedetineerden en aan de samenleving in haar totaliteit.

Een strategisch plan is nodig om onze intenties te expliciteren tot duidelijke hoofdlijnen zodat het gaat functioneren als een instrument om te sturen, op te volgen en bij te sturen.

Het is tevens een engagement tussen de functionele minister en de betrokken sectoren om allen volgens dezelfde visie en richtlijnen de vooropgestelde hulp- en dienstverlening uit te voeren. Hiermee hebben beide betrokken partijen meer garanties op continuïteit en innovatie enerzijds en werkelijke realisatie van de beoogde resultaten en effecten anderzijds.

[ Naar hoofdinhoud

Werkwijze

Welke fasen heeft de Interdepartementale Commissie doorlopen om te komen tot dit strategisch plan :

  1. Inventarisatiefase
  2. Diagnosefase
  3. Synthesefase
  4. Goedkeuringsfase
  5. Implementatiefase

Fase

Activiteit

Fase 1

Inventarisatiefase

Aftasten van de mogelijkheden en beperkingen van de dienst- en hulpverlening aan gedetineerden

 

Focus Consulting voerde gestructureerde diepte-interviews met alle aangeduide stuurgroepleden en enkele belangwekkende sleutelfiguren gebaseerd op een vooraf voorbereide vragenlijst over:

  • relevante evoluties (kansen en bedreigingen) in verband met het vraagstuk over hulp- en dienstverlening aan gedetineerden via een inclusief en gecoördineerd beleid
  • de sterkten en zwakten van de huidige situatie
  • de gewenste situatie

Resultaat : een duidelijke beschrijving van de perceptie over de doel- en belangengroepen, sterktes en zwaktes, kansen en bedreigingen

Fase 2

Diagnosefase

Analyse van de omgeving : de doel- en belangengroepen

 

Focus Consulting ontwikkelde een rapport over alle gevoerde gesprekken en presenteert dit aan de voltallige stuurgroep, gedurende een ééndaagse wokshop om zo samen een eerste schets voor de toekomst te ontwikkelen

Resultaat :

  • Een duidelijk gemeenschappelijk inzicht in de wensen, noden en verwachtingen van de doel- en belangengroepen
  • Een gedeeld standpunt over het rapport : in welke mate kunt u, als stuurgroeplid de bevindingen, conclusies en aanbevelingen onderschrijven
  • De verdere rijping van een toekomstvisie

Fase 3a

Synthesefase :

Ontwikkeling van het strategisch plan

 

Een workshop van in totaal 4 dagen voor het bepalen van de missie en de krachtlijnen als ook een eerste aanzet van de strategieën

workshop-inhoud:

  • bespreken van de verwachtingen van de ‘klant’ en de belangengroepen en bepalen in welke mate de stuurgroep daar aan tegemoet wil/kan komen
  • formuleren van een ideaalbeeld over de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden via een inclusief en gecoördineerd beleid
  • formulering van de missie voor een inclusief en gecoördineerd beleid voor gedetineerden
  • uitwerken van de missie in een aantal ambities (de krachtlijnen)
  • globale bepaling van de strategieën (geen uitwerking ervan); in principe worden er maximaal 5 strategieën bepaald

Resultaat : een eerste versie van het strategisch plan voor hulp- en dienstverlening aan gedetineerden

Fase 3b

Synthesefase

Afstemming met de minister en de betrokken Directies (VOI, werkveld, justitie, …)

 

Aangezien dit strategisch plan uitgevoerd gaat worden door diverse betrokken instanties, ging ieder stuurgroeplid, deze eerste aanzet van het strategisch plan presenteren en afstemmen met zijn/haar eigen Directie om te vernemen in welke mate zij dit plan kunnen valideren.

Vervolgens was er een tussentijdse ééndaagse valideringswokshop met alle stuurgroepleden voor de noodzakelijke aanpassingen aan het strategisch plan.

Het eindresultaat van deze bijeenkomst werd afgestemd met de functionele minister en haar voorlopig akkoord werd gevraagd voor dit strategisch plan.

Resultaat : confirmatie dat het ontwikkelde strategisch plan voldoende draagvlak heeft bij betrokken Directies en minister

Fase 3c

Synthesefase

Uitwerking van de strategieën

 

De globaal geformuleerde (zie fase 3a) strategieën werden verder uitgewerkt/verfijnd en de kritische succesfactoren worden per strategie in kaart gebracht.

Aanpak :

  • Iedere sector gaf haar input per strategie, die werd besproken, gesynthetiseerd en goedgekeurd door de hele stuurgroep.
  • Per strategie werd een eerste globaal actieplan voor de toekomst gedefinieerd (zodat na goedkeuring van het strategisch plan dit verder in elke betrokken sector uitgewerkt kan worden met een gap-analysis -huidige versus gewenste situatie-, prioritaire projecten en prestatie-indicatoren).
  • Vervolgens werden de kritische succesfactoren per strategie in kaart gebracht.

Resultaat : Een gedeelde ambitie voor de toekomst en een duidelijke gedefinieerde leidraad voor een integraal en gecoördineerd beleid tav gedetineerden voor de stuurgroep.

Fase 4a

Goedkeuringsfase

Consolidering van het uitgewerkte strategisch plan per sector

 

Opnieuw ging ieder stuurgroeplid naar zijn eigen Directie om het uitgewerkte strategisch plan te presenteren en af te stemmen.

Vervolgens kwam er opnieuw een ééndaagse valideringswokshop met alle stuurgroepleden en werd het uitgewerkt strategisch plan aangepast op grond van de gekregen feedback van de achterban

Resultaat : Een gedeelde ambitie voor de toekomst en een duidelijke gedefinieerde leidraad voor een integraal en gecoördineerd beleid tav gedetineerden zowel door de stuurgroep, IDC als betrokken Directies

Fase 4b

Goedkeuringsfase

Validering door de minister en goedkeuring door de Vlaamse regering

 

Nadat het hele uitgewerkte strategisch plan voltooid was, werd het gepresenteerd aan de minister en kan na haar goedkeuring de wettelijke procedure starten voor de goedkeuring door de Vlaamse Regering

Resultaat :

Een goedgekeurd strategisch plan door de minister en de Vlaamse Regering

Fase 5

Implementatie

 

Na de goedkeuring door de Vlaamse Regering, uitwerken van een implementatieplan (hierin staat gedetailleerd hoe en met welke snelheid en fasering van de huidige naar de gewenste situatie zal worden toegewerkt en op welke manier en door wie het strategisch plan zal worden opgevolgd en bijgestuurd)

[ Naar hoofdinhoud

Terminologie

De omgevingsanalyse

Dit is een analyse van de omgeving waarin we opereren. Vooral de verwachtingen die de Vlaamse Gemeenschap ontmoet in de uitvoering van haar opdracht moeten worden op een rijtje zetten en vervolgens beoordeeld in welke mate zij aan die verwachtingen wenst tegemoet te komen.

We onderscheiden :

  • de doelgroep : dit is een homogene groep van personen aan wie de Vlaamse Gemeenschap haar hulp- en dienstverlening primair wil aanbieden
  • de actoren : personen of organisaties die de diensten en hulp in de gevangenis verzekeren aan de gedetineerden en hun sociaal netwerk
  • De stakeholders : zijn personen of organisaties die een belangrijke invloed uitoefenen op de hulp- en dienstverlening en daardoor de verdere ontwikkeling en groei meebepalen

[ Naar hoofdinhoud

De missie en visie

Een Missie geeft aan wat de bestaansreden is van een organisatie. In ons geval wat de bestaansreden is van Hulp- en dienstverlening aan gedetineerden. De missie verwoordt de opdracht die de functionele minister, bekrachtigd door de Vlaamse Regering, geeft aan één of meerdere beleidsdomeinen tegelijkertijd. Vaak wordt de missie verduidelijkt door een korte toelichting op de sleutelwoorden en de ambities die daarbij worden aangegaan (de zgn. Krachtlijnen). Een missie blijft meestal een lange periode gehandhaafd en wordt dikwijls bij decreet vastgelegd.

De missie geeft antwoord op de vraag :

  • Wie we zijn
  • Wat we doen
  • Voor wie
  • Met welke finaliteit

Een Visie geeft een toekomstbeeld en expliciteert het ambitieniveau van een organisatie. Een visie gaat per definitie uit van een aantal wensen die in de toekomst gerealiseerd moeten worden. De visie overstijgt dus de huidige realiteit en werpt een blik op de toekomst. In visie wordt duidelijk gemaakt hoe de organisatie zichzelf in de toekomst ziet. Welke identiteit zij graag wenst te hebben over een middellange periode.

In onze benadering gaan we uit van een missie/visie om zo een appellerend en enthousiasmerend effect te bekomen op alle betrokkenen.

De missie is uitgewerkt in krachtlijnen. Dit is een verklaring van alle gebruikte sleutelwoorden in de tekst van de missie. Krachtlijnen maken tevens duidelijk welke intenties achter de korte zin van de missie schuilen. Zo kan iedereen de volle draagwijdte van de missie omvatten.

De missie is ook uitgewerkt in ambities, ook wel engagementen genoemd. Ambities of engagementen zijn concrete vertalingen van de missie naar de gekozen doelgroep, actoren en stakeholders. In de engagementen staat duidelijk verwoordt waarop de betrokkenen kunnen rekenen. Het is als het ware een concretisering van de missie. De engagementen maken duidelijk hoever de Vlaamse Gemeenschap wil gaan in het opnemen van haar verantwoordelijkheden ten aanzien van de dienst – en hulpverlening aan gedetineerden.

[ Naar hoofdinhoud

De strategieën

Vervolgens worden de strategieën bepaald. Dit zijn strategische doelstellingen, domeinen waarop de Vlaamse Overheid haar inspanningen een periode lang wil concentreren om de missie/visie en aangegane engagementen te realiseren. Strategieën maken duidelijk op welke wijze de huidige situatie overbrugd zal worden naar de gewenste situatie. Waarop jaar in jaar uit gewerkt zal worden om langzaam maar zeker de beoogde evoluties en veranderingen te weeg te brengen. Strategieën zijn daarom vaak in eerste instantie redelijk abstract geformuleerd en krijgen hun concretisering in de jaarlijkse operationele plannen.

Per strategie worden de beleidseffecten en beleidsindicatoren bepaald. Beleidseffecten zijn de effecten die ontstaan na het behalen van resultaten. Het gaat dus verder dan output. Output is hetgeen we als resultaat willen bekomen. Effect is hetgeen we kunnen waarnemen als het resultaat er is. Dan zien we welke verandering dan heeft veroorzaakt.

Beleidseffecten moeten we kunnen meten en daarom zijn per beleidseffect ook beleidsindicatoren geformuleerd. Beleidsindicatoren zijn bronnen waaruit we gegevens kunnen halen die informatie geven over het al dan niet realiseren van progressie en de realisatie van het beoogde effect. Het zijn dus zaken waaruit we gegevens kunnen opvragen of afleiden. Bronnen kunnen kwantitatieve informatie bevatten maar ook kwalitatieve informatie.

Kritische succesfactoren geven antwoord op de vraag: "Wat moeten we vooral in het oog houden om onze toekomstvisie te realiseren ?" "Waarin moeten we succesvol zijn om de overeengekomen strategieën te kunnen volbrengen ?"

KSFs zijn kenmerken of consequenties die voortvloeien uit de huidige situatie en waar het de nodige aandacht voor moet hebben als alle betrokkenen samen de missie en strategieën willen realiseren.

[ Naar hoofdinhoud

Het operationeel plan

Het operationeel plan is de uitwerking van het strategisch gedeelte van het Strategisch Plan : hierin staan concrete afspraken ter uitvoering van de missie/visie, strategieën en kritische succesfactoren. Uit de mix van strategie en kritische succesfactoren worden de eerste prioritaire projecten afgeleid. Dit zijn projecten die als allereerste zouden moeten worden uitgevoerd om zo belangrijke stappen te zetten die cruciaal zijn voor het behalen van de eerste kleine successen en realisaties van het strategisch plan.

[ Naar hoofdinhoud

Missie/visie

De Vlaamse Gemeenschap waarborgt het recht van alle gedetineerden en hun directe sociale omgeving op een integrale en kwaliteitsvolle hulp- en dienstverlening zodat ook zij zich harmonisch en volwaardig kunnen ontplooien in de samenleving.

 De Vlaamse Gemeenschap

Onder Vlaamse Gemeenschap verstaan we gemandateerden :

  1. Het Parlement, regering en het ministerie zelf of middels eigen organisatiestructuren (bijvb. Vlaamse Openbare Instellingen (VOI’s)
  2. Openbare en erkende voorzieningen (instanties en organisaties) en personen

[ Naar hoofdinhoud

waarborgt het recht van alle gedetineerden

Hiermee bedoelen we dat elke gedetineerde dezelfde kansen en aanspraken heeft als de gewone burger, met de beperking dat hij van zijn vrijheid is beroofd. Dus dit betekent dat de Vlaamse Gemeenschap de uitoefening van het recht op hulp- en dienstverlening wil waarborgen.

We schrijven niet ‘waarborgt een integrale en kwaliteitsvolle hulp- en dienstverlening’, maar wel ‘recht op….’ omdat we uitgaan van de gedetineerde als hulpvrager, als bepaler van de keuze van welke hulp- en dienstverlening hij gebruik wenst te maken.

Het is niet de Vlaamse Gemeenschap die bepaalt wat de gedetineerde nodig heeft in functie van een harmonieuze en volwaardige ontplooiing in de samenleving. Vanzelfsprekend zullen we de gedetineerden informeren, sensibiliseren en een beroep doen op hun verantwoordelijkheid t.a.v. hun reïntegratie in de samenleving. De uiteindelijke beslissing hierover blijft echter bij hen.

[ Naar hoofdinhoud

alle gedetineerden

Met ‘alle gedetineerden’ bedoelen we alle categorieën van gedetineerden en tevens voor elke gedetineerde in onze Vlaamse gevangenissen* een rechtsgelijke toegang tot de hulp- en dienstverlening.

Het betreft hier zowel beklaagden, veroordeelden als geïnterneerden, zowel Vlamingen, vreemdelingen, als anderstaligen.

* de facto levert de Vlaamse Gemeenschap ook diensten aan personen in de gevangenissen van St. Gillis en Vorst (geen gevangenissen op Vlaams grondgebied, maar tweetalige gevangenissen die daardoor onder een ander wetgeving vallen) op grond van een wederzijds akkoord.

[ Naar hoofdinhoud

en hun directe sociale omgeving

Hiermee bedoelen we voornamelijk, de ouders, de kinderen, partner en directe vrienden van de gedetineerde, maar uiteindelijke alle personen wier leven in belangrijke mate beïnvloed is door de situatie waarin de gedetineerde zich bevindt of zich in de toekomst zal bevinden.

Wij vermelden ook expliciet de directe sociale omgeving, omdat we kiezen voor een benadering van de gedetineerden in hun sociale context.

We kiezen eveneens voor het opvangen van de gevolgen voor de directe sociale omgeving, zodat ook zij hun verankering in de samenleving niet verliezen.

In deze expliciete keuze verschillen we van en stellen we ons complementair op t.a.v. Justitie die zich expliciet op de gedetineerde als individu richt.

[ Naar hoofdinhoud

Integrale en kwaliteitsvolle (hulp- en dienstverlening)

Hulp- en dienstverlening:

Alle hulp- en dienstverlening die door de Vlaamse Gemeenschap wordt georganiseerd of verstrekt op de terreinen van welzijn, gezondheid, cultuur, onderwijs, sport, werkgelegenheid, huisvesting*, ….

* er is doelbewust geen volledige opsomming gemaakt van alle hulp- en dienstverlening die de Vlaamse Gemeenschap nu biedt omdat deze lijst enerzijds snel verouderd zou zijn en anderzijds omdat de lijst niet wenst beperkend of exhaustief te zijn.

