Sla navigatie over

Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be/.

Vlaanderen.be - uw wegwijzer binnen de Vlaamse overheid
Over de site | Contact | Sitemap 

Thema's
 

 

Snelmenu 
 


AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites

U bent hier: vlaanderen.be > Welzijn & Justitie > Slachtofferhulp > Sectorprotocol


Sectorprotocol met betrekking tot de bijkomende taak "Hulp- en dienstverlening aan slachtoffers van misdrijven"

1. Algemene opdracht

Een centrum voor algemeen welzijnswerk met de bijkomende taak hulp- en dienstverlening aan slachtoffers van misdrijven (hierna SH genoemd) heeft als opdracht:

  1. minder- en meerderjarigen, evenals hun na(ast)bestaanden, aan wie materiŽle, fysische en / of morele schade is toegebracht als gevolg van een handeling of een verzuim dat strafbaar is gesteld door het Strafwetboek of door bijzondere strafwetten of daarvan getuige waren, evenals nabestaanden van dodelijke verkeersslachtoffers, nabestaanden van zelfdoding en slachtoffers van rampen te helpen bij de uitoefening van hun recht op hulp- en maatschappelijke dienstverlening. Ook misdrijfslachtoffers die geen klacht hebben ingediend bij de politiŽle of justitiŽle diensten behoren tot de doelgroep van SH. Deze hulp is erop gericht de opgelopen schade zoveel als mogelijk te beperken en het verlies aan vertrouwen in de medemens en de samenleving als geheel te herstellen. Op die manier draagt SH bij tot het herstel van de levenskwaliteit van de getroffen personen.
  2. voor deze cliŽnten de toegankelijkheid en aanspreekbaarheid van het algemeen welzijnswerk en van de bredere maatschappelijke dienstverlening te bevorderen en te bewaken en deze voorzieningen ook effectief in hun bereik te brengen; en
  3. de maatschappelijke positie van deze cliŽnten structureel te verbeteren via sensibilisering en beleidssignalering en -beÔnvloeding.

2. Doelstellingen

De werking van SH is erop gericht:

  1. mee gestalte te geven aan een geÔntegreerde welzijnsbenadering van criminaliteit en onveiligheid, met bijzondere aandacht voor het slachtofferperspectief;
  2. het totale zorgaanbod voor slachtoffers af te stemmen in functie van continuÔteit, effectiviteit en efficiŽntie, en daartoe samen te werken met politiŽle en justitiŽle diensten, en met andere hulpverleningsdiensten;
  3. knelpunten en problemen die betrekking hebben op de situatie en de positie van slachtoffers op te sporen, te inventariseren en te signaleren;
  4. activiteiten op te zetten of te stimuleren ter preventie van primair en secundair slachtofferschap;
  5. in functie van het herstel van de sociale cohesie vrijwilligersnetwerken uit te bouwen;
  6. op pro-actieve wijze hulp- en dienstverlening aan te bieden aan individuele slachtoffers, groepen slachtoffers en / of hun na(ast)bestaanden; en
  7. kennis over te dragen.