Integraal en Kwaliteitsvol:

Het gaat om een geïntegreerde, efficiënte en effectieve hulp- en dienstverlening waarbij we dezelfde kwaliteitsstandaarden zullen hanteren als t.a.v. de reguliere hulp- en dienstverlening, en dit op de volgende niveaus :

Op het niveau van de gedetineerden:

  • Het betreft een kwaliteitsvolle hulp- en dienstverlening op maat van de gedetineerde : zij houdt rekening met de vragen, behoeften en mogelijkheden van de gedetineerde en zij stemt de verschillende vormen van hulp- en dienstverlening op mekaar af.
  • De hulp- en dienstverlening houdt rekening met de tijdsdimensie, d.w.z. met (de fase van) het detentieverloop en (de fase van de) persoonlijke ontwikkeling van de gedetineerde. Hierbij streven we continuïteit inzake de hulp- en dienstverlening na zowel in de periode voor, tijdens als na de detentie.
  • Omdat ook de plaats waar we de hulp- en dienstverlening zullen verstrekken een rol speelt, zullen wij er enerzijds naar streven om het aanbod aan te passen aan de plaatselijke mogelijkheden en anderzijds met Justitie te overleggen of de gedetineerde gebruik kan maken van faciliteiten elders door hem te verplaatsen (andere gevangenis of andere modaliteit van de vrijheidsstraf (halve vrijheid,…)).

Op het niveau van de gevangenis:

  • We zullen niet alleen de verschillende vormen van de hulp- en dienstverlening binnen de gevangenissen op mekaar afstemmen maar ook op de populatie in de gevangenis
  • We engageren ons om overal hetzelfde basisaanbod te kunnen bieden. We zullen dit aanvullen met een specifiek aanbod in bepaalde gevangenissen, voor zover dit aanbod effectief beschikbaar is voor zij die er beroep wensen op te doen.

Op het niveau van de Vlaamse Gemeenschap:

Afstemming betekent hier dat alle niveaus betrokken zijn, hun verantwoordelijkheid opnemen en een geïntegreerd aanbod verzorgen. Hiertoe zullen we coördineren en samenwerken op plaatselijk, regionaal en Vlaams niveau. We willen komen tot een zeer toegankelijke hulp- en dienstverlening met de volgende kenmerken:
  • heeft een lage instapdrempel
  • verzekert de continuïteit en dus ook het juiste moment van instap
  • slaat bruggen zowel tijdens de detentieperiode (herstelt link met de wereld buiten) als erna (overbruggen van de stap naar het "gewone" leven)
  • houdt rekening met de beschikbaarheid van de gedetineerden

Deze doelstellingen kunnen we realiseren door een optimale samenwerking tussen Justitie en de Vlaamse Gemeenschap.

[ Naar hoofdinhoud

Harmonisch en volwaardig kunnen ontplooien in de samenleving

Hierin leggen we de nadruk op een wisselwerking tussen het individu en de samenleving. Dit proces verloopt in 2 richtingen. De gedetineerde moet enerzijds de kans krijgen zijn verantwoordelijkheid op te nemen t.a.v. de samenleving, anderzijds creëert de samenleving t.a.v. de gedetineerde dezelfde mogelijkheden als zijn niet opgesloten medeburgers (= ook) tot een harmonische ontplooiing en een volwaardige participatie aan de samenleving.

Het begrip ‘Samenleving’ vullen we veelzijdig in : het omvat zowel de samenleving als sociale entiteit als de individuele medeburgers. Deze samenleving stopt niet aan de muren, maar blijft aanwezig zowel voor, tijdens als na de detentieperiode, en zowel binnen als buiten de gevangenis.

Door deze benadering en door in onze missie en visie de nadruk te leggen op deze continuïteit, engageren we ons tot het opnemen van een belangrijke signaalfunctie naar de Vlaamse samenleving en willen we streven naar een samenleving die dit ideaal ook beoogt.

Harmonisch en volwaardig

Allereerst wil de Vlaamse Gemeenschap ernaar streven dat de gedetineerden evenals alle andere personen in de samenleving zich evenzeer harmonisch en volwaardig kan ontplooien.

In deze verhouding tussen individu en samenleving willen we de zelfwaarde van de gedetineerde verhogen en streven we via een actieve responsabilisering van de gedetineerde naar het aanvaarden van zijn eigen persoonlijkheid en het kunnen omgaan met de eigen levensgeschiedenis.

Hierbij nodigen we de gedetineerden uit om na te denken over zijn gedrag en de effecten ervan op de slachtoffers en de samenleving als geheel. Wij nodigen hem eveneens uit zijn bereidheid om aan zijn eigen gedrag te werken te vergroten.

De gedetineerde en zijn directe sociale omgeving mogen niet gestigmatiseerd worden door de samenleving maar dienen gezien te worden als personen die volwaardig kunnen blijven participeren aan de samenleving.

Ontplooien

Dit alles is een proces, waarbij een traject wordt afgelegd dat niet van nul vertrekt en nooit af zal zijn, waarbij we zullen inspelen op de kwaliteiten en mogelijkheden van alle betrokkenen, zowel gedetineerden, medeburgers als samenleving.

[ Naar hoofdinhoud

Onze engagementen

Voor onze doelgroep : de gedetineerde en zijn directe sociale omgeving

Wij engageren ons om ervoor te zorgen dat wij een hulp- en dienstverleningsaanbod verstrekken zodat :

  1. gedetineerden kunnen reflecteren, communiceren en initiatieven nemen m.b.t. zichzelf, hun plaats in en hun verbondenheid met de sociale omgeving en hun verhouding tot het slachtoffer en de samenleving;
  2. gedetineerden voor zichzelf een zinvol levensproject kunnen invullen en uitvoeren en zo een eigen bijdrage kunnen leveren aan de opbouw van een meer menswaardige samenleving;
  3. wij, in overleg met Justitie, de gedetineerden ondersteunen bij het opstellen, uitvoeren, opvolgen en bijsturen van hun detentie- en reclasseringsplannen zodat zij in staat zijn hun eigen invulling te geven aan hun detentie- en reclasseringsplan;
  4. gedetineerden zo veel als mogelijk hun verbondenheid met hun directe sociale omgeving en de samenleving behouden en zo mogelijk versterken zodat de detentieschade beperkt blijft en de reïntegratie zo vlot mogelijk verloopt;
  5. wij bijdragen tot de kwaliteit van het leven in de gevangenis.

[ Naar hoofdinhoud

Voor onze actor : De Vlaamse Gemeenschap

Wij engageren ons om

  1. een ruim en sterk draagvlak te creëren binnen de Vlaamse Overheid voor de realisatie van de missie/visie;
  2. het nodige decretaal en reglementair kader uit te bouwen voor de uitvoering van het strategisch plan;
  3. de randvoorwaarden te vervullen en middelen en structuren aan te reiken aan de actoren om hen in staat te stellen een gepast aanbod inzake hulp- en dienstverlening aan gedetineerden te bieden;
  4. de samenwerking met Justitie te optimaliseren via geëigende samenwerkingsmodellen en organisatievormen vanuit een gemeenschappelijke visie en complementaire doelstellingen;
  5. de nodige stappen te zetten om het beleid t.a.v. de gedetineerden permanent te evalueren en zo nodig bij te sturen. Daartoe verzamelen we data, meten we effecten en bouwen we een wetenschappelijke begeleiding uit.

[ Naar hoofdinhoud

Voor onze stakeholder : de Gevangenisdirecties en Justitie

Wij engageren ons om

  1. gelijkwaardige inspanningen te leveren ten aanzien van alle categorieën van gedetineerden en alle strafinrichtingen;
  2. een hulp- en dienstverleningsaanbod op maat te verzekeren met als kenmerken :
    1. continuïteit
    2. toegankelijkheid
    3. gelijkmatige spreiding
    4. uniforme kwaliteit;
  3. in te staan voor de uitwerking van een efficiënte en effectieve coördinatie van de eigen hulp- en dienstverlening en deze af te stemmen en uit te werken in samenspraak met Justitie en de Gevangenisdirecties;
  4. samen met Justitie de gedetineerden bijstaan bij het opstellen, uitvoeren, opvolgen en bijsturen van hun detentie- en reclasseringsplannen, zodat de gedetineerden in staat zijn hun een eigen invulling te geven aan detentie- en reclasseringsplannen;
  5. informatie uit te wisselen en feedback te geven conform een uit te werken afsprakenkader.

[ Naar hoofdinhoud

Voor onze stakeholder : de samenleving

Wij engageren ons om

  1. ervoor te zorgen dat ons beleid t.a.v. gedetineerden begrepen en aanvaard wordt door de Vlaamse bevolking;
  2. in ons algemeen beleid en in de uitbouw van de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden rekening te houden met de positie en de rechten van het slachtoffer;
  3. te streven naar een efficiënt, effectief en betaalbaar beleid ter zake;
  4. bij te dragen aan een goede sociale politiek, een geïntegreerd preventiebeleid en een kwaliteitsvol welzijnsbeleid om zo de instroom in de gevangenissen te voorkomen en te beperken;
  5. te streven naar een mentaliteitsverandering die bijdraagt tot een volwaardige deelname van de (ex)gedetineerden aan het maatschappelijk leven.

[ Naar hoofdinhoud

De strategieën

De volgende 5 kernstrategieën zijn gekozen door de stuurgroep:

  1. Uitbouwen van een kwalitatief aanbod
  2. Profileren van het hulp- en dienstverleningsaanbod
  3. Ontwikkelen en implementeren van samenwerkingsmodellen en organisatievormen
  4. Verkrijgen en vergroten van het draagvlak bij de actoren van de Vlaamse Gemeenschap en bij de stakeholders : Gevangenisdirecties, Justitie en samenleving
  5. Ontwikkelen en implementeren van een HRM- en Organisatieontwikkelingsbeleid

[ Naar hoofdinhoud

1. Uitbouwen van een kwalitatief aanbod

Strategie

Uitbouwen van een kwalitatief aanbod zodat alle gedetineerden gelijke kansen krijgen op rehabilitatie en reïntegratie, zij in de mogelijkheid worden gesteld zoveel mogelijk de schade aan de slachtoffers en de samenleving te herstellen en zo weinig mogelijk schade ondervinden als gevolg van de detentie.

De beoogde effecten

  • Zo groot mogelijke rehabilitatie van de gedetineerden
  • Vlottere reïntegratie in de samenleving
  • Zo weinig mogelijk nadelige effecten van de opsluiting
  • Zoveel mogelijk kansen tot herstel van de aan de slachtoffers en samenleving aangerichte schade
  • Zo groot mogelijk welzijn voor de directe sociale omgeving

Beleidsindicatoren

  • Het aantal personen (uitgedrukt in percentage) dat inderdaad vervroegd en of voorwaardelijk vrijkomt op grond van een positieve evaluatie van criteria waaraan de Vlaamse Gemeenschap haar bijdrage nadrukkelijk heeft geleverd
  • Het aantal ex-gedetineerden dat 6 – 12 maanden na de detentie effectief hun eigen inkomen verdient
  • Andere relevante indicatoren zullen worden bepaald (zie operationeel plan)

Hiertoe:

  • Bouwen wij een integraal hulp- en dienstverleningsaanbod uit, dat beantwoordt aan de volgende criteria :
    • Toegankelijk (voor alle categorieën van gedetineerden)
    • Kwaliteitsvol
    • Continu (voor-tijdens-na detentie)
    • Laagdrempelig
    • Op maat van de gedetineerde (behoeftengestuurd) en rekening houdend met de context en de mogelijkheden van de gedetineerde

Volksontwikkeling, bibliotheekvoorziening en culturele manifestaties

  • Realiseren een degelijke lectuur- en informatievoorziening, in aansluiting op de buitenwereld en aangepast aan de gevangenis
  • Zorgen ervoor dat het Vlaamse aanbod inzake culturele manifestaties op een gelijkwaardige manier beschikbaar wordt voor alle gedetineerden
  • Voorzien van voldoende sociaal-culturele werkers voor groepsmatige sociaal-culturele activiteiten in elke gevangenisentiteit en hen voorzien van werkingsmiddelen

Arbeidstoeleiding

Vizo:

  • Zorgt ervoor dat elke gedetineerde, voor zover dit past in een trajectbegeleiding op maat, een beroep kan doen op het Vlaamse aanbod inzake vorming en ondersteuning tot zelfstandig ondernemen.

VDAB

  • Verstrekt aan alle gedetineerden die een beroep doen op haar diensten en die weldra beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt, een aanbod van integrale trajectwerking op maat, geënt op de arbeidsmarkt.
  • Maakt op de terreinen waar zij werkzaam is en op vraag van de gedetineerden die worden toegeleid door de betrokken actoren, zijn dienstverlening van integrale trajectwerking beschikbaar (bepaalde modules binnen de gevangenissen, andere buiten de gevangenissen).
  • Leidt haar eigen personeel op om beter met de doelgroep te kunnen omgaan.

Werkgelegenheid

  • Streeft ernaar om, zoals bij de opleidingsprogramma’s, ook voor de toegang tot de werkgelegenheidsprogramma’s, de detentieperiode gelijk te stellen met een periode van werkloosheid.

Onderwijs

  • Past het aanbod inzake basiseducatie aan aan de behoeften van de gedetineerden.
  • Maakt, voor zover dit past in een trajectbegeleiding op maat, het Vlaamse onderwijsaanbod toegankelijk voor de gedetineerden via een koppeling aan en toeleiding via de centra voor basiseducatie.
  • Realiseert verder het bestaande, voor gedetineerden toegankelijke, reguliere aanbod.
  • Doet via het afstandsonderwijs een algemeen aanbod op het vlak van het hoger onderwijs.

Sport

  • Via de stimulerende en sensibiliserende inzet van BLOSO alle relevante instanties en actoren in Vlaanderen ertoe te bewegen hun verantwoordelijkheid t.a.v. gedetineerden op het vlak van de sportvoorziening op te nemen.

Gezondheidszorg

  • Stimuleert en ondersteunt het overleg met de federale overheid op het vlak van de gezondheidszorg om te komen tot een aan de behoeften van de gedetineerden en geïnterneerden beantwoordend geïntegreerd aanbod.
  • Realiseert op het vlak van de geestelijke gezondheidszorg een op de eerstelijnshulpverlening aansluitend (preventief en curatief)aanbod t.a.v. alle gedetineerden.
  • Streeft naar en werkt mee aan een gecoördineerde preventieve en curatieve aanpak van de drugproblematiek in alle gevangenissen.

Welzijn

JWW

  • Analyseert de probleemsituatie en de capaciteiten van de cliënt analyseren en inventariseert hun oplossings- en handelingsmogelijkheden
  • Helpt en motiveert de cliënt tot het nemen van beslissingen omtrent zijn eigen situatie
  • Werkt een concreet eerstelijnsaanbod van vroeghulp, detentiebegeleiding, reclasseringshulp en rechtshulp uit op maat van de vragen van de hulpvrager, rekening houdend met de juridisch maatschappelijke context waarin deze zich bevindt
  • Maakt maximaal gebruik van de maatschappelijke oplossings- en integratiemechanismen door door te verwijzen en de maatschappelijke basisvoorzieningen en de eerstelijnsvoorzieningen te ontsluiten
  • Zoekt structurele oplossingen voor niet of onvoldoende beantwoorde vragen naar dienst- en hulpverlening (vertaling van individuele noden).
  • Signaleert t.a.v. het algemeen welzijnswerk, de brede maatschappelijke dienstverlening, de overheid en de publieke opinie problemen, knelpunten en realisaties die de optimalisering van deze hulp- en dienstverlening hinderen, respectievelijk vooruit helpen

Kind en Gezin

  • Zal het huidig preventief zorgaanbod aan zwangere gedetineerden en vrouwelijke gedetineerden met jonge kinderen blijven realiseren
  • Daarnaast wil zij binnen zijn opdrachten een aanbod aan gedetineerden wiens vrouw zwanger is of aan mannelijke gedetineerden met jonge kinderen conceptueel uitwerken en daarna realiseren, vanuit het kader van
    opvoedingsondersteuning, rechten van kinderen en preventie van
    kindermishandeling en dit in samenwerking met andere partners binnen de Vlaamse Gemeenschap.

Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een handicap

  • Een gedetineerde die een beroep doet op het VFSIPH en door dit Fonds als gehandicapt persoon erkend wordt, kan bij dit Fonds terecht voor het gehandicaptenaanbod inzake specifieke zorgvormen, tewerkstellingsstimuli en individuele, materiële bijstand, indien dit verzoenbaar is met de detentievoorwaarden

Concreet betekent dit:

Volksontwikkeling, bibliotheekvoorziening en culturele manifestaties

  • Een bibliotheekvoorziening zal worden gerealiseerd in samenwerking met de openbare bibliotheek en gewaarborgd door een inbedding in de regelgeving voor bibliotheken
  • De bibliotheekvoorziening kan worden gebruikt in het kader van vorming en opleiding, zodat de bibliotheek kan fungeren als ‘leercentrum’
  • Wat de culturele manifestaties en het sociaal-cultureel werk betreft, zal bij een eventuele herziening van de criteria er steeds rekening gehouden worden, (de criteria van) het aanbod aanpassen, zodat alle gedetineerden gebruik kunnen maken van het aanbod.
  • Personele en werkingsmiddelen zullen pro rata worden voorzien
  • Er zullen werkingsmiddelen worden voorzien voor de sociaal-culturele werkers zelf

Vizo

  • Zal, voor zover dit past in de behoeften van gedetineerden, gekozen modules inzake beroepskennis of bedrijfsbeheer aanbieden of eventueel aanpassen.
  • Zal haar aanbod aan de gedetineerden bekend maken

VDAB

  • Zal aan alle gedetineerden die een beroep doen op zijn diensten en voor wie effectieve beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt in zicht komt, een integrale trajectwerking op maat aanbieden waarbij een goede aansluting van de dienstverlening tijdens en na de detentie zal worden nagestreefd en waarbij rekening wordt gehouden met de noden op de arbeidsmarkt.
    Deze trajectwerking omvat : basisdienstverlening (registratie als werkzoekende en zoeken naar een passend werkaanbiedingen), trajectbepaling na screening, sollicitatietraining, persoonsgerichte vorming, beroepsopleiding, opleiding op de werkplek en trajectbegeleiding.
  • Zal de te behalen certificaten voor bepaalde opleidingen ook toegankelijk maken voor gedetineerden
  • Zal –op diverse manieren- de gedetineerden informeren over haar aanbod.
  • Zal voor elke gevangenis een medewerker als contactpersoon aanduiden.
  • Is bereid om, op vraag van de gevangenisdirecties, te informeren over haar aanbod, het potentieel van de strafinrichting op de opleidingsmogelijkheden te evalueren, en eventueel –tegen betaling- supervisoren op te leiden.
  • Zal haar eigen personeel opleiden om beter om te gaan met de doelgroep.
  • Zal, op vraag van zijn partners (gevangeniswezen, welzijn, andere dienstverleners), het personeel van deze partners informeren over de VDAB-dienstverlening t.a.v. gedetineerden

Onderwijs

  • Basiseducatie wordt de spil voor de organisatie van het aanbod inzake onderwijs. Opleidingen sociale promotie, met tweedekansonderwijs als specifieke vorm, het Begeleid Individueel Studeren (BIS) enz., zullen via basiseducatie worden toegeleid. Dit betekent niet dat basiseducatie dit aanbod zelf verstrekt, maar zoekt naar externe deskundigheid, dat dan op contractuele basis via basiseducatie kan worden gesubsidieerd. De opdrachten van basiseducatie zullen in de regelgeving worden uitgebreid.
  • Basiseducatie vervult tevens een coördinatiefunctie voor gedetineerden die Individueel Begeleid Leren volgen
  • Bestaande samenwerkingsverbanden waar reguliere vormen van onderwijs worden georganiseerd voor gedetineerden zullen worden gecontinueerd.

Sport

  • Naast ontspanning biedt sport de mogelijkheid voor de gedetineerden om zichzelf te leren kennen en te ontwikkelen. Hiertoe dienen gekwalificeerde sportmonitoren in de gevangenissen te worden aangesteld. BLOSO zal initiatiecursussen blijven organiseren. Vermits BLOSO geen sportmonitoren subsidieert, zal zij voor de verdere reguliere uitbouw de rol van voortrekker, stimulator en coördinator opnemen om relevante instanties –we denken hier in eerste instantie aan de provinciale overheden- hun verantwoordelijkheid terzake te laten opnemen.

Gezondheidszorg

  • In samenwerking met de federale overheid, zal op het terrein van de gezondheidszorg grensoverschrijvend gewerkt worden aan de uitbouw van forensische netwerken. De Vlaamse bevoegdheid inzake planning, kwaliteitscontrole en de subsidiëring van infrastructuur kan hierbij als een hefboom functioneren. Er zal echter ook bij de federale overheid worden aangedrongen gedetineerden toegang te verlenen tot de sociale zekerheid.
  • Engageert zich om voorwaarden te scheppen voor de centra geestelijke gezondheidszorg om ook in de gevangenissen (dus intramuros), aansluitend op de eerstelijnshulpverlening, een (preventief en curatief) aanbod uit te bouwen.
  • Met alle betrokken actoren (welzijn, gezondheidszorg, volksgezondheid, Binnenlandse Zaken (veiligheidscontracten) en Justitie zal een gecoördineerd beleidsconcept inzake de drugproblematiek worden uitgewerkt.

Welzijn

JWW

  • Op het vlak van de hulpverlening zal de omkadering worden uitgebreid zodat deze een werkbare caseload een systematisch aanbod toelaat.
  • Zal activiteiten op het vlak van hulpverlening aan de directe sociale omgeving en op het vlak van rechtshulp zullen verder uitbouwen
  • Samen met de betrokken actoren (herstelconsulenten, slachtofferhulp en evt. andere derden) zullen herstelgerichte activiteiten worden uitgewerkt.

Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een handicap

  • Wie als gedetineerde ingeschreven is bij het VFSIPH kan er terecht voor advies bij studie- en beroepskeuze, beroepsopleidingen, aanpassing arbeidspost of arbeidsgereedschappen, allerlei aanpassingen en hulpmiddelen die de sociale integratie verhogen
  • Zal zich, voor wat zijn doelgroep betreft, inschrijven in de uitbouw van de forensische netwerken die op het vlak van de gezondheidszorg grensoverschrijdend zullen worden uitgewerkt.

Kritische succesfactoren

  • Coördinatie van het aanbod (zie strategie 3)
  • De nodige infrastructuur
  • Medewerking van relevante externe partners
  • Politieke wil bij de relevante en bevoegde politieke instanties en overheden om middelen ter beschikking te stellen
  • Aangepaste regelgeving of specifieke parameters m.b.t. de doelgroep
  • Mogelijke financiële compensaties voor gedetineerden die een opleiding volgen
  • Regime-flexibiliteit : bijvoorbeeld voorziet in mogelijkheden om de gevangenis te verlaten
  • Oog voor diversiteit van de gedetineerden bijvoorbeeld anderstaligen, andere culturele achtergronden, …

Randvoorwaarden

Beschikken over de nodige personele en financiële middelen.

Voor de VDAB komen hier de volgende randvoorwaarden bij :

  • Voor de planning/budgettering van de integrale trajectwerking moet VDAB beschikken over de cijfers van het jaarlijks potentieel aan te begeleiden gedetineerden
  • Een aangepast doorstromingspercentage (plaatsing) in het Beheerscontract van de VDAB met de Vlaamse Regering
  • Effectieve beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt moet in zicht zijn : keuze van het juiste moment van de inschakeling van het VDAB-aanbod is cruciaal (max. 1 jaar voor vrijheid)
  • VDAB heeft de uiteindelijke verantwoordelijkheid in de bepaling van de trajectrijpheid van de gedetineerde

Operationeel plan: Prioritaire projecten 2000 – 2001

  • Bepalen van (alternatieve) beleidsindicatoren voor terugval, samenwerking, herstel, schadebeperking en effecten op naastbestaanden
  • Effectieve uitbreiding hulp- en dienstverlening

[ Naar hoofdinhoud

2. Profileren van het hulp- en dienstverleningsaanbod

Strategie

Profileren van het hulp- en dienstverleningsaanbod zodat de gedetineerden er gebruik van maken. Wij willen dit bereiken door hen te informeren/adviseren en door hen te sensibiliseren/motiveren.

De beoogde effecten

  • Effectieve (volgehouden) deelname van gedetineerden aan de geboden hulp- en dienstverleningsmogelijkheden
  • Dezelfde participatiegraad aan het hulp- en dienstverleningsaanbod als in de samenleving.

Beleidsindicatoren

  • Het percentage deelnemers/gebruikers van het aanbod in verhouding tot het aantal potentiële kandidaten (bij de start en bij het einde)
  • Statische gegevens over de deelname aan hulp- en dienstverlening zowel in de gevangenis en in de samenleving

Hiertoe:

  • Screenen wij hun noden en onderzoeken wij zelf wat hun mogelijke noden zijn
  • Observeren wij de onderliggende noden en vertalen wij deze in een vraag
  • Zorgen wij dat de gedetineerden weten bij wie zij met hun vragen terecht kunnen (zgn. loketfunctie) en helpen wij hen hun vragen en wensen te formuleren
  • Activeren wij hen om zelf iets te doen aan het oplossen/beantwoorden van hun vragen (bijvoorbeeld deelnemen aan een cursus assertiviteit, therapie, …)
  • Induceren wij verwachtingen omtrent hun vragen (welk aanbod, intensiteit, modaliteit, duur, bescherming, …)
  • Organiseren wij onze PR en communicatie op algemeen niveau dwz
    • Ontwikkelen en verspreiden van folders en brochures (al of niet in meerdere talen)
    • Geven van schriftelijke en mondelinge informatie
    • Afficheren van ons aanbod
    • Verzorgen van informatiesessies (eventueel themagebonden)
  • Organiseren wij onze PR en communicatie op maat dwz
    • Voeren van individuele gesprekken
    • Beantwoorden van punctuele vragen
    • Verzorgen van gerichte kleinschalige informatiesessies
  • Informeren, Adviseren, Sensibiliseren en Motiveren wij de gedetineerden tot deelname aan/gebruikmaking van het aanbod (al of niet in het kader van hun detentie- en reclasseringsplannen)
  • Leiden wij hen toe naar het meest gepaste aanbod

Concreet betekent dit dat wij voor iedere gevangenis:

  • Een onthaalbrochure ontwikkelen met basis- en gepersonaliseerde informatie over het aanbod, aangevuld met een activiteitenkalender en ondersteund met meer gespecialiseerde folders en brochures
  • Het aanbod toelichten op informatiesessies aan gedetineerden of tijdens individuele gesprekken
  • Uitgebreid de aalmoezenier, arts, advocaten, gevangenisdirectie, PSD en Herstelconsulenten over het aanbod informeren zodat zij kunnen doorverwijzen
  • Beknopt al het andere gevangenispersoneel (o.a. penitentiaire beambten, …) en de vrijwilligers informeren over het aanbod zodat zij eveneens kunnen doorverwijzen
  • In overleg zal bepalen wie de eerstelijnsinformatiefunctie op zich zal nemen en naar wie systematisch kan worden doorverwezen
  • De integrale eerstelijnsbegeleiding verzorgen

Kritische succesfactor:

Bepalen van de juiste communicatiekanalen en middelen voor zowel de gedetineerden als alle andere actoren (van Vlaamse Gemeenschap en Justitie) in de gevangenis.

Randvoorwaarde:

De eerste lijnszorg beschikt over een brede competentie en een hoog kennisniveau.

Operationeel plan: Prioritaire projecten 2000 – 2001

  • Bepalen van de beste communicatiekanalen en -middelen
  • Ontwikkelen van de onthaalbrochure en de gedetailleerde brochures van alle betrokken actoren voor eind juli 2001
  • Informatieverspreiding aan gedetineerden, aalmoezeniers, artsen, advocaten, gevangenisdirecties, verspreiding aan penitentiaire beambten en vrijwilligers voor eind september 2001 voor de eerste keer en daarna systematisch herhaald

[ Naar hoofdinhoud

3. Ontwikkelen en implementeren van samenwerkingsmodellen en organisatievormen

Strategie

Ontwikkelen en implementeren van samenwerkingsmodellen en organisatievormen om tot een optimale inbedding en integratie van de Vlaamse Gemeenschap in de gevangenissen te komen met het oog op de grootst mogelijke efficiëntie en effectiviteit van een integrale hulp- en dienstverlening. Hierbij streven we ernaar om onze samenwerkingsstructuren zo transparant mogelijk te maken.

De beoogde effecten

Effectieve samenwerking op basis van gelijkwaardigheid op alle niveaus

Beleidsindicatoren

Nieuw samenwerkingsakkoord en de effectieve realisatie ervan

Hiertoe:

  • Bouwen wij het overleg en de samenwerking uit op drie niveaus :
    • Op het beleidsniveau tussen de Vlaamse Gemeenschap en Justitie
    • Op het operationeel niveau met de gevangenissen
    • Op het niveau van de coördinatie tussen de Vlaamse Gemeenschap en haar actoren

Vlaamse Gemeenschap en Justitie

  • Op het beleidsniveau tussen de Vlaamse Gemeenschap en Justitie bouwen we samen, in gelijkwaardig partnership, een visie uit op een modern detentiebeleid, zowel op het niveau van het parlement, de regering als de administratie
  • creëren we op korte termijn een officieel overlegplatform om de samenwerking concreet gestalte te geven;
  • op langere termijn streven we naar een gemeenschappelijk beheer van de gevangenissen via een samenwerkingsakkoord. Dit overleg wordt ondersteund door de beleidscel criminaliteit en samenleving.

Operationeel niveau

  • Met de gevangenissen willen we samenwerken op het vlak van de algemene coördinatie van de hulp- en dienstverlening (beleidsniveau : i.c. planning en programmatie, implementatie van voorliggend Strategisch Plan), op het vlak van de praktische coördinatie van de verschillende vormen van hulp- en dienstverlening en op het vlak van de individuele begeleiding van de gedetineerde.
  • Hiertoe creëren en vervullen we de volgende taken in de gevangenis :
    • De beleidstaak : staat in voor de algemene coördinatie van hulp- en dienstverlening in samenwerking met de gevangenisdirectie
    • De toeleidings- en coördinatietaak : staat in voor de toeleiding van de hulp- en dienstverlening naar de gevangenis en voor de praktische coördinatie
    • De trajectbegeleidingstaak : staat, in afstemming en overleg met de Psychosociale dienst, in voor het casemanagement van de individuele detentie- en reclasseringsplannen van de gedetineerden
    • Noot : de organisatorische inbedding van deze taken zal mede afhankelijk zijn van de samenwerkingsmodellen en organisatievormen die in samenwerking met Justitie zullen worden uitgewerkt
  • De diverse vormen van hulp- en dienstverlening zullen via de toeleidings- en coördinatietaak op gecoördineerd niveau naar de gevangenissen worden toegeleid en via de trajectbegeleidingstaak in het individuele detentietraject worden geïntegreerd.

De Vlaamse Gemeenschap en haar actoren

  • Op het niveau van de Vlaamse Gemeenschap en haar actoren zorgen we voor
    • een goede coördinatie van de hulp- en dienstverlening bij de implementatie van het strategisch plan en de nodige ondersteuning t.a.v. de lokale samenwerking in elke gevangenis
    • een centrale sturing met het oog op een gelijkwaardige uitbouw van de hulp- en dienstverlening in alle gevangenissen
  • Hiervoor creëren we een permanent overlegorgaan, minimaal samengesteld uit de leden van de interdepartementale commissie hulp- en dienstverlening aan gedetineerden, de personen die instaan voor de beleidsfunctie en de personen die instaan voor de toeleidings- en coördinatiefunctie van de hulp- en dienstverlening in de gevangenissen. Dit permanent orgaan wordt ondersteund door de beleidscel criminaliteit en samenleving

Concreet betekent dit:

Vlaamse Gemeenschap en Justitie

Politiek niveau

  • Creëren we tussen de federale en de Vlaamse regering en de bevoegde ministers een permanent bilateraal overleg met het oog op de implementatie van dit strategisch plan
  • Nemen we de nodige initiatieven om het debat ook op parlementair vlak te voeren
  • Creëren we een permanent overleg tussen de administratie van de Vlaamse Gemeenschap en de administratie van het ministerie van Justitie, met het oog op de intensifiëring van de samenwerking op korte termijn en het uitwerken van een gemeenschappelijk beheer van de gevangenissen op langere termijn door het uitwerken van een vernieuwd en breder samenwerkingsakkoord. Dit overleg wordt in de Vlaamse Gemeenschap ondersteund door de beleidscel criminaliteit en samenleving.

Operationeel niveau

  • Zorgen we voor voldoende personele omkadering om op permanente basis de beleidstaak, de toeleidings- en coördinatietaak en de trajectbegeleidingstaak in elke gevangenis in te vullen. Hiertoe :
    • Worden in een eerste fase deze taken toegewezen aan het justitiële welzijnswerk
    • Worden bij het justitiële welzijnswerk deze drie taken structureel onderscheiden (niet gescheiden) van hun hulp- en dienstverleningstaken
    • Wordt, in het licht van het Vlaamse beleid en rekening houdend met de in samenwerking met Justitie uitgewerkte samenwerkingsmodellen en organisatievormen, de positionering van het justitiële welzijnswerk t.a.v. het algemeen welzijnswerk herbekeken en het werkgeverschap t.a.v. deze specifieke functies bepaald

Vlaamse Gemeenschap en haar actoren

  • Zorgen we voor een goede coördinatie van de hulp- en dienstverlening op Vlaams niveau :
    • op horizontaal niveau wordt deze coördinatie en de ondersteuning van de lokale samenwerking uitgewerkt door het permanent Vlaams overlegorgaan, ondersteund door de beleidscel en beleidsmatig gestuurd door de politieke overheid, ondermeer rekening houdend met :
      • de in samenwerking met Justitie uitgewerkte samenwerkingsmodellen en organisatievormen
    • op verticaal niveau wordt gezorgd voor de nodige centrale sturing met het oog op gelijkwaardige uitbouw van de hulp- en dienstverlening in alle gevangenissen, ondermeer rekening houdend met :
      • de in samenwerking met Justitie uitgewerkte samenwerkingsmodellen en organisatievormen
      • de onderlinge verhoudingen tussen enerzijds de overheid en de ondersteuningsstructuur voor het justitiële welzijnswerk en anderzijds deze ondersteuningsstructuur en het lokale justitiële welzijnswerk

Kritische succesfactoren:

  • Het politieke draagvlak, nodig om deze samenwerking te realiseren.
  • Een door Vlaamse Gemeenschap en Justitie gedeelde visie op het detentiebeleid waarin ieders verantwoordelijkheid wordt geëxpliciteerd en met een duidelijk afsprakenkader
  • Een evenwicht tussen de autonomie van de hulp- en dienstverlening en de sturing van de hulp- en dienstverlening vanuit de Vlaamse overheid

Randvoorwaarde:

Beschikken over de nodige personele en financiële middelen.

Operationeel plan: Prioritaire projecten 2000 – 2001

  • Het creëren van de verschillende overlegplatforms en de ondersteuningsstructuur
  • Het verhogen van de personele omkadering van het justitiële welzijnswerk om naast de individuele hulpverlening de beleidstaak, de toeleidings- en coördinatietaak en de trajectbegeleidingstaak structureel uit te bouwen

[ Naar hoofdinhoud

4. Verkrijgen en vergroten van het draagvlak bij de actoren van de Vlaamse Gemeenschap, bij de stakeholder Justitie en bij de samenleving

Strategie

Verkrijgen en vergroten van het draagvlak bij de actoren van de Vlaamse Gemeenschap, bij de stakeholder Justitie en bij de samenleving om vanuit één gedeelde visie alle engagementen en actieplannen van het Strategisch Plan uit te voeren

De beoogde effecten

  • Speciale aandacht en een expliciet beleid voor gedetineerden binnen de doelgroepen van de aangewezen actoren van de Vlaamse Gemeenschap
  • De medewerking van Justitie en Gevangenisdirecties aan de uitvoering van het Strategisch Plan
  • De aanvaarding van het gevoerde beleid door de bevolking
  • Een correctere beeldvorming over de detentieproblematiek

Beleidsindicatoren

  • De realisatiegraad van de engagementen en actieplannen
  • Het aantal keren dat er voor gedetineerden een expliciet beleid gevoerd wordt door actoren in verhouding tot het aantal aangewezen actoren
  • Perceptie intern (i.e. binnen Justitie en Gevangenisdirecties) en extern (i.e. Vlaamse Gemeenschap) van de medewerking van Justitie en Gevangenisdirecties (meting bijvoorbeeld via een enquête)
  • Meting van de publieke opinie via bijvoorbeeld een speciale onderzoeksopdracht

Hiertoe:

Voor de (actoren van de) Vlaamse Gemeenschap:

De Vlaamse Regering:

  • Roepen wij de Vlaamse Regering op om voorliggend strategisch plan grondig te bespreken en vervolgens een beleidsnota te ontwikkelen waarin gestipuleerd wordt dat gedetineerden behoren tot de doelgroep van de hulp- en dienstverlenende actoren van de Vlaamse Gemeenschap voor wie zij een expliciet beleid moeten voeren
  • Streven wij ernaar de expliciete aandacht van de ministers bevoegd voor Welzijn, Gezondheidszorg, Gelijkekansenbeleid, Werkgelegenheid, Onderwijs en Cultuur te verkrijgen voor de gedetineerden

De overige actoren van de Vlaamse Gemeenschap:

  • Overtuigen wij van de noodzaak in te spelen op deze noden en behoeften o.m. door hen te informeren over de inspectierapporten van de Europese Commissie ter Preventie van Foltering
  • Overtuigen wij van de noodzaak dat gedetineerden behoren tot hun doelgroep voor wie zij een expliciet beleid moeten voeren
  • Overtuigen wij om het netwerk van hulp- en dienstverleners zo breed mogelijk te maken
  • Informeren wij over opdrachten, bevoegdheden, normen (Raad van Europa, …)
  • Informeren wij de (lokale) hulp- en dienstverleners over de noden en behoeften van de gedetineerden en over de financiële vergoedingen die hiervoor betaald worden
  • Informeren wij over de detentieproblematiek

Voor Justitie:

De minister en zijn kabinet :

  • Presenteren en lichten wij het opgemaakte Strategisch Plan toe
  • Overtuigen wij dat de Vlaamse Gemeenschap mensen en middelen zal inzetten
  • Overtuigen wij van de meerwaarde van het nieuwe hulp- en dienstverleningsbeleid

Het hoofdbestuur :

  • Overtuigen wij dat de Vlaamse Gemeenschap mensen en middelen wil inzetten
  • Informeren wij over onze gezamenlijk te ontwikkelen afsprakenkader

Het penitentiair personeel :

  • Overtuigen wij van de meerwaarde van deze samenwerking en van het nieuwe hulp- en dienstverleningsbeleid
  • Maken wij bekend met het hulp- en dienstverleningsaanbod van de Vlaamse Gemeenschap

Voor de samenleving:

  • Ontwikkelen wij een communicatiestrategie naar de bevolking toe

Concreet betekent dit dat wij:

Voor de actoren van de Vlaamse Gemeenschap :

  • Informeren en sensibiliseren wij hen over de noden en behoeften van de gedetineerden
  • Maken wij gegevens over gedetineerden verkregen uit Wetenschappelijk Onderzoek bekend
  • Plaatsen wij artikels in het personeelsblad en sturen wij nieuwsflashes uit over successen en effecten
  • Zetten wij informatie op het intranet van de Vlaamse Gemeenschap
  • Lanceren wij regelmatig nieuwe projecten om de aandacht voor de gedetineerden vast te houden
  • Roepen wij de Interdepartementale Commissie regelmatig bijeen om informatie uit te wisselen en van elkaar te leren
  • Organiseren wij congressen en studiedagen over gedetineerden

Voor Justitie: de minister van Justitie en zijn kabinet, het Hoofdbestuur en het penitentiaire personeel:

  • Bekomen wij een consolidatie van het strategisch plan
  • Werken wij samen met hen het hulp- en dienstverleningsaanbod uit
  • Werken wij samen met de penitentiair beambten het hulp- en dienstverleningsaanbod uit op organisatorisch en logistiek niveau

Voor de samenleving:

  • Streven wij naar het verkrijgen van kranten- en tijdschriftartikels over de detentieproblematiek
  • Ontwikkelen wij educatieve reclame op radio en tv en verspreiden wij brochures/folders via postkantoren en bibliotheken over de detentieproblematiek
  • Ontwikkelen i.s.m onderwijs lespakketten over de detentieproblematiek
  • Nodigen wij ex-gedetineerden uit testimonials te geven voor radio/tv/pers/scholen

Kritische succesfactoren

  • Het draagvlak dat Justitie creëert binnen de eigen geledingen*
  • Draagvlak binnen de Federale Overheid (m.n. Tewerkstelling, Sociale Zaken en Volksgezondheid) voor het vervullen van randvoorwaarden

Operationeel plan : prioritaire projecten 2000-2001

  • Vlaamse Regering: de Beleidsnota over de gedetineerden
  • Actoren: voorbereiden van de aanpassing van de regelgeving (expliciet beleid voor gedetineerden)
  • Actieve actoren (leden van de IDC): regelmatige bijeenkomsten en info/ervaringsuitwisseling en verdere planvorming; organiseren van een congres
  • Samenleving: berichtgeving over congres, educatieve info/brochures, …
  • Justitie: moderne visie op gevangeniswezen/sensibiliseren van de minister van Justitie
  • Gevangenisdirecties: sensibiliseren en betrekken van het penitentiair personeel

* mogelijke uitwerking van deze Kritische Succesfactor volgens IDC-leden van Justitie :

Hoofdbestuur van Justitie voor de minister en zijn kabinet :

  • Sensibilisering van de minister en zijn kabinet over voorliggend strategisch plan

Hoofdbestuur van Justitie voor de gevangenissen :

  • Vervullen van de randvoorwaarden : infrastructuur, een personeelskader voor met name voor penitentiaire beambten, …
  • Ontwikkelen van een moderne visie op het detentiebeleid (= complementair aan het strategisch plan van de Vlaamse Gemeenschap)
  • Doorgeven van informatie, creëren van overleg en betrokkenheid
  • Verzekeren van opvolging en bijsturing van de gevangenisdirecties
  • Stimuleren om open te staan voor de organisatiecultuur van de Vlaamse Gemeenschap

Gevangenisdirecties voor het Penitentiair personeel :

  • Modernisering van de opleiding van de penitentiaire beambten
  • Opleiden van penitentiair personeel
  • Ontwikkelen van een moderne visie op het detentiebeleid
  • Doorgeven van informatie, creëren van overleg en betrokkenheid
  • Verzekeren van opvolging en bijsturing van het penitentiair personeel
  • Stimuleren om open te staan voor de organisatiecultuur van de Vlaamse Gemeenschap

[ Naar hoofdinhoud

5. Ontwikkelen en implementeren van een HRM- en organisatieontwikkelingsbeleid

Strategie

Ontwikkelen en implementeren van een HRM- en Organisatieontwikkelingsbeleid om alle interne en externe medewerkers van de Vlaamse Gemeenschap te motiveren, te ontplooien en optimaal efficiënt en effectief in te zetten in hun opdracht voor hulp- en dienstverlening in de Vlaamse gevangenissen.

Beoogde beleidseffecten

  • Stabiele personeelsbezetting
  • Opbouw van expertise
  • Dynamiek en innovatie
  • Stijging van performantie

Beleidsindicatoren

  • Percentage personeelsverloop en ziekteverzuim
  • Schriftelijk uitgewerkte methodologieën, methodieken en werkwijzen/percentage opgenomen vragen in verhouding tot het aantal gestelde vragen
  • Meting van de bedrijfscultuur
  • De uitslagen van het prestatie- en competentiemanagementproces

Hiertoe ontwikkelen we onderstaande activiteiten, telkens voor:

  • de medewerkers van de Vlaamse Gemeenschap werkzaam in de gevangenissen
  • de sturing en coördinatie vanuit de Vlaamse Gemeenschap op verticaal niveau (welzijn)
  • de sturing en coördinatie op horizontaal niveau (actoren) :
  • Vertalen we het strategisch plan in processen, rollen en outputprestaties en –indicatoren (Proces Implementatie Plannen (PIP))
  • Vertalen we de processen naar functies en organisatiestructuren en maken we berekeningen voor het personeelskader (Personeelsplannen (PEP))
  • Organiseren we vorming en opleiding
  • Ontwikkelen en implementeren we Prestatie- en Competentiemanagementprocessen op zowel individueel niveau als organisatieniveau (strategische planning, -opvolging en –evaluatie), waardoor we gaan werken op grond van de principes van de Lerende Organisatie
  • Ontwikkelen we goede arbeidsvoorwaarden en –omstandigheden
  • Ontwikkelen we een retentiepolitiek (behoud van personeel) waarin loopbaan- en carrièreplanning en een aantrekkelijke remuneratiepolitiek een rol vervullen
  • Creëren we een organisatiecultuur waarin er veel Bottom-Up gewerkt wordt door leidinggevenden die medewerkers betrekken via de coachende en participatieve leiderschapsstijl
  • Ontwikkelen we een beleid tav de dienstverlenende actoren om hun activiteiten in te bedden door
    • Een brugfunctie uit te bouwen zodat hun functioneren in de gevangenissen wordt gefaciliteerd (voorbereiden van hun komst zowel tov de gedetineerden zelf als het gevangenispersoneel; gedetineerden blijvend te begeleiden tijdens het volgen van een opleiding/cursus/traject)
    • hen op te leiden en te coachen in het werken in de context van de penitentiaire setting
    • duidelijke opdrachten te geven op grond van raamcontracten/samenwerkingsakkoorden of resultaatverbintenissen
  • verzorgen we een intensieve communicatie met alle actoren, medewerkers en vrijwilligers

Concreet betekent dit :

  • Na de goedgekeurde PIP, organisatievorm en PEP, wijzen we de functies toe aan personen
  • Maken we rolbeschrijvingen met rolprofielen op zodat iedereen weet wat er van hem/haar verwacht wordt en welke competenties hij/zij nodig heeft
  • Krijgen interne medewerkers plannings-, functionerings-, en evalutatiegesprekken met hun leidinggevenden om hun effectiviteit te verhogen en hun persoonlijke groei te stimuleren
  • Creëren we zo optimaal mogelijke werkomstandigheden
  • Maken we het werken in de gevangenis aantrekkelijk via een uitgewerkt retentiebeleid
  • Leiden we leidinggevenden op in de coachende en participatieve leiderschapsstijl
  • Zorgen wij dat dienstverlenende actoren werken aan de hand van duidelijke (raam)afspraken en een optimale toeleiding
  • Informeren wij interne en externe medewerkers op systematische wijze

Kritische succesfactoren

  • Infrastructuur en arbeidsomstandigheden
  • Evenwicht tussen centrale en decentrale aansturing
  • Communicatie en coördinatie HRM-beleid/VG en HRM-beleid/Justitie
  • Organisatievorm is bepaald

Operationeel plan : Prioritaire Projecten 2000-2001

  • PIP voor de Vlaamse Gemeenschap voor de sturing en coördinatie van het verticale niveau
  • PIP voor de Vlaamse Gemeenschap voor de sturing en coördinatie van de medewerkers in de gevangenissen
  • Bepalen van de organisatievorm en PEP
  • Afstemming met Justitie
  • Rolbeschrijvingen en rolprofielen van de interne medewerkers

[ Naar hoofdinhoud

Bijlage 1: Profiel van de gedetineerde

  1. Leeftijd :
    1. 18 – 35 jaar
    2. 30% is onder de 30 jaar
    3. 70% is onder de 35 jaar
  2. De leeftijd van sexueel delinquenten ligt hoger : 40 – 50 jaar (In 1999 481 personen)
  3. 95% is man
  4. 5% is vrouw
  5. In 1999 waren er : 3.800 gedetineerden waarvan 162 vrouw
  6. 10% van de gevangenispopulatie is geïnterneerd
  7. Er zijn veel gedetineerden uit kansarme milieus :
    1. onderste laag uit de bevolking,
    2. merendeels niet werkend (50 % van de gedetineerden heeft geen beroepservaring),
    3. lage onderwijsopleiding (tot zelfs geen)
  8. 50% van de gedetineerden komt uit de Bijzondere Jeugdzorg
  9. meer dan 60% zit tussen de 13 tot 72 maanden (= 1 tot 6 jaar)
  10. Veel gedetineerden zijn allochtoon of anderstalig (vele talen en nationaliteiten)
  11. Jaarlijks komen er tussen de 3 en 400 langgestraften (veroordeeld tot (meer dan) 3 jaar) vrij
  12. Voorwaarden voor Voorwaardelijke invrijheidstelling :
    1. Woonst
    2. Zinvolle vrije tijds besteding
    3. Werk
    4. Begeleiding op psychisch, sociaal en financieel vlak
    5. Politiële verboden
  13. Ervaringsgegevens
    1. Behoefte aan begeleiding van de gedetineerde bij deelname aan hulp- en/of dienstverleningsactiviteiten (hij moet gestimuleerd en ondersteund worden)
    2. Er is sprake van onderaanbod : bij aangeboden activiteiten gaat 2/3 van de aanmelding naar een wachtlijst
    3. Met meer aanbod en een betere begeleiding zal de vraag naar hulp –n dienstverlening eerder toenamen dan afnemen
    4. De richtlijnen van Europa geven duidelijk aan dat een gedetineerde niet 24 uur op cel mag zitten, terwijl dit in Vlaanderen wel gebeurt
    5. Er is een grote behoefte aan maatwerk
  14. Er is een grote behoefte om in het onderwijs aan gedetineerden arbeidsgeoriënteerd te werken in dienstverlening dwz
    1. Kortlopend
    2. Diplomagericht
    3. Liefst gericht op knelpuntberoepen (zodat tewerkstellingskansen groot zijn)
    4. Niet theoretisch, eerder praktisch gericht

[ Naar hoofdinhoud

Bijlage 2 : enkele kwantitatieve gegevens

De gemiddelde dagpopulatie bedroeg in 1998 8.326 mannen en 381 vrouwen (= 4%). Totaal 8.707 in heel België. Waaronder 481 geïnterneerden.