3. Taken

  1. Elk centrum met bijkomende taak slachtofferhulp concretiseert in zijn beleidsplan de wijze waarop het personeel wordt ingezet opdat de beginselen, opdrachten en werkingsprincipes, zoals neergelegd in het samenwerkingsakkoord tussen de federale staat en de Vlaamse Gemeenschap inzake slachtofferzorg, kunnen worden nageleefd. Het preciseert ook de plaats die deze deelwerking inneemt ten opzichte van het geheel van de werking van het centrum.
  2. De hulp- en dienstverlening aangeboden aan slachtoffers beantwoordt aan het geheel van noden en behoeften van slachtoffers. Dit impliceert dat de hulpverlening zowel gericht is op politiŽle, justitiŽle, administratieve, materiŽle, psychosociale, lichamelijke en zingevingsaspecten van het slachtofferschap en hun onderlinge wisselwerking. De hulpverlening zal vaak tegelijk informatieve, praktische en emotionele en psychologische steun omvatten en dit in alle fasen van de rechtsgang. Ook bemiddelend optreden ten aanzien van allerlei instanties en ondersteuning van het slachtoffer bij bemiddelingsinitiatieven worden aangeboden. Deze hulp moet actief worden aangeboden, kort na de feiten in het kader van een normale verwerking.
  3. Elk centrum met opdracht slachtofferhulp verduidelijkt in zijn beleidsplan de wijze waarop een organisatiemodel wordt uitgebouwd dat voorziet in:
  • de profilering van SH als (h)erkennings- en meldpunt voor slachtoffers, politiŽle en justitiŽle diensten binnen het eigen gerechtelijk arrondissement;
  • de positionering van SH, enerzijds als schakel tussen de nulde en de eerste lijn, in functie van de naadloze overgang tussen slachtofferbejegening en -hulp door de uitbouw van de vrijwilligerswerking, en anderzijds als professionele eerstelijnshulp die, waar nodig, schakelt naar slachtoffertherapie. SH volgt in dit geval dan nog eventueel de verdere justitiŽle afwikkeling op; en
  • de ontwikkeling van een voor SH specifieke vrijwilligerswerking en het opzetten van netwerken in zijn werkingsgebied. Het preciseert de inzet van het personeel in het gericht werven, selecteren, opleiden, coŲrdineren, superviseren, motiveren, ondersteunen en matchen per netwerk van vrijwilligers.
  1. Elk centrum met bijkomende opdracht slachtofferhulp houdt zich actief en permanent op de hoogte van evoluties in de welzijnsbenadering van criminaliteit, rechtsbedeling en strafuitvoering, met bijzondere aandacht voor de situatie en de positie van slachtoffers, en stemt zijn werking hierop af. Zij zijn in hun werkingsgebied het aanspreekpunt voor de bredere slachtofferproblematiek en vervullen een belangrijke signaalfunctie naar het beleid.

De uitvoering van deze taken impliceert dat de medewerkers van SH:

  • zich permanent bijscholen op de relevante terreinen inzake slachtofferproblematieken en vrijwilligerswerking;
  • hun werking voortdurend afstemmen op de wijzigende probleemsituaties en op de daartoe vereiste vernieuwing van de probleembenadering; en
  • hun medewerking verlenen aan de uitwerking van structurele oplossingen voor niet of onvoldoende beantwoorde vragen naar hulp- en dienstverlening.

4. Werkingsprincipes

Alle medewerkers (ook vrijwilligers) van SH operationaliseren in hun werking volgende basisprincipes:

  1. De hulp- en dienstverlening wordt toegankelijk gemaakt voor elk slachtoffer en zijn / haar na(ast)bestaanden, zonder enige vorm van discriminatie.
  2. De hulpverlening is gratis.
  3. Er wordt de nodige zorg opgebracht voor selectie, training, opleiding en opvolging van alle medewerkers en dit volgens duidelijke procedures.
  4. Het slachtoffer wordt gestimuleerd om actief mee te werken aan zijn eigen herstelproces, waarbij de eigen waarden, aspiraties en beslissingen van het slachtoffer worden gerespecteerd. Alle beschikbare informatie, nodig om de verschillende keuzemogelijkheden af te wegen, wordt aan het slachtoffer gegeven. Het slachtoffer wordt actief gesteund om zijn controle en onafhankelijkheid terug op te nemen. Indien het slachtoffer bepaalde informatie niet wil mededelen, wordt dit gerespecteerd.
  5. Hoewel SH samenwerkt met politiŽle en justitiŽle diensten behoudt zij haar onafhankelijkheid. SH profileert zich als dienst "Slachtofferhulp" en maakt zich als dusdanig bekend bij het grote publiek en andere diensten. SH bereikt haar doelgroep pro-actief, onder meer via doorverwijsstrookjes van de politiediensten.
  6. SH houdt in zijn hulp- en dienstverlening op passende wijze rekening met de daderdimensie. Zij levert een bijdrage aan het herstelgericht werken.
  7. SH werkt structureel samen met de overige centra voor algemeen welzijnswerk met de bijkomende opdracht slachtofferhulp in Vlaanderen en Brussel teneinde een ťťnduidige en rechtsgelijke hulp- en dienstverlening uit te bouwen en een eenheid van beleid, organisatie en uitvoering na te streven.
  8. SH specificeert in haar beleidsplan van welke methodieken (zoals vorming, coaching, coŲrdinatie, supervisie, deelname aan overlegfora) ze gebruik maakt om haar structurele taak uit te voeren.