De cijfers laten zien dat vanaf 1991 het aantal personen in hechtenis oploopt van O.59% tot 0.85% van de totale bevolking in België.

Ook het aantal geïnterneerden loopt van 280 personen in 1993 naar 481 in 1998. (post Dutroux en nieuwe wetgeving op sexueel delinquenten)

1999 verblijft in totaal 3.800 personen in de Vlaamse gevangenissen ; 3.638 mannen en 162 vrouwen en 5 kindjes. Hoeveel kindjes de gedetineerden achterlaten is onduidelijk. Grof geschat komt men op 20.000 voor heel België.

Er zijn 16 gevangenissen in het Vlaams Gewest en 2 in het Brussels Gewest.

[ Naar hoofdinhoud

Bijlage 3 : Omgevingsanalyse

Wie is onze doelgroep, wie zijn de actoren en wie zijn de stakeholders? Wat zijn hun verwachtingen van de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden?

De doelgroep: De gedetineerden en hun directe sociale omgeving

Primaire verwachting:

  • Zo snel mogelijk buiten
  • Hoe terug plaats opnemen in de samenleving:
    • werk
    • inkomen
    • huisvesting
  • De begeleiding wordt afgestemd op de lengte van de detentieperiode en met mogelijke evoluties in behoeften
  • Er is bijstand bij de opmaak van het detentieplan : de invulling van de detentieperiode

Bijkomende verwachtingen

  • Antwoord op heel verschillende vragen : als bijvoorbeeld
    • Hoe neem ik verder verantwoordelijkheid als vader/partner ?
    • Hoe ga ik om met de situatie in de gevangenis (overlevingsstrategie)
    • medegevangenen
    • bewaarders
    • directie
  • Link naar buitenwereld bewaren
  • Verzekeren van privacy / veiligheidsgevoel / bescherming
  • Respect krijgen / aangesproken worden op verantwoordelijkheden
  • Kunnen krijgen van bezoek – telefoon – ongestoord bezoek
  • Verzekeren van hygiëne
  • Regime zo leefbaar mogelijk maken
  • Ook binnen gevangenis grote mate aan vrijheid realiseren
  • Mensen op wie ze kunnen bouwen
  • Herstel in vertrouwen met "hulpverlenings" contacten
  • Kans om ergens zelf uit te geraken
  • Begeleiding krijgen bij niet – expliciete vragen/ zaken waarvoor zij geen taal hebben / het worstelen met gevoelens
  • Begeleiding – zorg
  • Ontspanning – sport – boeken
  • Werk en bezigheden overdag
  • Heel breed pakket aan vorming, opleiding, arbeidstoeleiding? kansen buiten
  • Goede dokter / medische verzorging
  • Rechtshulp – rechten, niet enkel gunsten
  • Met hun eigen feiten in het reine komen (herstel?)
  • Hulp bij uitvulling reclasseringplan
  • Perspectief op omgaan met schulden
  • Informatie en duidelijkheid over detentieverloop
  • Ondersteuning bij onzekerheden: alles dreigt in te storten

[ Naar hoofdinhoud

De actoren: Vlaamse Gemeenschap

Hieronder verstaan we niet alleen de hulpverleners, maar ook de dienstverleners van de Vlaamse Gemeenschap.

Primaire verwachting

Kunnen bieden van een aangepast aanbod tijdens alle fasen van de gehele detentieperiode ; niet alleen tijdens de detentieperiode maar ook tijdens de overgangsperiode van een leven binnen de gevangenis naar een leven buiten de gevangenis.

Inhoudelijke verwachtingen

Algemeen

De gedetineerde bereiken:

  • als burger,
  • via een bijdrage tot zijn algemeen welzijn,
  • door de beperking van de detentieschade.

Specifiek

De gedetineerde bereiken als:

  • partner van iemand die achterblijft,
  • mens met een geestelijke gezondheidsprobleem,
  • vader / moeder,

Praktische verwachtingen

  • binnen kunnen / openheid
  • gecoördineerd aanbod
  • ondersteuning door persoon ter plaatse
  • voldoende middelen
  • eigen beleid : duidelijk en in aansluiting op de noden van gedetineerden
  • binnen eigen structuur, met ondersteuning voor de medewerkers
  • evaluatie volgens eigen maatstaven
  • respecteren van privacy
  • is een aanvaarde/noodzakelijke praktijk, liever nog een toegejuichte praktijk
  • communicatie door hogere en lagere Directies over
    • Rol
    • Missie
    • Doel
    • Kwaliteit
  • info / bijscholing personeel (professionalisering van met name diegenen die niet vertrouwd zijn met de wereld van de gevangenis)
  • creatie van Informatie–instrumenten Vlaamse dienstverleners over wat ze te bieden hebben aan
    • gevangenis
    • gedetineerden
  • bewaken van de toegankelijkheid van de dienstverlening: iedere opgeslotene heeft een contactpersoon
  • dienstverlening = mogelijk (afstemming) van strafuitvoering én de
    dienstverlening ; bewaking van de noodzakelijke flexibiliteit
  • hulp- en dienstverlening is haalbaar + gewenst in eigen context + beleid
  • maken van een evaluatie van het welslagen van de hulpverlening (de zgn. effectmeting) en verzamelen van kwantitatieve gegevens daarbij balancerend tussen geheimhoudingsplicht/privacy en nood aan feedback en terugkoppeling
  • hulpverlening en dienstverlening in de gevangenissen door de Vlaamse Gemeenschap is een aanvaarde praktijk binnen Justitie en voor de gevangenisdirecties

[ Naar hoofdinhoud

Stakeholders

Justitie (Hoofdbestuur)

  • behoud van autonomie
  • gediversifieerd aanbod + initiatief
  • continuïteit
  • duidelijkheid
  • inspanning (aan-) in / van gevangenen.
  • eindverantwoordelijkheid voor vorm en inhoud van het volledige hulp- en dienstverleningsaanbod

Vakbond

  • zo weinig mogelijk bewegingen en activiteiten (door weerstand tegen aanwezigheid van de Vlaamse Gemeenschap)
  • indien toch : vragen om bijkomend personeel
  • primeren van veiligheid in de gevangenis

Wetenschap

  • participeren aan onderzoeken
  • criminologie ?
  • beschermen van de zuiverheid (terugdringen van justitiële invloeden)
  • uitvoeren van experimenten
  • justitie terugdringen
  • invloed op het gevoerde beleid, wet- en regelgeving

Gevangenisdirecties

Verwachtingen uit hoofde van hun functie

  1. De gevangenisdirecteur is eindverantwoordelijke en manager van "complexe processen" en heeft als hoofdbekommernis het bewaken van de sociale vrede (door de dubbele perceptie van inbreng van Vlaamse Gemeenschap: enerzijds dat elke activiteit het uitvoeren van bewegingen betekent en dus een vergroting van het risico op onveiligheid en anderzijds dar elke activiteit ook ontspanning, zinvolle detentie betekent en wat op haar beurt weer leidt tot een hogere veiligheid)
  2. De gevangenisdirecties verwachten bij deze dualiteit (strafuitvoering - hulpverlening met oog op REÏNTEGRATIE) hulp van Maatschappelijk Werkers + Psychologen (PSD), die volgens de wet: diagnose / testen, adviesverlening verzekeren en verwacht eveneens hulp volgens professionele normen van de Vlaamse Gemeenschap : hulpverlening
  3. De gevangenisdirecties verwachten (op grond van het Samenwerkingsakkoord) van de Vlaamse Gemeenschap en de PSD: continuïteit en een structurele inbedding van hun activiteiten in de gevangenis

Verwachtingen t.a.v. een centraal aanspreekpunt

  1. Ingevuld door JWW? (dat hiervoor een mandaat krijgt)
  2. Niet alleen voor "welzijn" (ook voor "cultuur") èn ook voor de dienstverlening van bijvoorbeeld VDAB en BLOSO

Verwachtingen t.a.v werkingsmiddelen

In plaats van alles te moeten financieren door verkoop van cola, verhuren tv’s : de Vlaamse Gemeenschap brengt zelf haar middelen mee

Verwachtingen t.a.v personeelsbeleid

  1. Het beleid van de gevangenis is afgestemd op de Vlaamse Gemeenschap en vice versa
  2. vereist welzijnsgerichtheid
  3. kent een grotere inbreng van de Vlaamse Gemeenschap

Verwachtingen op termijn

"Regionalisering van de strafuitvoering" (cf. voorstel gevangenisdirecteurs Vlaams Brabant) zodat er een eenheid in doelstelling bestaat tussen welzijnsgerichtheid en de vereisten die dat stelt aan de strafuitvoeringsbeperkingen en -mogelijkheden.

De Vlaamse Overheid, de samenleving en het middenveld

Zij verwachten een "SUCCESVOLLE REÏNTEGRATIE VAN GEDETINEERDEN IN DE SAMENLEVING".

Daartoe verwachten zij:

  1. zo "juist"of "passend" mogelijke hulp – en dienstverlening tegen een zo laag mogelijke prijs (efficiënt / effectief)
  2. goede afspraken met federale overheid, inz. Justitie – Ruimte om te handelen en initiatief te nemen
  3. garanties dat bij reïntegratie de veiligheid van de samenleving gewaarborgd blijft
  4. betrokkenheid bij "beleid" van gevangenissen

[ Naar hoofdinhoud

Bijlage 4 : SWOT-analysis

Introductie

Algemeen Welzijn heeft Focus Consulting benaderd om samen met de stuurgroep van de Interdepartementale Commissie een strategisch plan uit te werken voor een betere hulp- en dienstverlening aan gedetineerden.

Deze opdracht vloeit voort uit het besluit dat de Vlaamse regering op 8 juni 1999 heeft genomen om:

  • de Vlaamse minister, bevoegd voor bijstand aan personen, te gelasten
  • een voorstel van Strategisch Plan voor een geïntegreerde aanpak van de hulpverlening aan gedetineerden voor te leggen aan de Vlaamse regering;
  • de Interdepartementale Commissie "Hulp- en dienstverlening aan gedetineerden" op te dragen het voorstel van Strategisch Plan uit te werken en voor te leggen aan de Vlaamse minister, bevoegd voor bijstand aan personen;
  • de minister-president van de Vlaamse regering te gelasten, in het kader van de dialoog met de commissie "Basiswet gevangeniswezen en tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen’, de federale minister van Justitie van deze beslissing in kennis te stellen.

Ter voorbereiding van dit strategisch plan zijn een 20-tal interviews gevoerd met alle leden van de stuurgroep alsook enkele andere direct betrokkenen. (zie bijlage 1)

Deze interviews moeten ons een duidelijk beeld geven van de verschillende meningen en van de elementen die verder uitgewerkt moeten worden in de strategische workshops waar het strategisch plan effectief verder ontwikkeld zal worden.

Tijdens de interviews is een SWOT-analysis gemaakt i.e. een sterkte/zwakte, kansen en bedreigingen-analyse voor de huidige hulp- en dienstverlening aan gedetineerden gekoppeld aan vragen over visies op de toekomst en strategieën om van deze hulp- en dienstverlening een succes te maken. Ook is gepeild naar belangrijke kritische succesfactoren en knelpunten voor de uitbouw van deze hulp- en dienstverlening.

In dit rapport kunt u lezen welke antwoorden op hoofdinhoudstaande gespreksonderwerpen zijn gegeven. We behandelen de volgende rubrieken:

  1. een algemene beschouwing : belangrijke conclusies en aanbevelingen
  2. de balans over de huidige hulp- en dienstverlening aan gedetineerden (sterkten/zwakten)
  3. de kansen en bedreigingen voor de optimalisatie van de hulp- en dienstverlening
  4. Een beeld van de optimale hulp- en dienstverlening aan gedetineerden (wanneer leveren alle actoren samen een topprestatie voor de gedetineerden ?)
  5. de strategieën (de manier waarop alle actoren samen deze optimale en succesvolle topprestatie zullen bereiken)
  6. de kritische succesfactoren

[ Naar hoofdinhoud

Algemene beschouwing

Er is al veel gezegd en besproken in de eerste en tweede Interdepartementale Commissie over de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden vanuit de Vlaamse Gemeenschap en de noodzaak om de strafuitvoering te moderniseren en te optimaliseren. Knelpunten en passende en adequate aanbevelingen zijn telkens gedaan. Deze hebben tot positieve resultaten geleid : er is een Steunpunt Algemeen Welzijnswerk opgericht om zich specifiek bezig te houden met de problematiek van de gedetineerden, er zijn inmiddels welzijnsteams in de gevangenissen die vanuit een welzijnsakkoord werken, er zijn initiatieven van de VDAB ontwikkeld gesubsidieerd door het Europees Sociaal Fonds. Recent is de beslissing genomen om 12 Justitiële Welzijnswerkers meer aan te nemen en komt er een beleidscel Criminaliteit en Samenleving in de Vlaamse Administratie.

Kortom bij ieder initiatief komen een aantal resultaten uit de bus. Nog lang niet genoeg maar de positieve tendens is zichtbaar. Ook de bereidheid van de niet-Welzijnsactoren, Justitie en de Gevangenisdirecties en hun penitentiaire beambten neemt toe om bij te dragen aan de invulling van een modern detentiebeleid neemt toe. De tijd lijkt rijp om hierover een dynamische en constructieve dialoog te voeren.

Nu is er een derde initiatief voor een brede uitbouw van de activiteiten van de Vlaamse Gemeenschap in de gevangenissen. Als voorbereiding op dit initiatief werden interviews gehouden. Deze eerste informatieverzameling leidde tot de volgende conclusies.

Conclusies

  • Gedetineerden zijn niet voor alle actoren die niet uit Justitie of Welzijn komen de primaire doelgroep. Dit heeft zeer belangrijke gevolgen voor hun bereidheid om te investeren in de doelgroep van gedetineerden: de niet welzijns-actoren willen inspanningen leveren als daar bijkomende budgetten voor worden vrijgemaakt. Voorlopig hypothekeert deze situatie in hoge mate de activiteiten die de Vlaamse Gemeenschap ontplooit binnen de gevangenissen
  • Zelfs al worden gedetineerden wel beschouwd als een doelgroep (zoals binnen Welzijn) dan nog worden de financiële consequenties ervan slechts in beperkte mate gedragen
  • Dit leidt ertoe dat Justitie en dan met name de vooruitstrevende gevangenisdirecties op hun honger blijven zitten als het gaat om een zinvolle invulling van de detentieperiode en de voorbereiding op de terugkeer naar de samenleving
  • De niet-welzijnsactoren overwegen om hun diensten aan te bieden aan de gevangenissen via de bestaande lokale structuren en kanalen in cultuur, onderwijs, sport, … Of definitief voor deze weg wordt gekozen, hangt af van het strategisch plan, de berekeningen van het kostenplaatje ervan en de wettelijke mogelijkheden en regels. Mogelijk wordt voor een andere optie gekozen : bijvoorbeeld het uitbouwen van speciale voorzieningen voor de gedetineerden
  • De actoren van de Vlaamse Gemeenschap ervaren beperkingen vanuit Justitie door
  • de strakke regimevoering en de wettelijke mogelijkheden hier soepel mee om te kunnen gaan (waardoor heel wat faciliteiten die aangeboden kunnen worden snel afvallen)
  • de lage bereidheid en openheid van sommige gevangenisdirecties om de aangeboden dienst- en hulpverlening toe te staan
  • de beperkte bereidheid en openheid van sommige minder vooruitstrevende penitentiair beambten om mee te werken aan alle aangeboden initiatieven door hiertoe niet alleen noodzakelijke bewegingen uit te voeren maar evenzeer ook om gedetineerden te stimuleren hieraan deel te nemen
  • Er is nog te weinig sprake van partnership en te veel van polarisatie en oppositie tussen de Justitiële Welzijnswerkers en de Psycho-Sociale dienst (PSD). Er is wel een welzijnsakkoord maar dat is vanuit de hoogste rangen te weinig gecommuniceerd naar alle betrokkenen en onvoldoende ingebed geraakt in enerzijds een visie op het gevangeniswezen (bij de gevangenisdirecties) en in de organisatiestructuur van de gevangenis anderzijds . Hierdoor werd het topniveau te weinig betrokken en werd te weinig sturing gegeven. Het samenwerkingsakkoord van ’94 is dan ook te weinig zichtbaar geworden in de structuren
  • De richtlijnen van de Raad van Europa zijn onvoldoende geïmplementeerd in de gevangenissen
  • Vele initiatieven en plannen zijn bijzonder goed onthaald maar raken moeizaam gestructureerd en ingebed door de beperkte financiële middelen of door het niet op structurele basis vrij krijgen van middelen
  • Een aantal knelpunten worden jaar na jaar gesignaleerd en raken toch niet opgelost; bijvoorbeeld de problematiek van de geïnterneerden, de beperkingen van de huidige regelgevingen (van zowel Justitie als niet Welzijnsactoren)
  • Gedetineerden hebben niet allemaal hetzelfde profiel en dezelfde behoeften. (Er loopt hiervoor een ander onderzoek dat begin volgend jaar gefinaliseerd zal zijn). Behoeften en noden zijn onvoldoende bekend.
  • Het inclusief beleid zoals de Vlaamse Gemeenschap dat wenst te voeren is nog niet ingebakken in de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden
  • Er is een verschil in mentaliteit tussen de gevangenisdirecties

[ Naar hoofdinhoud

Aanbevelingen

  • Een aantal kerngedachten (de herstelgedachte, de schadebeperking voor en de responsabilisering van de gedetineerde alsook de sociale rehabilitatie en de sociale reïntegratie) niet langer ter discussie laten stellen, maar deze geformuleerde uitgangspunten (in de richtlijnen van de Raad van Europa en de basisprincipes in de werktekst van de Beginselen wet) benutten als hefboom voor een snellere vooruitgang, zodat we kunnen denken in termen van overeenkomsten ipv tegenstellingen
  • Uitbouwen van een partnership : ontwikkelen van een gemeenschappelijke visie tussen Justitie en de Vlaamse Gemeenschap. En vervolgens het bestaande samenwerkingsakkoord tussen Justitie en Welzijn verfijnen en de rollen van éénieder verder uitklaren en expliciteren.
  • Tijdens de opmaak van het strategisch plan oplossingsgericht in plaats van probleemgericht denken : dwz knelpunten omzetten in oplossingen, meer vooruit kijken dan achterom, aanbevelingen uit het verleden vertalen in een globaal commitment en een aantal actieplannen
  • Doorgroeien naar een modern gevangenisbeleid om het strategisch plan in alle gevangenissen optimaal te implementeren : sensibiliseren van gevangenisdirecties en penitentiaire beambten is hiertoe onontbeerlijk. Deze visie moet ook vertaald worden in de interne gevangenisstructuur en -processen
  • Bewaken van de spanningsboog tussen de strafuitvoering (sanctie, veiligheid en bescherming van de maatschappij, detentietraject) en de voorbereiding op de sociale reïntegratie (socio-culturele, sportieve, onderwijskundige, … activiteiten en reclasseringsplannen) zonder dat het ten koste van één van beide gaat.

[ Naar hoofdinhoud

De stuurgroep

Hoe ervaart u uw deelname aan de stuurgroep ?

Goed

Minder goed

De samenstelling

De stuurgroep is heterogeen samengesteld en alle mogelijke actoren zijn betrokken. Met name de deelname van Justitie en enkele gevangenisdirecties wordt ervaren als zeer positief, zelfs als een doorbraak

Het netwerk

De personen die hebben deelgenomen aan de Interdepartementale Commissies zijn positief over hun ervaring ermee en vinden dat het een goede basis biedt voor verdere netwerking

De betrokkenheid

De stuurgroepleden zijn persoonlijk allen zeer betrokken bij de problematiek van gedetineerden en zijn ten volle bereid hun inzet te leveren voor een meer optimale hulp- en dienstverlening aan gedetineerden

De voorbereiding op het interview

Alle geïnterviewden hebben het interview goed voorbereid, meerdere personen hebben het schriftelijk uitgewerkt en intern afgestemd en aangevuld

Deskundigheid

Bij de leden die niet uit Welzijn of Justitie komen leeft de vraag welke inbreng zij kunnen hebben aangezien zij niet deskundig zijn in de problematiek van gedetineerden

Tijdinvestering

Het aantal geplande sessies is behoorlijk hoewel iedereen beseft dat een goed uitgewerkt strategisch plan tijd vergt

Implementatie

De stuurgroepleden zijn bezorgd over de implementatiemogelijkheden van het strategisch plan gezien de bijkomende middelen die hiervoor noodzakelijk zijn

[ Naar hoofdinhoud

Sterktes en zwaktes van de huidige hulp- en dienstverlening aan gedetineerden

De Vlaamse Overheid

De dienstverlenende actoren van de Vlaamse Gemeenschap

VFSIPH (Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap)

Vlaams Fonds heeft een structuur uitgewerkt om personen met een mentale handicap zo veel mogelijk in de samenleving en het gezin te kunnen laten functioneren

Een ex-gedetineerde kan terugvallen op alle faciliteiten die het Vlaams Fonds biedt (nadat hij uit detentie komt)

 

VFSIPH

Gebrek aan regels mbt de wijze waarop met mentaal gehandicapten moeten benaderd worden

Eenmaal geïnterneerd verliest de gedetineerde zijn rechten als mens en is de kans op sociale reïntegratie vrijwel onherroepelijk verkeken

Vlaanderen beschikt niet over een uitgebouwde infrastructuur om deze personen adequaat op te vangen en er is evenzeer gebrek aan tussenvormen

Vlaanderen heeft geen goede diagnose-instrumenten noch multidisciplinaire diagnostische teams om de situatie klaar en duidelijk in te zien

Gebrek aan kennis in de gevangenissen over de mogelijkheden van de faciliteiten van het Vlaams Fonds (met name ook voor andere handicaps) en de regimebeperkingen maken dat gedetineerden vrijwel niet genieten van de Vlaams-Fondsvoorzieningen tijdens hun detentie

De Vlaams-Fondsfaciliteiten/hulpverlening zijn voor gedetineerden vrijwel onbereikbaar doordat zij ervoor buiten de gevangenis moeten gaan (hetgeen vrijwel niet gaat gezien de beperkingen voortvloeiend uit de strafuitvoering). Denk bijvoorbeeld aan de arbeidsoriëntatie en arbeidstrajectbegeleiding voor Doven.

Huidige Vlaams-Fondsfaciliteiten hebben de weg naar de gevangenis nog niet gevonden

De gedetineerden met een mentale gehandicap zijn een ongewenste doelgroep zowel in de gevangenis als in de Vlaams Fonds voorzieningen

De doelgroep mentaal gehandicapten met gedragsproblemen en psychische beperkingen zijn met de reconversie van 1970 in de psychiatrische zorg officieel niet langer de doelgroep van VFSIPH maar zijn sindsdien een aparte doelgroep geworden.

De Afdeling Individu Gerichte Prestaties van VFSIPH richt zich momenteel te weinig op (ex)gedetineerden

Gezondheidszorg

Er is een verzoek voor een nieuwe wetgeving voor geïnterneerden gedaan

Er zijn 2 psychiatrische instellingen die geïnterneerden in de lokale gevangenis verzorgen (dit is echter in Wallonië)

Er is bereidheid om geïnterneerden met low en medium risk op te nemen in de psychiatrische instellingen, mits middelen en infrastructuur (de op te richten Forensische Psychiatrische Eenheden)

Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG’s) gaan inmiddels ambulante activiteiten ter behandeling van gedetineerden opnemen

Zij verzorgen ook activiteiten voor geïnterneerden hoewel het niet de bedoeling is dat zij die gaan behandelen

Met de ondertekening van het samenwerkingsakkoord tussen Justitie en Gezondheidszorg mbt de seksueel delinquenten werd een precedent geschapen

Gezondheidszorg

Geïnterneerden krijgen in de gevangenis (Sociaal Verweer) geen behandeling

Er is een mogelijkheid om via de Commissie ter Bescherming van de Maatschappij van de gevangenis naar een psychiatrische instelling te komen, maar er zijn lange wachtlijsten voor deze instellingen en de psychiatrische instellingen selecteren zeer streng

Er is een ping pong spel over het vrijmaken van de middelen bij de opname van geïnterneerden in psychiatrische instellingen. Gedetineerden zijn immers niet meer verzekerd zodra zij veroordeeld zijn. Justitie wil betalen voor strafuitvoering maar niet voor behandeling en de psychiatrische instellingen willen betalen voor behandeling maar niet voor strafuitvoering .

Geïnterneerden zijn voor niemand een prioriteit

Er leeft nog een hele drugsproblematiek bij gedetineerden die onopgelost blijft. Als het probleem van de geïnterneerden opgelost raakt, rest er nog een onopgeloste drugsproblematiek

Volwassenonderwijs

Bereidheid om onderwijs in de gevangenissen onder de loep te nemen als er middelen worden vrijgemaakt

Mogelijkheid om afstandsleren uit te bouwen

Basiseducatie is mogelijk en opportuun (veel gedetineerden kunnen niet lezen of schrijven)

De gedetineerden zijn vrijgesteld van inschrijvingsgeld voor basiseducatie of afstandsleren

Volwassenonderwijs

Onduidelijke visie : moeten er een speciale gevangenisscholen worden uitgebouwd of moet vanuit de lokale onderwijsmogelijkheden geput worden om onderwijs in de gevangenis te brengen ?

Schrik dat andere speciale doelgroepen een soortgelijke dienstverlening gaan verwachten als gedetineerden blijken hier recht op te hebben (en ook krijgen)

Veel vragen over de mogelijkheden van de gevangenissen zelf : moeten sommige gevangenissen zich gaan specialiseren/profileren in een bepaald onderwijstype

Het omkaderingscoëfficiënt beperkt ernstig de mogelijkheden van onderwijs in de gevangenissen (te beperkt aantal deelnemers) en dient herzien te worden

De gevangenisdirecties hebben nog geen eenheid in visie of gedetineerden al dan niet recht hebben op onderwijs

Onduidelijkheid over onderwijsbehoeften van de gedetineerden met als risico aanbod- eerder dan vraaggestuurd te gaan werken

Onzekerheid over de bereidheid van lokale scholen om samen te werken met de gevangenis en de bereidheid van personen om er les te geven

Er is een taalproblematiek: Nederlandstalige gedetineerden opgenomen in Waalse gevangenissen kunnen niet bereikt worden en vice versa (veel anderstaligen zitten in de Vlaamse gevangenissen en zijn waarschijnlijk minder geholpen met basi educatie)

Noot : bij migranten speelt dit probleem minder

Cultuur : Bibliotheek en culturele centra

Al sinds zeer geruime tijd biedt deze administratie culturele activiteiten ook aan gevangenissen aan (hoewel zij gedetineerden niet onderscheiden als een aparte doelgroep). Dit komt doordat Cultuur als algemene doelstelling heeft de spreiding en toegankelijkheid voor iedereen

Er is een subsidie van BEF 5 miljoen om sociale-culturele werking in de gevangenis te bevorderen

Het bibliotheek project in Brugge is zeer geslaagd. Het ligt in de bedoeling om een legitiem kader te creëren in de regelgeving om lectuurvoorziening op een structurele manier te regelen (Dit project had tot doel een toegankelijke bibliotheek te voorzien). Het is steeds de bedoeling de bibliotheekvoorziening in de gevangenis te ankeren aan de plaatselijke openbare bibliotheek van de gemeente waarin zich de gevangenis situeert. Er is zicht op de behoefte aan een bibliotheekvoorzieningen in de gevangenissen dankzij een onderzoek dat werd gedaan bij de aanvang van het bibliotheekproject in Brugge.

Duidelijke optie : Benutten van bestaande, reguliere faciliteiten en voorzieningen voor gedetineerden en niet het uitbouwen van aparte voorzieningen voor hen

Cultuur : Bibliotheek en culturele centra

Niet alle gevangenissen maken gebruik van de mogelijkheid om culturele activiteiten in hun gevangenis te brengen

Gedetineerden zijn geen doelgroep, hetgeen inhoudt dat er geen actief beleid voor gedetineerden gevoerd wordt, maar wel ingegaan wordt op impulsen die vanuit de gevangenissen of de welzijnswerkers komen (dus eerder re-actief dan pro-actief)

Bloso

De sportactiviteiten zijn altijd zeer positief onthaald door de gedetineerden (opgemerkt moet worden dat de georganiseerde activiteiten op basis van vrijwilligheid waren)

Enkele collega’s zijn ge-enthousiasmeerd voor het organiseren van sportactiviteiten aan gedetineerden

Ook nu loopt er een goed onthaald sportproject in Ruiselede

Deelnemen aan sportactiviteiten heeft positieve effecten op het zelfbeeld en de zelfwaarde van een gedetineerde (tonen van wilskracht en discipline alsook bewijs van het vermogen in iets te lukken)

Bloso

Bloso onderscheidt gedetineerden niet als een doelgroep en stelt haar ook niet prioritair, hetgeen betekent dat Bloso geen speciale budgetten vrijmaakt voor sportactiviteiten aan gedetineerden en momenteel dit wettelijk gezien ook niet kan

Gebrek aan infrastructuur (muv enkele gevangenissen)

Te lage uurtarieven voor de lesgevers

Het al dan niet organiseren van sportactiviteiten is sterk afhankelijk van de gevangenisdirecteur. Het is sterk ad hoc en incidenteel georganiseerd momenteel.

VIG (Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie)

(Toelichting : VIG is een instituut dat projecten opzet voor de promotie van een gezonde levenstijl, antitabak, aids, drugs en wetenschappelijk onderzoek opzet)

Richt zich op de doelgroep kansarmen (hierbinnen vallen ook gedetineerden) en gaat juist proberen ongelijkheden in gezondheidsproblematiek op te sporen en vervolgens te verminderen of te doen verdwijnen (het project heet Tackling inequalities in Health)

Streeft naar het verenigen van welzijn en gezondheid

Werkt vanuit het principe van empowerment, hetgeen goed aansluit bij het denkmodel dat voor gedetineerden wordt gebruikt

Heeft enige ervaring in het toegankelijk maken van communicatie

Het instituut kan terugvallen op een Europees netwerk van gezondheidspromotie-instituten

De vertegenwoordiger van VIG heeft ervaring met (ex)gedetineerden vanuit vorige banen (Straathoekwerk en Kabinetsmedewerker)

VIG(Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie)

Het project Tackling inequalities in Health zit in een startfase waardoor momenteel nog maar weinig gegevens bekend zijn

VDAB

Staat, na de ervaring met Desmos (een project van arbeidsoriëntatie en arbeidstoeleiding), open voor gedetineerden ; zij start zelfs in de loop van dit jaar een opleidingsproject om 300 à 400 Consulenten op te leiden in de bemiddeling van gedetineerden

VDAB heeft lokaal ervaring in het bemiddelen van gedetineerden

VDAB staat open voor het structureel uitbouwen van het desmos-project en heeft in dit kader een beleidsnota geschreven

VDAB heeft leerervaring opgedaan met het Desmos-project en haalt hieruit een aantal verbeterpunten naar haar eigen werking toe en zal o.a. trajectrijpheid als selectiecriterium opnemen in de toekomstige projecten

Grote openheid van de projectuitvoerders om met gedetineerden te werken

Door de grote lokale spreiding van de VDAB kunnen gedetineerden gemakkelijk gebruik maken van de VDAB-diensten

VDAB wil binnen afzienbare tijd dat 25% van haar opleidingsaanbod via afstandsleren gebeurt ; dit is voor de gevangenissen een opportuniteit

VDAB heeft een onderzoek lopen in welke mate (deel)certificaten (van bijvoorbeeld lassen, …) ook in werkhuizen gesitueerd in de gevangenis gehaald kunnen worden. Zij onderzoekt het opleidingspotentieel

VDAB

De VDAB reglementering –onmiddellijke beschikbaarheid- sluit slecht aan op de situatie van de gedetineerden (zij zijn lang niet altijd onmiddellijk beschikbaar). Dit selectiecriterium was onvoldoende geëxpliciteerd waardoor sommige gedetineerden die nog lang niet beschikbaar zouden komen, toch deel hebben genomen aan het desmos-project

VDAB zal zelf geen middelen ter beschikking stellen voor de arbeidsbemiddeling

Het desmos-project dreigt uitgehold te worden tot een opleidingsproject en dreigt daarmee de VDAB doelstelling (1 op de 2 personen wordt geplaatst, het zgn doorstromingsprincipe) onder druk te zetten

De regels van Justitie (veiligheid en beperkingen voortvloeiend uit de strafuitvoering) staan soms haaks op de eisen van de VDAB om goed te kunnen functioneren (bijvoorbeeld gedetineerde mag niet naar ‘buiten’ voor het volgen van een cursus, terwijl de VDAB het ‘binnen’ niet kan aanbieden). VDAB eist opleidingsdiscipline die er niet altijd is/kan zijn ook omwille van voorleidingen etc.. Dit leidt wel eens tot cultuurbotsingen.

Niet alle opleidingen kunnen in de gevangenis plaatsvinden (bijvoorbeeld beroepsopleiding)

VDAB is momenteel zelf met een visie ontwikkeling bezig waardoor het even onduidelijk is hoe zij in de toekomst haar rol naar de arbeidsmarkt zal blijven/gaan opnemen (regisseur – actor).

Werkgelegenheid : Europees Sociaal Fonds

Thema van Equal-programma is inpasbaarheid, inzetbaarheid, ondernemerschap en gelijkekansenbeleid. Sluit aan bij de thematiek van de gedetineerden die minder dan een jaar werkloos zijn

De mogelijkheid om nieuwe initiatieven gesubsidiëerd te krijgen vanuit het Europees Sociaal Fonds niet alleen via het lopend programma maar ook via de regionale doelstellingen.

Werkgelegenheid : Europees Sociaal Fonds

Geen nadrukkelijk beleid naar gedetineerden, noch onder het Integra-programma, noch in het komende Equal-programma

Niet eenvoudig en tijdrovend om een project gesubsidieerd te krijgen door de hoge eisen (hoge impact, vernieuwend, structureel integreerbaar en met name co-financiering)

De mogelijkheden van financiering via dit orgaan volstaan niet om te voorzien in de totale behoefte van gedetineerden

VIZO (Vlaams Instituut voor Zelfstandig Ondernemen)

Enkele positieve ervaringen in de gevangenis van Antwerpen, Leuven en Gent opgedaan

VIZO heeft een speciaal project (voor zij die zelfstandig willen worden) voor migranten in hun eigen landstaal met behulp van allochtone lesgevers of tolken

VIZO heeft in totaal 300 beroepen. Dit betekent dat er opleidingsmogelijkheden zijn ook voor gedetineerden.

Daarnaast verzorgt VIZO bedrijfsadvies voor degene die een eigen zaak wil starten.

De minimumbezetting voor een cursus is waarschijnlijk bespreekbaar

VIZO biedt een aantal opleidingsmogelijkheden die mogelijkerwijs inpasbaar zouden kunnen zijn in de beperkingen voortvloeiend uit de strafuitvoering van gedetineerden (bijvoorbeeld leertijd)

VIZO(Vlaams Instituut voor Zelfstandig Ondernemen)

Er is eigenlijk geen beleidsvisie voor gedetineerden

Bereid initiatieven voor gedetineerden te ontplooien indien er middelen voor worden vrijgegeven

Kind en Gezin

(Toelichting : Kind en Gezin is een Vlaamse openbare instelling die de opdracht heeft om de zorg voor en het welzijn van het jonge kind in Vlaanderen te behartigen.

Het gaat om de primordiale zorg voor het jonge kind in zijn gezinsmilieu.

K&G werkt met kinderen van 0 tot 3 jaar, voor bepaalde zaken ook voor andere kinderen;

Regioverpleegkundige komt in de gevangenis van Brugge bij de zwangere gedetineerden en als er vrouwelijke gedetineerden zijn met een (inwonend) kind onder de 2 ½ jaar

K&G onderscheidt nadrukkelijk bijzondere categorieën (bijvoorbeeld de groep van individuele risico-factoren, waaronder gedetineerden) en besteedt hieraan extra/meer intensieve zorg

K&G doet de cliëntenregistratie bij de vertrouwenscentra kindermishandeling. Hieruit blijkt dat 8% van de kinderen waarbij de vertrouwenscentra de diagnose kindermishandeling stelden, minimaal één van de ouders een penitentiair verleden had.

In vergelijking met de bevolkingsstatistieken (volgens een grove schatting heeft minder dan 0,8% van de Vlaamse minderjarigen een ouder in de gevangenis) is dit minstens 10 maal meer, wat wijst op een samenhang (en niet noodzakelijk een oorzakelijk verband!)

K&G legt een groot accent op preventie en heeft zo een screeninglist laten opstellen door Prof. Hellinckx voor het screenen van risisco’s op problematische opvoedingssituaties.

De Koning Boudewijnstichting beschikt over enige cijfergegevens : het onderzoek van Kathleen De Jager. Dit onderzoek levert ook gegevens over onder meer het invullen van de vader- of moederrol tijdens de detentie

Ook Crefi van BGJG doet een aanbod naar kinderen van gedetineerden

Kind en Gezin (inzake kindermishandeling)

Gebrek aan cijfers : hoeveel kinderen zijn er in de gevangenis ? hoeveel kinderen blijven achter ?

Veel vragen zonder antwoorden :

Geen zicht op welke kinderen een (ex) gedetineerde ouder hebben omdat dit nergens gemeld hoeft te worden. Risico : geen intensieve zorg wordt geboden terwijl het wel nodig is. (eerste lijnszorg)

Worden ex-gedetineerden extra begeleid voor de terugkeer naar huis en de wijze waarop zij hun kinderen best behandelen ? Vooral als het gaat om gedetineerden die veroordeeld waren voor kindermishandeling (3e lijnszorg)

De Vlaamse Gemeenschap dienstverlenende actoren over Welzijn

Sterkten

Zwakten

Slagen erin via netwerking bruggen te slaan naar de gevangenissen

Veel wisselende partners/personeelsleden waardoor er een gebrek aan continuïteit is

Gebrek aan sturing vanuit de Vlaamse Gemeenschap/Welzijn (zowel op hoog niveau alsook vanuit JWW naar de dienstverlenende actoren van de Vlaamse Gemeenschap)

Nood aan professionalisering van het personeel

Ervaring met desmos-project :

  • wisselende gesprekspartners
  • matige schriftelijke weerslag
  • (te) brede doelstellingen
  • (te) veel focus op opleiding

Welzijn over zichzelf

Sterkten

Zwakten

Welzijn (SAW, VFFW, JWW)

De eerste tekenen van het gestructureerd uitbouwen van hulp- en dienstverlening aan gedetineerden vanuit dienstverlenende actoren, bijvoorbeeld de regeling van het bibliotheekdecreet voor de gevangenissen, de opleidingsplannen van het VDAB om 300 à 400 Consulenten op te leiden in de bemiddeling van gedetineerden. Dit is dus één van de bewijzen van het succesvol uitbouwen van netwerken waardoor het aanbod van activiteiten in de gevangenissen groeit

Met beperkte middelen leveren zij goed werk

In enkele gevangenissen beginnen de Welzijnsteams goed te functioneren

Onderling (binnen Welzijn) werkt men zeer goed samen

De verankering van SAW (Steunpunt Algemeen Welzijnswerk) in CAW (Centra Algemeen Welzijnswerk)

Welzijn (SAW, VFFW, JWW)

Welzijn kan zijn taak niet ten volle opnemen door het gebrek aan Welzijnswerkers in de gevangenissen . Hierdoor verzorgt de PSD taken die voorzien zijn voor de Vlaamse Gemeenschap (in casu Welzijn).

Het gebrek aan gekwantificeerde onderzoeksresultaten die onomstotelijk de noodzakelijke bewijsvoering van bepaalde initiatieven aantonen om zo impact op de politieke overheden en de samenleving te krijgen

De noodzaak om alles via netwerking voor elkaar te krijgen, hetgeen vertragend werkt voor de uitvoering van activiteiten. Lang niet altijd kan welzijn deze brugfunctie waarmaken

Polariserend, stereotypering en barricade-gevechten met Justitie

Gebrek aan continuïteit door personeelsverloop en tekort aan middelen

Gebrek aan structurele inbedding van welzijns- en dienstverlenende activiteiten waardoor er telkens andere en nieuwe activiteiten komen en bestaande niet worden uitgebouwd

Welzijn worstelt zelf nog met haar rol en de wijze waarop die moet worden ingevuld. Welzijn heeft enerzijds zelf haar takenpakket onvoldoende duidelijk afgebakend (Onvoldoende eenheid in standpunt over de wijze van behandeling van de gedetineerden) en anderzijds betwijfelt Welzijn haar opstelling : verdedigen wij de gedetineerden en schermen wij onze know-how over hen af via het beroepsgeheim of … stellen wij ons open en coöperatief op en zorgen we voor een goede wisselwerking met de PSD ?

Slachtoffer in beeld

Brengt gedetineerden het besef bij welke psychologische schade ze hebben aangericht bij hun slachtoffers : de daders krijgen meer inzicht in de effecten van hun gedrag

Blijkt helend te werken voor zowel slachtoffer als gedetineerde

Lichte positieve effecten op recidivisme volgens cijfers uit Nederland

Werkt positief mits grote en open communicatie

Slachtoffer in beeld

Risico dat de gedetineerden en hun advocaten dit puur opportunistisch gebruiken in hun detentieplannen die zij indienen in verband met de Voorwaardelijke Invrijheidstelling

Risico van onzorgvuldig omgaan met de kwetsbaarheid en instabiliteit van de gedetineerden na een ‘slachtoffer-confrontatie’

Gebrek aan nazorg van de gedetineerde in de gevangenis

Welzijn over niet Welzijnsactoren van de Vlaamse Gemeenschap

Sterkte

Zwakte

Een aantal succesvolle samenwerkingen gerealiseerd. Bijvoorbeeld het meer gestructureerd uitbouwen van hulp- en dienstverlening: het op handen zijnde bibliotheek-decreet en de opleidingsplannen van de VDAB voor arbeidsbemiddeling van gedetineerden

Gedetineerden zijn voor dienstverlenende of justitie actoren geen doelgroep, zij worden hooguit ondergebracht in de doelgroep kansarmen waar zij samen met bijvoorbeeld allochtonen, migranten en andere kansarmen worden ondergebracht. Dit betekent dat zij eerder ad hoc en ongestructureerd activiteiten ontplooien voor gedetineerden. Vaak op initiatief van de gevangenisdirecties of initiatieven van welzijnswerkers.

Risico: alle actoren vullen samen in wat de gedetineerden nodig hebben eerder dan dat de gedetineerden zelf dat duidelijk maken (aanbodgestuurd ipv vraaggestuurd)

Justitie

Justitie over zichzelf

Sterkten

Zwakten

Strafuitvoering

Er is een nieuwe mentaliteit aan het groeien :

  • Omzendbrieven die een gemeenschappelijke (moderne) visie op de Strafuitvoering stimuleren
  • Meer respect voor gedetineerden
  • Schadebeperking krijgt steeds meer aandacht

Grotere aandacht voor het gevangenispersoneel zelf (via onder meer opleiding)

De infrastructuur in de gevangenissen is de laatste jaren verbeterd

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Strafuitvoering

Autonome besluitvorming van gevangenisdirectie (bijvoorbeeld verschil in maatregelen die getroffen worden bij vergrijpen van gedetineerden in de gevangenis)

Sterke overbevolking in sommige gevangenissen

De penitentiaire beambten hebben evenzeer behoefte aan activiteiten als sport, cultuur, enzovoort en krijgen dit beperkt aangeboden

Gevangenisdirecteuren blijven te lang in één en dezelfde gevangenis waardoor een bepaalde vorm van bedrijfsblindheid optreedt

Gebrek aan goede infrastructuur in de gevangenissen

Vacatures die niet ingevuld raken, hetgeen een zwaardere belasting betekent voor het huidig personeel

Detentieplannen worden niet steeds optimaal ontwikkeld door gebrek aan tijd binnen de PSD

De problematiek van de veiligheid in de gevangenissen zelf

Psycho-Sociale Dienst

Sinds de nieuwe wet op de Voorwaardelijke Invrijheidstelling, is de rol van de PSD duidelijk afgebakend :

  • advies geven aan de Commissie V.I.
  • Opvolgen en begeleiden van de gedetineerden in verband met hun reclasseringsplan : met name de pre-therapeutische sensibilisering (dienst focust op adviesverlening, gedetineerden gevoelig maken voor de problemen die ze hebben; de echte begeleiding wordt overgelaten aan de welzijnswerkers)

De PSD heeft een organisatiestructuur uitgebouwd die uniformisering van de uitvoering van besluitvorming moet verzekeren (de Adviesraad)

De PSD heeft ook een organisatiestructuur uitgebouwd die de professionalisering van de medewerkers (psychologen en maatschappelijk assistenten) in de gevangenis moet verzekeren : de Psychologisch Inspecteurs voor maatschappelijk assistenten en de Psychologische directie voor de psychologen

Begeleiden van het gevangenispersoneel in het kader van crisis- en/of trauma-interventie en opleiden van penitentiaire beambten

Welzijnsteams beginnen te functioneren

Psycho-Sociale Dienst

De PSD kampt met een groot personeelsverloop naar aanleiding van de oprichting van de Justitiehuizen en heeft nu veel jonge medewerkers die zich nog volledig moeten inwerken (deskundigheid en ervaring moet nog opgebouwd worden))

PSD functioneert nog niet optimaal als het gaat om het (administratief) werk dat voortvloeit uit de wet op de V.I. . Soms ondersteunen zij beperkt de gedetineerde bij het opstellen van zijn reclasseringsplan

De PSD vervult noodgedwongen een aantal opdrachten in de gevangenis doordat de Welzijnswerkers er niet voldoende zijn

De gevangenisdirectie

De gevangenisdirecties van vooruitstrevende gevangenissen zijn voorstanders èn trekkers van de nieuwe invulling van de strafuitvoering. Als zodanig vervullen de zij een kritische succesfactor en bepalen zij mee het succes van het initiatief

De penitentiair beambten in de vooruitstrevende gevangenissen zijn gemotiveerd om mee te werken aan de nieuwe strafuitvoering (deze bereidheid wordt o.m. verkregen door transversale teams die ‘voorproeven’)

De Commissie Internering beschikt over een aantal cijfers mbt gedetineerden

De gevangenisdirectie

De grootste knelpunten in de gevangenissen zijn : 

  • De overbevolking
  • Het gebrek aan een goede infrastructuur
  • De problematiek van de geïnterneerden (die in aantal sterk zijn toegenomen de afgelopen paar jaar)

Er is een gebrek aan cijfermateriaal als het gaat om het aantal geleverde inspanningen en de effecten op het gebied van sport, cultuur, opleiding, arbeidstoeleiding etc. Hierdoor dreigt er een vertekend beeld te ontstaan van de grootte van de doelgroep en de benodigde middelen om de nieuwe wijze van strafuitvoering te realiseren (dit kan –deels- geremedieerd worden door het onderzoek naar het profiel van de gedetineerde dat het Limburgs Universitaire Centrum aan het uitvoeren is).

De vrouwelijk gedetineerden lijken moeilijk te motiveren voor deelname aan diverse soorten initiatieven in de gevangenis

Het oude reglement is voor herziening vatbaar

De Vlaamse Gemeenschap (mn Welzijn) over Justitie

Sterkten

Zwakten

De huidige inzichten dat gedetineerden recht hebben op een humaan en zinvol verblijf in de gevangenis

Het inzicht dat er een onderscheid gemaakt moet worden tussen de strafuitvoering van een gedetineerde en de kwaliteit van het verblijf tijdens de detentie èn de slaagkansen van een sociale reïntegratie na de detentie

In sommige gevangenissen verloopt de samenwerking tussenWelzijn, de PSD en de gevangenisdirectie en penitentiaire beambten optimaal mede doordat er eenheid in visie is over de opdracht van de sociale reïntegratie

Partnership met PSD is mogelijk in enkele gevangenissen

Er worden successen geboekt met de invulling van sociale en culturele activiteiten in een aantal gevangenissen

Er is sprake van een verbeterde samenwerking op beleidsniveau tussen Justitie en Welzijn

Gebrek aan eenheid in visie over de wijze waarop gedetineerden behandeld moeten worden door de gevangenisdirecties, waardoor een optimale en brede welzijnswerking sterk afhankelijk wordt van persoonlijke relaties. De grote autonomie van de gevangenisdirecties speelt hierin een beperkende rol.

Penitentiaire beambten beïnvloeden sterk de bereidheid van gedetineerden tot deelname aan activiteiten of kunnen deze zelfs tegenwerken door ‘te weigeren’ de noodzakelijke bewegingen uit te voeren

De penitentiaire beambten hebben nood aan hetzelfde type activiteiten als de gedetineerden en krijgen dit in zeer beperkte mate (de zgn. paradox van de fixering van de doelgroepen)

Rolonduidelijkheid t.o.v PSD : De onduidelijke afbakening van het werkterrein, de positie en de rol van de welzijnswerkers t.o.v de justitiële welzijnswerkers (de medewerkers van de PSD). Dit leidt tot een territoriumstrijd.

De welzijnwerkers worden nog onvoldoende aanvaard door zowel de gevangenisdirecties (hoewel er ook uitzonderingen zijn) als door de penitentiaire beambten, hetgeen hun vrijheidsbeweging ernstig hypothekeert

Weinig prestige en credibiliteit van de welzijnswerkers en daardoor geringe impact op beslissingen en beleid in de gevangenissen

Het verdedigen van gedetineerden en hun leefsituatie in de gevangenis wordt snel als oppositioneel ervaren

De PSD en Justitie-Assistenten hebben zelf last van een rolconflict, de (on)verenigbaarheid van controle en begeleiding

Justitie over de Vlaamse Gemeenschap

Sterkten

Zwakten

Perceptie van de Strafuitvoering en PSD

Wat ze doen, doen ze goed

Sociaal-cultureel werk heeft positieve effecten op de gedetineerden

De samenwerking met Welzijn verloopt steeds beter

De gevangenisdirecties

Er zijn positieve ervaringen met gedetineerden die op vrijwillige basis deel namen aan culturele-, sport-, en opleidingsactiviteiten

Het sociaal-cultureel werk wordt ervaren als zeer positief mede omdat het een trekkersrol blijkt te vervullen in een andere benadering van de strafuitvoering (bijvoorbeeld initiatieven abdere invulling van de bezoeken in de gevangenis)

Het Buitenkansproject heeft geleid tot 66% tewerkstelling bij alle betrokken gedetineerden in Hoogstraten (51 personen in totaal)

 

Perceptie van de Strafuitvoering en PSD

De Vlaamse Overheid neemt haar taken onvoldoende op

Het is onvoldoende uitgeklaard welke taken bij de Vlaamse Gemeenschap liggen en welke bij Justitie

Problematiek van de geïnterneerden is helder en raakt desondanks niet opgelost

De Vlaamse Gemeenschap vult nu haar taken te veel ad hoc en ongestructureerd in

Gebrek aan leiding en sturing van de huidig betrokkenen van Welzijn (dit komt door de uitbesteding via VZW’s). Zo is bijvoorbeeld het sociaal-cultureel werk uitbesteed aan een VZW (VFFW) dat indirect door de Administratie wordt (bij)gestuurd via het beleidsplan dat deze VZW opmaakt en een jaar later afsluit met een jaarverslag

Gebrek aan een eenvormige manier van werken : iedere SAW/JWW vult zijn opdracht op zijn eigen manier in

Uiteenlopende visie tussen PSD en Welzijnswerkers over de vrijwilligheid van de aangeboden hulp (Justitie heeft een juridisch kader, Welzijn niet); hetgeen lastig is omdat gedetineerden een weerstand hebben ten aanzien van diagnose en begeleiding

Gebrek aan feedback van de welzijnswerkers over hun ervaringen met de gedetineerden. Dus te weinig afstemming en rapportage

Oppositioneel denken vanuit de welzijnswerkers

Rolvervaging met welzijnswerkers door gebrek aan aanwezigheid van de welzijnswerkers (bijvoorbeeld crisisinterventie van gedetineerde niet mogelijk door welzijnswerkers omdat zij er op dat geëigende moment niet zijn)

Andere werkmentaliteit van de welzijnswerkers dan bij Justitie

De gevangenisdirecties

Met de invoering van de wet op de Voorwaardelijke Invrijheidstelling is de rol van de PSD meer gericht op rapportage, controle en beoordeling waardoor de begeleiding van de gedetineerden is weggevallen en dit wordt niet ingevuld door de welzijnswerkers (door onderbezetting)

De PSD neemt noodgedwongen werk van de Welzijnswerkers over omdat de Welzijnswerkers er lang niet altijd zijn (dit is zeer zichtbaar ingeval van een crisisinterventie)

De Welzijnswerkers doen te weinig aan afstemming met en rapportage aan de PSD en de Gevangenisdirecties waardoor een stuk belangrijke informatie verloren gaat . Als verklaring hiervoor beroepen Welzijnswerkers zich op geheimhouding. Dit wordt ervaren als oppositioneel denken : Justitie = de boeman, de Welzijnswerkers = de weldoeners

De Commissie Voorwaardelijke Invrijheidstelling

De Commissie Voorwaardelijke Invrijheidsstelling

Deze Commissie vergroot nadrukkelijk het besef dat de gevangenis ook de opdracht èn verantwoordelijkheid heeft de gedetineerde voor te bereiden op zijn terugkeer naar de maatschappij

De Commissie Voorwaardelijke Invrijheidsstelling

Niet alle gevangnissen zijn al voldoende gerodeerd in het uitvoeren van alle procedures en aanleveren van rapporten vereist voor de beslissing van de voorwaardelijke invrijheidsstelling. Het gevangenisbeleid is meer gericht op de strafuitvoering dan op de taak van sociale reïntegratie

Hier en daar is de gedetineerde nog te weinig zelf betrokken en neemt de PSD nog te veel de gedetineerde het werk uit handen (hetgeen voortvloeit uit een gebrek aan tijd en veelheid van andere opdrachten)

[ Naar hoofdinhoud

Kansen en bedreigingen

Kansen

Bedreigingen

Wetgevend kader

De Beginselenwet die uitgaat van de principes van :

  • Schadebeperking
  • Humane detentie
  • Responsabilisering
  • Reïntegratie

Het detentieplan is een kans voor gedetineerden om hun verblijf in de gevangenis zinvoller te maken

Verdrag van de Rechten van het Kind geeft een juridisch kader voor het uitbouwen van bepaalde activiteiten in de gevangenis (bijvoorbeeld bezoekrecht)

Door de wet op de Voorwaardelijke Invrijheidstelling is de vroegtijdige evolutie naar sociale reïntegratie van de gedetineerde een must, hetgeen een andere kijk op de strafuitvoering met zich meebrengt/zal brengen

Het kwaliteitsdecreet voor de instellingen legt nieuwe accenten en stelt nieuwe eisen

Nieuwe regering

Andere mentaliteit in de regering (o.m. door een andere samenstelling)

Er is een politiek draagvlak

Financiële ruimte door de goede economie

Ervaring

In Forensisch Welzijnswerk zit veel know-how die optimaler benut kan worden

Pilootprojecten wijzen de weg naar verdere implementatie (cfr. Bib-project in Brugge, Desmos)

Mogelijkheid om bestaande infrastructuur van werkhuizen in de gevangenis verder te benutten als opleidingscentra waar de gedetineerden certificaten kunnen behalen

Geïnterneerden

Enkele psychiatrische instellingen zijn bereid om geïnterneerden met low of medium risk op te nemen (Rekum en Broeders van Liefde)

Het aantal bedden voor low risk patiënten groeit

Er is een precedent van een samenwerkingsmodel voor seksueel delinquenten. Dit model kan ook elders worden toegepast

Gevangenisdirecties

De gevangenisdirecties vragen om een beleid van de Vlaamse Gemeenschap

Mogelijkheden

De huidige structuren van de Vlaamse Gemeenschappen kunnen worden uitgebouwd naar de gevangenissen toe

De technische ontwikkeling in hard en software maken open en afstandsleren mogelijk ook binnen de gevangnissen

Mentaliteit

Het herstelgericht denken vindt veel op gang

Er komen veel nieuwe jonge penitentiaire beambten en psychologen in de PSD binnen waardoor er een nieuwe mentaliteit ontstaat

Groeiende mentaliteit : hanteren van de spanningsboog tussen strafuitvoering en sociale reïntegratie

Rechtspositie

Onduidelijkheid van de rechtspositie van de welzijnwerkers binnen de federale overheid

Wetgevend kader

Gebrek aan reglementering om humaan & zinvol beleid te voeren. Er is wel de Beginselenwet maar in de praktijk zijn er vele regels die ontbreken of die belemmerend werken naar de invulling van humaan & zinvol (bijvoorbeeld regels voor de regimevoering)

Financiële situatie

Een middelenpot per gevangenis i.p.v een middelenpot voor het algemene gevangenisbeleid

Het niet ingevulde personeelskader

Conflict over wie dit alles betaalt

De problematiek van de geïnterneerden die slachtoffer zijn van het financiële getouwtrek tussen Justitie en Gezondheidszorg

Mentaliteit

Overbelichting van de problematiek van de sexueel delinquenten

Opportunistisch gebruik van de gedetineerden van het herstelgericht denken

Overwaaien van andere ideeën uit de VS (waar bijvoorbeeld een sterk repressief beleid wordt gevoerd of van GB waar de gevangenissen zijn geprivatiseerd)

De makkelijk beïnvloedbare samenleving vooral als er sensationele misdaden zijn gepleegd of fouten zijn begaan

Gebrek aan afbakening

Justitie die ondanks de staatshervorming zaken naar zich toe blijft halen

Gebrek aan kwantitatieve gegevens

Bepaalde onderzoeken niet willen uitvoeren omdat de resultaten het Vlaams Blok in de kaart zouden kunnen spelen

Onvoldoende zicht op de doelgroep: om welke aantallen gaat het ? Wat is hun profiel, welke tendensen zijn zichtbaar (bijvoorbeeld witte boorden criminaliteit) ?

Gevangenisproblematiek

De toename van gedetineerden en geïnterneerden in het post-Dutroux tijdperk (leidt tot overbevolking en een nog prangender behoefte aan een volwaardig antwoord op de positie van de geïnterneerden)

De grote autonomie van de gevangenisdirecties

Draagvlak

Gebrek aan draagvlak vanuit de Vlaamse Gemeenschap om middelen ter beschikking te stellen voor de betere hulp- en dienstverlening aan gedetineerden

Gebrek aan draagvlak bij de bevolking : geen maatschappelijke aanvaarding van de ‘moderne’ visie op gedetineerden

Bewustzijn

Lang niet alle gedetineerden kennen hun rechten en mogelijkheden

[ Naar hoofdinhoud

Een optimale hulp- en dienstverlening

Visie

  1. Iedereen werkt vanuit dezelfde basisprincipes met de gedetineerden (zie de uitgangspunten van de Beginselenwet)
  2. Justitie en Vlaamse Gemeenschap werken vanuit het principe van complementariteit
  3. De gedetineerde zou een cliënt moeten zijn evenwaardig aan mensen buiten de gevangenis
  4. Er is een optimale balans gevonden tussen de invulling van de strafuitvoering en de sociale reïntegratie (dit is ook zichtbaar in het personeelskader van zowel Justitie als de Vlaamse Gemeenschap)
  5. Werken aan de vroegtijdige evolutie in functie van de terugkeer in de maatschappij en een positief zelfbeeld en een positieve zelfwaardering van de gedetineerde
  6. Trajectbegeleiding : ook na terugkeer in de maatschappij blijven volgen, sturen en steunen van de ex-gedetineerde en zijn sociaal netwerk (zie rol van de OCMW’s)

Doelgroep

Alle gedetineerden ongeacht hun delicten, dus de beklaagden, de veroordeelden en de geïnterneerden en hun sociaal netwerk (partners, ouders, kinderen, familie, vrienden, …)

[ Naar hoofdinhoud

De strategieën

  1. Ontwikkelen van een optimale samenwerking en rolverdeling tussen Justitie, Vlaamse Gemeenschap en Gevangenisdirecties op grond van de Richtlijnen van Europa, de Beginselenwet en de wet V.I.
  2. Aanpassen van organisatiestructuren : integreren van de Vlaamse Gemeenschap in de gevangenissen; in haar structuren en functionele en managementprocessen
  3. Voorbereiden van de sociale reïntegratie :
    1. Ontwikkelen van een breed vormings- en ontspanningsbeleid
    2. Ontwikkelen van arbeidsoriëntatie en –toeleiding
    3. Ontwikkelen van individuele hulpverlening in verband met de reclasseringsplannen en de sociale reïntegratie
  4. Ontwikkelen en uitbouwen van netwerkstructuren en samenwerkingsakkoorden tussen de gevangenissen en de lokale faciliteiten

[ Naar hoofdinhoud

Kritische succesfactoren

  • Inclusief en horizontaal denken vanuit MVG/VOI’s (bereidheid om dit om te zetten in tijd, geld en denkwerk)
  • Partnership PSD/Welzijnswerkers uitwerken in een deontologische code
  • Commitment van alle gevangenisdirecties en van de penitentiaire beambten om mee te werken aan de uitvoering van het strategisch plan
  • Maatwerk leveren (gedifferentieerd aanbod naar duur van het verblijf in de gevangenis, naar de behoefte, naar regimemogelijkheden, aan soorten activiteiten, naar profiel van de gedetineerden)
  • Professionalisering van de begeleiders, maar ook van de rechters, ….
  • Aanpassen van regelgeving en regimemogelijkheden
  • Gedragen visie en gemeenschappelijk doel en beheer, wettelijk verankeren
  • Uitbouwen van gepaste infrastructuren
  • Vermijden van overbevolking in de gevangenissen
  • Problematiek van anderstaligen
  • Regionalisering van het gevangenis netwerk (d.w.z gevangenissen specialiseren in bepaalde regimes per regio waardoor een optimale invulling van het hele aanbod vanuit de Gemeenschap benut kan worden)

[ Naar hoofdinhoud

Bijlage 5 : Lijst van de geïnterviewde personen

Welzijn

  • Dhr. M. Morris, DG Gezin en maatschappelijk Welzijn
  • Marc Verhelst, aandachtsambtenaar relatie welzijn-justitie
  • Kristin Nuyts (SAW-JWW)
  • Patrick Bleys (JWW Turnhout)
  • Frederik Janssens (VFFW)
  • Martine Puttaert (SAW-Slachtofferhulp/Slachtoffer in Beeld)

Niet welzijnsactoren van de Vlaamse Gemeenschap

  • Paul Kempeneers (VFSIPH)
  • Staf Peeters (Onderwijs)
  • Greet Willems (Kind en Gezin)
  • Geert Roelandts (Cultuur)
  • Paul Eliaerts (BLOSO)
  • Peter Sioen (VIG)
  • Frederik Geers (VDAB)
  • Ludwig Fonck (Werkgelegenheid)
  • Annick Willems (VIZO)
  • Marc Servaes (Gezondheidszorg)

Justitie

  • Ghuislain Van Belle/John Vanacker
  • PSD : Isabel Storme
  • Wilfried Meyvis (commissie V.I.)
  • Gevangenisdirecties : Nicole De Clercq, Paul Dauwe, Jef Buts

Kabinet van Welzijn, Gezondheidszorg en Gelijke Kansen

  • Kristine Kloeck

[ Naar hoofdinhoud ]